Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Ervaren gezondheidCijfers & ContextOorzaken & Gevolgen

Cijfers & Context

Mannen voelen zich gezonder dan vrouwen

Regionaal & Internationaal

Zuid-Limburgers voelen zich het minst gezond

Kosten

Preventie & Zorg

Factoren gerelateerd aan ervaren gezondheid

Factoren gerelateerd aan ervaren gezondheid

Factor

Chronische aandoeningen

Lichamelijke klachten

Medicijngebruik

Psychische klachten

Lichamelijke beperkingen en handicaps

Niet fit voelen, vitaliteit

Arbeidsongeschiktheid en arbeidsparticipatie

Leefstijlfactoren zoals roken, voeding, overgewicht, lichamelijke activiteit

Sociale steun

Regelmatig gebruik van welzijnsvoorzieningen

Aantal ziekenhuisopnamen in de afgelopen 12 maanden

 

Leefstijl en psychosociale factoren gerelateerd aan ervaren gezondheid

Het oordeel over de eigen gezondheid is gebaseerd op veel verschillende gezondheidsaspecten, zowel de aanwezigheid van ziekten als (gezonde) leefstijl- en psychosociale factoren. Het relatieve belang van de verschillende aspecten voor de ervaren gezondheid blijkt afhankelijk van geslacht, leeftijd, tijdsperiode, sociaaleconomische status en cultuur. Bij jongeren zijn bijvoorbeeld vooral fitheid en leefstijl van belang om zich gezond te voelen, bij mensen van middelbare leeftijd zijn dit lichamelijke en psychische klachten en bij ouderen chronische aandoeningen, lichamelijke beperkingen en zorggebruik (Jylhä et al., 1986; Krause & Jay, 1994; Peersman et al., 2012; Simon et al., 2005). Ook tussen opleidingsgroepen bestaan verschillen in hoe gezondheid wordt opgevat. Zo blijkt dat laagopgeleiden meer geneigd zijn gezondheid te definiëren in negatieve termen (zoals afwezigheid van ziekten), in relatie tot hun levensomstandigheden, met nadruk op het functioneren, en vanuit een accepterende levenshouding (Stronks et al., 2018).   

Experts en redactie

Datum publicatie

28-03-2019

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Jylhä M, Leskinen E, Alanen E, Leskinen AL, Heikkinen E. Self-rated health and associated factors among men of different ages. J Gerontol. 1986;41(6):710-7. Pubmed
  2. Krause NM, Jay GM. What do global self-rated health items measure? Med Care. 1994;32(9):930-42. Pubmed
  3. Peersman W, Cambier D, de Maeseneer J, Willems S. Gender, educational and age differences in meanings that underlie global self-rated health. International Journal of Public Health. 2012;57(3):513-523. Bron | DOI
  4. Simon SR, Majumdar SR, Prosser LA, Salem-Schatz S, Warner C, Kleinman K, et al. Group versus individual academic detailing to improve the use of antihypertensive medications in primary care: a cluster-randomized controlled trial. Am J Med. 2005;118(5):521-8. Pubmed | DOI
  5. Stronks K, Hoeymans N, Haverkamp B, Hertog FRJden, van Bon-Martens MJH, Galenkamp H, et al. Do conceptualisations of health differ across social strata? A concept mapping study among lay people. BMJ Open. 2018;8(4):e020210. Bron | DOI
  6. Au N, Johnston DW. Self-assessed health: what does it mean and what does it hide? Soc Sci Med. 2014;121:21-8. Pubmed | DOI
  7. Verropoulou G. Key elements composing self-rated health in older adults: a comparative study of 11 European countries.213-226. European Journal of Ageing 6.3. 2009;6. Bron
  8. Idler EL, Benyamini Y. Self-rated health and mortality: a review of twenty-seven community studies. J Health Soc Behav. 1997;38(1):21-37. Pubmed
  9. Ross CE, Bird CE. Sex stratification and health lifestyle: consequences for men's and women's perceived health. J Health Soc Behav. 1994;35(2):161-78. Pubmed
  10. Benyamini Y, Idler EL, Leventhal H, Leventhal EA. Positive affect and function as influences on self-assessments of health: expanding our view beyond illness and disability. J Gerontol B Psychol Sci Soc Sci. 2000;55(2):P107-16. Pubmed
  11. Wang JJin, Smith W, Cumming RG, Mitchell P. Variables determining perceived global health ranks: findings from a population-based study. Ann Acad Med Singapore. 2006;35(3):190-7. Pubmed
  12. Molarius A, Janson S. Self-rated health, chronic diseases, and symptoms among middle-aged and elderly men and women. J Clin Epidemiol. 2002;55(4):364-70. Pubmed
  13. Molarius A, Berglund K, Eriksson C, Lambe M, Nordström E, Eriksson HG, et al. Socioeconomic conditions, lifestyle factors, and self-rated health among men and women in Sweden. Eur J Public Health. 2007;17(2):125-33. Pubmed | DOI
  14. Samieri C, Jutand MA, Féart C, Capuron L, Letenneur L, Barberger-Gateau P. Dietary patterns derived by hybrid clustering method in older people: association with cognition, mood, and self-rated health. J Am Diet Assoc. 2008;108(9):1461-71. Pubmed | DOI
  15. Galenkamp H, Huisman M, Braam AW, Deeg DJH. Estimates of prospective change in self-rated health in older people were biased owing to potential recalibration response shift. J Clin Epidemiol. 2012;65(9):978-88. Pubmed | DOI
  16. Jylhä M. What is self-rated health and why does it predict mortality? Towards a unified conceptual model. Social Science & Medicine. 2009;69(3):307-316. Bron | DOI

Verantwoording

Definities
  • Ervaren gezondheid is oordeel over eigen gezondheid

    Ervaren gezondheid, ook wel subjectieve gezondheid of gezondheidsbeleving genoemd, weerspiegelt het oordeel over de eigen gezondheid. Ervaren gezondheid is een samenvattende gezondheidsmaat van alle relevante gezondheidsaspecten voor de persoon in kwestie.
    Deze onderliggende gezondheidsaspecten variëren per persoon, maar hebben vaak betrekking op zowel de lichamelijke als de geestelijke gezondheid. Voorbeelden zijn ziekten, lichamelijke beperkingen en handicaps, fitheid, vermoeidheid en depressieve gevoelens. Ook leefstijlfactoren, zoals voeding, roken en lichamelijke activiteit kunnen het oordeel over de eigen gezondheid mede bepalen: 'Ik wandel iedere dag, dus ik ben gezond'.

    Ervaren gezondheid gemeten met vraag over eigen gezondheid in het algemeen

    Ervaren gezondheid wordt gemeten met behulp van de enkelvoudige vraag: 'Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?' De vijf antwoordcategorieën zijn: zeer slecht, slecht, gaat wel, goed en zeer goed.  Bij kinderen jonger dan 12 jaar beantwoorden de ouders of verzorgers deze vraag. In Volksgezondheidenzorg.info zijn de antwoordcategorieën samengenomen tot de categorieën gezond (zeer goed of goed) en ongezond ((zeer) slecht of gaat wel). 

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over ervaren gezondheid

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn Goed ervaren gezondheid Nederlandse bevolking  Gezondheidsenquête, POLS, gezondheid en welzijn
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM Goed ervaren gezondheid Nederlandse bevolking vanaf 19 jaar Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM
    European Statistics of Income and Living Conditions (EU-SILC) survey Goed ervaren gezondheid Europese bevolking vanaf 16 jaar  EU-SILC survey

     

  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

  • ECHI-indicator: Self-perceived health

    ECHI-indicatoren (European Core Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Volksgezondheidenzorg.info maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI.

  • Ervaren gezondheid gemeten met vraag over eigen gezondheid in het algemeen

    Ervaren gezondheid wordt gemeten met behulp van de enkelvoudige vraag: 'Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?'. Bij kinderen jonger dan 12 jaar beantwoorden de ouders of verzorgers deze vraag. In de documenten van ervaren gezondheid zijn de antwoordcategorieën samengenomen tot de categorieën gezond (zeer goed of goed) en ongezond (minder dan goed ervaren gezondheid). De vraag is in de loop der jaren in verschillende vragenlijsten gesteld.

    Antwoordcategorieën ervaren gezondheid vóór en ná 2001.

    Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?

    Antwoorden tot en met 2000

    Antwoorden vanaf 2001

    zeer goed

    zeer goed

    goed

    goed

    gaat wel

    gaat wel

    soms goed en soms slecht

    slecht

    slecht

    zeer slecht

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl
    2. POLS, Permanent Onderzoek Leefsituatie; module Gezondheid en Welzijn. zorggegevens.nl
    3. Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012, GGD'en, CBS en RIVM, Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012. zorggegevens.nl
Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Ervaren gezondheid

Data en gegevensbronnen