Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

HuidkankerCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Sterke toename aantal nieuwe gevallen melanoom

Regionaal & Internationaal

Aantal nieuwe gevallen relatief groot in Nederland

Kosten

Zorguitgaven voor huidkanker bijna 169 miljoen

Preventie & Zorg

Bijna 2.000 ziekenhuisopnamen voor huidkanker

Het vóórkomen van huidkanker, exclusief basaalcelcarcinoom

Aantal nieuwe gevallen van huidkanker, exclusief basaalcelcarcinoom 2020

LeeftijdMelanoom mannenMelanoom vrouwenMelanoom totaalOverig mannenOverig vrouwenOverig totaalMelanoom mannen (absoluut)Melanoom vrouwen (absoluut)Melanoom totaal (absoluut)Overig mannen (absoluut)Overig vrouwen (absoluut)Overig totaal (absoluut)
0-40,000,000,000,020,010,010008412
5-90,000,000,000,020,010,010119312
10-140,000,010,010,010,020,022357916
15-190,010,030,020,020,020,0251419121123
20-240,040,070,050,000,040,0222386022123
25-290,040,130,080,020,040,03257196102434
30-340,110,210,160,010,040,036011717772128
35-390,170,270,220,040,040,0488138226222042
40-440,230,420,330,050,090,07118215333274673
45-490,350,520,440,140,160,152063105168094174
50-540,470,600,540,240,320,28302384686152204356
55-590,620,600,610,450,530,49390374764283333616
60-640,700,650,670,850,750,80390363753473422895
65-690,760,680,721,661,431,553733427158197201.539
70-741,070,740,903,162,462,804923558471.4511.1832.634
75-791,560,841,185,853,924,834652807451.7441.3143.058
80-841,420,921,148,154,846,282692284971.5411.1962.737
85+1,360,660,9011,255,987,781791683471.4861.5183.004

Bron: NKR, cijfers gedownload op 4 februari 2021

Ongeveer 22.100 diagnoses huidkanker in 2020

In 2020 zijn ongeveer 22.100 nieuwe gevallen van huidkanker, exclusief basaalcelcarcinoom vastgesteld. Het betrof 6.800 nieuwe gevallen van melanoom: 3.400 mannen en 3.400 vrouwen (0,4 per 1.000 mannen en 0,4 per 1.000 vrouwen) en 15.300 nieuwe gevallen van plaveiselcelcarcinoom of zeer zeldzame huidtumor: 8.100 mannen en 7.100 vrouwen (0,9 per 1.000 mannen en 0,8 per 1.000 vrouwen). Door afronding telt het aantal mannen en vrouwen niet op tot het totaal. Het aantal nieuwe gevallen van huidkanker neemt toe met de leeftijd.

In 2020 minder diagnoses door COVID-19-uitbraak

In 2020 was het aantal gediagnosticeerde gevallen van huidkanker kleiner dan in het voorgaande jaar. Dit hangt waarschijnlijk samen met de COVID-19-uitbraak. Mensen met verdachte plekjes op de huid hebben mogelijk een bezoek aan de huisarts uitgesteld. Ook kan het zijn dat huisartsen tijdens de COVID-19-uitbraak een doorverwijzing naar het ziekenhuis hebben uitgesteld.

Ongeveer 127.200 personen met huidkanker op 1 januari 2020

Op 1 januari 2020 hadden ongeveer 127.200 mensen huidkanker (melanoom, plaveiselcelcarcinoom en zeer zeldzame huidtumoren) (Bron: NKR, voorlopige cijfers gedownload op 4 februari 2021). Het aantal personen met melanoom op die datum was ongeveer 50.100, van wie 23.100 mannen en 27.000 vrouwen (2,7 per 1.000 mannen en 3,1 per 1.000 vrouwen). Het aantal mensen met plaveiselcelcarcinoom of zeer zeldzame huidtumoren op 1 januari 2020 was ongeveer 77.100, van wie 40.800 mannen en 36.300 vrouwen (4,7 per 1.000 mannen en 4,1 per 1.000 vrouwen). Het betreft hier de tienjaarsprevalentie. Dit wil zeggen het aantal mensen dat in de 10 jaar voorafgaand aan de peildatum (1 januari 2020) de diagnose huidkanker heeft gekregen en op de peildatum nog in leven is.

Meer informatie

Datum publicatie

01-03-2021

Het vóórkomen van basaalcelcarcinoom

Aantal nieuwe gevallen van basaalcelcarcinoom 2014

LeeftijdMannenVrouwen
0-40,050,02
5-90,000,00
10-140,000,01
15-190,030,04
20-240,050,06
25-290,100,16
30-340,300,43
35-390,410,79
40-440,941,62
45-491,502,21
50-542,202,74
55-593,003,07
60-643,723,78
65-695,765,64
70-748,287,20
75-799,616,64
80-8410,457,99
85-8910,938,92
90-9410,718,83
95-997,456,06

Bron: IKNL-Zuid, juni 2016
 

Naar schatting 37.700 nieuwe gevallen van basaalcelcarcinoom in 2014

De NKR kent geen landelijke registratie van het basaalcelcarcinoom. Wel registreert het IKNL-Zuid het basaalcelcarcinoom in Noord-Brabant en Noord-Limburg. In 2014 bedroeg het aantal nieuwe gevallen van basaalcelcarcinoom in deze zuidelijke regio 2,2 per 1.000 mannen en 2,4 per 1.000 vrouwen. Extrapolatie van deze cijfers naar de gehele Nederlandse bevolking leidt tot een schatting van 37.700 nieuwe patiënten met basaalcelcarcinoom in 2014, 17.800 mannen en 19.900 vrouwen. Evenals bij de andere vormen van huidkanker, neemt het aantal nieuwe gevallen ook bij basaalcelcarcinoom toe met de leeftijd.

Op 1 januari 2014 ongeveer 295.000 mensen met basaalcelcarcinoom

Op basis van extrapolatie van het aantal mensen met basaalcelcarcinoom in de zuidelijke regio (Noord-Brabant en Noord-Limburg) naar de gehele Nederlandse bevolking, waren er op 1 januari 2014 naar schatting 293.800 mensen met basaalcelcarcinoom in Nederland, waarvan 139.200 mannen en 154.500 vrouwen (Bron: IKNL-Zuid). Door afronding telt het aantal mannen en vrouwen niet op tot het totaal. Het betreft hier de tienjaarsprevalentie: het aantal personen dat in de loop van de tien jaar voorafgaand aan de peildatum (1 januari 2014) basaalcelcarcinoom heeft gekregen en op de peildatum nog in leven is.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Wat is huidkanker?

    Huidkanker vaak ingedeeld in melanoom en overige vormen van huidkanker

    Er zijn verschillende typen huidkanker. Deze worden meestal als volgt ingedeeld:

    • melanomen van de huid
    • andere vormen van huidkanker, ook wel non-melanoma huidkanker genoemd. Deze groep huidtumoren is onderverdeeld in het basaalcelcarcinoom, het plaveiselcelcarcinoom en zeer zeldzame tumoren die uitgaan van de talg- of zweetklieren.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over huidkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie (exclusief basaalcelcarcinoom (BCC))

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie van basaalcelcarcinoom (BCC)) bevolking Zuid-Nederland (regio Eindhoven)  IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met huidkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met huidkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor huidkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.