Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

GehoorstoornissenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Aantal slechthorenden hangt af van definitie

Regionaal & Internationaal

Meer gehoorbeperkingen in Drenthe

Kosten

Zorguitgaven 1,35 miljard euro in 2017

Preventie & Zorg

Gehoorscreening bij pasgeborenen loont

Trend prevalentie gehoorstoornissen in huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie slechthorendheid 2011-2019

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100254.400236.000
2012111112287.800267.600
2013109111290.100270.300
2014111114303.900281.800
2015118121328.700302.500
2016123127350.000322.300
2017129137376.300351.900
2018133141394.400367.300
2019132139401.100366.000
  • ICPC-code H84-H86
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie slechthorendheid toegenomen

In de periode 2011-2019 is het aantal mensen met slechthorendheid dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) toegenomen. Voor vrouwen was de toename (ongeveer 40%) iets groter dan voor mannen (ongeveer 30%). De trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met slechthorendheid dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 254.400 in 2011 naar 401.100 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 236.000 in 2011 naar 366.000 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Geen duidelijke trend tussen 1991 en 2014

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van slechthorendheid is in de periode 1991-2014 niet duidelijk toe- of afgenomen. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistraties FaMe-net en RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen slechthorendheid 1991-2014 (PDF; 124 KB)).

Meer informatie

Trend zelfgerapporteerde beperking in horen

Percentage personen met beperking in horen 1997-2019

12 jaar en ouder
Jaarmannen gestand.*vrouwen gestand.*totaal gestand.*mannen ongestand.vrouwen ongestand.totaal ongestand.
19973,63,63,62,82,32,5
19983,32,93,12,52,12,3
19993,23,13,12,42,32,4
20003,82,83,33,22,22,7
20014,32,93,63,31,92,6
20023,83,73,72,92,62,8
20033,32,93,12,722,4
20043,52,93,22,82,22,5
20054,42,83,63,72,32,9
20063,13,33,22,62,42,5
20073,53,13,33,12,72,9
20083,82,83,33,52,42,9
20092,93,53,22,732,8
20104,42,43,43,822,9
20113,633,33,32,63
20122,93,43,22,62,82,7
20133,13,43,32,73,12,9
20143,43,33,33,12,93
20153,83,53,73,43,23,3
20163,23,53,433,23,1
20173,23,33,33,13,13,1
20182,83,33,12,632,8
20193,23,33,23,13,13,1
  • * De gegevens zijn gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking van 2019
  • (on)gestand.= (on)gestandaardiseerd

Percentage vrouwen met beperking in horen gelijk gebleven

Het percentage 12-plussers met een beperking in horen is tussen 2001 en 2019 ongeveer gelijk gebleven. Dit geldt ook voor mannen en vrouwen afzonderlijk. 

Gestandaardiseerd versus ongestandaardiseerd

Bij de zichtbare gestandaardiseerde percentages is er rekening gehouden met veranderingen in omvang en leeftijdsverdeling van de bevolking. De gestandaardiseerde percentages kunnen afwijken van de ongestandaardiseerde percentages. De gestandaardiseerde percentages zijn gecorrigeerd naar de omvang en leeftijdsverdeling van een standaardpopulatie. Bij ongestandaardiseerde cijfers is geen rekening gehouden met veranderingen in de bevolking. Deze ongestandaardiseerde cijfers zijn ook in de grafiek opgenomen en kunnen naar wens geselecteerd worden.

Meer informatie

Datum publicatie

18-03-2021

Trend zelfgerapporteerde beperking in horen naar leeftijd

Percentage personen met beperking in horen naar leeftijd 1997-2019

12 jaar en ouder
jaar12-17 gestand.*18-64 gestand.*65+ gestand.*12-17 ongestand.18-64 ongestand.65+ ongestand.
19970,91,9100,91,78,1
19980,41,78,30,51,67,4
19990,61,980,61,77
20000,128,50,11,98,1
200111,710,711,68,6
20020,11,910,70,21,98,5
20030,91,780,81,77
20040,11,69,30,11,68,6
20051,329,51,328,4
20060,71,59,60,71,58,4
20070,22,18,30,12,17,8
20080,71,98,60,728,4
20090,31,88,60,31,98
20100,52,280,52,27,1
20111,32,37,11,32,36,6
20120,71,88,30,71,87,3
20131,62,37,11,62,26,1
20140,728,70,71,97,9
20151,11,810,51,11,89,5
20160,32,28,30,32,27,6
20170,92,27,70,92,27,1
20180,327,50,326,6
20190,927,9127,4
  • * De gegevens zijn gestandaardiseerd naar de Nederlandse bevolking van 2019
  • (on)gestand.= (on)gestandaardiseerd

Afname percentage 65-plussers met beperking in horen

Het percentage 65-plussers met beperking in horen is tussen 2001 en 2019 gedaald. Dit is zowel een significante daling voor de 65-plussers als totale groep als voor mannen en vrouwen afzonderlijk (niet in de figuur).

Gestandaardiseerd versus ongestandaardiseerd

Bij de zichtbare gestandaardiseerde percentages is er rekening gehouden met veranderingen in omvang en leeftijdsverdeling van de bevolking. De gestandaardiseerde percentages kunnen afwijken van de ongestandaardiseerde percentages. De gestandaardiseerde percentages zijn gecorrigeerd naar de omvang en leeftijdsverdeling van een standaardpopulatie. Bij ongestandaardiseerde cijfers is geen rekening gehouden met veranderingen in de bevolking. Deze ongestandaardiseerde cijfers zijn ook in de grafiek opgenomen en kunnen naar wens geselecteerd worden.

Meer informatie

Datum publicatie

18-03-2021

Toekomstige trend gehoorstoornissen door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met gehoorstoornissen door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met gehoorstoornissen (jaarprevalentie) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 43% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 46% voor mannen en 40% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van gehoorstoornissen beïnvloeden.

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Gehoorstoornis: gehoorverlies door afwijking gehoororgaan

    Een gehoorstoornis is gehoorverlies dat optreedt als gevolg van een afwijking van het gehoororgaan. Gehoorverlies is te onderscheiden in oorzaak en ernst. Gehoorverlies kan aangeboren en verworven zijn. Daarnaast kan het permanent zijn of van tijdelijke aard. Doordat het gehoor(orgaan) diverse functies heeft (zoals het detecteren van geluid en het verstaan van spraak) kunnen gehoorstoornissen leiden tot diverse beperkingen.

  • Indeling gehoorverlies op basis van oorzaak

    Gehoorverlies kan worden ingedeeld op basis van de onderliggende oorzaak:

    • gehoorverlies door een geleidingsstoornis: hierbij wordt het geluid niet goed door de gehoorgang en/of het middenoor geleid
    • gehoorverlies door een perceptiestoornis: hierbij ligt de oorzaak van het gehoorverlies in het binnenoor (het slakkenhuis) of in de gehoorzenuw
    • gemengd gehoorverlies: hierbij is sprake van zowel een geleidingsstoornis als van een perceptiestoornis

    Naast geleidings- en perceptief gehoorverlies, kan er sprake zijn van een centraal Auditief Verwerkingsprobleem (AVP). De patiënt heeft dan een duidelijk hoorprobleem, terwijl daar met de standaard audiometrische tests geen aanwijzingen voor zijn.

  • Indicatoren lichamelijk functioneren

    In VZinfo onderscheiden we de volgende beperkingen in het uitvoeren van activiteiten: beperkingen in het uitvoeren van activiteiten die te maken hebben met horen, zien, mobiliteit, en activiteiten van het dagelijkse leven (ADL). Deze indicatoren zijn gebaseerd op een OECD-vragenlijst (McWhinnie, 1981). Beperkingen in horen, zien en mobiliteit kunnen ook samen bekeken worden. Beperkingen in activiteiten van het dagelijkse leven (ADL) worden apart beschouwd.

    Tabel: Definities van vier indicatoren voor beperkingen

    Indicator Omschrijving
    Beperkingen in activiteiten met betrekking tot horen  Grote moeite met of niet in staat zijn een gesprek te volgen met één andere persoon; of in een groep van 3 of meer personen (zo nodig met hoorapparaat).
    Beperkingen in activiteiten met betrekking tot zien  Grote moeite met of niet in staat zijn de kleine letters in de krant te lezen; of op een afstand van 4 meter het gezicht van iemand te herkennen (zo nodig met bril of contactlenzen).
    Beperkingen in bewegen Grote moeite of niet in staat een voorwerp van 5 kg, bijvoorbeeld een volle boodschappentas, 10 meter te dragen; bukken en iets van de grond te pakken; of 400 meter aan een stuk te lopen zonder stil te staan (zonodig met stok).
    Functioneringsproblemen Grote moeite met minstens één van bovengenoemde beperkingen.
    ADL-beperkingen Grote moeite met of alleen met hulp van anderen in staat zijn te gaan zitten en opstaan uit een stoel; in en uit bed stappen; en de trap op- en aflopen.

    Naast deze vier indicatoren, wordt in VZinfo bij de internationale vergelijkingen een overkoepelende indicator gebruikt: Beperkingen bij dagelijkse activiteiten als gevolg van gezondheidsproblemen. De beperking moet minimaal zes maanden bestaan en is ingedeeld in: 'ernstig beperkt', 'beperkt maar niet ernstig' of 'helemaal niet beperkt'. De indicator is gebaseerd op de Global Activity Limitation Indicator (GALI).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. McWhinnie JR. Disability assessment in population surveys: results of the O.E.C.D. Common Development Effort. Rev Epidemiol Sante Publique. 1981;29(4):413-9. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over gehoorstoornissen

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie in VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn  Jaarprevalentie Nederlandse bevolking NZR
    Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen, GGD'en, CBS en RIVM Beperkingen in horen Nederlandse bevolking vanaf 19 jaar Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen, GGD'en, CBS en RIVM
    CBS-POLS, gezondheid en welzijn Beperkingen in horen Nederlandse bevolking vanaf 12 jaar POLS, gezondheid en welzijn
    CBS-Gezondheidsenquête Beperkingen in horen Nederlandse bevolking vanaf 12 jaar Gezondheidsenquête
    Neonatale gehoorscreening door de Jeugdgezondheidszorg Aantal pasgeborenen met gehoorverlies Pasgeborenen (exclusief pasgeborenen opgenomen op Neonatale Intensive Care Units) Neonatale gehoorscreening door de Jeugdgezondheidszorg
    Neonatale gehoorscreening in de Neonatale Intensive Care Units Aantal pasgeborenen  Pasgeborenen opgenomen op Neonatale Intensive Care Units NICU neonatale gehoorscreeningAABR Neonatale gehoorscreening in de NICU's
    Nederlands Centrum voor Beroepsziekten: Peilstation Intensief Melden (PIM) Werkgerelateerde gehoorstoornissen Werknemers NCVB: Peilstation Intensief Melden
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor gehoorstoornissen Nederlandse bevolking Kosten van ziekten

     

  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 en Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 en 2019 zijn uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In 2015 hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor. In 2019 waren dit 171.192 leerlingen en 707 scholen.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier en hier en voor Gezondheidsmonitors Jeugd vindt u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015, Gezondheidsmonitor Jeugd 2019. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.