Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Gezonde levensverwachtingCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Mannen hebben langere gezonde levensverwachting

Regionaal & Internationaal

Zuid-Limburg laagste gezonde levensverwachting

Kosten

Preventie & Zorg

Gezonde levensverwachting naar geslacht

Levensverwachting, gezonde levensverwachting en ongezonde levensverwachting

Levensverwachting in jaren in 2014
Type levensverwachting Bij geboorte Op 65-jarige leeftijd
  Mannen Vrouwen Mannen Vrouwen
Levensverwachting (LV) 79,9 83,3 18,9 21,6
Type gezonde levensverwachting
LV in goede ervaren gezondheid (LGEG) 64,9 64,0 11,5 11,9
LV zonder matige of ernstige beperkingen (LZB) 72,1 69,5 13,6 12,1
LV zonder chronische ziekten (LZCZ) 46,9 40,7 3,9 3,6
LV in goede geestelijke gezondheid (LGGG) 73,6 73,3 17,4 18,6
Type ongezonde levensverwachting
LV in minder goede ervaren gezondheid (LMEG) 15,0 19,3 7,4 9,7
LV met matige of ernstige beperkingen (LMB) 7,8 13,8 5,3 9,5
LV met chronische ziekten LMCZ) 33,0 42,6 15,0 18,0
LV in minder goede geestelijke gezondheid (LMGG) 6,3 10,0 1,5 3,0

Bron: CBS-StatLine

Vrouwen hebben lagere gezonde levensverwachting dan mannen

In 2014 leefden vrouwen 3,4 jaar langer dan mannen. Maar vrouwen hebben een lagere gezonde levensverwachting dan mannen. Vrouwen leven 0,3 jaar korter in goede geestelijke gezondheid en tot 6,2 jaar korter zonder chronische ziekten. De jaren die vrouwen langer leven dan mannen, leven ze dus niet in goede gezondheid. Voor vrouwen was de ongezonde levensverwachting in 2014 hoger dan voor mannen: uitgedrukt in minder goede ervaren gezondheid is het verschil 4,3 jaar, met beperkingen 6,0 jaar en voor minder goede geestelijke gezondheid 3,7 jaar. De ongezonde levensverwachting op 65-jarige leeftijd laat eenzelfde patroon zien. De gezonde levensverwachting op 65-jarige leeftijd laat een wisselend beeld zien. Voor LZB en LZCZ is de de situatie voor mannen gunstiger en voor LGEG en LGGG is de situatie voor vrouwen gunstiger.

Vrouwen leven veel meer jaren met chronische ziekten

De levensverwachting zonder chronische ziekten was in 2014 voor mannen ruim 6,2 jaar hoger dan voor vrouwen (46,9 jaar versus 40,7 jaar). De levensverwachting met chronische ziekten was voor vrouwen 9,6 jaar hoger dan voor mannen (42,6 jaar versus 33,0 jaar). Vrouwen brengen dus veel meer jaren met chronische ziekten door dan mannen. Op 65-jarige leeftijd is de levensverwachting met chronische ziekten voor vrouwen nog 3 jaar hoger dan voor mannen. Het grote verschil bij geboorte van 9,6 jaar tussen mannen en vrouwen in de levensverwachting met chronische ziekten wordt dus voor bijna twee derde deel veroorzaakt door chronische ziekten vóór de leeftijd van 65 jaar. Dit zou deels veroorzaakt kunnen worden door migraine. Dat is een ziekte die veel voorkomt bij vrouwen en ook veel voorkomt op jongere leeftijd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Gezonde levensverwachting geeft beeld van huidige sterftekansen en gezondheidstoestand

    De gezonde levensverwachting is de levensverwachting die mensen kunnen verwachten nog in goede gezondheid door te brengen. De gezonde levensverwachting combineert de huidige sterftekansen en de huidige gezondheidstoestand. De gezonde levensverwachting is het gemiddeld aantal levensjaren dat mensen zouden mogen verwachten in goede gezondheid door te brengen, onder de voorwaarde dat in de toekomst de huidige kansen op sterfte en ´ongezondheid´ op elke leeftijd constant blijven. Deze gezondheidsmaat combineert het aantal te verwachten levensjaren (ofwel de levensverwachting) en ‘de kwaliteit van leven’ in één getal. De gezonde levensverwachting wordt meestal op basis van vier gezondheidsmaten gedefinieerd. Voor ‘de kwaliteit van leven’ wordt gebruik gemaakt van vier gezondheidsindicatoren die elk de basis vormen van een specifiek soort gezonde levensverwachting:

  • Ongezonde levensverwachting: het ongezonde deel van de levensverwachting

    De ongezonde levensverwachting is de levensverwachting die mensen kunnen verwachten in ongezondheid door te brengen. Ook de levensverwachting combineert het aantal te verwachten levensjaren en de kwaliteit van leven in één getal en heeft ook vier varianten. Deze vier varianten zijn vergelijkbaar met de vier varianten van de gezonde levensverwachting, maar het gaat dan niet om het gezonde maar om het ongezonde deel. Het ongezonde deel is dan gedefinieerd als de totale levensverwachting minus de gezonde levensverwachting.

Bronverantwoording
  • Bloeddruk: CBS Gezondheidsenquête

    Het CBS verzamelt zelfgerapporteerde gegevens. Het CBS vraagt deze gegevens jaarlijks na bij een steekproef uit de Nederlandse bevolking (POLS, gezondheid en welzijn). Circa tienduizend Nederlanders van 12 jaar en ouder rapporteren onder meer of zij een hoge bloeddruk hebben en/of bloeddrukverlagende medicijnen gebruiken. Om een representatief beeld te krijgen van deze bevolkingsgroep zijn de resultaten van dit onderzoek herwogen naar de volgende vijf factoren: geslacht, leeftijd, burgerlijke staat en een combinatie van regio en urbanisatiegraad.

    Zie ook Zorggegevens: CBS-Gezondheidsenquête

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. POLS, Permanent Onderzoek Leefsituatie; module Gezondheid en Welzijn. zorggegevens.nl
    2. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl
  • EU-SILC survey

    De internationale cijfers van Eurostat zijn afkomstig van de European Statistics of Income and Living Conditions (EU-SILC) survey. De vraagstelling in de CBS-Gezondheidsenquête en de EU-SILC vragenlijsten is gelijk, maar beide vragenlijsten zijn afgenomen bij een andere steekproef (Gezondheidsenquête: personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens; EU-SILC: personen van 16 jaar en ouder in particuliere huishoudens).

    Bij de EU-SILC survey wordt gestreefd naar eenvormige methoden van dataverzameling tussen landen (Eurostat, 2013). In de praktijk blijven er als gevolg van vertaling toch verschillen in vraagstelling en antwoordcategorieën waardoor verschillen tussen landen in ervaren gezondheid voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd (Eurostat, 2008). Bovendien is zelfrapportage van de gezondheid gevoelig voor verschillen in cultuur. Zo kunnen bijvoorbeeld verschillen in referentiekader leiden tot over- of onderschatting van de gezondheid (Sen, 2002). Ook kunnen antwoordcategorieën in verschillende talen een andere gevoelswaarde hebben.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Eurostat. Eurostat metadata: Health status: indicators from the SILC survey (from 2004 onwards). Last update: 23 October 2013.; 2013. Bron
    2. Eurostat. Eurostat. Note on the harmonisation of SILC and EHIS questions on health. Luxemburg: Eurostat; 2008. Bron
    3. Sen A. Health: perception versus observation. BMJ. 2002;324(7342):860-1. Pubmed
Methoden
  • Methode van Sullivan voor berekening van gezonde levensverwachting

    Centraal bureau voor de statistiek

    Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) heeft een uitgebreide beschrijving van de methode om de gezonde levensverwachting te schatten, gemaakt (Bruggink, 2010). Hieronder een samenvatting van de gebruikte methode.

    Methode van Sullivan

    Voor de berekening van de gezonde levensverwachting hanteren we de methode van Sullivan (Sullivan, 1971). Bij deze methode bereken je per kalenderjaar eerst de totale levensverwachting voor een kunstmatig cohort met behulp van leeftijdsspecifieke sterftecijfers. De levensverwachting voor personen die in een bepaald jaar geboren zijn, is het aantal jaren dat zij kunnen verwachten te leven, onder de voorwaarde dat de leeftijdsspecifieke sterftekansen gelijk blijven. De benodigde bevolkings- en sterftecijfers zijn afkomstig van het CBS en zijn gebaseerd op gegevens uit de Gemeentelijke Basisadministratie.

    Vervolgens wordt dit totaal aantal jaren verdeeld in gezonde en ongezonde jaren op basis van de prevalentie van (on)gezondheid per leeftijdsklasse. De gezonde levensverwachting geeft dan aan hoeveel jaar personen kunnen verwachten te leven in gezondheid, onder de voorwaarde dat de prevalentie van (on)gezondheid gelijk blijft. De prevalentiecijfers zijn gebaseerd op de Gezondheidsenquête van het CBS.

    Internationale methode vergelijkbaar

    De internationale methode is voor de berekening van de gezonde levensverwachting vergelijkbaar met de Nederlandse. De enquêtevraag die gebruikt wordt om de prevalenties van gezondheid en ongezondheid te bepalen is echter anders.

    Voor meer informatie over de internationaal gebruikte methode, zie: Achtergrondgegevens bij internationale verschillen in gezonde levensverwachting uit het Nationaal Kompas Volksgezondheid, versie 2012.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bruggink JW. Naar een betere gezonde levensverwachting. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2010. Bron
    2. Sullivan DF. A single index of mortality and morbidity. HSMHA Health Rep. 1971;86(4):347-54. Pubmed
  • Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen (LZB)

    Voor het berekenen van levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen worden gegevens gebruikt over beperkingen in horen, zien en bewegen. Het gaat daarbij om de volgende zeven enquêtevragen:

    1. Kunt u een gesprek volgen in een groep van 3 of meer personen (zo nodig met hoorapparaat)?
    2. Kunt u met één andere persoon een gesprek voeren (zo nodig met hoorapparaat)?
    3. Zijn uw ogen goed genoeg om de kleine letters in de krant te kunnen lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
    4. Kunt u op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
    5. Kunt u een voorwerp van 5 kilo, bijvoorbeeld een volle boodschappentas, 10 meter dragen?
    6. Kunt u als u staat, bukken en iets van de grond oppakken?
    7. Kunt u 400 meter aan een stuk lopen zonder stil te staan (zo nodig met stok)?

    Deze vragen kennen de volgende antwoordcategorieën:

    • ja, zonder moeite
    • ja, met enige moeite
    • ja, met grote moeite
    • nee, dat kan ik niet

    Voor de levensverwachting zonder matige en ernstige lichamelijke beperkingen geldt dat respondenten die minimaal 1 vraag antwoorden met 'nee, dat kan ik niet' of 'ja, met grote moeite' worden gezien als lichamelijk beperkt.

    De vragen over beperkingen zijn alleen gesteld aan personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen is aangenomen dat deze beperkingen niet voorkomen bij personen jonger dan 12 jaar.

  • Levensverwachting zonder chronische ziekten (LZCZ)

    Voor het berekenen van levensverwachting zonder chronische ziekten is een aantal ziekten en aandoeningen geselecteerd waarvan bekend is dat ze tot de dood kunnen leiden of dat ze een belangrijke invloed hebben op de kwaliteit van leven. Het gaat om de volgende (clusters van) aandoeningen:

    • Astma, chronische bronchitis
    • Hartafwijking
    • Beroerte
    • Hoge bloeddruk
    • Maag-darmstoornissen
    • Suikerziekte (diabetes mellitus)
    • Rugaandoening
    • Reumatische/gewrichtsaandoeningen
    • Migraine
    • Kanker

    Mensen worden als niet chronisch ziek beschouwd wanneer zij geen van deze ziekten zeggen te hebben of te hebben gehad in de afgelopen 12 maanden. De vragen over chronische ziekten hebben betrekking op personen van 0 jaar of ouder (voor kinderen van 0 tot en met 11 jaar worden de vragen beantwoord door een ouder of verzorger). Uitzonderingen hierop zijn de vragen naar hartaandoeningen en/of hartinfarct, beroerte, hoge bloeddruk en gewrichtsslijtage, die uitsluitend zijn nagevraagd bij personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting zonder chronische ziekten is aangenomen dat deze ziekten niet voorkomen bij personen jonger dan 12 jaar.

  • Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid (LGGG)

    De levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is het aantal jaren dat een persoon van een bepaalde leeftijd naar verwachting (nog) zal leven in goede geestelijke gezondheid. Als maat voor de geestelijke gezondheid is gebruik gemaakt van de Mental Health Inventory (MHI-5). De MHI-5 meet de algemene psychische gezondheidstoestand in een bevolking. De algemene psychische gezondheidstoestand wordt bepaald door de balans tussen de mate van positieve en negatieve gevoelens. De MHI-5 bevat de volgende vragen:

    1. Voelde u zich erg zenuwachtig?
    2. Zat u zo erg in de put dat niets u kon opvrolijken?
    3. Voelde u zich kalm en rustig?
    4. Voelde u zich neerslachtig en somber?
    5. Voelde u zich gelukkig?

    Bij deze vragen wordt een referentieperiode van 4 weken gehanteerd. De antwoordmogelijkheden bevatten de categorieën 'voortdurend', 'meestal', 'vaak', 'soms', 'zelden' en 'nooit'. Bij de positief geformuleerde vragen (vraag 3 en 5) zijn voor de categorieën in volgorde de waarden 5, 4, 3, 2, 1, en 0 toegekend. Bij de negatief geformuleerde vragen (vraag 1, 2 en 4) zijn de waarden in precies de omgekeerde volgorde toegekend. Vervolgens zijn per persoon de somscores berekend en zijn deze vermenigvuldigd met 4, zodat de minimale somscore van een persoon 0 (zeer ongezond) en de maximale somscore 100 (perfect gezond) kan bedragen. Bij een score van 60 of meer is een respondent gekwalificeerd als gezond, en bij een score van minder dan 60 als ongezond.

    De vragen over geestelijke gezondheid zijn alleen gesteld aan personen van 12 jaar of ouder. In de berekening van levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is aangenomen dat de prevalentie goede geestelijke gezondheid van personen jonger dan 12 jaar gelijk is aan die van de aangrenzende leeftijdscategorie.

    Trends in de tijd zijn getoetst op significantie

    Bij de beschrijving van de trends hebben we op basis van lineaire regressieanalyses getoetst of een verandering in de tijd significant is. Als we in het Kompas bij een trend spreken van een verandering dan bedoelen we dat die verandering significant is.

    Verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen verschillende sociaaleconomische statusgroepen beschrijven we wel, maar hebben we niet getoetst. Dit geldt dus zowel voor verschillen tussen mannen en vrouwen en tussen verschillende sociaaleconomische statusgroepen in 2012 als verschillen in de trend tussen de groepen over de periode 2002-2012.

    Sociaaleconomische status geoperationaliseerd als opleidingsniveau en inkomen

    Sociaaleconomische status kan op verschillende manier geoperationaliseerd worden. Voor cijfers over gezonde levensverwachting naar sociaaleconomische status worden twee varianten gebruikt: het opleidingsniveau en het (gestandaardiseerd besteedbaar huishoudens-) inkomen.

  • Methoden bij internationale verschillen in gezonde levensverwachting

    Europese vragenlijst meet beperkingen en gezonde levensverwachting

    Voor de internationale vergelijking van lichamelijk functioneren en de gezonde levensverwachting is gebruik gemaakt van gegevens over de aan- of afwezigheid van beperkingen uit de jaarlijkse EU-SILC survey (European Statistics on Income and Living Conditions). De EU-SILC wordt sinds 2006 in alle EU-landen afgenomen. In de EU-SILC wordt de aan- of afwezigheid van beperkingen bepaald met de vraag of men zich voor een periode van minimaal de afgelopen zes maanden ernstig, in enige mate of niet beperkt voelde in dagelijkse activiteiten (severly, to some extent of not hampered). Dit is de zogeheten GALI-vraag (General Activity Limitation Indicator).

    Nederlandse cijfers niet direct vergelijkbaar met Europese maat

    Voor internationale vergelijkingen gaat de voorkeur uit naar de GALI-vraag uit de EU-SILC survey, omdat in de EU-SILC gestreefd wordt naar eenvormige methoden van dataverzameling tussen landen. Dat is nodig omdat landen vaak verschillende methoden en verschillende begrippen (concepten) van gezondheid hanteren. In de praktijk blijven er echter, onder andere als gevolg van vertaling, toch verschillen in vraagstelling bestaan (Eurostat, 2011; Eurostat, 2008; Ekholm & Brønnum-Hansen, 2009). De GALI-vraag zit sinds enkele jaren ook in de Gezondheidsenquête, maar wordt niet gebruikt voor de nationale cijfers over gezonde levensverwachting en het hebben van beperkingen. De reden daarvoor is dat de vraagstelling in de GALI iets verschilt van de vraagstelling uit de gezondheidenquête die van oudsher voor de nationale cijfers wordt gebruikt. Daardoor zou gebruik van de GALI tot trendbreuken leiden. Door het verschil in vraagstelling zijn de nationale gegevens over beperkingen en de levensverwachting zonder beperkingen niet direct vergelijkbaar met de gegevens die voor internationale vergelijkingen worden gebruikt.   

    Structurele indicator Healthy Life Years vergelijkt gezonde levensverwachting

    Voor de internationale vergelijking van gezonde levensverwachting is binnen de EU de structurele indicator Healthy Life Years (HLY) ontwikkeld. De HLY meet het gemiddelde aantal jaren dat een persoon op een bepaalde leeftijd nog kan verwachten te leven in goede gezondheid. Deze gezondheidsmaat combineert lengte en kwaliteit van het leven in één getal. Bij de HLY wordt een goede gezondheid gedefinieerd als de afwezigheid van beperkingen bij dagelijkse activiteiten gedurende de afgelopen zes maanden. De EU heeft zich als doel gesteld dat het gemiddeld aantal Healthy Life Years in de EU tussen 2010 en 2020 met 2 jaar stijgt. Omdat er veel verschillende manieren zijn om gezondheid te meten zijn er ook veel verschillende typen ‘gezonde levensverwachting’. Andere vormen van gezonde levensverwachting zijn gebaseerd op ziekte, goede ervaren gezondheid of goede psychische gezondheid. Een voorbeeld van zo’n andere vorm is de Health-Adjusted Life Expectancy (HALE) indicator van de WHO.

    Voor meer info over de HLY zie:

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Ekholm O, Brønnum-Hansen H. Cross-national comparisons of non-harmonized indicators may lead to more confusion than clarification. Scand J Public Health. 2009;37(6):661-3. Pubmed | DOI
  • Regionale vergelijkingen

    De gezonde levensverwachting bij 19 jaar is op basis van vier gezondheidsmaten in kaart gebracht en hiervoor is de methode van Sullivan gebruikt (zie boven).

    Leeftijdsklassen

    Voor de berekening van levensverwachting in goede ervaren gezondheid is uitgegaan van acht leeftijdsklassen (19-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-84 en 85+). Voor de berekening van de levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen, zonder chronische ziekten en in goede geestelijke gezondheid is uitgegaan van vier leeftijdsklassen (19-39, 40-59, 60-74 en 75-plus).

    Sterftecijfers

    Voor het berekenen van de levensverwachting wordt gebruik gemaakt van regio- en leeftijdsspecifieke sterftecijfers uit het CBS-doodsoorzakenbestand.

    Gezonde levensverwachting

    Levensverwachting in goede ervaren gezondheid
    Met behulp van data uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012, GGD'en, CBS en RIVM is de prevalentie van ongezondheid verdeeld in gezonde en ongezonde jaren. Voor de levensverwachting in goede ervaren gezondheid is het aantal 'gezonde' jaren bepaald op basis van het percentage personen dat op de vraag naar de ervaren gezondheid de antwoorden 'goed' of 'zeer goed' gaf. 'Ongezond' zijn degenen die 'gaat wel', 'slecht' of 'zeer slecht' antwoordden.

    Levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen
    Met behulp van data uit de CBS-Gezondheidsenquête is de prevalentie van ongezondheid verdeeld in gezonde en ongezonde jaren. Voor de berekening van de levensverwachting zonder lichamelijke beperkingen zijn gegevens gebruikt over langdurige lichamelijke beperkingen in tien activiteiten op het gebied van horen, zien, mobiliteit en activiteiten van het dagelijks leven (adl). Personen zijn geclassificeerd als 'beperkt' wanneer zij aangaven één of meer van deze activiteiten niet of met veel moeite te kunnen uitvoeren.

    Levensverwachting zonder chronische ziekten
    Met behulp van data uit de CBS-Gezondheidsenquête is de prevalentie van ongezondheid verdeeld in gezonde en ongezonde jaren. Voor de levensverwachting zonder chronische ziekten ofwel de ziektevrije levensverwachting zijn gegevens gebruikt over het al dan niet voorkomen van hartaandoeningen, kanker, beroerte, diabetes, migraine, hoge bloeddruk, astma/cara, chronische darmstoornissen, chronische rugklachten, gewrichtsslijtage en chronische gewrichtsontstekingen.

    Levensverwachting in goede geestelijke gezondheid
    Met behulp van data uit de CBS-Gezondheidsenquête is de prevalentie van ongezondheid verdeeld in gezonde en ongezonde jaren. Voor de levensverwachting in goede geestelijke gezondheid is gebruik gemaakt van de MHI vragenlijst . Deze bestaat uit vijf vragen over angstgevoelens en somberheid. De score van de MHI-5 loopt uiteen van 0 (zeer ongezond) tot 100 (perfect gezond). Het aantal 'ongezonde' jaren is bepaald op basis van het percentage personen dat 60 of hoger scoorde op deze vragenlijst.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012, GGD'en, CBS en RIVM, Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012. zorggegevens.nl
    2. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl
  • Monitoring verschillen in (gezonde) levensverwachting naar SES

    Of verschillen in de (gezonde) levensverwachting toe- of afgenomen zijn of gelijk zijn gebleven, is hier nagegaan aan de hand van een gestandaardiseerde meetmethode. Deze meetmethode maakt het mogelijk om de grootte van ses-verschillen in de levensverwachting te volgen over de tijd (monitoren). Voor het monitoren is het belangrijk om steeds dezelfde werkwijze aan te houden. Hiervoor zijn op een aantal punten samen met het CBS en Erasmus MC beslissingen gemaakt. Opleidingsniveau is hier genomen als maat voor de sociaaleconomische status. Het gaat om de levensverwachting op 25 jarige leeftijd. De cijfers zijn zodanig berekend dat ze gevoelig zijn voor zowel de grootte van de verschillen in de levensverwachting tussen sociaaleconomische groepen als de omvang van de sociaaleconomische ongelijkheid in de bevolking.

Andere websites over Gezonde levensverwachting