Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Ervaren gezondheidCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Mannen voelen zich gezonder dan vrouwen

Regionaal & Internationaal

Zuid-Limburgers voelen zich het minst gezond

Kosten

Preventie & Zorg

Prevalentie ervaren gezondheid volwassenen

Ervaren gezondheid volwassenen, 2014

GeslachtLeeftijdZeer slechtSlechtGaat welGoedZeer goed
Mannen20-290,21,27,253,238,3
Mannen30-390,91,69,457,230,9
Mannen40-490,63,911,158,825,6
Mannen50-541,14,814,655,723,8
Mannen55-640,87,621,254,615,7
Mannen65-740,94,525,354,914,4
Mannen75+310,432,542,911,2
MannenTotaal0,94,315,754,924,2
Vrouwen20-290212,255,230,6
Vrouwen30-390,32,611,561,923,7
Vrouwen40-4905,215,558,520,7
Vrouwen50-541,45,620,156,816,1
Vrouwen55-641,16,125,253,613,9
Vrouwen65-741,78,529,345,714,9
Vrouwen75+1,66,939,942,69
VrouwenTotaal0,85,120,754,219,2

Mannen voelen zich gezonder dan vrouwen

Ruim driekwart (76%) van de volwassenen van 20 jaar en ouder ervaart een (zeer) goede gezondheid. Mannen voelen zich iets gezonder dan vrouwen (79% van de mannen versus 73% van de vrouwen). Dit komt onder andere door verschillen in leefstijl en arbeidsparticipatie en door de manier waarop mannen en vrouwen tot een oordeel over de eigen gezondheid komen (Rohlfsen & Jacobs-Kronenfeld, 2014; Idler & Benyamini, 1997). Mannen denken vaker dan vrouwen aan problemen met functioneren wanneer zij hun gezondheid beoordelen (Simon et al., 2005; Peersman et al., 2012).

De ervaren gezondheid wordt slechter met de leeftijd

Van de jongste groep volwassenen van 20 tot en met 29 jaar ervaart 89% een (zeer) goede gezondheid. Van de 75-plussers is dat nog maar 53%. Bij ouderen onderling is er een zwak verband tussen ervaren gezondheid en leeftijd (Kempen & Ormel, 1996; Hoeymans et al., 1997). Dat komt omdat veel ouderen vinden dat een slechtere gezondheid bij de leeftijd hoort. Ook vergelijken ouderen zich vaak met leeftijdsgenoten met een slechtere gezondheid (Cheng et al., 2007; Henchoz et al., 2008) of nemen zij andere aspecten van gezondheid mee in hun oordeel dan jongere ouderen (Simon et al., 2005; Peersman et al., 2012). Zo kunnen zij hun gezondheid toch als positief beoordelen.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Rohlfsen LS, Jacobs-Kronenfeld J. Gender Differences in Trajectories of Self-Rated Health in Middle and Old Age: An Examination of Differential Exposure and Differential Vulnerability. J Aging Health. 2014;26(4):637-662. Pubmed | DOI
  2. Idler EL, Benyamini Y. Self-rated health and mortality: a review of twenty-seven community studies. J Health Soc Behav. 1997;38(1):21-37. Pubmed
  3. Simon JG, De Boer JB, Joung IMA, Bosma H, Mackenbach JP. How is your health in general? A qualitative study on self-assessed health. Eur J Public Health. 2005;15(2):200-8. Pubmed | DOI
  4. Peersman W, Cambier D, de Maeseneer J, Willems S. Gender, educational and age differences in meanings that underlie global self-rated health. International Journal of Public Health. 2012;57(3):513-523. Bron | DOI
  5. Kempen GIJM, Ormel JJ. Dagelijks functioneren van ouderen. Assen: Van Gorcum & Comp; 1996. GoogleScholar
  6. Hoeymans N, Feskens EJ, van den Bos GA, Kromhout D. Age, time, and cohort effects on functional status and self-rated health in elderly men. Am J Public Health. 1997;87(10):1620-5. Pubmed
  7. Cheng ST, Fung H, Chan A. Maintaining self-rated health through social comparison in old age. J Gerontol B Psychol Sci Soc Sci. 2007;62(5):P277-85. Pubmed
  8. Henchoz K, Cavalli S, Girardin M. Health perception and health status in advanced old age: A paradox of association. Journal of Aging Studies. 2008;22(3):282-290. Bron | DOI
  9. Simon SR, Majumdar SR, Prosser LA, Salem-Schatz S, Warner C, Kleinman K, et al. Group versus individual academic detailing to improve the use of antihypertensive medications in primary care: a cluster-randomized controlled trial. Am J Med. 2005;118(5):521-8. Pubmed | DOI

Prevalentie ervaren gezondheid jeugd

Ervaren gezondheid jeugd, 2014

GeslachtLeeftijdZeer slechtSlechtGaat welGoedZeer goed
Jongens0-300,52,441,355,8
Jongens4-110,20,24,944,650
Jongens12-1500,47,65042
Jongens16-1900,96,151,941,1
JongensTotaal0,10,45,246,647,6
Meisjes0-300241,456,6
Meisjes4-1100,234452,7
Meisjes12-1500,43,553,143
Meisjes16-190,50,912,259,527
MeisjesTotaal0,10,44,848,746

Goede ervaren gezondheid bij de meeste kinderen en jongeren

De meeste kinderen en jongeren tot en met 19 jaar ervaren hun gezondheid als (zeer) goed (94%). Dit geldt zowel voor jongens als voor meisjes. Over het algemeen neemt het percentage kinderen en jongeren dat hun gezondheid als (zeer) goed ervaart af met de leeftijd, maar er zijn verschillen tussen jongens en meisjes. Bij jongens zijn de verschillen tussen leeftijdsgroepen klein en neemt het percentage jongens met een (zeer) goede ervaren gezondheid vanaf 16 jaar niet meer af. Het percentage meisjes met een (zeer) goede ervaren gezondheid is bij 16-19 jarigen duidelijk lager dan bij jongere meisjes. De ervaren gezondheid bij kinderen en jongeren weerspiegelt een breed spectrum aan medische, psychische, sociale en leefstijlfactoren (Breidablik et al., 2008). De samenhang met algemeen welbevinden is het sterkste.

Bij kinderen jonger dan 12 jaar wordt de ervaren gezondheid beoordeeld door de ouders of verzorgers.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Breidablik H-J, Meland E, Lydersen S. Self-rated health in adolescence: a multifactorial composite. Scand J Public Health. 2008;36(1):12-20. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Ervaren gezondheid is oordeel over eigen gezondheid

    Ervaren gezondheid, ook wel subjectieve gezondheid of gezondheidsbeleving genoemd, weerspiegelt het oordeel over de eigen gezondheid. Ervaren gezondheid is een samenvattende gezondheidsmaat van alle relevante gezondheidsaspecten voor de persoon in kwestie.

    Deze onderliggende gezondheidsaspecten variëren per persoon, maar hebben vaak betrekking op zowel de lichamelijke als de geestelijke gezondheid. Voorbeelden zijn ziekten, lichamelijke beperkingen en handicaps, fitheid, vermoeidheid en depressieve gevoelens. Ook leefstijlfactoren, zoals voeding, roken en lichamelijke activiteit kunnen het oordeel over de eigen gezondheid mede bepalen: 'Ik wandel iedere dag, dus ik ben gezond'.

    Ervaren gezondheid is een sterke voorspeller van sterfte

    Hoe slechter iemand zijn of haar eigen gezondheid ervaart, hoe hoger de kans op overlijden. Dit lijkt een open deur, maar er zijn weinig maten die zo sterk voorspellend zijn voor sterfte. Bovendien blijft deze sterke relatie tussen ervaren gezondheid en sterfte bestaan nadat rekening gehouden is met een groot aantal andere factoren waarvan bekend is dat ze sterfte voorspellen, zoals leeftijd, objectieve gezondheidsmaten (zoals ziekten, bloeddruk) en andere relevante medische, leefstijl- en psychosociale factoren (Idler & Benyamini, 1997, Benyamini & Idler, 1999, DeSalvo et al., 2006).

    Ervaren gezondheid is een subjectieve maat

    De belangrijkste verklaring voor het sterke verband tussen ervaren gezondheid en sterfte is dat ervaren gezondheid een meer omvattende maat is van gezondheid dan objectieve gezondheidsmaten. Een slechte subjectieve ervaren gezondheid reflecteert bijvoorbeeld ook een onderliggende preklinische ziekte, de ernst of verslechtering van de aanwezige ziekten (Jylhä, 2009, Benyamini, 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Idler EL, Benyamini Y. Self-rated health and mortality: a review of twenty-seven community studies. J Health Soc Behav. 1997;38(1):21-37. Pubmed
    2. Benyamini Y, Idler EL. Community studies reporting associations between self-rated health and mortality. Additional studies, 1995-1998. Research on Aging. 1999;21(3):392-401. GoogleScholar
    3. DeSalvo KB, Bloser N, Reynolds K, He J, Muntner P. Mortality prediction with a single general self-rated health question. A meta-analysis. J Gen Intern Med. 2006;21(3):267-75. Pubmed | DOI
    4. Jylhä M. What is self-rated health and why does it predict mortality? Towards a unified conceptual model. Social Science & Medicine. 2009;69(3):307-316. Bron | DOI
    5. Benyamini Y. Why does self-rated health predict mortality? An update on current knowledge and a research agenda for psychologists. Psychol Health. 2011;26(11):1407-13. Pubmed | DOI
Bronverantwoording
  • Ervaren gezondheid gemeten met vraag over eigen gezondheid in het algemeen

    Ervaren gezondheid wordt gemeten met behulp van de enkelvoudige vraag: 'Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?'. Bij kinderen jonger dan 12 jaar beantwoorden de ouders of verzorgers deze vraag. In de documenten van ervaren gezondheid zijn de antwoordcategorieën samengenomen tot de categorieën gezond (zeer goed of goed) en ongezond (minder dan goed ervaren gezondheid). De vraag is in de loop der jaren in verschillende vragenlijsten gesteld.

    Antwoordcategorieën ervaren gezondheid vóór en ná 2001.

    Hoe is over het algemeen uw gezondheidstoestand?

    Antwoorden tot en met 2000

    Antwoorden vanaf 2001

    zeer goed

    zeer goed

    goed

    goed

    gaat wel

    gaat wel

    soms goed en soms slecht

    slecht

    slecht

    zeer slecht

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl
    2. POLS, Permanent Onderzoek Leefsituatie; module Gezondheid en Welzijn. zorggegevens.nl
    3. Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012, GGD'en, CBS en RIVM, Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012. zorggegevens.nl
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Naar verwachting wordt het loket in november 2017 geopend voor aanvragen uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

  • ECHI-indicator: Self-perceived health

    ECHI-indicatoren (European Core Health Indicators) worden gebruikt om de volksgezondheid in de EU te monitoren en te vergelijken. Volksgezondheidenzorg.info maakt bij de internationale vergelijkingen waar mogelijk gebruik van ECHI.

  • EU-SILC survey

    De internationale cijfers van Eurostat zijn afkomstig van de European Statistics of Income and Living Conditions (EU-SILC) survey. De vraagstelling in de CBS-Gezondheidsenquête en de EU-SILC vragenlijsten is gelijk, maar beide vragenlijsten zijn afgenomen bij een andere steekproef (Gezondheidsenquête: personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens; EU-SILC: personen van 16 jaar en ouder in particuliere huishoudens).

    Bij de EU-SILC survey wordt gestreefd naar eenvormige methoden van dataverzameling tussen landen (Eurostat, 2013). In de praktijk blijven er als gevolg van vertaling toch verschillen in vraagstelling en antwoordcategorieën waardoor verschillen tussen landen in ervaren gezondheid voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd (Eurostat, 2008). Bovendien is zelfrapportage van de gezondheid gevoelig voor verschillen in cultuur. Zo kunnen bijvoorbeeld verschillen in referentiekader leiden tot over- of onderschatting van de gezondheid (Sen, 2002). Ook kunnen antwoordcategorieën in verschillende talen een andere gevoelswaarde hebben.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Eurostat. Eurostat metadata: Health status: indicators from the SILC survey (from 2004 onwards). Last update: 23 October 2013.; 2013. Bron
    2. Eurostat. Eurostat. Note on the harmonisation of SILC and EHIS questions on health. Luxemburg: Eurostat; 2008. Bron
    3. Sen A. Health: perception versus observation. BMJ. 2002;324(7342):860-1. Pubmed
Methoden
  • Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking veranderen in de loop van de tijd. Om ziekte- en sterftecijfers van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, moet hiermee rekening worden gehouden. Daarom zijn trends in de tijd gecorrigeerd voor deze veranderingen in de bevolking. Daarbij is uitgegaan van de bevolkingsomvang en de leeftijdsverdeling in een gekozen standaardjaar/-populatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de 387.195 respondenten van de Gezondheidsmonitor volwassenen 2012 van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren met deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt. Dit is gedaan voor 26 verschillende uitkomstmaten.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de kleine-domeinschattingen zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van zowel de respondenten als van de gebieden waarin ze wonen. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2012 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Grote aantallen nodig
    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn!

    Toekomst
    In het najaar van 2016 zijn de gegevens van de Gezondheidsmonitor 2016 verzameld. We hopen op basis van opnieuw een groot databestand (456.179 respondenten) ook voor 2016 wijk- en buurtcijfers te kunnen berekenen. 

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Er is een wetenschappelijk artikel geschreven met een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode. Zodra dat artikel gepubliceerd is, wordt de referentie hier gemeld. Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

  • Berekenen odds ratio

    Een odds ratio is de verhouding van twee ‘odds’. Een odds is de kans dat een gebeurtenis (hier gezondheidsprobleem of leefstijl) zich voordoet in groep a (p) gedeeld door de kans dat een gebeurtenis zich niet voordoet in die groep (1-p). De odds ratio is deze verhouding binnen groep a [p/(1-p)] gedeeld door dezelfde verhouding in groep b [q/(1-q)]. De formule voor odds ratio is OR= [p/(1-p)] / [q/(1-q)].

  • RII: odds ratio

    Een odds ratio is de verhouding van twee ‘odds’. Een odds is de kans dat een gebeurtenis (hier gezondheidsprobleem of leefstijl) zich voordoet in groep a (p) gedeeld door de kans dat een gebeurtenis zich niet voordoet in die groep (1-p), waarbij groep a de laagstopgeleiden zijn. De odds ratio is deze verhouding binnen groep a [p/(1-p)] gedeeld door dezelfde verhouding in groep b, de hoogstopgeleiden, [q/(1-q)]. De formule voor odds ratio is OR = [p/(1-p)] / [q/(1-q)]. De odds ratio is een moeilijk te interpreteren waarde. Een odds ratio zegt niets over kansverschillen maar over odds verschillen. Een odds ratio van bijvoorbeeld 2 staat dus niet voor een twee maal zo vaak vóórkomen van een gezondheidsprobleem of leefstijl onder de laagst- dan onder de hoogstopgeleiden en kun je niet interpreteren als "twee maal zo hoog". Dat laatste kan alleen als het gezondheidsprobleem of de leefstijl weinig voorkomt (prevalentie < ongeveer 10%).

  • Berekenen populatie attributief risico

    Het populatie attributief risico (PAR) is berekend als maat voor de hoeveelheid gezondheidsverlies in een populatie die is toe te schrijven aan een risicofactor: het percentage van het gezondheidsprobleem in de totale populatie dat kan worden voorkomen door volledige uitschakeling van de risicofactor. Het is hiermee een schatting van de theoretisch te behalen gezondheidswinst in een populatie.

  • Ervaren gezondheid naar opleidingsniveau (RII)

    De RII (Relative Index of Inequality) is een odds ratio voor het verschil in ervaren gezondheid tussen de laagst- en de hoogstopgeleiden die rekening houdt met de verdeling van mensen over de verschillende opleidingsniveaus. Een RII > 1 betekent dat een beoordeling van de eigen gezondheid als 'gaat wel' of '(zeer) slecht' meer voorkomt onder de laagst- dan onder de hoogstopgeleiden.

    Verschil in ervaren gezondheid tussen de hoogst- en de laagstopgeleiden in 2012

    Wie

    Gecorrigeerd voor

    RII (95% betrouwbaarheidsinterval)

    Gehele bevolking

    Leeftijd, geslacht

    4,18 (4,05 – 4,31)

    Vrouwen

    Leeftijd

    4,28 (4,09 – 4,46)

    Mannen

    Leeftijd

    4,38 (4,20 – 4,58)

    Zie methode voor een beschrijving van de analyse.

  • Ervaren gezondheid naar opleidingsniveau: leeftijdscategorieën (RII)

    De RII (Relative Index of Inequality) is een odds ratio voor het verschil in ervaren gezondheid tussen de laagst- en de hoogstopgeleiden die rekening houdt met de verdeling van mensen over de verschillende opleidingsniveaus. Een RII > 1 betekent dat een beoordeling van de eigen gezondheid als 'gaat wel' of '(zeer) slecht' meer voorkomt onder de laagst- dan onder de hoogstopgeleiden.

    Verschil in ervaren gezondheid tussen de hoogst- en de laagstopgeleiden in 2012

    Wie

    Gecorrigeerd voor

    RII (95% betrouwbaarheidsinterval)

    25-34 jarigen

    Geslacht

    6,99 (6,12 – 7,98)

    35-49 jarigen

    Geslacht

    7,16  (6,62 – 7,74)

    50-64 jarigen

    Geslacht

    4,84 (4,56 – 5,13)

    65-plussers

    Geslacht

    3,92 (3,76 – 4,08)

    Zie methode voor een beschrijving van de analyse.

  • Trend in ervaren gezondheid naar opleidingsniveau (RII trend)

    De RII Trend (Trend in Relative Index of Inequality) vergelijkt de odds ratios voor het verschil in ervaren gezondheid tussen de hoogst- en de laagstopgeleiden tussen twee momenten in de tijd (bijvoorbeeld 1990 en 2012). Deze maat houdt daarbij tevens rekening met de verdeling van mensen over de verschillende opleidingsniveaus. Een RII Trend > 1 betekent een toename in opleidingsverschillen in de betreffende periode.

    De OR Trend (Trend in Odds Ratio) is een maat voor het verschil in ervaren gezondheid tussen twee momenten in de tijd (bijvoorbeeld 1990 en 2012).  Een OR Trend > 1 betekent een toename van het percentage mensen die de eigen gezondheid als 'gaat wel' of '(zeer) slecht' beoordelen.

    Verschil in ervaren gezondheid tussen de hoogst- en de laagstopgeleiden 1990-2012

    Wie

    Gecorrigeerd voor

    RII Trend 1990-2012
    (95% betrouwbaarheidsinterval)

    Gehele bevolking

    Leeftijd, geslacht

    1,01 (1,001 – 1,015)

    Ervaren gezondheid 1990-2012 naar opleidingsniveau

    Wie

    Gecorrigeerd voor

    OR Trend 1990-2012

    lager onderwijs

    Leeftijd, geslacht

    1,010 (p<.001)

    lbo,mavo,vmbo

    Leeftijd, geslacht

    1,004 (p<.05)

    mbo, havo,vwo

    Leeftijd, geslacht

    Niet significant

    hbo, universiteit

    Leeftijd, geslacht

    Niet significant

    Zie methode voor een beschrijving van de analyse.

Andere websites over Ervaren gezondheid

Data en gegevensbronnen