Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

GebitsafwijkingenKostenKosten

Cijfers & Context

Kinderen met hoge SES vaker gaaf gebit

Regionaal & Internationaal

Tandarts vaakst bezocht in regio Hollands Noorden

Kosten

Kosten van zorg 3,7 miljard euro in 2015

Preventie & Zorg

Systematisch fluoridegebruik centraal bij zelfzorg

Kosten van zorg voor gebitsafwijkingen

Kosten van zorg voor gebitsafwijkingen naar sector 2015

ZorgsectorMannenVrouwen
Eerstelijnszorg1671,21833,4
Ziekenhuiszorg49,052,0
Beheer23,324,3
Overige zorgaanbieders10,74,0
Genees- en hulpmiddelen1,62,1
Overig0,20,2
  • Cijfers zijn voorlopig
  • ICD10 code: K02, K03.2, K04-K05, K08.1 (Gebitsafwijkingen inclusief tandeloosheid)

Ongeveer 3,7 miljard euro naar mondzorg

In 2015 bedroegen de kosten voor gebitsafwijkingen 3,7 miljard euro. Dit komt overeen met 62% van de totale kosten van ziekten van het spijsverteringsstelsel en 4,3% van de totale kosten van de gezondheidszorg in Nederland in dat jaar. Hiermee staan gebitsafwijkingen in de top drie van de aandoeningen met de hoogste zorgkosten en werd in 2015 meer geld uitgegeven aan gebitsafwijkingen dan aan aandoeningen zoals beroerte, coronaire hartziekten en diabetes. De hoge kosten van gebitsafwijkingen zijn te verklaren door het grote aantal behandelingen.

Grootste deel kosten voor gebitsafwijkingen gemaakt in eerstelijnszorg

De kosten van de preventieve tandartscontrole worden toegeschreven aan cariës en bijna iedere Nederlander bezoekt weleens de tandarts. Van de kosten voor gebitsafwijkingen wordt 95% gemaakt in de eerstelijnszorg, waar de tandarts, mondhygiënist en orthodontist onder vallen. Slechts 3% gaat naar ziekenhuiszorg. 

Meer informatie

Datum publicatie

20-07-2018

Kosten van zorg voor gebitsafwijkingen naar leeftijd en geslacht

Hoogste kosten voor tieners

In 2011 werden er voor leeftijdsgroep 10 tot en met 14 jaar beduidend meer kosten gemaakt voor gebitsafwijkingen dan voor andere leeftijdsgroepen. Deze piek wordt voornamelijk veroorzaakt door hoge orthodontiekosten voor deze leeftijdsgroep. Bij volwassenen werden de hoogste kosten gemaakt voor de leeftijden 40 tot en met 64 jaar. De verdeling van kosten naar leeftijd is ongeveer gelijk voor mannen en vrouwen. In totaal werden er iets meer kosten gemaakt voor vrouwen dan voor mannen, respectievelijk 54% en 46%.

Datum publicatie

26-01-2018

Verantwoording

Definities
  • Gebitsafwijkingen

    ‘Gebitsafwijkingen’ is de verzamelnaam voor aandoeningen in de mond, aan de tanden, tandvlees of het steunweefsel rond tanden en kiezen. De drie meest voorkomende gebitsafwijkingen zijn:

    • cariës (tandbederf, ICD-10-code K02)
    • erosieve gebitsslijtage (ICD-10-code K03.2)
    • arodontale afwijkingen (gingivitis en parodontitis; ICD-10-code K05). 

    Deze gebitsafwijkingen kunnen uiteindelijk resulteren in tandeloosheid.

  • Cariëservaring

    Cariëservaring is een maat voor de ernst van tandbederf. Het is de som van het aantal onbehandelde en behandelde cariëslaesies (al dan niet gevuld of getrokken). Er zijn verschillende indices om deze 'cariëservaring' in uit te drukken.

    • indices voor het melkgebit, deze worden in kleine letters uitgedrukt: dmfs- en dmft-index
    • indices voor het blijvend gebit, deze worden in hoofdletters uitgedrukt: DMFS- en DMFT-index

    Cariëslaesies kan men tellen per tandvlak (‘surface’) of per aangedaan gebitselement (‘tooth’). Vlakken of elementen met een caviteit (‘decayed’) worden afzonderlijk geteld, evenals gevulde vlakken of elementen (‘filled’) en vlakken of elementen die verloren gingen door cariës (‘missing’). Het aantal afzonderlijke cariëslaesies wordt opgeteld en voor alle tandvlakken samen uitgedrukt als de DMFS-index en voor alle gebitselementen samen als de DMFT-index. Ongevulde cariëslaesies die zich tot het glazuur beperken worden daarbij meestal buiten beschouwing gelaten.

  • Gingivitis en parodontitis

    Parodontale afwijkingen zijn te verdelen in:

    • gingivitis: ontsteking van het tandvlees
    • parodontitis: ontsteking van het steunweefsel rond de tanden en kiezen

    Gingivitis is het voorstadium van parodontitis. Deze aandoeningen worden, net als cariës, door bacteriën in de tandplaque veroorzaakt. Parodontitis gaat gepaard met terugtrekkend tandvlees en verlies van collageenvezels (bindweefsel) in het wortelvlies. Tanden en kiezen hechten via het wortelvlies aan het bot. Bij voortschrijdende aantasting van het wortelvlies wordt de spleet tussen de tand en het tandvlees (de 'pocket') dieper. Daardoor neemt de hechting van de wortels af en kan het gebitselement op den duur los gaan staan.

  • Fluoride

    Fluoride is een natuurlijke stof die mineralisatie van tandglazuur bevordert, en daardoor de tanden en kiezen minder kwetsbaar maakt voor de inwerking van zuren. Bij een pH (zuurgraad) boven de 5,5 bevordert fluoride re-mineralisatie bij geringe aantasting van tandglazuur. Het poetsen met fluoridehoudende tandpasta en de eventuele toepassing van fluoridelak voorkomt gaatjes in tanden en kiezen (Walsh et al., 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Walsh T, Worthington HV, Glenny A-M, Appleby P, Marinho VCC, Shi X. Fluoride toothpastes of different concentrations for preventing dental caries in children and adolescents. London: Cochrane Library; 2010. Bron
Bronverantwoording
  • Kies voor tanden

    Incidentiecijfers van cariës, gingivitis en parodontitis zijn voor Nederland niet bekend. De prevalentiecijfers zijn op basis van random steekproeven voor een aantal locaties en verschillende groepen in Nederland wel bekend en afkomstig uit de 'Kies voor Tanden'- en TJZ-onderzoeken van TNO.

    In 1987, 1990, 1993, 1996, 1999, 2003, 2005, 2009, 2011 en 2014 onderzocht TNO in opdracht van het CVZ (nu Zorginstituut Nederland) de mondgezondheid van kinderen en jongvolwassenen en het gedrag en de opvattingen die daarop van invloed zijn. Het onderzoek is uitgevoerd in Alphen aan den Rijn, Gouda, Breda en ’s-Hertogenbosch. Hier wordt gebruik gemaakt van de onderzoeken uit 2005 en 2011 en de tussenmeting van 2014. In 2005 en 2011 werden gegevens verzameld over de mondgezondheid van 5-, 7-, 11-, 17- en 23-jarigen via vragenlijsten. Daarnaast kregen de kinderen een mondonderzoek uitgevoerd door gekwalificeerde tandartsen. We gebruiken hier voornamelijk de gegevens van de 5- en 11-jarigen. In 2014 betrof de onderzoekspopulatie 8-, 14- en 20-jarigen (Schuller et al., 2015).

    In 2005 werden 386 5-jarigen klinisch onderzocht. Van 228 van deze kinderen was de sociaaleconomische status bekend. 71% van hen behoorde tot de lage SES-groep. In 2011 werden 488 kinderen onderzocht, van 295 van deze kinderen was de sociaaleconomische status bekend. Van hen behoorde 40% tot de lage SES-groep. Er was geen statistisch significant verschil in de decimale leeftijd tussen de onderzochte kinderen in 2005 en 2011. De decimale leeftijd was in beide jaren 5,1 (in 2005 sd=0,3; in 2011 sd=0,4). Ondanks de gelijke leeftijd hadden de kinderen in 2005 gemiddeld 0,4 elementen meer gewisseld (Schuller et al., 2013). 

    Om de mondgezondheid te beschrijven, zijn twee uitkomstmaten van cariës gebruikt (Schuller et al., 2013):

    • het percentage respondenten met een gaaf gebit, en
    • de hoeveelheid cariëservaring van respondenten die geen gaaf gebit hebben (dmfs> 0 en DMFS> 0)

    Om te corrigeren voor mogelijk selectieve uitval werd gecorrigeerd met behulp van multipele imputatietechnieken. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Fully Conditional Specification methode (van Buuren et al., 2006) zoals die in SPSS 20 is geïmplementeerd. Multipele imputaties voor continue variabelen werden berekend met 'predictive mean matching', voor categorische variabelen werd logistische en polytome regressie gebruikt. Voor het overige werden de 'defaultwaarden' aangehouden (vijf imputaties, tien iteraties). Voor de 5- en 11-jarigen bestond het imputatiemodel uit:

    het opleidingsniveau van de moeder volgens de indeling van het CBS, de etniciteit moeder, de geaggregeerde opleidingsscore per postcodegebied (gebruikmakend van opleidingsniveau moeder volgens indeling CBS), de dmfs (5-jarigen) of DMFS (11-jarigen).

    Omdat dmfs en DMFS afhankelijk zijn van sociaaleconomische status (SES), is het bij het maken van een puntschatting voor een leeftijdsgroep in de Nederlandse bevolking van belang om de verdeling van de economische status in deze leeftijdsgroep in acht te nemen. Als indicator voor SES werd bij 5-, 8-, en 11-jarigen het opleidingsniveau van de moeder gebruikt en bij 14-, 17-, 20-, 21- en 23-jarigen het eigen opleidingsniveau. Een hoog opleidingsniveau werd gedefinieerd als het volgen of afgerond hebben van HAVO, VWO of Gymnasium, HBS, HBO of Universiteit. Het volgen of afgerond hebben van overig onderwijs werd als laag geclassificeerd (Schuller et al., 2013; Schuller et al., 2015). 

    Tabel: Bronnen bij de cijfers over gebitsafwijkingen

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie Meer informatie
    Kies voor Tanden Aantal kinderen/jongeren met gaaf (melk)gebit en met cariëservaring  5 – 20-jarigen TNO Kies voor Tanden
    CBS StatLine Aantal mensen met volledige gebitsprothese Nederlandse bevolking  Gebruik medische voorzieningen  

    CBS-Gezondheidsenquête

    Aantal mensen dat in bepaalde periode de tandarts (per GGD regio), mondhygiënist of orthodontist  bezocht 

     

    Nederlandse bevolking  CBS-Gezondheidsenquête

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Schuller A, Vermaire E, van Kempen I, van Houtem C, van Dommelen P, Hofstetter H, et al. Kies voor Tanden. Een onderzoek naar mondgezondheid en tandheelkundig preventief gedrag van jeugdigen. Tussenmeting 2014, een vervolg op de reeks TJZ- en KvT-onderzoeken. Leiden: TNO; 2015. Bron
    2. Schuller AA, van Kempen I, Poorterman JHG, Verrips GHW. Kies voor Tanden. Leiden: TNO; 2013. Bron
    3. van Buuren S, Brands JPL, Groothuis-Oudshoorn CGM, Rubin DB. Fully conditional specification in multivariate imputation. J Stat Comput Simul. 2006;76(12):1049-1064. Bron