Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Hart- en vaatziektenPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

Sterfte aan hart- en vaatziekten sterk gedaald

Regionaal & Internationaal

Lage sterfte aan hart- en vaatziekten in Nederland

Kosten

Kosten van zorg 11,6 miljard euro

Preventie & Zorg

Ziekenhuisopnamen hart- en vaatziekten gedaald

Aanbod van preventie hart- en vaatziekten

Risicofactoren hart- en vaatziekten

Beïnvloedbare risicofactoren Niet beïnvloedbare factoren

Verhoogde bloeddruk

Leeftijd

Lipidenspectrum

Geslacht

Roken

Familieamnese

Lichamelijke inactiviteit

 

Overgewicht

 
Diabetes Mellitus  

 

Risicotest helpt artsen bij risico-inschatting hart- en vaatziekten

Preventie van hart- en vaatziekten richt zich op het voorkómen, dan wel verminderen van beïnvloedbare risicofactoren. Artsen kunnen deze factoren bij een patiënt met een digitale vragenlijst (Risicotest) in kaart brengen. De arts kan de behandeling afstemmen op het risicoprofiel dat uit de test komt. Met de test wordt niet alleen het risico op het krijgen van hart- en vaatziekten bepaald, maar ook het risico op diabetes en nierschade. Deze ziekten komen vaak samen voor en hebben deels dezelfde oorzaken. De test wordt alleen gebruikt bij personen zonder (een geschiedenis van) één van de ziekten. De wetenschappelijk onderbouwde Risicotest is ontwikkeld door huisartsen, bedrijfsartsen, de Hartstichting, het Diabetes Fonds en de Nierstichting. De test kan ook online worden gedaan, zowel op eigen initiatief als op advies van de huisarts of bedrijfsarts. Blijkt uit de test dat er sprake is van een verhoogd risico, dan volgt het advies naar de huisarts te gaan voor een PreventieConsult.

PreventieConsult omvat twee bezoeken aan de huisartspraktijk

Het PreventieConsult omvat twee bezoeken aan de huisartspraktijk. Bij de eerste afspraak wordt een aantal metingen verricht (zoals bloeddruk, gewicht en buikomtrek) en wordt eventueel de hoeveelheid glucose en cholesterol in het bloed bepaald. Als de uitslagen van het bloedonderzoek bekend zijn, volgt een tweede afspraak bij de huisarts. Daarbij informeert de huisarts de patiënt of hij één van de ziekten heeft of een grote kans heeft deze te krijgen. De huisarts kan vervolgens leefstijladviezen geven om het risico te verlagen. Eventueel volgt een verwijzing naar andere zorgverleners en/of worden medicijnen voorgeschreven, bijvoorbeeld om bloeddruk, bloedsuiker (glucose) of cholesterol te verlagen.

Meer informatie

Datum publicatie

02-07-2018

Effectiviteit van preventie hart- en vaatziekten

Beweegkuur en Minder drinken effectief bij preventie gericht op leefstijl

Bij de preventie van hart- en vaatziekten worden ook leefstijlinterventies ingezet. Daarvan zijn er twee beoordeeld als effectief (of aanwijzingen daarvoor): de Beweegkuur en Minder drinken. De Beweegkuur is een gecombineerde leefstijlinterventie gericht op meer bewegen en gezonde voeding. Deze interventie heeft onder andere een gunstig effect op het beweeg- en voedingsgedrag, gewicht en bloeddruk. De interventie Minder drinken richt zich op probleemdrinkers en vermindert het probleemdrinkgedrag op korte termijn (6 maanden). Alle genoemde effecten verminderen het risico op hart- en vaatziekten.

Gezondheidsraad bundelt effectieve voedingsadviezen

De Gezondheidsraad heeft in 2015 nieuwe richtlijnen goede voeding vastgesteld. Hier zitten onder andere een aantal richtlijnen bij die het risico op coronaire hartziekten en/of beroerte overtuigend verlagen. In grote lijnen komt het er op neer dat het risico verlaagd kan worden door het eten van groenten en fruit, peulvruchten, noten, volkorenproducten en voedingsvezels, vis, groene en zwarte thee, onverzadigde vetzuren (zoals zachte margarines of plantaardige oliën) en minder zout. Het risico op hart- en vaatziekten wordt juist verhoogd door het drinken van ongefilterde koffie of veel alcohol (Gezondheidsraad, 2015).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Gezondheidsraad. Richtlijnen goede voeding 2015. Den Haag: Gezondheidsraad; 2015. Bron

Datum publicatie

02-07-2018

Verantwoording

Definities
  • Hart- en vaatziekten

    Hart- en vaatziekten is een verzamelnaam voor een groot aantal aandoeningen die betrekking hebben op het hart en de bloedvaten. Coronaire hartziekten zijn de meest voorkomende, gevolgd door cerebrovasculaire aandoeningen (beroertes). Zij vormen samen meer dan de helft van het totaal aantal hart- en vaatziekten. Onder de groep ‘overige hartziekten’ vallen ziekten als hartfalen, perifeer vaatlijden en atherosclerose, maar ook aangeboren hartafwijkingen, reumatische hartziekten en infectieuze hartziekten.

Bronverantwoording
  • Hart- en vaatziekten: CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Het betreft hier alleen sterftegevallen met hart- en vaatziekten als onderliggende doodsoorzaak (CBS Doodsoorzakenstatistiek). Voor de sterftestatistieken wordt de ICD-code I00-I99 gebruikt.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Hart- en vaatziekten: landelijke Medische Registratie (LMR)

    De landelijke Medische Registratie (LMR) bevat gegevens over ziekenhuisopnamen. De gebruikte ICD-9-codes voor beroerte zijn: 430 (Subarachnoïdale bloeding), 431-432 (hersenbloeding), 433-434 (herseninfarct), 436-438 (overige en niet-gespecificeerde beroertes) en 435 (TIA en verwante syndromen). Het CBS publiceert LMR-cijfers op CBS-Statline (http://statline.cbs.nl/statweb/). De LMR wordt beheerd door Dutch Hospital Data. Met ingang van 1 januari 2014 is deze registratie vervangen door de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ).

Methoden
  • Berekening totale sterfte en sterfte naar doodsoorzaak per regio

    Voor de berekening van de sterftecijfers op gemeente en GGD-regio niveau is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers). De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2013 t/m 2016).

    Standaardisering

    Door verschillen in bevolkingsopbouw tussen regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een directe standaardisatie uitgevoerd door de sterfte per regio, leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijds- en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking op 1-1-2000. Door gebruik te maken van deze vaste standaardpopulatie wordt het bovendien mogelijk om in de toekomst betrouwbare uitspraken te doen over de ontwikkeling van (doodsoorzaakspecifieke) sterfte, onafhankelijk van veranderingen in de bevolkingssamenstelling. Bij geslachtsspecifieke sterfte (borstkanker en prostaatkanker) is alleen gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    De sterftecijfers worden op twee verschillende manieren in kaart gebracht:

    1. CMF (Comparative Mortality Figure, directe standaardisatie); De kaart toont de verhouding tussen de sterfte in een bepaalde subpopulatie (gemeente of GGD-regio) en de sterfte in de totale populatie (Nederland) gecorrigeerd voor leeftijds- en geslachtsverschillen, gemiddeld over de vier onderzoeksjaren. Als de CMF 100 is, is de sterfte in de subpopulatie gelijk aan die van de standaardpopulatie. Een CMF van bijvoorbeeld 104 wijst erop dat de sterfte in een regio 4% hoger is dan in de standaardpopulatie.
    2. Significantie; Het verschil tussen de gemiddelde kans op een sterfgeval in heel Nederland en de regionale (gestandaardiseerde) kans op een sterfgeval is gedeeld door de verwachte standaardafwijking van het gestandaardiseerde aantal sterfgevallen. Als de regio meer dan 1,96 standaarddeviaties afwijkt van het Nederlands gemiddelde dan betekent dat de regio met 95% zekerheid afwijkt van het Nederlands gemiddelde. Een afwijking van meer dan 2,576 standaarddeviaties geeft een zekerheid van 99% dat de gevonden waarde voor de betreffende regio afwijkt van het Nederlands gemiddelde.