Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

GezichtsstoornissenCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Staar meest voorkomende gezichtsstoornis

Regionaal & Internationaal

Rotterdam-Rijnmond meeste gezichtsbeperkingen

Kosten

Zorguitgaven staar 317 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Deel gezichtsstoornissen is te voorkómen

Prevalentie en nieuwe gevallen gezichtsstoornissen in huisartsenpraktijk

Gezichtsstoornissen naar type in 2018

   

Nieuwe gevallen

Jaarprevalentie

   

Mannen

Vrouwen

Mannen

Vrouwen

Per 1.000 personen

ICPC-code

       

Retinopathie

F83

0,7

0,6

8,8

7,5

Maculadegeneratie

F84

0,7

0,9

6,0

9,4

Staar

F92

10,5

14,7

18,2

25,9

Glaucoom

F93

1,3

1,7

16,0

20,5

Elke graad/vorm 
van blindheid

F94

0,1

0,1

2,1

2,0

Totaal a)

 

 

 

46,8

59,8

Absolute aantallen

ICPC-code

       

Retinopathie

F83

6.200

5.400

75.600

65.100

Maculadegeneratie

F84

6.000

8.100

51.400

81.600

Staar

F92

89.800

127.900

155.900

225.100

Glaucoom

F93

11.100

14.800

136.800

178.100

Elke graad/vorm
van blindheid

F94

1.000

1.020

18.100

17.000

Totaal a)

 

 

 

400.300

519.000

a) Het totaalcijfer betreft het aantal mensen met ten minste één van de bovenstaande gezichtsstoornissen. Personen met meer dan één van de gezichtsstoornissen tellen één keer mee in het totaalcijfer.

919.400 mensen met een gezichtsstoornis in huisartsenregistraties

Het geschatte totale aantal mensen met gezichtsstoornissen was 919.400 in 2018. Het betreft het aantal mensen dat door de huisarts gediagnosticeerd met één of meer van de vier oogaandoeningen staar, glaucoom, maculadegeneratie retinopathie of met blindheid. 

Gezichtsstoornissen vooral op latere leeftijd en bij vrouwen

Gezichtsstoornissen komen vooral na het veertigste levensjaar voor. De prevalentie neemt toe met de leeftijd. In nagenoeg alle leeftijdsgroepen hebben meer vrouwen dan mannen een gezichtsstoornis. Van het totale aantal mensen met een gezichtsstoornis waren er 519.000 vrouwen (59,8 per 1.000) en 400.300 mannen (46,8 per 1.000).

Meer informatie

Datum publicatie

04-09-2019

Prevalentie staar in huisartsenpraktijk naar leeftijd en geslacht

381.000 mensen met staar in huisartsenregistraties

In 2018 waren er naar schatting in totaal 381.000 mensen met staar bekend bij de huisarts (jaarprevalentie). Staar komt vaker voor bij vrouwen (225.100; 25,9 per 1.000) dan bij mannen (155.900; 18,2 per 1.000). Het aantal mensen met staar neemt sterk toe met de leeftijd.
De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in 2018 bekend waren bij de huisarts voor staar. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts voor staar.

Meer informatie over

Datum publicatie

04-09-2019

Nieuwe gevallen staar in huisartsenpraktijk

217.700 nieuwe gevallen van staar in 2018

In 2018 kregen naar schatting 217.700 mensen de diagnose staar, 89.800 mannen (10,5 per 1.000) en 127.900 vrouwen (14,7 per 1.000). Het aantal mensen dat de diagnose staar krijgt, neemt sterk toe met de leeftijd.

Meer informatie

 

 

Datum publicatie

04-06-2019

Prevalentie glaucoom in huisartsenpraktijk naar leeftijd en geslacht

314.900 mensen met glaucoom in huisartsenregistraties

In 2018 waren er naar schatting in totaal 314.900 mensen met glaucoom bekend bij de huisarts (jaarprevalentie), 136.800 mannen (16,0 per 1.000) en 178.100 vrouwen (20,5 per 1.000). De prevalentie neemt toe met de leeftijd.
De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2018 bekend waren bij de huisarts voor glaucoom. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts voor glaucoom.

Meer informatie

Datum publicatie

04-09-2019

Nieuwe gevallen glaucoom in huisartsenpraktijk

25.900 nieuwe gevallen van glaucoom in 2018

In 2018 kregen naar schatting 25.900 mensen de diagnose glaucoom bij de huisarts, 11.100 mannen (1,3 per 1.000) en 14.800 vrouwen (1,7 per 1.000). Het aantal mensen dat de diagnose glaucoom krijgt, neemt toe met de leeftijd.

Meer informatie

Datum publicatie

04-09-2019

Prevalentie maculadegeneratie in huisartsenpraktijk naar leeftijd en geslacht

133.000 mensen met maculadegeneratie in huisartsenregistraties

In 2018 waren er naar schatting in totaal 133.000 mensen met maculadegeneratie bekend bij de huisarts. Maculadegeneratiekomt vaker voor bij vrouwen (81.600; 9,4 per 1.000 vrouwen) dan bij mannen (51.400; 6,0 per 1.000 mannen). Het aantal mensen met maculadegeneratie neemt sterk toe met de leeftijd.
De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in 2018 bekend waren bij de huisarts voor maculadegeneratie. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts voor maculadegeneratie.

Meer informatie

Datum publicatie

04-09-2019

Nieuwe gevallen maculadegeneratie in huisartsenpraktijk

14.200 nieuwe gevallen van maculadegeneratie in 2018

In 2018 kregen naar schatting 14.200 mensen de diagnose maculadegeneratie, 6.000 mannen (0,7 per 1.000) en 8.100 vrouwen (0,9 per 1.000). Het aantal mensen met maculadegeneratie neemt sterk toe met de leeftijd en ontwikkelt zich vooral bij mensen ouder dan vijftig jaar.

Meer informatie

Datum publicatie

04-06-2019

Prevalentie retinopathie in huisartsenpraktijk naar leeftijd en geslacht

140.700 mensen met retinopathie in huisartsenregistraties

In 2018 waren er naar schatting in totaal 140.700 mensen met retinopathie bekend bij de huisarts (jaarprevalentie), 75.600 mannen (8,8 per 1.000) en 65.100 vrouwen (7,5 per 1.000). De prevalentie neemt toe met de leeftijd.
De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2018 bekend waren bij de huisarts voor retinopathie. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts voor retinopathie.

Meer informatie

Datum publicatie

04-09-2019

Nieuwe gevallen retinopathie in huisartsenpraktijk

11.600 nieuwe gevallen van retinopathie in 2018

In 2018 kregen naar schatting 11.600 mensen de diagnose retinopathie, 6.200 (0,7 per 1.000) en 5.400 vrouwen (0,6 per 1.000). Het aantal mensen met retinopathie neemt toe met de leeftijd.

Meer informatie

Datum publicatie

04-09-2019

Prevalentie en nieuwe gevallen blindheid in huisartsenpraktijk

35.100 mensen met blindheid in huisartsenregistraties

In 2018 waren er naar schatting in totaal 35.100 mensen met blindheid (elke graad en vorm) bekend bij de huisarts (jaarprevalentie), 18.100 mannen (2,1 per 1.000) en 17.000 vrouwen (2,0 per 1.000). Het aantal mensen met blindheid neemt toe met de leeftijd.
De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in 2018 bekend waren bij de huisarts voor blindheid. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts voor blindheid.

2.020 nieuwe gevallen van blindheid in 2018

In 2018 kregen naar schatting 2.020 mensen blindheid, 1.000 mannen (0,12 per 1.000) en 1.020 vrouwen (0,12 per 1.000).

Meer informatie

Datum publicatie

04-09-2019

Verantwoording

Definities
  • VZinfo presenteert informatie over vier oogaandoeningen (en blindheid)

    Volksgezondheidenzorg.info presenteert informatie over de volgende oogaandoeningen en blindheid:

    1. Staar, ook wel cataract: vertroebeling van de ooglens die ontstaat door verandering van de eiwitsamenstelling en het watergehalte van de ooglens.
    2. Glaucoom: verlies van zenuwvezels van het netvlies. In ongeveer 70% van de gevallen is er sprake van een verhoogde oogboldruk.
    3. Maculadegeneratie: afbraak van het centrale deel van het netvlies (macula, gele vlek) dat meestal op hogere leeftijd ontstaat.
    4. Retinopathie: schade aan het netvlies, bijvoorbeeld als gevolg van diabetes mellitus (diabetische retinopathie). Er kan ook schade aan het netvlies optreden zonder dat er sprake is van diabetes, bijvoorbeeld als gevolg van hoge bloeddruk.

    De gezichtsstoornissen of oogaandoeningen kunnen leiden tot slechtziendheid en blindheid.

  • Indicatoren lichamelijk functioneren

    In VZinfo onderscheiden we de volgende beperkingen in het uitvoeren van activiteiten: beperkingen in het uitvoeren van activiteiten die te maken hebben met horen, zien, mobiliteit, en activiteiten van het dagelijkse leven (ADL). Deze indicatoren zijn gebaseerd op een OECD-vragenlijst (McWhinnie, 1981). Beperkingen in horen, zien en mobiliteit kunnen ook samen bekeken worden. Beperkingen in activiteiten van het dagelijkse leven (ADL) worden apart beschouwd.

    Tabel: Definities van vier indicatoren voor beperkingen

    Indicator Omschrijving
    Beperkingen in activiteiten met betrekking tot horen  Grote moeite met of niet in staat zijn een gesprek te volgen met één andere persoon; of in een groep van 3 of meer personen (zo nodig met hoorapparaat).
    Beperkingen in activiteiten met betrekking tot zien  Grote moeite met of niet in staat zijn de kleine letters in de krant te lezen; of op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand te herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen).
    Beperkingen in bewegen Grote moeite of niet in staat een voorwerp van 5 kg, bijvoorbeeld een volle boodschappentas, 10 meter te dragen; bukken en iets van de grond te pakken; of 400 meter aan een stuk te lopen zonder stil te staan (zonodig met stok).
    Functioneringsproblemen Grote moeite met minstens één van bovengenoemde beperkingen.
    ADL-beperkingen Grote moeite met of alleen met hulp van anderen in staat zijn te gaan zitten en opstaan uit een stoel; in en uit bed stappen; en de trap op- en aflopen.

    Naast deze vier indicatoren, wordt in VZinfo bij de internationale vergelijkingen een overkoepelende indicator gebruikt: Beperkingen bij dagelijkse activiteiten als gevolg van gezondheidsproblemen. De beperking moet minimaal zes maanden bestaan en is ingedeeld in: 'ernstig beperkt', 'beperkt maar niet ernstig' of 'helemaal niet beperkt'. De indicator is gebaseerd op de Global Activity Limitation Indicator (GALI).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. McWhinnie JR. Disability assessment in population surveys: results of the O.E.C.D. Common Development Effort. Rev Epidemiol Sante Publique. 1981;29(4):413-9. Pubmed
Bronverantwoording
  • Gezichtsbeperkingen: CBS Gezondheidsenquête

    In de CBS-Gezondheidsenquête worden vragen gesteld over welzijn en gezondheid. In de Gezondheidsenquête zijn de volgende twee vragen over gezichtsbeperkingen opgenomen:

    1. Zijn uw ogen goed genoeg om de kleine letters in de krant te kunnen lezen (zo nodig met bril of contactlenzen)?
    2. Kunt u op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen)?

    De antwoordcategorieën waaruit gekozen kan worden, zijn:

    • ja, zonder moeite
    • ja, met enige moeite
    • ja, met grote moeite
    • nee, dat kan ik niet
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over gezichtsstoornissen

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie in VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn  Jaarprevalentie Nederlandse bevolking NZR
    Research Network Family Medicine Maastricht, voorheen RNH-Limburg Jaarprevalentie Nederlandse bevolking Research Network Family Medicine Maastricht (RNFM), voorheen RNH-Limburg
    Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen, GGD'en, CBS en RIVM Gezichtsbeperkingen Nederlandse bevolking vanaf 19 jaar Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen, GGD'en, CBS en RIVM
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor gezichtsstoornissen Nederlandse bevolking Kosten van ziekten
    Landelijke Medische Registratie (LMR) Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met gezichtsstoornissen als hoofdontslagdiagnose Nederlandse bevolking LMR
Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.