Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Gezonde levensverwachtingCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Mannen hebben hogere gezonde levensverwachting

Regionaal & Internationaal

Gezonde levensverwachting vrouwen onder EU-gemid.

Kosten

Preventie & Zorg

Gezonde levensverwachting bij geboorte naar geslacht

Levensverwachting en (on)gezonde levensverwachting 2020

Bij geboorte (in jaren)
  Mannen Vrouwen Totaal
Levensverwachting (LV) 79,7 83,1 81,4
Type gezonde levensverwachting   
LV in als goed ervaren gezondheid (LGEG) 66,4 65,8 66,2
LV zonder matige of ernstige beperkingen (LZB) 72,8 71,8 72,3
LV zonder chronische ziekten (LZCZ) 45,8 41,3 43,6
LV in goede geestelijke gezondheid (LGGG) 73,4 72,5 73,0
Type ongezonde levensverwachting   
LV in als minder goed ervaren gezondheid (LMEG) 13,3 17,3 15,2
LV met matige of ernstige beperkingen (LMB) 6,9 11,3 9,1
LV met chronische ziekten (LMCZ) 33,9 41,8 37,8
LV in minder goede geestelijke gezondheid (LMGG) 6,3 10,6 8,4

Vrouwen hebben lagere gezonde levensverwachting dan mannen

In 2020 was de levensverwachting voor vrouwen 3,4 jaar langer dan voor mannen (83,1 versus 79,7). Maar vrouwen hebben een lagere gezonde levensverwachting dan mannen. Vrouwen leven 0,6 jaar korter in als goed ervaren gezondheid, 1,0 jaar korter zonder matige of ernstige beperkingen, 4,5 jaar korter zonder chronische ziekten en 0,9 jaar korter in goede geestelijke gezondheid. De jaren die vrouwen langer leven dan mannen, leven ze dus niet in goede gezondheid. Voor vrouwen was de ongezonde levensverwachting in 2020 hoger dan voor mannen: uitgedrukt in als minder goed ervaren gezondheid is het verschil 4,0 jaar, met beperkingen 4,4  jaar, met chronische ziekten 7,9 jaar en voor minder goede geestelijke gezondheid 4,3 jaar. 

Vrouwen leven veel meer jaren met chronische ziekten

De levensverwachting zonder chronische ziekten was in 2020 voor mannen 4,5 jaar hoger dan voor vrouwen (45,8 jaar versus 41,3 jaar). De levensverwachting met chronische ziekten was voor vrouwen 7,9 jaar hoger dan voor mannen (41,8 jaar versus 33,9 jaar). Vrouwen brengen dus veel meer jaren met chronische ziekten door dan mannen.

Meer informatie

Datum publicatie

15-10-2021

Gezonde levensverwachting op 65-jarige leeftijd naar geslacht

Levensverwachting en (on)gezonde levensverwachting 2020

Op 65-jarige leeftijd (in jaren)
  Mannen Vrouwen Totaal
Levensverwachting (LV) 18,5 21,2 19,9
Type gezonde levensverwachting
LV in als goed ervaren gezondheid (LGEG) 12,7 13,4 13,1
LV zonder matige of ernstige beperkingen (LZB) 14,3 14,0 14,2
LV zonder chronische ziekten (LZCZ) 3,6 3,7 3,7
LV in goede geestelijke gezondheid (LGGG) 17,2 18,3 17,8
Type ongezonde levensverwachting
LV in als minder goed ervaren gezondheid (LMEG) 5,8 7,8 6,8
LV met matige of ernstige beperkingen (LMB) 4,2 7,2 5,7
LV met chronische ziekten (LMCZ) 14,9 17,5 16,2
LV in minder goede geestelijke gezondheid (LMGG) 1,3 2,9 2,1

 

Gezonde levensverwachting op 65-jarige leeftijd laat wisselend beeld zien

De gezonde levensverwachting op 65-jarige leeftijd in 2020 laat een wisselend beeld zien. Voor de levensverwachting zonder beperkingen (LZB) is de de situatie voor mannen en vrouwen ongeveer gelijk. De levensverwachting zonder beperkingen is hoger voor mannen dan voor vrouwen. De levensverwachting in als goed ervaren gezondheid en in goede geestelijke gezondheid (LGEG en LGGG) is voor vrouwen gunstiger.

Vrouwen leven meer jaren met chronische ziekten

Op 65-jarige leeftijd is de levensverwachting met chronische ziekten voor vrouwen 2,6 jaar hoger dan voor mannen. Het grote verschil bij geboorte van 7,9 jaar tussen mannen en vrouwen in de levensverwachting met chronische ziekten wordt dus voor twee derde veroorzaakt door chronische ziekten vóór de leeftijd van 65 jaar. Dit zou deels veroorzaakt kunnen worden door migraine. Dat is een ziekte die veel voorkomt bij vrouwen en ook veel voorkomt op jongere leeftijd.

Meer informatie

Datum publicatie

20-10-2021

Gezonde levensverwachting bij geboorte naar opleiding

Gezonde levensverwachting bij geboorte naar opleiding 2017-2020

GeslachtType levensverwachtingLaagMiddelbaarHoog
MannenLV7780,382,8
MannenLGEG57,165,271,7
MannenLZB66,674,178,2
MannenLGGG67,97477,3
VrouwenLV81,48485,7
VrouwenLGEG56,164,271,1
VrouwenLZB64,872,777,2
VrouwenLGGG68,273,775,8

Bron: CBS StatLine

  • LV: Levensverwachting
  • LGEG: Levensverwachting in als goed ervaren gezondheid
  • LZB: Levensverwachting zonder beperkingen
  • LGGG: Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid
  • Laag onderwijsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar onderwijsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog onderwijsniveau = hbo of wo
  • (Gezonde) Levensverwachting wordt berekend over een periode van vier jaar. Als gevolg van de sterfte aan COVID-19 is de levensverwachting bij geboorte in 2020 voor zowel mannen als vrouwen lager dan in voorgaande jaren. Het is momenteel niet bekend in welke mate de pandemie invloed heeft gehad op deze uitkomsten naar onderwijsniveau.

Grote opleidingsverschillen in levensverwachting in goed ervaren gezondheid

De verschillen in levensverwachting in als goed ervaren gezondheid (LGEG) en levensverwachting (LV) bij geboorte varieert sterk tussen opleidingsniveaus. Voor de periode 2017-2020 is het verschil tussen hoog- en laagopgeleide mannen in levensverwachting in als goed ervaren gezondheid 14,6 jaar. Hoogopgeleide mannen leven ook gemiddeld 5,8 jaar langer dan laagopgeleide mannen. Voor vrouwen is hetzelfde patroon te zien: hoogopgeleide vrouwen leven 15 jaren langer in als goed ervaren gezondheid en ze leven 4,3 jaar langer dan laagopgeleide vrouwen. De opleidingsverschillen in de levensverwachting in als goed ervaren gezondheid zijn groter dan de opleidingsverschillen in de totale levensverwachting.

Ook grote opleidingsverschillen in levensverwachting zonder beperkingen

Voor de levensverwachting zonder beperkingen en voor de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid zien we ook grote verschillen tussen hoog- en laagopgeleiden, maar wel kleiner dan bij de levensverwachting in als goed ervaren gezondheid. Voor de levensverwachting zonder beperkingen is het verschil tussen laag- en hoogopgeleiden voor mannen 11,6 jaar en voor vrouwen 12,4 jaar. Voor de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is het opleidingsverschil 9,4 jaar (mannen) en 7,6 jaar (vrouwen).

Hoe hoger de opleiding hoe hoger de gezonde levensverwachting

De verschillen in gezonde levensverwachting bestaan niet alleen tussen de hoogste en de laagste opleidingsgroep. Er is een gradueel verband te zien. Naarmate het onderwijsniveau hoger is, is de gezonde levensverwachting hoger. Hoogopgeleiden leven gemiddeld langer en ze leven langer in een betere gezondheidstoestand en korter in een slechtere gezondheidstoestand.

Meer informatie

Gezonde levensverwachting op 65-jarige leeftijd naar opleiding

Gezonde levensverwachting op 65-jarige leeftijd naar opleiding 2017-2020

GeslachtType levensverwachtingLaagMiddelbaarHoog
MannenLV17,619,320,6
MannenLGEG10,412,515,2
MannenLZB12,115,317,1
MannenLGGG15,71819,6
VrouwenLV20,822,123
VrouwenLGEEG11,713,915,9
VrouwenLZB12,114,616,6
VrouwenLGGG17,619,820

Bron: CBS StatLine

  • LV: Levensverwachting
  • LGEG: Levensverwachting in als goed ervaren gezondheid
  • LZB: Levensverwachting zonder beperkingen
  • LGGG: Levensverwachting in goede geestelijk gezondheid
  • Laag onderwijsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar onderwijsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog onderwijsniveau = hbo of wo
  • (Gezonde) Levensverwachting wordt berekend over een periode van vier jaar. Als gevolg van de sterfte aan COVID-19 is de levensverwachting bij geboorte in 2020 voor zowel mannen als vrouwen lager dan in voorgaande jaren. Het is momenteel niet bekend in welke mate de pandemie invloed heeft gehad op deze uitkomsten naar onderwijsniveau.

Ook op hogere leeftijd opleidingsverschillen in gezonde levensverwachting

Ook op de leeftijd van 65 jaar zien we opleidingsverschillen in (gezonde) levensverwachting. Een laagopgeleide 65-jarige man leeft 3 jaar korter dan een hoogopgeleide man van 65 jaar (bij vrouwen is het verschil 2,2 jaar) en het verschil in gezonde levensverwachting is vaak nog groter. Voor de levensverwachting in als goed ervaren gezondheid is het verschil 4,8 jaar voor mannen en 4,2 voor vrouwen. Voor de levensverwachting zonder beperkingen is het verschil voor mannen 5 jaar en 4,5 jaar voor vrouwen. Voor de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is het verschil 3,9 jaar voor mannen en 2,4 voor vrouwen.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Gezonde levensverwachting geeft beeld van huidige sterftekansen en gezondheidstoestand

    De gezonde levensverwachting is de levensverwachting die mensen kunnen verwachten nog in goede gezondheid door te brengen. De gezonde levensverwachting combineert de huidige sterftekansen en de huidige gezondheidstoestand. De gezonde levensverwachting is het gemiddeld aantal levensjaren dat mensen zouden mogen verwachten in goede gezondheid door te brengen, onder de voorwaarde dat in de toekomst de huidige kansen op sterfte en ´ongezondheid´ op elke leeftijd constant blijven. Deze gezondheidsmaat combineert het aantal te verwachten levensjaren (ofwel de levensverwachting) en ‘de kwaliteit van leven’ in één getal. De gezonde levensverwachting wordt meestal op basis van vier gezondheidsmaten gedefinieerd. Voor ‘de kwaliteit van leven’ wordt gebruik gemaakt van vier gezondheidsindicatoren die elk de basis vormen van een specifiek soort gezonde levensverwachting:

  • Ongezonde levensverwachting: het ongezonde deel van de levensverwachting

    De ongezonde levensverwachting is de levensverwachting die mensen kunnen verwachten in ongezondheid door te brengen. Ook de levensverwachting combineert het aantal te verwachten levensjaren en de kwaliteit van leven in één getal en heeft ook vier varianten. Deze vier varianten zijn vergelijkbaar met de vier varianten van de gezonde levensverwachting, maar het gaat dan niet om het gezonde maar om het ongezonde deel. Het ongezonde deel is dan gedefinieerd als de totale levensverwachting minus de gezonde levensverwachting.

Bronverantwoording
Methoden
  • Methode van Sullivan voor berekening van gezonde levensverwachting

    Centraal bureau voor de statistiek

    Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft een uitgebreide beschrijving van de methode om de gezonde levensverwachting te schatten, gemaakt (Bruggink, 2010). Hieronder een samenvatting van de gebruikte methode.

    Methode van Sullivan

    Voor de berekening van de gezonde levensverwachting hanteren we de methode van Sullivan (Sullivan, 1971). Bij deze methode bereken je per kalenderjaar eerst de totale levensverwachting voor een kunstmatig cohort met behulp van leeftijdsspecifieke sterftecijfers. De levensverwachting voor personen die in een bepaald jaar geboren zijn, is het aantal jaren dat zij kunnen verwachten te leven, onder de voorwaarde dat de leeftijdsspecifieke sterftekansen gelijk blijven. De benodigde bevolkings- en sterftecijfers zijn afkomstig van het CBS en zijn gebaseerd op gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie.

    Vervolgens wordt dit totaal aantal jaren verdeeld in gezonde en ongezonde jaren op basis van de prevalentie van (on)gezondheid per leeftijdsklasse. De gezonde levensverwachting geeft dan aan hoeveel jaar personen kunnen verwachten te leven in gezondheid, onder de voorwaarde dat de prevalentie van (on)gezondheid gelijk blijft. De prevalentiecijfers zijn gebaseerd op de Gezondheidsenquête van het CBS.

    Internationale methode vergelijkbaar

    De internationale methode is voor de berekening van de gezonde levensverwachting vergelijkbaar met de Nederlandse. De enquêtevraag die gebruikt wordt om de prevalenties van gezondheid en ongezondheid te bepalen is echter anders.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bruggink JW. Naar een betere gezonde levensverwachting. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2010. Bron
    2. Sullivan DF. A single index of mortality and morbidity. HSMHA Health Rep. 1971;86(4):347-54. Pubmed
  • Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen (LZB)

    Voor het berekenen van levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen worden gegevens gebruikt over beperkingen in horen, zien en bewegen. Het gaat daarbij om de volgende zeven enquêtevragen:

    1. Kunt u een gesprek volgen in een groep van 3 of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)?
    2. Kunt u met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)?
    3. Zijn uw ogen goed genoeg om de kleine letters in de krant te kunnen lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
    4. Kunt u op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
    5. Kunt u een voorwerp van 5 kilo, bijvoorbeeld een volle boodschappentas, 10 meter dragen?
    6. Kunt u als u staat, bukken en iets van de grond oppakken?
    7. Kunt u 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)?

    Deze vragen kennen de volgende antwoordcategorieën:

    • ja, zonder moeite
    • ja, met enige moeite
    • ja, met grote moeite
    • nee, dat kan ik niet

    Voor de levensverwachting zonder matige en ernstige lichamelijke beperkingen geldt dat respondenten die minimaal 1 vraag antwoorden met 'nee, dat kan ik niet' of 'ja, met grote moeite' worden gezien als lichamelijk beperkt.

    De vragen over beperkingen zijn alleen gesteld aan personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen is aangenomen dat deze beperkingen niet voorkomen bij personen jonger dan 12 jaar.

  • Levensverwachting zonder chronische ziekten (LZCZ)

    Voor het berekenen van levensverwachting zonder chronische ziekten is een aantal ziekten en aandoeningen geselecteerd waarvan bekend is dat ze tot de dood kunnen leiden of dat ze een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van leven. Het gaat om de volgende (clusters van) aandoeningen:

    • Astma, chronische bronchitis
    • Hartafwijking
    • Beroerte
    • Hoge bloeddruk
    • Maag-darmstoornissen
    • Suikerziekte (diabetes mellitus)
    • Rugaandoening
    • Reumatische/gewrichtsaandoeningen
    • Migraine
    • Kanker

    Mensen worden als niet chronisch ziek beschouwd wanneer zij geen van deze ziekten zeggen te hebben of te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. De vragen over chronische ziekten hebben betrekking op personen van 0 jaar of ouder (voor kinderen van 0 tot en met 11 jaar worden de vragen beantwoord door een ouder of verzorger). Uitzonderingen hierop zijn de vragen naar hartaandoeningen en/of hartinfarct, beroerte, hoge bloeddruk en gewrichtsslijtage, die uitsluitend zijn nagevraagd bij personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting zonder chronische ziekten is aangenomen dat deze ziekten niet voorkomen bij personen jonger dan 12 jaar.

  • Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid (LGGG)

    De levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) zal leven in goede geestelijke gezondheid. Als maat voor de geestelijke gezondheid is gebruik gemaakt van de Mental Health Inventory (MHI-5). De MHI-5 meet de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking. De algemene psychische gezondheidstoestand wordt bepaald door de balans tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens. De MHI-5 bevat de volgende vragen:

    1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
    2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
    3. Voelde u zich kalm en rustig?
    4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
    5. Voelde u zich gelukkig?

    Bij deze vragen wordt een referentieperiode van 4 weken gehanteerd. De antwoordmogelijkheden bevatten de categorieën 'voortdurend', 'meestal', 'vaak', 'soms', 'zelden' en 'nooit'. Bij de positief geformuleerde vragen (vraag 3 en 5) zijn voor de categorieën in volgorde de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief geformuleerde vragen (vraag 1, 2 en 4) zijn de waarden in precies de omgekeerde volgorde toegekend. Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 (zeer ongezond) en de maximale somscore 100 (perfect gezond) kan bedragen. Bij een score van 60 of meer is een respondent gekwalificeerd als gezond, en bij een score van minder dan 60 als ongezond.

    De vragen over geestelijke gezondheid zijn alleen gesteld aan personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is aangenomen dat de prevalentie goede geestelijke gezondheid van personen jonger dan 12 jaar gelijk is aan die van de aangrenzende leeftijdscategorie.

    Trends in de tijd zijn getoetst op significantie

    Bij de beschrijving van de trends hebben we op basis van lineaire regressieanalyses getoetst of een verandering in de tijd significant is. Als we bij dit onderwerp spreken van een verandering dan bedoelen we dat die verandering significant is.

    Verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen verschillende sociaaleconomische statusgroepen beschrijven we wel, maar hebben we niet getoetst. Dit geldt zowel voor verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen verschillende sociaaleconomische statusgroepen in het meest recente jaar of periode als verschillen in de trend tussen die groepen over de tijd. We toetsen dus wel of een significante trend is voor mannen en voor vrouwen maar we toetsen niet dat de mannen harder of minder hard veranderen dan de vrouwen.

    Sociaaleconomische status geoperationaliseerd als opleidingsniveau en inkomen

    Sociaaleconomische status kan op verschillende manier geoperationaliseerd worden. Voor cijfers over gezonde levensverwachting naar sociaaleconomische status worden twee varianten gebruikt: het opleidingsniveau en het (gestandaardiseerd besteedbaar huishoudens-) inkomen.

  • Methoden bij internationale verschillen in gezonde levensverwachting

    Europese vragenlijst meet beperkingen en gezonde levensverwachting

    Voor de internationale vergelijking van lichamelijk functioneren en de gezonde levensverwachting is gebruik gemaakt van gegevens over de aan- of afwezigheid van beperkingen uit de jaarlijkse EU-SILC survey (European Statistics on Income and Living Conditions). De EU-SILC wordt sinds 2006 in alle EU-landen afgenomen. In de EU-SILC wordt de aan- of afwezigheid van beperkingen bepaald met de vraag of men zich voor een periode van minimaal de afgelopen zes maanden ernstig, in enige mate of niet beperkt voelde in dagelijkse activiteiten (severly, to some extent of not hampered). Dit is de zogeheten GALI-vraag (General Activity Limitation Indicator).

    Nederlandse cijfers niet direct vergelijkbaar met Europese maat

    Voor internationale vergelijkingen gaat de voorkeur uit naar de GALI-vraag uit de EU-SILC survey, omdat in de EU-SILC gestreefd wordt naar eenvormige methoden van dataverzameling tussen landen. Dat is nodig omdat landen vaak verschillende methoden en verschillende begrippen (concepten) van gezondheid hanteren. In de praktijk blijven er echter, onder andere als gevolg van vertaling, toch verschillen in vraagstelling bestaan (Eurostat, 2014; Eurostat, 2015; Ekholm & Brønnum-Hansen, 2009). De GALI-vraag zit sinds enkele jaren ook in de Gezondheidsenquête, maar wordt niet gebruikt voor de nationale cijfers over gezonde levensverwachting en het hebben van beperkingen. De reden daarvoor is dat de vraagstelling in de GALI iets verschilt van de vraagstelling uit de gezondheidenquête die van oudsher voor de nationale cijfers wordt gebruikt. Daardoor zou gebruik van de GALI tot trendbreuken leiden. Door het verschil in vraagstelling zijn de nationale gegevens over beperkingen en de levensverwachting zonder beperkingen niet direct vergelijkbaar met de gegevens die voor internationale vergelijkingen worden gebruikt.   

    Structurele indicator Healthy Life Years vergelijkt gezonde levensverwachting

    Voor de internationale vergelijking van gezonde levensverwachting is binnen de EU de structurele indicator Healthy Life Years (HLY) ontwikkeld. De HLY meet het gemiddelde aantal jaren dat een persoon op een bepaalde leeftijd nog kan verwachten te leven in goede gezondheid. Deze gezondheidsmaat combineert lengte en kwaliteit van het leven in één getal. Bij de HLY wordt een goede gezondheid gedefinieerd als de afwezigheid van beperkingen bij dagelijkse activiteiten gedurende de afgelopen zes maanden. De EU heeft zich als doel gesteld dat het gemiddeld aantal Healthy Life Years in de EU tussen 2010 en 2020 met 2 jaar stijgt. Omdat er veel verschillende manieren zijn om gezondheid te meten zijn er ook veel verschillende typen ‘gezonde levensverwachting’. Andere vormen van gezonde levensverwachting zijn gebaseerd op ziekte, goede ervaren gezondheid of goede psychische gezondheid. Een voorbeeld van zo’n andere vorm is de Health-Adjusted Life Expectancy (HALE) indicator van de WHO.

    Voor meer info over de HLY zie:

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Ekholm O, Brønnum-Hansen H. Cross-national comparisons of non-harmonized indicators may lead to more confusion than clarification. Scand J Public Health. 2009;37(6):661-3. Pubmed | DOI
  • Regionale vergelijkingen

    De gezonde levensverwachting is op basis van twee gezondheidsmaten in kaart gebracht en hiervoor is de methode van Sullivan gebruikt (zie boven).

    Leeftijdsklassen

    Voor de berekening van levensverwachting in goede ervaren gezondheid is uitgegaan van negen leeftijdsklassen (0-18, 19-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-84 en 85+). 

    Sterftecijfers

    Voor het berekenen van de levensverwachting wordt gebruik gemaakt van regio- en leeftijdsspecifieke sterftecijfers uit het CBS-doodsoorzakenbestand over de periode 2013-2016.

    Gezonde levensverwachting

    Levensverwachting in goede ervaren gezondheid
    Met behulp van data uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM is de prevalentie van ongezondheid verdeeld in gezonde en ongezonde jaren. Voor de levensverwachting in goede ervaren gezondheid is het aantal 'gezonde' jaren bepaald op basis van het percentage personen dat op de vraag naar de ervaren gezondheid de antwoorden 'goed' of 'zeer goed' gaf. 'Ongezond' zijn degenen die 'gaat wel', 'slecht' of 'zeer slecht' antwoordden.

    Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen
    Met behulp van data uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 GGD'en, CBS en RIVM is de prevalentie van ongezondheid verdeeld in gezonde en ongezonde jaren. Voor de berekening van de levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen zijn gegevens gebruikt over langdurige lichamelijke beperkingen in tien activiteiten op het gebied van horen, zien, mobiliteit en activiteiten van het dagelijks leven (adl). Personen zijn geclassificeerd als 'beperkt' wanneer zij aangaven één of meer van deze activiteiten niet of met veel moeite te kunnen uitvoeren.

  • Monitoring verschillen in (gezonde) levensverwachting naar SES

    Of verschillen in de (gezonde) levensverwachting toe- of afgenomen zijn of gelijk zijn gebleven, is hier nagegaan aan de hand van een gestandaardiseerde meetmethode. Deze meetmethode maakt het mogelijk om de grootte van ses-verschillen in de levensverwachting te volgen over de tijd (monitoren). Voor het monitoren is het belangrijk om steeds dezelfde werkwijze aan te houden. Hiervoor zijn op een aantal punten samen met het CBS en Erasmus MC beslissingen gemaakt. Opleidingsniveau is hier genomen als maat voor de sociaaleconomische status. Het gaat om de levensverwachting op 25 jarige leeftijd. De cijfers zijn zodanig berekend dat ze gevoelig zijn voor zowel de grootte van de verschillen in de levensverwachting tussen sociaaleconomische groepen als de omvang van de sociaaleconomische ongelijkheid in de bevolking.

  • Methodebeschrijving (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau

    In de gehanteerde methodiek wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de berekeningswijze van de ‘gewone’ levensverwachting. Doordat het aantal mensen met alleen lagere school (of basisschool) als opleiding steeds kleiner wordt, zijn de twee laagste opleidingsklassen bij elkaar genomen (CBS, 2017). Er wordt dus onderscheid gemaakt in 3 klassen terwijl dat vroeger 4 opleidingsklassen was. Opleiding wordt deels bepaald aan de hand van de Enquête Beroepsbevolking (EBB), daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van andere opleidingsregistraties. Met name voor jongere generaties is nu vaker bekend welk opleidingsniveau een persoon heeft.

    In 2020 heeft een revisie plaats gevonden van de methodiek voor het berekenen van (gezonde) levensverwachting naar opleidingsniveau (CBS, 2020). De belangrijkste wijzigingen in de methode om gezonde levensverwachting naar opleidingsniveau te schatten zijn:

    • Voor sterftekansen wordt niet langer gewerkt met 5-jaarsklassen, maar worden kansen per individuele leeftijd geschat. Dit geldt voor de leeftijden tot en met 89 jaar. Daarboven worden er sterftekansen geschat voor de leeftijdsgroepen van 90 t/m 94 jaar en van 95 jaar of ouder.
    • Bij het bepalen van de gezondheidsprevalenties is een leeftijdscategorie toegevoegd. Waar eerder als bovenste categorie de groep van 80 jaar of ouder werd genomen, worden er nu prevalenties geschat voor de leeftijdsgroepen van 80 t/m 84 jaar en van 85 jaar of ouder.
    • De revisie heeft impact op de schattingen. Vergeleken met de cijfers van voor de revisie is de invloed het grootst bij de hoogopgeleiden. Hun levensverwachting komt op basis van de gereviseerde methode lager uit. Dit effect is het sterkst bij de meest recente cijfers, die over de periode 2015/2018. Omdat de omgang met de gezondheidsprevalenties maar beperkt is gewijzigd zijn de veranderingen in gezonde levensverwachting, ten opzicht van de methode van voor revisie, vooral een doorwerking van de veranderingen bij de berekening van de levensverwachting.

    Meer informatie

Andere websites over Gezonde levensverwachting