Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Hersenaandoeningen

Overzicht hersenaandoeningen

In onderstaande tabel staan cijfers per cluster van hersenaandoeningen. Per cluster zijn de totale prevalentie, sterfte, ziektelast en kosten weergegeven. In de andere secties worden deze indicatoren verder beschreven en worden voor zover mogelijk ook cijfers naar geslacht en leeftijd gepresenteerd.  

Cluster van hersenaandoeningen*

Prevalentie1

Sterfte2

Ziektelast3

Kosten4

Hersenaandoeningen die in het eerste levensjaar tot uiting komen

100.300

337

63.200

8.021

Niet aangeboren hersenletsel (NAH)

645.900

9.764

252.300

2.677

Chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan

1.337.800

19.400

188.900

6.432

Psychische stoornissen

1.907.700

984

528.000

7.975

Slaapstoornissen

506.200

29

-

-

Totaal

3.826.900

30.514

1.032.400

25.105

* Voor beschrijving van clusters zie definitie
- betekent niet beschikbaar
1 Betreft alle mensen die bekend zijn bij de huisarts voor een hersenaandoening. Bij de berekening van het totaalcijfer zijn personen met meer dan één hersenaandoening slechts één keer geteld (NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, 2016). Er zijn voor prevalentie meerdere bronnen beschikbaar (zie prevalentie).
2 Betreft het aantal sterfgevallen (CBS Doodsoorzakenstatistiek, 2016)
In DALY's (alleen berekend voor 17 hersenaandoeningen die opgenomen zijn in de lijst van VTV-ziekten, 2015)
4 In miljoenen euro's (alleen berekend voor 16 hersenaandoeningen die opgenomen zijn in de Kosten van ziektenstudie, 2015)

Hersenaandoeningen per cluster

Het cluster hersenaandoeningen met de hoogste prevalentie (volgens registraties huisartsen) en de grootste ziektelast is het cluster psychische stoornissen. Dit komt met name door stemmingsstoornissen (waaronder bijvoorbeeld depressie valt) en angststoornissen. De meeste sterfgevallen komen door chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan (zoals dementie). Hoge zorgkosten worden onder andere gemaakt door hersenaandoeningen die in het eerste levensjaar tot uiting komen. Verstandelijke beperking, zoals het syndroom van Down, valt in deze categorie.

Niet alle afzonderlijke hersenaandoeningen worden beschreven op VZinfo, maar over de volgende hersenaandoeningen is meer informatie beschikbaar:

Hersenaandoeningen op VZinfo: 
ADHD
Afhankelijkheid van alcohol
Afhankelijkheid van drugs
Angststoornissen
Dementie
Downsyndroom
Epilepsie
Migraine

Overspannenheid en burn-out
Persoonlijkheidsstoornissen
Posttraumatische stressstoornis
Schizofrenie
Stemmingsstoornissen
Verstandelijke beperking
Ziekte van Parkinson

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  2. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl

Verantwoording

Definities
  • Definitie hersenaandoeningen

    Om vast te stellen hoeveel mensen een hersenaandoening hebben, is het eerst nodig om een definitie van hersenen en hersenaandoening te hebben. Vervolgens kan vastgesteld worden welke afzonderlijke aandoeningen aangemerkt kunnen worden als hersenaandoening.

    Definitie hersenstichting
    De hersenstichting hanteert als definitie van de hersenen: het deel van het centrale zenuwstelsel dat zich in het hoofd en binnen de schedel bevindt. Het afkappunt is de bovenste nekwervel. Ruggenmerg, ogen en de schedel vallen buiten het werkgebied; het gaat om het orgaan binnen de schedel, de hersenen.  Dit is een anatomische beschrijving van het orgaan. Hierbij sluiten wij in dit dossier aan, en vullen aan dat de hersenvliezen, hypofyse en epifyse ook tot de hersenen worden gerekend.

    Geen uniforme definitie voor hersenaandoeningen
    Er is geen uniforme definitie van hersenaandoeningen. Een werkzame definitie is: een stoornis in de motoriek, het denken, het voelen en/of het gedrag (mede) als gevolg van een stoornis in de hersenen. Er zijn veel verschillende hersenziekten, met verschillende kenmerken. Een hersenziekte kan aan de hand van enkele karakteristieken beschreven worden:

    • Snelheid van ontstaan: a) plotseling van de ene op de andere dag; b) langzamerhand; c) plotseling, maar is het gevolg van een langdurig proces (atherosclerose, hypertensie).
    • Lokalisatie van oorzaak: a) primaire oorzaak ligt in de hersenen; b) primaire oorzaak ligt elders in het lichaam (hersenmetastase, infectie).
    • Leeftijd bij ontstaan: a) bij de geboorte al aanwezig; b) kort na de geboorte of op jonge leeftijd ontstaan; c) ontstaat bij jongeren en jong-volwassenen; d) ontstaat op oudere leeftijd.
    • Progressie: a) kortdurend met herstel; b) langdurend maar met (soms) gedeeltelijk of volledig herstel; c) stabiel (evt. wel langdurige gevolgen); d) progressieve verslechtering.
    • Aangeboren: a) niet aangeboren, de aandoening is niet al bij of vlak na de geboorte manifest, maar wordt dat pas later in het leven; b) wel aangeboren, al bij of kort na de geboorte manifest.
    • Erfelijk of verstoring vanuit de omgeving: a) erfelijke aanleg is de enige oorzaak; b) combinatie van erfelijke en omgevingsfactoren; c) vooral een verstoring vanuit de omgeving.
    • Aanwezigheid van de klachten: a) veelal voortdurend; b) langdurig episodisch (opvlammen en weer uitdoven); c) kort episodisch.
    • Ziektemechanisme: bijvoorbeeld verstoring van het immuunsysteem, verstoord evenwicht tussen vrije radicalen en antioxidanten, verminderde aanmaak van groeifactoren, ontregeld stresssysteem, verstoring van het evenwicht tussen neurotransmitters.

      Indeling per cluster
      ​In dit dossier hersenaandoeningen zijn hersenaandoeningen ingedeeld in vijf clusters, waarvan één cluster twee subclusters omvat. Deze indeling is tot stand gekomen in overleg met de Hersenstichting. De indeling is gebaseerd op bestaande indelingen (ICD-10, onderzoek in Canada (Ng et al., 2015) en een indeling die door de Hersenstichting werd gebruikt) en sommige van bovenstaande kenmerken. Vervolgens heeft het RIVM alle codes in relevante classificatiestelsels toegewezen aan een van de clusters of aan de categorie ‘geen hersenaandoening’. Classificatiestelsels die zijn doorgelopen (met vermelding van de gegevensbron waarvoor dat stelsel gebruikt wordt):
       

      Classificatie

      Gegevensbron

      ICPC-1

      NIVEL Zorgregistratie eerste lijn

      ICD-10

      CBS Doodsoorzakenstatistiek

      DBC’s GGZ

      DIS GGZ

      DBC’s Medisch Specialistische Zorg

      DIS Medisch Specialistische Zorg

      Kosten van ziektenlijst

      Kosten van ziekten

      Lijst van VTV-ziekten

      DALY-berekeningen in VTV


      Enkele aandoeningen waarover getwijfeld werd (of het als hersenaandoening aangemerkt moest worden of/of aan welk cluster het moest worden toegewezen), zijn voorgelegd aan de Hersenstichting voor advies. In dit proces zijn soms pragmatische beslissingen genomen. Zo kan dementie zowel onder de psychische stoornissen als onder chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan geschaard worden. Er is voor het laatste gekozen. Soms moest ook aangesloten worden bij de selectie en indeling van gebruikte gegevensbronnen. Zo omvatten de kosten van ziekten studie en de DALY-berekeningen in de VTV een belangrijk deel van de hersenaandoeningen, maar niet alle hersenaandoeningen. Een volledig beeld van de kosten en ziektelast door hersenaandoeningen ontbreekt daarom. Een ander voorbeeld komt uit de registratie van DBC’s. Bij sommige specialismen krijgen dementie, andere cognitieve stoornissen en geheugenproblemen dezelfde DBC-code. Wij hebben personen die een code voor zo’n brede ziektecategorie kregen, toegewezen aan dementie. Dit heeft ongetwijfeld geleid tot enige overschatting van het aantal personen met dementie en een onderschatting van het aantal personen met overige chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan. Aan de andere kant kent de DBC-registratie ziektecategorieën die erg breed zijn en zowel hersenziekten als niet-hersenziekten omvatten. Deze ziektecategorieën hebben we vaak als niet-hersenaandoening geclassificeerd. Voorbeelden zijn specifieke neuro-infecties en overige neuro-oncologie. Datzelfde komt ook voor in de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. ICPC-codes die we als niet-hersenaandoening hebben geclassificeerd, zijn bijv. convulsies/stuipen (inclusief koorts-) en andere infectieziekten van het zenuwstelsel

      In het Excelbestand worden de geselecteerde codes van hersenaandoeningen – naar cluster – weergegeven.

    Indeling hersenaandoeningen naar cluster

    A  Hersenaandoeningen die in het eerste jaar tot uiting komen

     

    1  Genetische syndromen met hersenaandoening

     

    2  Hersenaandoening samenhangend met complicaties tijdens zwangerschap of geboorte

     

    3  Overige aangeboren hersenaandoening

    B Niet-aangeboren hersenletsel (NAH)

     

    B1  Traumatisch hersenletsel

     

    4  Hersenschudding

     

    5  Hersenkneuzing

     

    6  Traumatische hersenbloeding

     

    7  Overig traumatisch hersenletsel

     

    B2  Niet-traumatisch hersenletsel (inwendige oorzaak; acuut)

     

    8  Beroerte / CVA

     

    9  Hersenontsteking

     

    10  Hersenbeschadiging door zuurstoftekort

     

    11  Overige niet aangeboren hersenbeschadiging met bekende, acute oorzaak

    C  Chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan

     

    12  Dementie

     

    13  Bewegingsstoornissen

     

    14  Epilepsie

     

    15  Hoofdpijn stoornissen

     

    16  Hersentumor

     

    17  Aandoeningen voortkomend uit verstoring van de endocriene organen in de hersenen

     

    18  Overige chronische hersenaandoeningen die geleidelijk zijn ontstaan

    D  Psychische stoornissen

     

    19  Neurobiologische ontwikkelingsstoornissen

     

    20  Psychotische stoornissen

     

    21  Stemmingsstoornissen

     

    22  Angststoornissen

     

    23  Middelengerelateerde en verslavingsstoornissen

     

    24  Persoonlijkheidsstoornissen

     

    25  Overige psychische stoornissen

    E Slaapstoornissen

     

    26  Slaapstoornissen met slapeloosheid

     

    27  Slaapstoornissen met verstoord dag-nachtritme

     

    28  Overige slaapstoornissen

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Ng R, Maxwell CJ, Yates EA, Nylen K, Antflick J, Jetté N, et al. Brain Disorders in Ontario: Prevalence, Incidence and Costs from Health Administrative Data. Toronto: Institute for Clinical Evaluative Sciences; 2015. Bron
Bronverantwoording
  • Bronverantwoording algemeen

    Bij de bronnen die gebruikt zijn in dit dossier wordt vaak een link gepresenteerd naar meer informatie over de betreffende bron. Voor onderstaande drie bronnen staat hier nog extra informatie die nodig is om de cijfers beter te kunnen duiden:

    Vektis-bestanden van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
    Voor het schatten van het aantal mensen dat medisch specialistische somatische zorg voor een hersenaandoening ontving in 2015, is gebruik gemaakt van Vektis-bestanden van de NZa. Deze zijn gebaseerd op Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s). DBC’s leveren informatie over de diagnose en behandeling die een patiënt krijgt binnen een vastgestelde periode (CBS, 2013). Hiermee vormen ze de basis voor de declaratie van geleverde zorg bij zorgverzekeraars. De gegevens zijn afkomstig van ziekenhuizen, zelfstandige behandelcentra of een andere (categorale) instelling, waarbij de zorg wordt uitgevoerd door of onder toezicht van een medisch specialist.

    Schattingen zijn gebaseerd op het aantal personen dat in 2015 op enig moment een openstaand zorgtraject had (lopende DBC’s). Het aantal unieke personen is geteld, zowel per diagnose, cluster als voor hersenaandoeningen totaal. Dat betekent dat per diagnose, cluster en hersenaandoeningen totaal, personen slechts eenmaal zijn meegeteld.

    Tweedelijns GGZ
    Voor het schatten van het aantal mensen dat in de GGZ een behandeling voor een hersenaandoening ontving in 2013, is gebruik gemaakt van Diagnose Behandel Combinaties (DBC’s). DBC’s leveren informatie over de diagnose en behandeling die een patiënt krijgt binnen een vastgestelde periode (CBS, 2013). Hiermee vormen ze de basis voor de declaratie van geleverde zorg bij zorgverzekeraars. De gegevens zijn afkomstig van GGZ-instellingen, instellingen voor verslavingszorg, psychiatrische afdelingen van ziekenhuizen en zelfstandige praktijken van psychiaters en psychotherapeuten.

    Hierbij geldt dat patiënten die in 2013 meerdere zorgtrajecten hadden voor dezelfde diagnose, slechts één keer zijn geteld als patiënt met die betreffende diagnose. Dan kan het bijvoorbeeld gaan om patiënten die worden doorverwezen of verhuizen.  

    Patiënten kunnen meerdere diagnosen hebben. Eén diagnose wordt door de zorgverlener aangewezen als belangrijkste (primaire) diagnose, de andere als nevendiagnose. Bij het berekenen van de prevalentie van hersenaandoeningen zijn personen geteld bij wie een hersenaandoening als primaire diagnose was geregistreerd.

    Letsel Informatie Systeem
    In het Letsel Informatie Systeem (LIS) van VeiligheidNL worden patiënten geregistreerd die zich melden op de afdeling Spoedeisende Hulp (SEH) van een selectie van ziekenhuizen in Nederland. Patiënten die binnen een jaar vaker dan één keer behandeld worden op een SEH voor een bepaald letsel, worden even zo vaak geteld. In 2016 namen dertien SEH’s deel aan LIS. Alle dertien SEH’s registreren in LIS gedetailleerde informatie over acute lichamelijke letsels. Op basis van de steekproef van ziekenhuizen is door VeiligheidNL een schatting van het aantal SEH-behandelingen op nationaal niveau gemaakt. De methode van deze extrapolatie is beschreven in een factsheet (VeiligheidNL, 2013).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. VeiligheidNL. Letsel Informatie Systeem; LIS factsheet 2012. VeiligheidNL; 2013. Bron

Andere websites over Hersenaandoeningen