Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Gezonde levensverwachtingCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Mannen hebben hogere gezonde levensverwachting

Regionaal & Internationaal

Gezonde levensverwachting vrouwen onder EU-gemid.

Kosten

Preventie & Zorg

Trend in gezonde levensverwachting

Trend levensverwachting in als goed ervaren gezondheid bij geboorte 1981-2019

JaarMannenVrouwen
198159,962,4
198259,063,1
198359,362,8
198458,861,4
198559,862,9
198660,562,5
198760,563,5
198861,063,6
198960,262,3
199060,661,9
199159,461,9
199260,063,3
199359,961,1
199460,761,4
199560,861,9
199661,861,7
199761,161,2
199861,461,6
199960,960,4
200061,560,9
200161,861,6
200262,061,9
200362,461,6
200462,662,0
200562,561,8
200663,662,9
200764,763,4
200863,763,5
200965,363,8
201063,963,0
201163,763,3
201264,762,6
201364,663,5
201464,964,0
201564,663,2
201664,963,3
201765,063,8
201864,262,7
201964,863,2

Gezonde en ongezonde levensverwachting stijgen voor mannen allebei

De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid (bij geboorte) is voor mannen gestegen van 59,9 in 1981 naar 64,8 jaar in 2019, een stijging van 4,9 jaar. In dezelfde periode steeg de totale levensverwachting van mannen met 7,8 jaar. De levensverwachting in minder goed ervaren gezondheid is daarmee ook gestegen. Enerzijds hebben mannen dus meer jaren in goede gezondheid erbij gekregen, anderzijds kregen zij ook meer jaren in minder goede gezondheid erbij. De boodschap is dus tweeledig: mannen leven steeds langer, maar met zowel meer gezonde als ongezonde jaren.

Gezonde levensverwachting stijgt minder snel bij vrouwen dan bij mannen

De levensverwachting in goed ervaren gezondheid bij geboorte is voor vrouwen gestegen van 62,4 in 1981 naar 63,2 jaar in 2019. Voor vrouwen stijgt de levensverwachting in goed ervaren gezondheid dus minder snel dan voor mannen. Sinds 1999 is de gezonde levensverwachting voor vrouwen dan ook lager dan voor mannen. De totale levensverwachting voor vrouwen is in dezelfde periode gestegen van 79,3 tot 83,6 jaar. Ook hier is de stijging kleiner dan voor mannen (4,2 jaar).

Meer informatie

Datum publicatie

10-02-2021

Trend in gezonde levensverwachting naar geslacht

Procentuele verandering van de (gezonde en ongezonde) levensverwachting over periode 2009-2019

Op basis van lineaire regressie, alleen significante* veranderingen zijn weergegeven
Type levensverwachting

Geboorte

65 jaar

 

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

Levensverwachting (LV)

2,3

1,0

7,5

1,9

         

Gezonde levensverwachting

       

LV in goede ervaren gezondheid (LGEG)

NS

NS

9,9

17,6

LV zonder lichamelijke beperkingen (LZB)

4,1

1,6

11,1

NS

LV zonder chronische ziekten (LZCZ)

NS

NS

NS

NS

LV in goede geestelijke gezondheid (LGGG)

NS

NS

9,3

5,2

         

Ongezonde levensverwachting 

LV in minder goede ervaren gezondheid (LMEG)

10,7

5,0

NS

-15

LV met lichamelijke beperkingen (LMB)

-13,4

NS

NS

NS

LV met chronische ziekten (LMCZ)

9,3

NS

12,4

NS

LV in minder goede geestelijke gezondheid (LMGG)

NS

14,0

NS

-15,5

Bron: CBS StatLine; gegevens bewerkt door RIVM


* Toelichting procentuele verandering: In  deze tabel staan de resultaten van een regressie-analyse over de periode 2009-2019 van de vier onderscheiden gezonde levensverwachtingen. In de tabel presenteren we ook de trend in de vier onderscheiden ongezonde levensverwachtingen. We hebben de analyse gedaan voor de levensverwachting bij geboorte en op 65-jarige leeftijd en maken onderscheid naar geslacht. Als in de tekst gesproken wordt van een stijging dan is dit een significante stijging (p<0,05; NS = niet significant).

Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen gestegen

De gezonde levensverwachting bij geboorte, uitgedrukt in als goed ervaren gezondheid, zonder chronische ziekten, en in goede geestelijke gezondheid is in de periode 2009-2019 voor zowel mannen als vrouwen niet significant gestegen of gedaald. Voor mannen steeg de gezonde levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen significant met 4,1% en voor vrouwen met 1,6%. De levensverwachting in minder goed ervaren gezondheid steeg in de periode 2009-2019 zowel voor mannen als voor vrouwen significant. De levensverwachting met lichamelijke beperkingen en met chronische ziekten steeg alleen voor mannen significant. De levensverwachting in minder goede geestelijke gezondheid steeg alleen voor vrouwen. 

Onder 65-jarigen steeg gezonde levensverwachting

Voor de 65-jarigen zien we een iets ander patroon dan bij de levensverwachting bij geboorte. Over de periode 2009-2019 is de levensverwachting uitgedrukt in als goed ervaren gezondheid significant toegenomen met 9,9% voor mannen en 17,6% voor vrouwen. Ook de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is voor zowel mannen als vrouwen significant toegenomen, met respectievelijk 9,3% en 5,2%. De levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen is alleen voor mannen significant toegenomen. 

Bij mannen leidt chronische ziekte niet automatisch tot meer lichamelijke beperkingen

De levensverwachting bij geboorte met chronische ziekten is voor mannen significant toegenomen in de periode 2009-2019 terwijl de levensverwachting met lichamelijke beperkingen is afgenomen. Dit suggereert dat er geen duidelijke samenhang is tussen het hebben van chronische ziekten en het hebben van beperkingen. Mensen met een ziekte of aandoening kunnen steeds beter met de ziekte leven en voelen zich minder vaak beperkt door de ziekte. Mogelijk is dit het gevolg van:

  • toegenomen gebruik van hulpmiddelen, zoals rollators en hoorhulpmiddelen;
  • operatief ingrijpen, zoals gewrichtsvervangende operaties en staaroperaties;
  • verbeterde vroegdiagnostiek, waardoor ziekten eerder en in mildere vorm opgespoord kunnen worden.

Daarnaast kan het zijn dat mensen tegenwoordig beter in staat zijn hun ziekte of aandoening een plek te geven in hun leven en dat deze hun ervaren beperkingen minder negatief beïnvloedt dan voorheen. Wat ook een rol kan spelen is dat mensen tegenwoordig beter op de hoogte zijn van het feit dat ze een aandoening hebben en er daarom eerder over rapporteren in de Gezondheidsenquête. Voor vrouwen is een dergelijke verandering niet significant.

Datum publicatie

09-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Gezonde levensverwachting geeft beeld van huidige sterftekansen en gezondheidstoestand

    De gezonde levensverwachting is de levensverwachting die mensen kunnen verwachten nog in goede gezondheid door te brengen. De gezonde levensverwachting combineert de huidige sterftekansen en de huidige gezondheidstoestand. De gezonde levensverwachting is het gemiddeld aantal levensjaren dat mensen zouden mogen verwachten in goede gezondheid door te brengen, onder de voorwaarde dat in de toekomst de huidige kansen op sterfte en ´ongezondheid´ op elke leeftijd constant blijven. Deze gezondheidsmaat combineert het aantal te verwachten levensjaren (ofwel de levensverwachting) en ‘de kwaliteit van leven’ in één getal. De gezonde levensverwachting wordt meestal op basis van vier gezondheidsmaten gedefinieerd. Voor ‘de kwaliteit van leven’ wordt gebruik gemaakt van vier gezondheidsindicatoren die elk de basis vormen van een specifiek soort gezonde levensverwachting:

  • Ongezonde levensverwachting: het ongezonde deel van de levensverwachting

    De ongezonde levensverwachting is de levensverwachting die mensen kunnen verwachten in ongezondheid door te brengen. Ook de levensverwachting combineert het aantal te verwachten levensjaren en de kwaliteit van leven in één getal en heeft ook vier varianten. Deze vier varianten zijn vergelijkbaar met de vier varianten van de gezonde levensverwachting, maar het gaat dan niet om het gezonde maar om het ongezonde deel. Het ongezonde deel is dan gedefinieerd als de totale levensverwachting minus de gezonde levensverwachting.

Bronverantwoording
Methoden
  • Methode van Sullivan voor berekening van gezonde levensverwachting

    Centraal bureau voor de statistiek

    Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft een uitgebreide beschrijving van de methode om de gezonde levensverwachting te schatten, gemaakt (Bruggink, 2010). Hieronder een samenvatting van de gebruikte methode.

    Methode van Sullivan

    Voor de berekening van de gezonde levensverwachting hanteren we de methode van Sullivan (Sullivan, 1971). Bij deze methode bereken je per kalenderjaar eerst de totale levensverwachting voor een kunstmatig cohort met behulp van leeftijdsspecifieke sterftecijfers. De levensverwachting voor personen die in een bepaald jaar geboren zijn, is het aantal jaren dat zij kunnen verwachten te leven, onder de voorwaarde dat de leeftijdsspecifieke sterftekansen gelijk blijven. De benodigde bevolkings- en sterftecijfers zijn afkomstig van het CBS en zijn gebaseerd op gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie.

    Vervolgens wordt dit totaal aantal jaren verdeeld in gezonde en ongezonde jaren op basis van de prevalentie van (on)gezondheid per leeftijdsklasse. De gezonde levensverwachting geeft dan aan hoeveel jaar personen kunnen verwachten te leven in gezondheid, onder de voorwaarde dat de prevalentie van (on)gezondheid gelijk blijft. De prevalentiecijfers zijn gebaseerd op de Gezondheidsenquête van het CBS.

    Internationale methode vergelijkbaar

    De internationale methode is voor de berekening van de gezonde levensverwachting vergelijkbaar met de Nederlandse. De enquêtevraag die gebruikt wordt om de prevalenties van gezondheid en ongezondheid te bepalen is echter anders.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bruggink JW. Naar een betere gezonde levensverwachting. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2010. Bron
    2. Sullivan DF. A single index of mortality and morbidity. HSMHA Health Rep. 1971;86(4):347-54. Pubmed
  • Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen (LZB)

    Voor het berekenen van levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen worden gegevens gebruikt over beperkingen in horen, zien en bewegen. Het gaat daarbij om de volgende zeven enquêtevragen:

    1. Kunt u een gesprek volgen in een groep van 3 of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)?
    2. Kunt u met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)?
    3. Zijn uw ogen goed genoeg om de kleine letters in de krant te kunnen lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
    4. Kunt u op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
    5. Kunt u een voorwerp van 5 kilo, bijvoorbeeld een volle boodschappentas, 10 meter dragen?
    6. Kunt u als u staat, bukken en iets van de grond oppakken?
    7. Kunt u 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)?

    Deze vragen kennen de volgende antwoordcategorieën:

    • ja, zonder moeite
    • ja, met enige moeite
    • ja, met grote moeite
    • nee, dat kan ik niet

    Voor de levensverwachting zonder matige en ernstige lichamelijke beperkingen geldt dat respondenten die minimaal 1 vraag antwoorden met 'nee, dat kan ik niet' of 'ja, met grote moeite' worden gezien als lichamelijk beperkt.

    De vragen over beperkingen zijn alleen gesteld aan personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen is aangenomen dat deze beperkingen niet voorkomen bij personen jonger dan 12 jaar.

  • Levensverwachting zonder chronische ziekten (LZCZ)

    Voor het berekenen van levensverwachting zonder chronische ziekten is een aantal ziekten en aandoeningen geselecteerd waarvan bekend is dat ze tot de dood kunnen leiden of dat ze een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van leven. Het gaat om de volgende (clusters van) aandoeningen:

    • Astma, chronische bronchitis
    • Hartafwijking
    • Beroerte
    • Hoge bloeddruk
    • Maag-darmstoornissen
    • Suikerziekte (diabetes mellitus)
    • Rugaandoening
    • Reumatische/gewrichtsaandoeningen
    • Migraine
    • Kanker

    Mensen worden als niet chronisch ziek beschouwd wanneer zij geen van deze ziekten zeggen te hebben of te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. De vragen over chronische ziekten hebben betrekking op personen van 0 jaar of ouder (voor kinderen van 0 tot en met 11 jaar worden de vragen beantwoord door een ouder of verzorger). Uitzonderingen hierop zijn de vragen naar hartaandoeningen en/of hartinfarct, beroerte, hoge bloeddruk en gewrichtsslijtage, die uitsluitend zijn nagevraagd bij personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting zonder chronische ziekten is aangenomen dat deze ziekten niet voorkomen bij personen jonger dan 12 jaar.

  • Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid (LGGG)

    De levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) zal leven in goede geestelijke gezondheid. Als maat voor de geestelijke gezondheid is gebruik gemaakt van de Mental Health Inventory (MHI-5). De MHI-5 meet de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking. De algemene psychische gezondheidstoestand wordt bepaald door de balans tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens. De MHI-5 bevat de volgende vragen:

    1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
    2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
    3. Voelde u zich kalm en rustig?
    4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
    5. Voelde u zich gelukkig?

    Bij deze vragen wordt een referentieperiode van 4 weken gehanteerd. De antwoordmogelijkheden bevatten de categorieën 'voortdurend', 'meestal', 'vaak', 'soms', 'zelden' en 'nooit'. Bij de positief geformuleerde vragen (vraag 3 en 5) zijn voor de categorieën in volgorde de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief geformuleerde vragen (vraag 1, 2 en 4) zijn de waarden in precies de omgekeerde volgorde toegekend. Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 (zeer ongezond) en de maximale somscore 100 (perfect gezond) kan bedragen. Bij een score van 60 of meer is een respondent gekwalificeerd als gezond, en bij een score van minder dan 60 als ongezond.

    De vragen over geestelijke gezondheid zijn alleen gesteld aan personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is aangenomen dat de prevalentie goede geestelijke gezondheid van personen jonger dan 12 jaar gelijk is aan die van de aangrenzende leeftijdscategorie.

    Trends in de tijd zijn getoetst op significantie

    Bij de beschrijving van de trends hebben we op basis van lineaire regressieanalyses getoetst of een verandering in de tijd significant is. Als we bij dit onderwerp spreken van een verandering dan bedoelen we dat die verandering significant is.

    Verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen verschillende sociaaleconomische statusgroepen beschrijven we wel, maar hebben we niet getoetst. Dit geldt zowel voor verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen verschillende sociaaleconomische statusgroepen in het meest recente jaar of periode als verschillen in de trend tussen die groepen over de tijd. We toetsen dus wel of een significante trend is voor mannen en voor vrouwen maar we toetsen niet dat de mannen harder of minder hard veranderen dan de vrouwen.

    Sociaaleconomische status geoperationaliseerd als opleidingsniveau en inkomen

    Sociaaleconomische status kan op verschillende manier geoperationaliseerd worden. Voor cijfers over gezonde levensverwachting naar sociaaleconomische status worden twee varianten gebruikt: het opleidingsniveau en het (gestandaardiseerd besteedbaar huishoudens-) inkomen.

  • Methoden bij internationale verschillen in gezonde levensverwachting

    Europese vragenlijst meet beperkingen en gezonde levensverwachting

    Voor de internationale vergelijking van lichamelijk functioneren en de gezonde levensverwachting is gebruik gemaakt van gegevens over de aan- of afwezigheid van beperkingen uit de jaarlijkse EU-SILC survey (European Statistics on Income and Living Conditions). De EU-SILC wordt sinds 2006 in alle EU-landen afgenomen. In de EU-SILC wordt de aan- of afwezigheid van beperkingen bepaald met de vraag of men zich voor een periode van minimaal de afgelopen zes maanden ernstig, in enige mate of niet beperkt voelde in dagelijkse activiteiten (severly, to some extent of not hampered). Dit is de zogeheten GALI-vraag (General Activity Limitation Indicator).

    Nederlandse cijfers niet direct vergelijkbaar met Europese maat

    Voor internationale vergelijkingen gaat de voorkeur uit naar de GALI-vraag uit de EU-SILC survey, omdat in de EU-SILC gestreefd wordt naar eenvormige methoden van dataverzameling tussen landen. Dat is nodig omdat landen vaak verschillende methoden en verschillende begrippen (concepten) van gezondheid hanteren. In de praktijk blijven er echter, onder andere als gevolg van vertaling, toch verschillen in vraagstelling bestaan (Eurostat, 2014; Eurostat, 2015; Ekholm & Brønnum-Hansen, 2009). De GALI-vraag zit sinds enkele jaren ook in de Gezondheidsenquête, maar wordt niet gebruikt voor de nationale cijfers over gezonde levensverwachting en het hebben van beperkingen. De reden daarvoor is dat de vraagstelling in de GALI iets verschilt van de vraagstelling uit de gezondheidenquête die van oudsher voor de nationale cijfers wordt gebruikt. Daardoor zou gebruik van de GALI tot trendbreuken leiden. Door het verschil in vraagstelling zijn de nationale gegevens over beperkingen en de levensverwachting zonder beperkingen niet direct vergelijkbaar met de gegevens die voor internationale vergelijkingen worden gebruikt.   

    Structurele indicator Healthy Life Years vergelijkt gezonde levensverwachting

    Voor de internationale vergelijking van gezonde levensverwachting is binnen de EU de structurele indicator Healthy Life Years (HLY) ontwikkeld. De HLY meet het gemiddelde aantal jaren dat een persoon op een bepaalde leeftijd nog kan verwachten te leven in goede gezondheid. Deze gezondheidsmaat combineert lengte en kwaliteit van het leven in één getal. Bij de HLY wordt een goede gezondheid gedefinieerd als de afwezigheid van beperkingen bij dagelijkse activiteiten gedurende de afgelopen zes maanden. De EU heeft zich als doel gesteld dat het gemiddeld aantal Healthy Life Years in de EU tussen 2010 en 2020 met 2 jaar stijgt. Omdat er veel verschillende manieren zijn om gezondheid te meten zijn er ook veel verschillende typen ‘gezonde levensverwachting’. Andere vormen van gezonde levensverwachting zijn gebaseerd op ziekte, goede ervaren gezondheid of goede psychische gezondheid. Een voorbeeld van zo’n andere vorm is de Health-Adjusted Life Expectancy (HALE) indicator van de WHO.

    Voor meer info over de HLY zie:

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Ekholm O, Brønnum-Hansen H. Cross-national comparisons of non-harmonized indicators may lead to more confusion than clarification. Scand J Public Health. 2009;37(6):661-3. Pubmed | DOI
  • Regionale vergelijkingen

    De gezonde levensverwachting is op basis van twee gezondheidsmaten in kaart gebracht en hiervoor is de methode van Sullivan gebruikt (zie boven).

    Leeftijdsklassen

    Voor de berekening van levensverwachting in goede ervaren gezondheid is uitgegaan van negen leeftijdsklassen (0-18, 19-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-84 en 85+). 

    Sterftecijfers

    Voor het berekenen van de levensverwachting wordt gebruik gemaakt van regio- en leeftijdsspecifieke sterftecijfers uit het CBS-doodsoorzakenbestand over de periode 2013-2016.

    Gezonde levensverwachting

    Levensverwachting in goede ervaren gezondheid
    Met behulp van data uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM is de prevalentie van ongezondheid verdeeld in gezonde en ongezonde jaren. Voor de levensverwachting in goede ervaren gezondheid is het aantal 'gezonde' jaren bepaald op basis van het percentage personen dat op de vraag naar de ervaren gezondheid de antwoorden 'goed' of 'zeer goed' gaf. 'Ongezond' zijn degenen die 'gaat wel', 'slecht' of 'zeer slecht' antwoordden.

    Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen
    Met behulp van data uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM is de prevalentie van ongezondheid verdeeld in gezonde en ongezonde jaren. Voor de berekening van de levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen zijn gegevens gebruikt over langdurige lichamelijke beperkingen in tien activiteiten op het gebied van horen, zien, mobiliteit en activiteiten van het dagelijks leven (adl). Personen zijn geclassificeerd als 'beperkt' wanneer zij aangaven één of meer van deze activiteiten niet of met veel moeite te kunnen uitvoeren.

  • Monitoring verschillen in (gezonde) levensverwachting naar SES

    Of verschillen in de (gezonde) levensverwachting toe- of afgenomen zijn of gelijk zijn gebleven, is hier nagegaan aan de hand van een gestandaardiseerde meetmethode. Deze meetmethode maakt het mogelijk om de grootte van ses-verschillen in de levensverwachting te volgen over de tijd (monitoren). Voor het monitoren is het belangrijk om steeds dezelfde werkwijze aan te houden. Hiervoor zijn op een aantal punten samen met het CBS en Erasmus MC beslissingen gemaakt. Opleidingsniveau is hier genomen als maat voor de sociaaleconomische status. Het gaat om de levensverwachting op 25 jarige leeftijd. De cijfers zijn zodanig berekend dat ze gevoelig zijn voor zowel de grootte van de verschillen in de levensverwachting tussen sociaaleconomische groepen als de omvang van de sociaaleconomische ongelijkheid in de bevolking.

  • Methodebeschrijving (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau

    In de gehanteerde methodiek wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de berekeningswijze van de ‘gewone’ levensverwachting. Doordat het aantal mensen met alleen lagere school (of basisschool) als opleiding steeds kleiner wordt, zijn de twee laagste opleidingsklassen bij elkaar genomen (CBS, 2017). Er wordt dus onderscheid gemaakt in 3 klassen terwijl dat vroeger 4 opleidingsklassen was. Opleiding wordt deels bepaald aan de hand van de Enquête Beroepsbevolking (EBB), daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van andere opleidingsregistraties. Met name voor jongere generaties is nu vaker bekend welk opleidingsniveau een persoon heeft.

    In 2020 heeft een revisie plaats gevonden van de methodiek voor het berekenen van (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau (CBS, 2020). De belangrijkste wijzigingen in de methode om gezonde levensverwachting naar opleidingsniveau te schatten zijn:

    • Voor sterftekansen wordt niet langer gewerkt met 5-jaarsklassen, maar worden kansen per individuele leeftijd geschat. Dit geldt voor de leeftijden tot en met 89 jaar. Daarboven worden er sterftekansen geschat voor de leeftijdsgroepen van 90 t/m 94 jaar en van 95 jaar of ouder.
    • Bij het bepalen van de gezondheidsprevalenties is een leeftijdscategorie toegevoegd. Waar eerder als bovenste categorie de groep van 80 jaar of ouder werd genomen, worden er nu prevalenties geschat voor de leeftijdsgroepen van 80 t/m 84 jaar en van 85 jaar of ouder.
    • De revisie heeft impact op de schattingen. Vergeleken met de cijfers van voor de revisie is de invloed het grootst bij de hoogopgeleiden. Hun levensverwachting komt op basis van de gereviseerde methode lager uit. Dit effect is het sterkst bij de meest recente cijfers, die over de periode 2015/2018. Omdat de omgang met de gezondheidsprevalenties maar beperkt is gewijzigd zijn de veranderingen in gezonde levensverwachting, ten opzicht van de methode van voor revisie, vooral een doorwerking van de veranderingen bij de berekening van de levensverwachting.

    Meer informatie

Andere websites over Gezonde levensverwachting