Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

HuidkankerCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Toename aantal nieuwe gevallen melanoom

Regionaal & Internationaal

Aantal nieuwe gevallen relatief groot in Nederland

Kosten

Preventie & Zorg

Aantal dagopnamen voor huidkanker toegenomen

Het vóórkomen van huidkanker, exclusief basaalcelcarcinoom

Aantal nieuwe gevallen van huidkanker, exclusief basaalcelcarcinoom 2017

LeeftijdMelanoom mannenMelanoom vrouwenOverig mannenOverig vrouwen
0-40,000,010,000,00
5-90,010,000,000,00
10-140,010,010,000,00
15-190,010,030,000,01
20-240,050,080,000,01
25-290,050,160,010,01
30-340,110,250,020,01
35-390,170,300,010,03
40-440,260,420,040,04
45-490,370,590,100,14
50-540,520,580,180,20
55-590,540,570,350,32
60-640,660,640,630,50
65-690,860,681,240,88
70-741,281,032,161,66
75-791,230,963,852,35
80-841,350,835,472,88
85-891,190,678,103,81
90-941,200,689,784,50
95+0,620,428,055,47

Bron: NKR, cijfers gedownload op 6 februari 2018

  • Met 'overige huidkanker' wordt bedoeld: plaveiselcelcarcinoom en zeer zeldzame huidtumoren.
  • De cijfers zijn voorlopig
  • ICD-10-codes C43 (melanoom) en C44 (overige huidkanker)

16.200 nieuwe gevallen van huidkanker in 2017

In 2017 waren er ongeveer 16.200 nieuwe gevallen van huidkanker, exclusief basaalcelcarcinoom. Het betrof 6.700 nieuwe gevallen van melanoom: 3.200 mannen en 3.500 vrouwen (0,4 per 1.000 mannen en 0,4 per 1.000 vrouwen) en 9.400 nieuwe gevallen van plaveiselcelcarcinoom of zeer zeldzame huidtumor: 5.200 mannen en 4.300 vrouwen (0,6 per 1.000 mannen en 0,5 per 1.000 vrouwen). Door afronding tellen de aantallen naar type huidkanker en naar geslacht niet op tot het totaal. Het aantal nieuwe gevallen van huidkanker neemt toe met de leeftijd.

Ongeveer 102.600 personen met huidkanker op 1 januari 2017

Op 1 januari 2017 hadden ongeveer 102.600 mensen huidkanker (melanoom, plaveiselcelcarcinoom en zeer zeldzame huidtumoren) (Bron: NKR, cijfers gedownload op 19 oktober 2018). Het aantal personen met melanoom op die datum was ongeveer 42.500, van wie 18.900 mannen en 23.600 vrouwen (2,2 per 1.000 mannen en 2,7 per 1.000 vrouwen). Het aantal mensen met plaveiselcelcarcinoom of zeer zeldzame huidtumoren op 1 januari 2017 was ongeveer 60.100, van wie 32.400 mannen en 27.800 vrouwen (3,8 per 1.000 mannen en 3,2 per 1.000 vrouwen). Door afronding telt het aantal mannen en vrouwen niet op tot het totaal. Het betreft hier de tienjaarsprevalentie. Dit wil zeggen het aantal mensen dat in de 10 jaar voorafgaand aan de peildatum (1 januari 2017) de diagnose huidkanker heeft gekregen en op de peildatum nog in leven is.

Meer informatie

Aantal nieuwe gevallen van basaalcelcarcinoom

Aantal nieuwe gevallen van basaalcelcarcinoom, 2014

LeeftijdMannenVrouwen
0-40,050,02
5-90,000,00
10-140,000,01
15-190,030,04
20-240,050,06
25-290,100,16
30-340,300,43
35-390,410,79
40-440,941,62
45-491,502,21
50-542,202,74
55-593,003,07
60-643,723,78
65-695,765,64
70-748,287,20
75-799,616,64
80-8410,457,99
85-8910,938,92
90-9410,718,83
95-997,456,06

Bron: IKNL-Zuid, juni 2016
 

Naar schatting 37.700 nieuwe gevallen van basaalcelcarcinoom in 2014

De NKR kent geen landelijke registratie van het basaalcelcarcinoom. Wel registreert het IKNL-Zuid het basaalcelcarcinoom in Noord-Brabant en Noord-Limburg. In 2014 bedroeg het aantal nieuwe gevallen van basaalcelcarcinoom in deze zuidelijke regio 2,2 per 1.000 mannen en 2,4 per 1.000 vrouwen. Extrapolatie van deze cijfers naar de gehele Nederlandse bevolking leidt tot een schatting van 37.700 nieuwe patiënten met basaalcelcarcinoom in 2014, 17.800 mannen en 19.900 vrouwen. Evenals bij de andere vormen van huidkanker, neemt het aantal nieuwe gevallen ook bij basaalcelcarcinoom toe met de leeftijd.

Meer informatie

Prevalentie basaalcelcarcinoom

Op 1 januari 2014 ongeveer 295.000 mensen met basaalcelcarcinoom

Op basis van extrapolatie van het aantal mensen met basaalcelcarcinoom in de zuidelijke regio (Noord-Brabant en Noord-Limburg) naar de gehele Nederlandse bevolking, waren er op 1 januari 2014 naar schatting 293.800 mensen met basaalcelcarcinoom in Nederland, waarvan 139.200 mannen en 154.500 vrouwen (Bron: IKNL-Zuid). Door afronding telt het aantal mannen en vrouwen niet op tot het totaal. Het betreft hier de tienjaarsprevalentie: het aantal personen dat in de loop van de tien jaar voorafgaand aan de peildatum (1 januari 2014) basaalcelcarcinoom heeft gekregen en op de peildatum nog in leven is.

Verantwoording

Definities
  • Wat is huidkanker?

    Huidkanker vaak ingedeeld in melanoom en overige vormen van huidkanker

    Er zijn verschillende typen huidkanker. Deze worden meestal als volgt ingedeeld:

    • melanomen van de huid
    • andere vormen van huidkanker, ook wel non-melanoma huidkanker genoemd. Deze groep huidtumoren is onderverdeeld in het basaalcelcarcinoom, het plaveiselcelcarcinoom en zeer zeldzame tumoren die uitgaan van de talg- of zweetklieren.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over huidkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie (exclusief basaalcelcarcinoom (BCC))

    Nederlandse bevolking 

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR) Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie van basaalcelcarcinoom (BCC)) bevolking Zuid-Nederland (regio Eindhoven)  IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal mensen met huidkanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met huidkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking 

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking 

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor huidkanker

    Nederlandse bevolking 
     

    Kosten van Ziekten database

    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking 

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.