Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Fysieke omgevingRegionaal & InternationaalRegionale Trends

Cijfers & Context

Concentraties fijn stof dalen

Regionaal & Internationaal

Relatief lage ozonconcentraties in Nederland

Kosten

Niet beschikbaar

Preventie & Zorg

Tabakswet bevordert schoon binnenmilieu

Trend in concentratie fijn stof

Concentratie fijn stof 2015-2030

per kaartvlak van 1 x 1 km
Concentratie fijnstof 2015-2030
Concentratie fijn stof 2015-2030
Gemeente
Appingedam
Bedum
Bellingwedde
Ten Boer
Delfzijl
Groningen
Grootegast
Haren
Hoogezand-Sappemeer
Leek
Loppersum
Marum
Almere
Stadskanaal
Slochteren
Veendam
Vlagtwedde
Zeewolde
Winsum
Zuidhorn
Dongeradeel
Achtkarspelen
Ameland
het Bildt
Franekeradeel
Harlingen
Heerenveen
Kollumerland en Nieuwkruisland
Leeuwarden
Leeuwarderadeel
Ooststellingwerf
Opsterland
Schiermonnikoog
Smallingerland
Terschelling
Vlieland
Weststellingwerf
Assen
Coevorden
Emmen
Hoogeveen
Meppel
Littenseradiel
Almelo
Borne
Dalfsen
Deventer
Enschede
Haaksbergen
Hardenberg
Hellendoorn
Hengelo
Kampen
Losser
Noordoostpolder
Oldenzaal
Ommen
Raalte
Staphorst
Tubbergen
Urk
Wierden
Zwolle
Rijnwaarden
Aalten
Apeldoorn
Arnhem
Barneveld
Beuningen
Brummen
Buren
Culemborg
Doesburg
Doetinchem
Druten
Duiven
Ede
Elburg
Epe
Ermelo
Geldermalsen
Groesbeek
Harderwijk
Hattem
Heerde
Heumen
Lochem
Maasdriel
Nijkerk
Nijmegen
Oldebroek
Putten
Renkum
Rheden
Rozendaal
Scherpenzeel
Tiel
Voorst
Wageningen
Westervoort
Winterswijk
Wijchen
Zaltbommel
Zevenaar
Zutphen
Nunspeet
Dronten
Neerijnen
Amersfoort
Baarn
De Bilt
Bunnik
Bunschoten
Eemnes
Houten
Leusden
Lopik
Montfoort
Renswoude
Rhenen
Soest
Utrecht
Veenendaal
Woudenberg
Wijk bij Duurstede
IJsselstein
Zeist
Nieuwegein
Aalsmeer
Alkmaar
Amstelveen
Amsterdam
Beemster
Bergen (NH.)
Beverwijk
Blaricum
Bloemendaal
Bussum
Castricum
Diemen
Edam-Volendam
Enkhuizen
Haarlem
Haarlemmerliede en Spaarnwoude
Haarlemmermeer
Heemskerk
Heemstede
Heerhugowaard
Heiloo
Den Helder
Hilversum
Hoorn
Huizen
Landsmeer
Langedijk
Laren
Medemblik
Muiden
Naarden
Oostzaan
Opmeer
Ouder-Amstel
Purmerend
Schagen
Texel
Uitgeest
Uithoorn
Velsen
Weesp
Zandvoort
Zeevang
Zaanstad
Alblasserdam
Alphen aan den Rijn
Barendrecht
Drechterland
Brielle
Capelle aan den IJssel
Delft
Dordrecht
Gorinchem
Gouda
's-Gravenhage
Hardinxveld-Giessendam
Hellevoetsluis
Hendrik-Ido-Ambacht
Stede Broec
Hillegom
Katwijk
Krimpen aan den IJssel
Leerdam
Leiden
Leiderdorp
Lisse
Maassluis
Nieuwkoop
Noordwijk
Noordwijkerhout
Oegstgeest
Oud-Beijerland
Binnenmaas
Korendijk
Oudewater
Papendrecht
Ridderkerk
Rotterdam
Rijswijk
Schiedam
Sliedrecht
Cromstrijen
Albrandswaard
Westvoorne
Strijen
Vianen
Vlaardingen
Voorschoten
Waddinxveen
Wassenaar
Woerden
Zoetermeer
Zoeterwoude
Zwijndrecht
Borsele
Goes
West Maas en Waal
Hulst
Kapelle
Middelburg
Giessenlanden
Reimerswaal
Zederik
Terneuzen
Tholen
Veere
Vlissingen
Lingewaal
De Ronde Venen
Tytsjerksteradiel
Aalburg
Asten
Baarle-Nassau
Bergen op Zoom
Best
Boekel
Boxmeer
Boxtel
Breda
Deurne
Pekela
Dongen
Eersel
Eindhoven
Etten-Leur
Geertruidenberg
Gilze en Rijen
Goirle
Grave
Haaren
Helmond
's-Hertogenbosch
Heusden
Hilvarenbeek
Loon op Zand
Mill en Sint Hubert
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Oirschot
Oisterwijk
Oosterhout
Oss
Rucphen
Schijndel
Sint-Michielsgestel
Sint-Oedenrode
Someren
Son en Breugel
Steenbergen
Waterland
Tilburg
Uden
Valkenswaard
Veghel
Veldhoven
Vught
Waalre
Waalwijk
Werkendam
Woensdrecht
Woudrichem
Zundert
Wormerland
Onderbanken
Landgraaf
Beek
Beesel
Bergen (L.)
Brunssum
Gennep
Heerlen
Kerkrade
Maastricht
Meerssen
Mook en Middelaar
Nederweert
Nuth
Roermond
Schinnen
Simpelveld
Stein
Vaals
Venlo
Venray
Voerendaal
Weert
Valkenburg aan de Geul
Lelystad
Horst aan de Maas
Oude IJsselstreek
Teylingen
Utrechtse Heuvelrug
Oost Gelre
Koggenland
Lansingerland
Leudal
Maasgouw
Eemsmond
Gemert-Bakel
Halderberge
Heeze-Leende
Laarbeek
De Marne
Reusel-De Mierden
Roerdalen
Roosendaal
Schouwen-Duiveland
Aa en Hunze
Borger-Odoorn
Cuijk
Landerd
De Wolden
Noord-Beveland
Wijdemeren
Noordenveld
Twenterand
Westerveld
Sint Anthonis
Lingewaard
Cranendonck
Steenwijkerland
Moerdijk
Echt-Susteren
Sluis
Drimmelen
Bernheze
Ferwerderadiel
Alphen-Chaam
Bergeijk
Bladel
Gulpen-Wittem
Tynaarlo
Midden-Drenthe
Overbetuwe
Hof van Twente
Neder-Betuwe
Rijssen-Holten
Geldrop-Mierlo
Olst-Wijhe
Dinkelland
Westland
Midden-Delfland
Berkelland
Bronckhorst
Sittard-Geleen
Kaag en Braassem
Dantumadiel
Zuidplas
Peel en Maas
Oldambt
Zwartewaterland
Súdwest Fryslân
Bodegraven-Reeuwijk
Eijsden-Margraten
Stichtse Vecht
Menameradiel
Hollands Kroon
Leidschendam-Voorburg
Friese Meren
Goeree-Overflakkee
Pijnacker-Nootdorp
Molenwaard
Nissewaard
Krimpenerwaard
Montferland
Menterwolde
DUMMY Boarnsterhim ivm herindeling
View all detail data

De norm voor langdurige blootstelling aan fijn stof niet overschreden

Vanaf 2015 zal bijna overal in Nederland de grootschalige concentratie fijn stof lager liggen dan de Europese grenswaarde voor het jaargemiddelde van 40 µg m3 voor de bescherming van de gezondheid. Uitzondering hierop zijn enkele locaties in de havens van Amsterdam, Rotterdam en IJmuiden, maar een deel van deze locaties ligt op bedrijfsterreinen waar niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. De jaargemiddelden zijn in de buurt van landbouwstallen overal lager dan 40 µg m (Velders et al., 2014).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Velders GJM, Aben JMM, Geilenkirchen GP, den Hollander HA, Noordijk H, van der Swaluw E, et al. Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron

Trend in concentratie stikstofdioxide

Concentratie stikstofdioxide 2015-2030

per kaartvlak van 1 x 1 km
Concentratie stikstofdioxide 2015-2030
Concentratie stikstofdioxide 2015-2030
Gemeente
Appingedam
Bedum
Bellingwedde
Ten Boer
Delfzijl
Groningen
Grootegast
Haren
Hoogezand-Sappemeer
Leek
Loppersum
Marum
Almere
Stadskanaal
Slochteren
Veendam
Vlagtwedde
Zeewolde
Winsum
Zuidhorn
Dongeradeel
Achtkarspelen
Ameland
het Bildt
Franekeradeel
Harlingen
Heerenveen
Kollumerland en Nieuwkruisland
Leeuwarden
Leeuwarderadeel
Ooststellingwerf
Opsterland
Schiermonnikoog
Smallingerland
Terschelling
Vlieland
Weststellingwerf
Assen
Coevorden
Emmen
Hoogeveen
Meppel
Littenseradiel
Almelo
Borne
Dalfsen
Deventer
Enschede
Haaksbergen
Hardenberg
Hellendoorn
Hengelo
Kampen
Losser
Noordoostpolder
Oldenzaal
Ommen
Raalte
Staphorst
Tubbergen
Urk
Wierden
Zwolle
Rijnwaarden
Aalten
Apeldoorn
Arnhem
Barneveld
Beuningen
Brummen
Buren
Culemborg
Doesburg
Doetinchem
Druten
Duiven
Ede
Elburg
Epe
Ermelo
Geldermalsen
Groesbeek
Harderwijk
Hattem
Heerde
Heumen
Lochem
Maasdriel
Nijkerk
Nijmegen
Oldebroek
Putten
Renkum
Rheden
Rozendaal
Scherpenzeel
Tiel
Voorst
Wageningen
Westervoort
Winterswijk
Wijchen
Zaltbommel
Zevenaar
Zutphen
Nunspeet
Dronten
Neerijnen
Amersfoort
Baarn
De Bilt
Bunnik
Bunschoten
Eemnes
Houten
Leusden
Lopik
Montfoort
Renswoude
Rhenen
Soest
Utrecht
Veenendaal
Woudenberg
Wijk bij Duurstede
IJsselstein
Zeist
Nieuwegein
Aalsmeer
Alkmaar
Amstelveen
Amsterdam
Beemster
Bergen (NH.)
Beverwijk
Blaricum
Bloemendaal
Bussum
Castricum
Diemen
Edam-Volendam
Enkhuizen
Haarlem
Haarlemmerliede en Spaarnwoude
Haarlemmermeer
Heemskerk
Heemstede
Heerhugowaard
Heiloo
Den Helder
Hilversum
Hoorn
Huizen
Landsmeer
Langedijk
Laren
Medemblik
Muiden
Naarden
Oostzaan
Opmeer
Ouder-Amstel
Purmerend
Schagen
Texel
Uitgeest
Uithoorn
Velsen
Weesp
Zandvoort
Zeevang
Zaanstad
Alblasserdam
Alphen aan den Rijn
Barendrecht
Drechterland
Brielle
Capelle aan den IJssel
Delft
Dordrecht
Gorinchem
Gouda
's-Gravenhage
Hardinxveld-Giessendam
Hellevoetsluis
Hendrik-Ido-Ambacht
Stede Broec
Hillegom
Katwijk
Krimpen aan den IJssel
Leerdam
Leiden
Leiderdorp
Lisse
Maassluis
Nieuwkoop
Noordwijk
Noordwijkerhout
Oegstgeest
Oud-Beijerland
Binnenmaas
Korendijk
Oudewater
Papendrecht
Ridderkerk
Rotterdam
Rijswijk
Schiedam
Sliedrecht
Cromstrijen
Albrandswaard
Westvoorne
Strijen
Vianen
Vlaardingen
Voorschoten
Waddinxveen
Wassenaar
Woerden
Zoetermeer
Zoeterwoude
Zwijndrecht
Borsele
Goes
West Maas en Waal
Hulst
Kapelle
Middelburg
Giessenlanden
Reimerswaal
Zederik
Terneuzen
Tholen
Veere
Vlissingen
Lingewaal
De Ronde Venen
Tytsjerksteradiel
Aalburg
Asten
Baarle-Nassau
Bergen op Zoom
Best
Boekel
Boxmeer
Boxtel
Breda
Deurne
Pekela
Dongen
Eersel
Eindhoven
Etten-Leur
Geertruidenberg
Gilze en Rijen
Goirle
Grave
Haaren
Helmond
's-Hertogenbosch
Heusden
Hilvarenbeek
Loon op Zand
Mill en Sint Hubert
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Oirschot
Oisterwijk
Oosterhout
Oss
Rucphen
Schijndel
Sint-Michielsgestel
Sint-Oedenrode
Someren
Son en Breugel
Steenbergen
Waterland
Tilburg
Uden
Valkenswaard
Veghel
Veldhoven
Vught
Waalre
Waalwijk
Werkendam
Woensdrecht
Woudrichem
Zundert
Wormerland
Onderbanken
Landgraaf
Beek
Beesel
Bergen (L.)
Brunssum
Gennep
Heerlen
Kerkrade
Maastricht
Meerssen
Mook en Middelaar
Nederweert
Nuth
Roermond
Schinnen
Simpelveld
Stein
Vaals
Venlo
Venray
Voerendaal
Weert
Valkenburg aan de Geul
Lelystad
Horst aan de Maas
Oude IJsselstreek
Teylingen
Utrechtse Heuvelrug
Oost Gelre
Koggenland
Lansingerland
Leudal
Maasgouw
Eemsmond
Gemert-Bakel
Halderberge
Heeze-Leende
Laarbeek
De Marne
Reusel-De Mierden
Roerdalen
Roosendaal
Schouwen-Duiveland
Aa en Hunze
Borger-Odoorn
Cuijk
Landerd
De Wolden
Noord-Beveland
Wijdemeren
Noordenveld
Twenterand
Westerveld
Sint Anthonis
Lingewaard
Cranendonck
Steenwijkerland
Moerdijk
Echt-Susteren
Sluis
Drimmelen
Bernheze
Ferwerderadiel
Alphen-Chaam
Bergeijk
Bladel
Gulpen-Wittem
Tynaarlo
Midden-Drenthe
Overbetuwe
Hof van Twente
Neder-Betuwe
Rijssen-Holten
Geldrop-Mierlo
Olst-Wijhe
Dinkelland
Westland
Midden-Delfland
Berkelland
Bronckhorst
Sittard-Geleen
Kaag en Braassem
Dantumadiel
Zuidplas
Peel en Maas
Oldambt
Zwartewaterland
Súdwest Fryslân
Bodegraven-Reeuwijk
Eijsden-Margraten
Stichtse Vecht
Menameradiel
Hollands Kroon
Leidschendam-Voorburg
Friese Meren
Goeree-Overflakkee
Pijnacker-Nootdorp
Molenwaard
Nissewaard
Krimpenerwaard
Montferland
Menterwolde
DUMMY Boarnsterhim ivm herindeling
View all detail data

Alleen langs drukke verkeerswegen overschrijding norm

De concentratie van stikstofdioxide is in de periode 2015-2030 bijna overal in Nederland lager dan de Europese grenswaarden van 40 µg/m3 voor de bescherming van de gezondheid van de mens. De jaargemiddelde concentratie van stikstofdioxide in Nederland wordt alleen nog langs drukke verkeerswegen overschreden. Na 2020 dalen de stikstofdioxideconcentraties naar verwachting langzaam verder  (Velders et al., 2014).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Velders GJM, Aben JMM, Geilenkirchen GP, den Hollander HA, Noordijk H, van der Swaluw E, et al. Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2014. Bron

Verantwoording

Definities
  • Binnenmilieu

    Binnenmilieu omvat samenstelling en omstandigheden van de binnenlucht

    Binnenmilieu omvat de binnenlucht en de thermische, akoestische, atmosferische en hygiënische omstandigheden waarin we ons bevinden als we binnen zijn. Dit is thuis, op het werk, in winkels, scholen en dergelijke. Mensen zijn gemiddeld 85% van hun tijd binnenshuis, waarvan ongeveer 65% in hun eigen woning (Leech et al., 2002; Brasche & Bischof, 2005). In de beschrijving van het binnenmilieu beperken we ons tot de stoffen die te vinden zijn in de binnenlucht en tot de hygiënische en thermische omstandigheden. De akoestische (geluid) en atmosferische (straling) omstandigheden worden verder uitgewerkt in de onderwerpen geluid en straling op Volksgezondheidenzorg.info.

    Productie en afvoer ongezonde stoffen bepalen binnenmilieukwaliteit

    De kwaliteit van het binnenmilieu wordt bepaald door het aantal bewoners/gebruikers, rookgedrag, aanwezigheid van huisdieren, gebruikte bouwmaterialen, planten, emissies uit consumentenproducten (zoals sprays en elektrische apparaten) en door bronnen van buiten, zoals het verkeer. Bovendien speelt ook de mate van ventilatie een zeer belangrijke rol. Ventileren zorgt voor verdunning en afvoer van ongezonde stoffen die in het binnenmilieu aanwezig zijn.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Leech JA, Nelson WC, Burnett RT, Aaron S, Raizenne ME. It's about time: a comparison of Canadian and American time-activity patterns. J Expo Anal Environ Epidemiol. 2002;12(6):427-32. Pubmed | DOI
    2. Brasche S, Bischof W. Daily time spent indoors in German homes--baseline data for the assessment of indoor exposure of German occupants. Int J Hyg Environ Health. 2005;208(4):247-53. Pubmed | DOI
  • Luchtverontreiniging

    Luchtverontreiniging richt zich vooral op de concentraties in de lucht van deeltjesvormige luchtverontreiniging (roet en fijn stof), stikstofdioxide (een goede indicator van het huidige verkeersgerelateerde mengsel) en ozon (van belang bij zomersmog). Het gaat hierbij om luchtverontreiniging van een internationale omvang. Het gaat dus in principe niet over een lokale situatie (straat, stad of regio), afgezien van stagnerende weerssituaties waarbij de lokale bijdrage veel groter kan zijn. Grootschalige luchtverontreiniging slaat ook op het soort bron: niet zozeer een lokale uitstoot, maar het gehele pakket van luchtverontreiniging dat is ontstaan door alle nationale en internationale bronnen.

    Fijn stof is graadmeter voor deeltjesvormige luchtverontreiniging

    Fijn stof is een graadmeter voor de mate van deeltjesvormige luchtverontreiniging. Deeltjesvormige luchtverontreiniging is een verzamelnaam voor uiteenlopende deeltjes die door de lucht zweven: roetdeeltjes, opstuivend zand en (bodem)stof, uitlaatgassen, zeezout, plantmateriaal en bijvoorbeeld cementdeeltjes. Een veel gebruikte afkorting voor fijn stof is PM. PM staat voor de Engelse term Particulate Matter. Afhankelijk van de doorsnede van de stofdeeltjes wordt gesproken van PM10 voor deeltjes met een doorsnede tot 10 micrometer (µm) of van PM2,5 voor deeltjes met een doorsnede tot 2,5 micrometer (U.S. EPA, 2004). Ook roetdeeltjes zijn van belang voor de gezondheid (Janssen et al., 2011). Met roetdeeltjes is het (gezondheidskundig) effect van verkeersinterventies beter te duiden dan met PM10, PM2,5  of stikstofdioxide (NO2). 

    Stikstofdioxide is goede indicator voor verkeersgerelateerde luchtverontreiniging

    Stikstofdioxide (NO2) is een goede indicator voor verkeersgerelateerde (deeltjesvormige) luchtverontreiniging. Hoewel een deel van de NO2-uitstoot van industriële activiteiten komt, bepaalt vooral het (lokale) verkeer de NO2-niveaus. Vooral de blootstelling van de bevolking aan de uitstoot van wegverkeer is belangrijk voor de negatieve effecten van luchtverontreiniging op de gezondheid (WHO Europe, 2005; WHO Europe, 2013). 

    Ozon is indicator voor fotochemische luchtverontreiniging

    Ozon (O3)is de graadmeter voor de mate van fotochemische luchtverontreiniging. Ozon is de meest reactieve en giftige component van zomersmog en ontstaat vooral op mooie zomerdagen onder invloed van zonlicht en de uitstoot van vooral verkeer en industrie. Hoewel er dus speciale weersomstandigheden nodig zijn om smog te krijgen is ozonvorming vooral ook afhankelijk van de emissies van vluchtige organische stoffen (VOS), koolmonoxide (CO) methaan (CH4) en stikstofoxiden (NOx) (Mooijbroek et al., 2010). Ozon komt niet alleen voor op leefniveau, maar ook hoger in de atmosfeer (de stratosfeer). Ozon in de stratosfeer (zo’n 10 tot 50 km boven het aardoppervlak) beschermt de aarde tegen schadelijk ultraviolette straling van de zon. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. U.S. EPA. Air Quality Criteria for Particulate Matter (final report, Oct. 2004). Washington DC: U.S. EPA; 2004. Bron
    2. Janssen NAH, Hoek G, Simic-Lawson M, Fischer PH, van Bree L, ten Brink H, et al. Black Carbon as an Additional Indicator of the Adverse Health Effects of Airborne Particles Compared with PM10 and PM2.5. Environ Health Perspect. 2011;119(12):1691-1699. Bron | DOI
    3. WHO Europe. Health effects of transport-related air pollution. Copenhagen: WHO Regional office for Europe ; 2005. Bron
    4. WHO Europe. Review of evidence on health aspects of air pollution – REVIHAAP Project. Technical Report. Bonn: WHO Regional Office for Europe; 2013. Bron
    5. Mooijbroek D, Beijk R, Hoogerbrugge R. Jaaroverzicht Luchtkwaliteit 2009. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2010. Bron
  • Geluid

    Focus op omgevingsgeluid

    In dit onderwerp ligt de focus op de blootstelling aan en gezondheidsgevolgen van geluid in de woonomgeving. Informatie over gehoorschade door lawaai tijdens het werk en blootstelling aan harde muziek staat in het onderwerp gehoorstoornissen

    Geluid is een trilling van lucht

    Geluid is een trilling. Het ontstaat doordat een geluidbron telkens de lucht aanstoot, waardoor verdichtingen en verdunningen in de lucht (luchtdrukschommelingen) ontstaan die zich vanaf de geluidsbron uitbreiden. Deze luchtdrukschommelingen bereiken via de gehoorgang van het oor het trommelvlies. De trillingen die hierdoor ontstaan in het trommelvlies, bereiken via het middenoor, binnenoor en de gehoorzenuw de hersenen. Dit leidt tot waarneming en interpretatie van het geluid. 

    D decibel(A)

    Decibel (dB) is de eenheid voor de sterkte van een geluid. Meestal wordt hier de letter 'A' aan toegevoegd, wat aangeeft dat er gecorrigeerd is voor de gevoeligheid van het menselijk oor voor verschillende toonhoogten (frequenties).

    Lday-evening-night

    'day-evening-night level' (Lden) is het jaargemiddelde geluidniveau over de dag-, avond-, en nachtperiode en is de Nationale en Europese maat voor de blootstelling aan omgevingsgeluid. Omdat een bepaald geluidniveau in de avond en de nacht als hinderlijker wordt ervaren dan geluid overdag, telt het geluid in de avond en nacht zwaarder dan het geluid overdag. Hiertoe wordt het niveau dat voor de avond wordt bepaald verhoogd met 5 dB en het niveau dat voor de nacht wordt bepaald met 10 dB (Heemskerk, 2007).

    Lnight

    Lnight is de jaargemiddelde maat voor blootstelling aan geluid in de nacht. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Heemskerk NM. Wegwijzer, geluidrecht 2008. Een praktische handleiding voor iedereen die met juridische aspecten van geluidhinder te maken krijgt. Alphen aan den Rijn: Kluwer Uitgevers; 2007. Bron
  • Water

    Kwaliteit drinkwater

    In Nederland moet het drinkwater voldoen aan de normen voor de kwaliteit van drinkwater voor menselijke consumptie in het Nederlandse Drinkwaterbesluit. Het Drinkwaterbesluit is gebaseerd op de Europese drinkwaterrichtlijn. De kwaliteitsnormen zijn onderverdeeld in drie verschillende categorieën van parameters; microbiologische-, chemische- en indicatorparameters.

    Bij microbiologische parameters gaat het om bacteriën die direct effect kunnen hebben op de gezondheid. De darmbacteriën Escherichia coli (E. coli) en enterococcen zijn indicatoren voor de aanwezigheid van verontreinigingen met menselijke of dierlijke uitwerpselen, zogenaamde faecale verontreinigingen, en dus voor de mogelijke aanwezigheid van ziekteverwekkende micro-organismen die in deze uitwerpselen aanwezig kunnen zijn. De norm voor de darmbacteriën E. coli en enterococcen is afwezigheid in 100 ml drinkwater.

    Bij chemische parameters gaat het om stoffen die mogelijk gevolgen hebben voor de gezondheid bij langdurige en/of hoge blootstelling. Hierbij valt te denken aan ijzer, nikkel, mangaan, nitraat, chloor, lood, bestrijdingsmiddelen en geneesmiddelen. Bij indicatorparameters gaat het om bedrijfstechnische parameters, organoleptische en esthetische parameters en signaleringsparameters. Normoverschrijdingen van indicatorparameters vormen geen direct gevaar voor de volksgezondheid, maar geven aan dat er onvolkomenheden zijn bij de productie of de distributie van drinkwater.

    Op een aantal vlakken is het Drinkwaterbesluit uitgebreider dan de Europese regelgeving. Volgens zowel de Nederlandse als de Europese wetgeving moet de aanwezigheid van bepaalde bacteriën in het water bepaald worden. Volgens de Nederlandse wet moeten daarnaast ook een aantal andere micro-organismen bepaald worden in het innamewater, te weten (entero)virussen, CampylobacterCryptosporidium en Giardia, omdat van deze micro-organismen bekend is dat ze relevant zijn voor de volksgezondheid en daarom worden ze meegenomen in de risicoanalyse.

    Kwaliteit zwemwater

    De kwaliteit van het zwemwater wordt bepaald door metingen van de indicatorparameters E.coli en intestinale enterococcen. De Zwemwaterrichtlijn van de Europese Unie geeft waarden voor de indeling van zwemwater in kwaliteitsklassen: uitstekend, goed, aanvaardbaar of slecht.

     

  • Straling

    Verschillende stralingstypen

    Straling is een natuurkundig proces waarbij energieoverdracht plaatsvindt zonder dat sprake is van direct contact. Straling kent verschillende verschijningsvormen: als niet-zichtbare deeltjes, of als zichtbare of onzichtbare golfpakketjes. Omdat de energie-inhoud en de aard en interactie met materie en lichaamsweefsel sterk verschillen voor verschillende stralingstypen, wordt onderscheid gemaakt in: ioniserende straling, optische straling en elektromagnetische velden.

    • De ioniserende straling is het meest energierijk en komt vrij bij radioactief verval in de vorm van deeltjes (bijvoorbeeld alfa of beta straling) en/of in golfvorm als gammastraling. Ioniserende straling wordt uitgedrukt in millisievert (mSv). De belangrijkste bronnen van ioniserende straling zijn medisch diagnostisch onderzoek en radon en thoron in het binnenmilieu. Radon en thoron ontstaan van nature in de bodem en uit bodemmateriaal vervaardigde producten.  Radongas kan via de kruipruimte en vanuit bouwmaterialen in de woning terecht komen. Thorongas, dat veel sneller vervalt, zal alleen voldoende lang leven om uit de buitenste laag van de muur en de afwerklaag in de leefruimte te komen. Het verval van beide leidt tot de aanwezigheid van radioactieve vaste stoffen in de binnenlucht die na inademing zorgen voor blootstelling aan ioniserende straling. De constructie, de gebruikte bouwmaterialen en de ventilatie beïnvloeden de radonconcentratie in huis. Naast inademing van radon- en thoron-dochters vindt in de woning ook externe bestraling plaats vanuit bodem en bouwmaterialen (Bader et al., 2010). Veruit de hoogste doses ioniserende straling worden ontvangen bij de behandeling van kanker. Daarbij is de dosis heel veel hoger dan de normale jaardosis en ook veel hoger dan bij diagnostisch onderzoek. Omdat het daarbij gaat om bedoelde blootstelling van de tumor, zijn deze therapeutische blootstellingen niet meegenomen in de gegeven schatting van de jaargemiddelde stralingsdosis.
    • De optische straling omvat ultraviolette straling (de meest energierijke optische straling), zichtbare straling (licht) en infrarood. Voor ultraviolette blootstelling is geen eenduidige risicomaat ontwikkeld, al wordt bij zonnestraling de zonkracht of ook wel UV-index veelvuldig gehanteerd. De zonkracht is een maat voor de snelheid waarmee de UV-straling zonverbranding van de huid veroorzaakt.
    • Elektromagnetische velden worden gebruikt bij telecommunicatie (zoals radio en tv-zenders, mobiele telefoons, WiFi) en komen voor bij het gebruik van elektriciteit. Radiofrequente elektromagnetische velden in de leefomgeving zijn onder andere afkomstig van mobiele telefoons en de bijbehorende basisstations, radio- en televisiezenders, wifi-apparatuur, DECT-telefoons en magnetrons. Extreem-laagfrequente magnetische velden zijn afkomstig van de transport van elektriciteit (bijvoorbeeld hoogspanningslijnen). De sterkte van deze magnetische velden wordt uitgedrukt in tesla of microtesla.

    Effectieve dosis is maat voor de extra kans op het krijgen van kanker door ioniserende straling

    De effectieve dosis is een maat voor de extra kans op het krijgen van kanker door de blootstelling aan ioniserende straling. Het precieze effect van straling wordt bepaald door het type straling, de geabsorbeerde stralingsdosis en de gevoeligheid van het getroffen weefsel voor straling. De effectieve dosis, met als eenheid sievert, houdt met al deze factoren rekening. Hierbij is het onderscheid tussen de deeltjesstraling (alfa- en beta-) en gammastraling van belang. Alfa- en in iets minder mate betastraling hebben een kort en dicht ionisatiespoor en daarmee een beperkte dracht. Zij zijn relatief makkelijk af te schermen en dragen vooral bij aan risico’s van straling indien ze in het lichaam worden afgegeven door in het lichaam opgenomen radioactieve stoffen. Van gamma- en röntgenstraling is de dracht veel groter en bestraling van buiten het lichaam kan in belangrijke mate bijdragen aan de stralingsblootstelling.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Bader S, Dekkers SAJ, Blaauboer RO. Stralingsbelasting in Nederlandse nieuwbouwwoningen - Eindrapport ventilatie- en radononderzoek. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2010. Bron
Bronverantwoording
  • Luchtverontreiniging

    Landelijk Meetnetwerk Luchtkwaliteit

    De concentraties fijn stof, ozon en stikstofdioxide zijn afkomstig van meetgegevens van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML) van het RIVM, GGD Amsterdam en de DCMR Milieudienst Rijnmond (gecombineerd tot LML+). De concentraties worden ieder uur gemeten. De gemiddelden over de afgelopen 24 uur worden direct weergegeven op de website van het LML. Ook geeft de website van het LML details over de gebruikte meetmethoden.

    Meer informatie

  • Geluid

    Geluidbelasting door wegverkeer

    Sinds de wijziging in de geluidsregelgeving voor rijkswegen en spoorwegen en de invoering van geluidsproductieplafonds in 2012 stelt Rijkswaterstaat voor de rijkswegen jaarlijks een nalevingsverslag op (Rijkswaterstaat, 2015). Hierin staat op hoeveel punten een plafondoverschrijding plaats vindt en hoe de overschrijdingen opgelost worden. Voor de spoorwegen stelt Prorail sinds 2013 jaarlijks een nalevingsverslag op (Prorail, 2015).

    Cijfers over geluidbelasting tot en met 2012 zijn gebaseerd op gegevens over vliegverkeer van NLR, wegverkeer van RWS en Provincies en railverkeer van Prorail/Deltarail en zijn in 2012 bewerkt door het RIVM. Tot 2010 voerde PBL een modellering uit op de gegevens. De basis van de gegevens voor de RIVM en PBL modellen is anders. Dit heeft invloed op de uitkomsten. De berekeningen van 2010 en eerder zijn dan ook niet meer vergelijkbaar met de gegevens van 2012 (CBS et al., 2014).

    Hinder en slaapverstoring door wegverkeer

    Schattingen van het aantal volwassenen dat ernstige hinder en slaapverstoring ondervindt door geluid van wegverkeer zijn afkomstig van een studie van het RIVM uit 2008 naar de invloed van geluid van weg- en railverkeer op de omvang van de gezondheideffecten en op het welbevinden van de Nederlandse bevolking (van Kempen & Houthuijs, 2008). Het aantal gehinderden en slaapverstoorden is in deze studie geschat door de blootstelling van de populatie aan geluidniveaus in 2004 te combineren met blootstelling-responsrelaties. Schatting op basis van recentere blootstellingsniveaus zijn er niet voor Nederland. Schattingen uit de Hinderinventarisatie van het RIVM en TNO (van Poll et al., 2011) en uit een jaarlijkse peiling van het CBS (CBS & PBL, 2010) vallen aanmerkelijk hoger uit dan die uit het RIVM-onderzoek uit 2008. In de Hinderinventarisatie en het CBS-onderzoek werd mensen gevraagd in welke mate zij gehinderd waren. De resultaten van het CBS-onderzoek, de Hinderinventarisatie en het RIVM-onderzoek uit 2008 zijn niet zondermeer te vergelijken, omdat ze geluidhinder op een andere manier meten en omdat ze andere bronnen gebruiken (van Kempen & Houthuijs, 2008). 

    Hartinfarcten gerelateerd aan geluid

    Schattingen van het aantal hartinfarcten dat gerelateerd is aan het geluid afkomstig van wegverkeer, zijn afkomstig van een RIVM-studie uit 2008 (van Kempen & Houthuijs, 2008). In deze studie is een meta-analyse uitgevoerd om het aantal acute hartinfarcten te kunnen berekenen. Schattingen uit eerdere studies (van Kempen et al., 2001; de Hollander, 2004; Knol & Staatsen, 2005) vallen aanmerkelijk hoger uit. Dit komt onder meer door verschillen in onderzoeksopzet en doordat de RIVM-studie uit 2008 is gebaseerd op incidentie en de andere studies op prevalentie.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Rijkswaterstaat. Nalevingsverslag geluidproductieplafonds rijkswegen 2014. Rijkswaterstaat; 2015. Bron
    2. Prorail. Nalevingsverslag geluidproductieplafonds 2014, nr. P1217040. Prorail; 2015. Bron
    3. CBS, PBL, WUR. Geluidshinder in Nederland door weg-, rail- en vliegverkeer, 2012. Den Haag / Bilthoven / Wageningen: CBS, PBL, Wageningen UR; 2014. Bron
    4. van Kempen EEMM, Houthuijs DJM. Omvang van de effecten op gezondheid en welbevinden in de Nederlandse bevolking door geluid van weg- en railverkeer. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2008. Bron
    5. van Poll HFPM, Breugelmans ORP, Devilee JLA. Hinder, bezorgdheid en woontevredenheid in Nederland. Inventarisatie Verstoringen 2008. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2011. Bron
    6. CBS, PBL. Geluidhinder per bron, 1990-2009. Den Haag / Bilthoven: CBS/PBL; 2010. Bron
    7. van Kempen EEMM, Ameling CB, Hoogenveen RT, Staatsen BAM, de Hollander AEM. De potentiële ziektelast toe te schrijven aan de geluidblootstelling in Nederland. Kwantitatieve schattingen in het kader van de Vijfde Milieuverkenningen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2001. Bron
    8. de Hollander AEM. Assessing and evaluating the health impact of environmental exposures "deaths, DALYs or dollars?". Utrecht: Universiteit van Utrecht; 2004. Bron
    9. Knol AB, Staatsen BAM. Trends in the environmental burden of disease in the Netherlands 1980-2000. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2005. Bron
  • Water

    ILT rapporten over kwaliteit van het drinkwater

    Gegevens over de kwaliteit van het drinkwater komen uit het jaarlijkse rapport van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) over de kwaliteit van het drinkwater in Nederland. Het rapport is gebaseerd op de resultaten van de controles van de drinkwaterkwaliteit door de drinkwaterbedrijven. De drinkwaterbedrijven voeren een wettelijk meetprogramma uit voor het bewaken van de drinkwaterkwaliteit. Ze voeren daarbij metingen uit op een set wettelijk verplichte parameters. Dit gebeurt na de laatste zuiveringsstap (af pompstation) en op verschillende plaatsen in het distributienetwerk, en soms voor een aantal parameters ook bij de klant thuis (ILT, 2017). Bijna alle huishoudens in Nederland zijn aangesloten op het waterleidingnet. Een zeer beperkt aantal huishoudens haalt hun drinkwater nog uit privé-putten. Deze zogeheten eigen winningen zijn geen onderdeel van de jaarlijkse rapportage van de ILT. Wel zijn eigenaren van privé-putten wettelijk verplicht om de kwaliteit van het water, dat zij aan derden ter beschikking stellen, te bewaken met behulp van een door de ILT goedgekeurd meetprogramma.

    Zwemwaterrapportage van de Europese Commissie

    Informatie over de kwaliteit van het zwemwater komt uit de jaarlijkse zwemwaterrapportage van de Europese Commissie (EEA, 2017). Het zwemwater wordt daarin volgens de Zwemwaterrichtlijn ingedeeld in de kwaliteitsklassen: uitstekend, goed, aanvaardbaar of slecht. De berekening van de waarden die bepalen in welke klasse een zwemlocatie wordt ingedeeld, is gebaseerd op de metingen van de indicatorparameters E.coli en intestinale enterococcen gedurende vier badseizoenen. Officiële zwemlocaties moeten gedurende het badseizoen (van 1 mei tot 1 oktober) tweewekelijks bemonsterd worden. De resultaten van de metingen moeten door de lidstaten van de Europese Unie aan de Europese Commissie worden gerapporteerd. De Europese Commissie neemt ze vervolgens op in de jaarlijkse zwemwaterrapportage.

     


    Meer informatie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. ILT. De kwaliteit van het drinkwater in Nederland in 2016. Den Haag: Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT); 2017. Bron
    2. EEA. European bathing water quality in 2016. Luxembourg: European Environmental Agency (EEA); 2017. Bron
Methoden
  • Luchtverontreiniging

    Berekening gezondheidseffecten ozon

    Berekeningen van de gezondheidseffecten van ozon zijn gebaseerd op relatieve risicocijfers uit de HRAPIE-studie van de WHO (WHO Europe, 2013) en VTV diagnosegroepen. Daarbij is uitgegaan van een 8-uursgemiddelde ozonconcentraties (van 12 tot 20 uur) van 58 ug/m3. Ook is er van uitgegaan dat er geen drempelwaarde bestaat waaronder geen effecten meer zullen optreden. Dit wijkt af van de HRAPIE aanbeveling om dagen met een maximale 8-uursgemiddelde ozonconcentratie van minder dan 20 ug/m3 niet in de berekeningen te betrekken.

    Achterliggende cijfers en bronnen

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. WHO Europe. Health risks of air pollution in Europe – HRAPIE project Recommendations for concentration–response functions for cost–benefit analysis of particulate matter, ozone and nitrogen dioxide. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe; 2013. Bron
  • Straling

    Gezondheidsgevolgen van gemiddelde stralingsdosis moeilijk te schatten

    De gezondheidsgevolgen van de gemiddelde stralingsdosis die een Nederlander jaarlijks ontvangt, zijn moeilijk te schatten. Het is namelijk niet mogelijk om de kankergevallen die door ioniserende straling ontstaan te identificeren. Risico’s kunnen wel geschat worden op basis van epidemiologisch onderzoek bij hoge blootstellingniveaus, maar dan is daarna een extrapolatie naar de lagere niveaus nodig. Dat gebeurt nu veelal met een lineaire relatie. Voor de blootstelling in Nederland komen we dan op circa 2.000 sterfgevallen per jaar. Daarbij zijn veel kanttekeningen te plaatsen. Zo is het door straling toegevoegde risico minder indien de blootstelling op latere leeftijd plaatsvindt, en is er onzekerheid over de geldigheid van de lineaire extrapolatie.