Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

GebitsafwijkingenRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

Kinderen met hoge SES vaker gaaf gebit

Regionaal & Internationaal

Tandarts vaakst bezocht in regio Hollands Noorden

Kosten

Kosten van zorg 3,7 miljard euro in 2015

Preventie & Zorg

Systematisch fluoridegebruik centraal bij zelfzorg

Contact met tandarts per GGD-regio

Jaarlijks contact met tandarts 2014-2016

Per GGD-regio, totale bevolking
Jaarlijks contact met tandarts 2014-2016
Jaarlijks contact met tandarts 2014-2016
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht)Significantie (gecorrigeerd percentage)
GGD Amsterdam77,0Wijkt niet significant af77,3Wijkt niet significant af
GGD Brabant-Zuidoost80,7Wijkt niet significant af80,7Wijkt niet significant af
GGD Drenthe76,3Wijkt niet significant af77,1Wijkt niet significant af
GGD Flevoland79,3Wijkt niet significant af77,3Wijkt niet significant af
GGD Fryslân76,6Wijkt niet significant af77,6Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Midden78,9Wijkt niet significant af78,8Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Zuid80,4Wijkt niet significant af79,3Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek78,8Wijkt niet significant af77,1Wijkt niet significant af
GGD Groningen76,2Wijkt niet significant af76,1Onder (95% zeker)
GGD Haaglanden77,3Wijkt niet significant af77,6Wijkt niet significant af
GGD Hart voor Brabant80,8Boven (95% zeker)80,9Boven (95% zeker)
GGD Hollands Midden81,5Boven (95% zeker)81,0Boven (95% zeker)
GGD Hollands Noorden82,9Boven (99% zeker)83,3Boven (99% zeker)
GGD IJsselland78,1Wijkt niet significant af76,9Wijkt niet significant af
GGD Kennemerland80,7Wijkt niet significant af81,7Boven (95% zeker)
GGD Limburg-Noord76,9Wijkt niet significant af77,1Wijkt niet significant af
GGD Noord- en Oost-Gelderland79,3Wijkt niet significant af79,9Wijkt niet significant af
GGD regio Utrecht80,7Boven (95% zeker)80,3Wijkt niet significant af
GGD Rotterdam-Rijnmond75,1Onder (99% zeker)74,7Onder (99% zeker)
GGD Twente80,9Wijkt niet significant af81,5Boven (95% zeker)
GGD West-Brabant76,9Wijkt niet significant af76,2Onder (95% zeker)
GGD Zaanstreek-Waterland79,3Wijkt niet significant af77,8Wijkt niet significant af
GGD Zeeland76,6Wijkt niet significant af76,1Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Holland Zuid80,4Wijkt niet significant af80,5Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Limburg78,7Wijkt niet significant af79,0Wijkt niet significant af
View all detail data

Tandarts minst vaak bezocht in regio Rotterdam-Rijnmond

In de regio Rotterdam-Rijnmond gaan inwoners in de periode 2014-2016 het minst vaak naar de tandarts (75,1%). In de regio's Hollands Noorden, Hollands Midden, Utrecht en Hart voor Branbant gaat een significant hoger percentage van de bevolking (meer dan 80,7%) minstens één keer per jaar naar de tandarts. Gemiddeld heeft 78,8% van alle inwoners van Nederland minstens één keer per jaar contact met de tandarts.

Vergelijk met andere kaart

  • Een kaart met significantieniveaus geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.
  • Tandartsendichtheid per NMT-regio

Meer informatie

Contact met mondhygiënist per GGD-regio

Jaarlijks contact met mondhygiënist 2014-2016

Per GGD-regio, totale bevolking
Jaarlijks contact met mondhygiënist 2014-2016
Jaarlijks contact met mondhygiënist 2014-2016
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht)Significantie (gecorrigeerd percentage)
GGD Amsterdam39,3Boven (99% zeker)34,6Boven (99% zeker)
GGD Brabant-Zuidoost22,4Onder (99% zeker)19,5Onder (99% zeker)
GGD Drenthe28,7Wijkt niet significant af25,7Onder (99% zeker)
GGD Flevoland28,3Wijkt niet significant af25,4Onder (99% zeker)
GGD Fryslân26,4Onder (99% zeker)23,0Onder (99% zeker)
GGD Gelderland-Midden32,2Wijkt niet significant af27,6Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Zuid35,0Boven (99% zeker)30,5Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek42,5Boven (99% zeker)36,7Boven (99% zeker)
GGD Groningen23,4Onder (99% zeker)21,0Onder (99% zeker)
GGD Haaglanden33,4Boven (99% zeker)28,7Wijkt niet significant af
GGD Hart voor Brabant26,1Onder (99% zeker)22,6Onder (99% zeker)
GGD Hollands Midden29,0Wijkt niet significant af25,1Onder (99% zeker)
GGD Hollands Noorden35,1Boven (99% zeker)30,3Wijkt niet significant af
GGD IJsselland30,7Wijkt niet significant af27,4Wijkt niet significant af
GGD Kennemerland31,6Wijkt niet significant af27,5Wijkt niet significant af
GGD Limburg-Noord25,5Onder (99% zeker)22,0Onder (99% zeker)
GGD Noord- en Oost-Gelderland34,4Boven (99% zeker)29,8Wijkt niet significant af
GGD regio Utrecht38,3Boven (99% zeker)33,2Boven (99% zeker)
GGD Rotterdam-Rijnmond24,6Onder (99% zeker)21,4Onder (99% zeker)
GGD Twente25,9Onder (99% zeker)23,5Onder (99% zeker)
GGD West-Brabant29,3Wijkt niet significant af25,1Onder (99% zeker)
GGD Zaanstreek-Waterland38,9Boven (99% zeker)34,0Wijkt niet significant af
GGD Zeeland19,5Onder (99% zeker)16,1Onder (99% zeker)
GGD Zuid-Holland Zuid27,8Wijkt niet significant af24,3Onder (99% zeker)
GGD Zuid-Limburg20,8Onder (99% zeker)17,5Onder (99% zeker)
View all detail data

Meeste bezoekers mondhygiënist in Gooi- en Vechtstreek

In de regio Gooi- en Vechtstreek gaan de meeste inwoners in de periode 2014-2016 naar de mondhygiënist (42,5%). In de regio Zeeland gaat het laagste percentage inwoners (19,5%) naar de mondhygiënist. Gemiddeld heeft 30% van alle inwoners van Nederland minstens één keer per jaar contact met de mondhygiënist.

Vergelijk met andere kaart

  • Een kaart met significantieniveaus geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Gebitsafwijkingen

    ‘Gebitsafwijkingen’ is de verzamelnaam voor aandoeningen in de mond, aan de tanden, tandvlees of het steunweefsel rond tanden en kiezen. De drie meest voorkomende gebitsafwijkingen zijn:

    • cariës (tandbederf, ICD-10-code K02)
    • erosieve gebitsslijtage (ICD-10-code K03.2)
    • arodontale afwijkingen (gingivitis en parodontitis; ICD-10-code K05). 

    Deze gebitsafwijkingen kunnen uiteindelijk resulteren in tandeloosheid.

  • Cariëservaring

    Cariëservaring is een maat voor de ernst van tandbederf. Het is de som van het aantal onbehandelde en behandelde cariëslaesies (al dan niet gevuld of getrokken). Er zijn verschillende indices om deze 'cariëservaring' in uit te drukken.

    • indices voor het melkgebit, deze worden in kleine letters uitgedrukt: dmfs- en dmft-index
    • indices voor het blijvend gebit, deze worden in hoofdletters uitgedrukt: DMFS- en DMFT-index

    Cariëslaesies kan men tellen per tandvlak (‘surface’) of per aangedaan gebitselement (‘tooth’). Vlakken of elementen met een caviteit (‘decayed’) worden afzonderlijk geteld, evenals gevulde vlakken of elementen (‘filled’) en vlakken of elementen die verloren gingen door cariës (‘missing’). Het aantal afzonderlijke cariëslaesies wordt opgeteld en voor alle tandvlakken samen uitgedrukt als de DMFS-index en voor alle gebitselementen samen als de DMFT-index. Ongevulde cariëslaesies die zich tot het glazuur beperken worden daarbij meestal buiten beschouwing gelaten.

  • Gingivitis en parodontitis

    Parodontale afwijkingen zijn te verdelen in:

    • gingivitis: ontsteking van het tandvlees
    • parodontitis: ontsteking van het steunweefsel rond de tanden en kiezen

    Gingivitis is het voorstadium van parodontitis. Deze aandoeningen worden, net als cariës, door bacteriën in de tandplaque veroorzaakt. Parodontitis gaat gepaard met terugtrekkend tandvlees en verlies van collageenvezels (bindweefsel) in het wortelvlies. Tanden en kiezen hechten via het wortelvlies aan het bot. Bij voortschrijdende aantasting van het wortelvlies wordt de spleet tussen de tand en het tandvlees (de 'pocket') dieper. Daardoor neemt de hechting van de wortels af en kan het gebitselement op den duur los gaan staan.

  • Fluoride

    Fluoride is een natuurlijke stof die mineralisatie van tandglazuur bevordert, en daardoor de tanden en kiezen minder kwetsbaar maakt voor de inwerking van zuren. Bij een pH (zuurgraad) boven de 5,5 bevordert fluoride re-mineralisatie bij geringe aantasting van tandglazuur. Het poetsen met fluoridehoudende tandpasta en de eventuele toepassing van fluoridelak voorkomt gaatjes in tanden en kiezen (Walsh et al., 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Walsh T, Worthington HV, Glenny A-M, Appleby P, Marinho VCC, Shi X. Fluoride toothpastes of different concentrations for preventing dental caries in children and adolescents. London: Cochrane Library; 2010. Bron
Bronverantwoording
  • Kies voor tanden

    Incidentiecijfers van cariës, gingivitis en parodontitis zijn voor Nederland niet bekend. De prevalentiecijfers zijn op basis van random steekproeven voor een aantal locaties en verschillende groepen in Nederland wel bekend en afkomstig uit de 'Kies voor Tanden'- en TJZ-onderzoeken van TNO.

    In 1987, 1990, 1993, 1996, 1999, 2003, 2005, 2009, 2011 en 2014 onderzocht TNO in opdracht van het CVZ (nu Zorginstituut Nederland) de mondgezondheid van kinderen en jongvolwassenen en het gedrag en de opvattingen die daarop van invloed zijn. Het onderzoek is uitgevoerd in Alphen aan den Rijn, Gouda, Breda en ’s-Hertogenbosch. Hier wordt gebruik gemaakt van de onderzoeken uit 2005 en 2011 en de tussenmeting van 2014. In 2005 en 2011 werden gegevens verzameld over de mondgezondheid van 5-, 7-, 11-, 17- en 23-jarigen via vragenlijsten. Daarnaast kregen de kinderen een mondonderzoek uitgevoerd door gekwalificeerde tandartsen. We gebruiken hier voornamelijk de gegevens van de 5- en 11-jarigen. In 2014 betrof de onderzoekspopulatie 8-, 14- en 20-jarigen (Schuller et al., 2015).

    In 2005 werden 386 5-jarigen klinisch onderzocht. Van 228 van deze kinderen was de sociaaleconomische status bekend. 71% van hen behoorde tot de lage SES-groep. In 2011 werden 488 kinderen onderzocht, van 295 van deze kinderen was de sociaaleconomische status bekend. Van hen behoorde 40% tot de lage SES-groep. Er was geen statistisch significant verschil in de decimale leeftijd tussen de onderzochte kinderen in 2005 en 2011. De decimale leeftijd was in beide jaren 5,1 (in 2005 sd=0,3; in 2011 sd=0,4). Ondanks de gelijke leeftijd hadden de kinderen in 2005 gemiddeld 0,4 elementen meer gewisseld (Schuller et al., 2013). 

    Om de mondgezondheid te beschrijven, zijn twee uitkomstmaten van cariës gebruikt (Schuller et al., 2013):

    • het percentage respondenten met een gaaf gebit, en
    • de hoeveelheid cariëservaring van respondenten die geen gaaf gebit hebben (dmfs> 0 en DMFS> 0)

    Om te corrigeren voor mogelijk selectieve uitval werd gecorrigeerd met behulp van multipele imputatietechnieken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Fully Conditional Specification methode (van Buuren et al., 2006) zoals die in SPSS 20 is geïmplementeerd. Multipele imputaties voor continue variabelen werden berekend met 'predictive mean matching', voor categorische variabelen werd logistische en polytome regressie gebruikt. Voor het overige werden de 'defaultwaarden' aangehouden (vijf imputaties, tien iteraties). Voor de 5- en 11-jarigen bestond het imputatiemodel uit:

    het opleidingsniveau van de moeder volgens de indeling van het CBS, de etniciteit moeder, de geaggregeerde opleidingsscore per postcodegebied (gebruikmakend van opleidingsniveau moeder volgens indeling CBS), de dmfs (5-jarigen) of DMFS (11-jarigen).

    Omdat dmfs en DMFS afhankelijk zijn van sociaaleconomische status (SES), is het bij het maken van een puntschatting voor een leeftijdsgroep in de Nederlandse bevolking van belang om de verdeling van de economische status in deze leeftijdsgroep in acht te nemen. Als indicator voor SES werd bij 5-, 8-, en 11-jarigen het opleidingsniveau van de moeder gebruikt en bij 14-, 17-, 20-, 21- en 23-jarigen het eigen opleidingsniveau. Een hoog opleidingsniveau werd gedefinieerd als het volgen of afgerond hebben van HAVO, VWO of Gymnasium, HBS, HBO of Universiteit. Het volgen of afgerond hebben van overig onderwijs werd als laag geclassificeerd (Schuller et al., 2013; Schuller et al., 2015). 

    Tabel: Bronnen bij de cijfers over gebitsafwijkingen

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie Meer informatie
    Kies voor Tanden Aantal kinderen/jongeren met gaaf (melk)gebit en met cariëservaring  5 – 20-jarigen TNO Kies voor Tanden
    CBS StatLine Aantal mensen met volledige gebitsprothese Nederlandse bevolking  Gebruik medische voorzieningen  

    CBS-Gezondheidsenquête

    Aantal mensen dat in bepaalde periode de tandarts (per GGD regio), mondhygiënist of orthodontist  bezocht 

     

    Nederlandse bevolking  CBS-Gezondheidsenquête

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schuller A, Vermaire E, van Kempen I, van Houtem C, van Dommelen P, Hofstetter H, et al. Kies voor Tanden. Een onderzoek naar mondgezondheid en tandheelkundig preventief gedrag van jeugdigen. Tussenmeting 2014, een vervolg op de reeks TJZ- en KvT-onderzoeken. Leiden: TNO; 2015. Bron
    2. Schuller AA, van Kempen I, Poorterman JHG, Verrips GHW. Kies voor Tanden. Leiden: TNO; 2013. Bron
    3. van Buuren S, Brands JPL, Groothuis-Oudshoorn CGM, Rubin DB. Fully conditional specification in multivariate imputation. J Stat Comput Simul. 2006;76(12):1049-1064. Bron