Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EpilepsieCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Bijna 182.000 mensen met epilepsie

Regionaal & Internationaal

Kosten

Kosten van de zorg bijna 250 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Aantal dagopnamen sterk toegenomen

Trend prevalentie epilepsie

Jaarprevalentie van epilepsie, 1990-2015

JaarMannenVrouwen
1991100100
1992101104
1993101110
1994103110
1995104110
1996104115
1997106122
1998109127
1999112130
2000112134
2001112138
2002114144
2003118153
2004122163
2005127172
2006131177
2007138183
2008144186
2009149188
2010152190
2011154192
2012156194
2013156196
2014157201

Bron: RNH-Limburg; gegevens bewerkt door het RIVM

  • De indexcijfers zijn gebaseerd op 3-jaars voortschrijdende gemiddelden
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1991 is 100)
  • ICPC-1-code N88

Aantal vrouwen met epilepsie in 25 jaar verdubbeld

In de periode 1990-2015 is de jaarprevalentie van epilepsie voor mannen met ruim 50% gestegen en voor vrouwen verdubbeld. Er is hier gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en samenstelling naar leeftijd van de bevolking (standaardisatie).

Experts en redactie

Trend nieuwe gevallen epilepsie

Nieuwe gevallen van epilepsie, 1990-2015

JaarMannenVrouwen
1991100100
19929398
199394109
19949287
19959381
19967888
199786102
1998102114
1999106114
2000100126
200192116
200296131
2003100147
2004119169
2005122180
2006107172
200792154
200899145
2009114141
2010107133
2011104125
201298119
2013123133
2014138143

Bron: RNH-Limburg; gegevens bewerkt door het RIVM

  • De indexcijfers zijn gebaseerd op 3-jaars voortschrijdende gemiddelden
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1991 is 100)
  • ICPC-1-code N88

Piek in aantal nieuwe vrouwelijke patiënten rond 2005

Het aantal nieuwe gevallen van epilepsie onder vrouwen nam in de periode 2000-2010 eerst toe, bereikte een piek in 2005, en nam daarna weer af. Het aantal nieuwe gevallen onder mannen vertoonde geen duidelijke trend. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en samenstelling naar leeftijd van de bevolking (standaardisatie).

Experts en redactie

Trend sterfte epilepsie

Sterfte aan epilepsie 1996-2017

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
19961001008792
199785877874
1998107929281
1999103749367
20001229910892
20019711387104
2002111125102118
2003133132126123
200413410312597
2005152104142101
20061269112088
2007127109121106
2008125126123125
2009149114148115
2010108118109120
2011125115128119
2012122123127130
2013138105146112
2014125122134131
2015142131158145
2016127117142129
2017129118146133

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes G40 en G41
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1996 = 100)
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sterfte door epilepsie toegenomen

De sterfte met epilepsie als onderliggende doodoorzaak is in de periode 1996-2017 toegenomen. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en samenstelling naar leeftijd van de bevolking (standaardisatie). Doordat het om relatief kleine aantallen gaat, is er sprake van grote schommelingen.
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is voor mannen toegenomen van 87 in 1996 tot 146 in 2017. Bij vrouwen is de absolute sterfte toegenomen van 92 in 1996 tot 133 in 2017.

Meer informatie

 

Experts en redactie

Datum publicatie

19-09-2018

Toekomstige trend epilepsie door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met epilepsie door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met epilepsie (jaarprevalentie) in de periode 2015-2040 naar verwachting met 10% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 11% voor mannen en 10% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van epilepsie beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Epilepsie

    Epilepsie is hersenaandoening met epileptische aanvallen

    Epilepsie is een ziekte van de hersenen. Kenmerkend zijn de spontane (niet geprovoceerde) epileptische aanvallen, die op onvoorspelbare momenten optreden. Epileptische aanvallen bestaan uit symptomen ten gevolge van abnormale, plotselinge, excessieve elektrische activiteit van de hersenen.
    Er is sprake van epilepsie als één of meer ongeprovoceerde epileptische aanvallen in een jaar optreden met een hoge kans op herhaling.

    Diverse vormen van epilepsie

    De aandoening epilepsie komt in verschillende vormen of syndromen voor. De prognose en de behandeling van epilepsie zijn afhankelijk van de vorm. De vorm wordt bepaald door het type epileptische aanval, de beginleeftijd, EEG-kenmerken, genetische aanleg en het al dan niet hebben van een neurologische afwijking. De International League Against Epilepsy (ILAE) classificeert de diverse vormen van epilepsie en maakt daarbij onderscheid tussen idiopathische, symptomatische en cryptogene epilepsie. Over deze classificatie is veel discussie gaande tussen wetenschappers en clinici. Bij ‘idiopathische epilepsie’ spelen vooral genetische factoren een rol. ‘Symptomatische epilepsie’ is het (late) gevolg van een hersenbeschadiging. Bij ‘cryptogene epilepsie’ wordt een neurologische oorzaak vermoed zonder dat deze kan worden aangetoond.

    Speciale syndromen

    Ziektebeelden met een acute stoornis in de hersenen kunnen een (zogenaamde acuut symptomatische) epileptische aanval veroorzaken maar dan is nog geen sprake van epilepsie. Een bekend voorbeeld daarvan bij kinderen is een koortsconvulsie bij infectieziekten. Andere voorbeelden zijn aanvallen die optreden bij beroerte, ongevalsletsel, vergiftiging, onthoudingsverschijnselen bij alcohol- en drugsafhankelijkheid, te laag glucosegehalte in het bloed en acuut zuurstoftekort.

    Classificatie van vormen van epilepsie en epileptische syndromen (vereenvoudigd schema)

    1 Partiële (of gelokaliseerde of focale) epilepsie en syndromen
      1.1  Idiopathisch 
      1.2  Symptomatisch 
      1.3  Cryptogeen 
    2 Gegeneraliseerde epilepsie en syndromen 
      2.1  Idiopathisch 
      2.2  Symptomatisch
      2.3  Cryptogeen
    3 Epilepsie waarbij het niet mogelijk is te classificeren als partieel of gegeneraliseerd 
      3.1  Zowel met gegeneraliseerde als partiële aanvallen 
      3.2  Aanvallen zijn noch duidelijk gegeneraliseerd noch duidelijk partiëel 
    4 Speciale syndromen 

     

    Bron: International League Against Epilepsy, 1989

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. International League Against Epilepsy. Proposal for revised classification of epilepsies and epileptic syndromes. Commission on Classification and Terminology of the International League Against Epilepsy. Epilepsia. 1989;30(4):389-99. Pubmed
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van epilepsie

    Voor bepaling van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van epilepsie (huidige situatie) zijn gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Voor de beschrijving van de trend in prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van epilepsie is gebruikgemaakt van een andere huisartsenregistratie: RNH. De registratie over het voorkomen van ziekten in de huisartsenpraktijk van RNH-Limburg gaat terug tot 1987. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn heeft gegevens over een kortere periode en wordt daarom niet gebruikt voor de beschrijving van de trends.

    De in de huisartsenregistraties gebruikte ICPC-1-code is N88.

    Meer informatie over het schatten van de morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
    2. RNH, Registratienet Huisartspraktijken Limburg / Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ): epilepsie

    Via de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) (voorheen Landelijke Medische Registratie (LMR)) worden alle ziekenhuisopnamen geregistreerd in nagenoeg alle ziekenhuizen in Nederland. Ziekenhuizen verstrekken gezamenlijk ziekenhuisgegevens aan Dutch Hospital Data (DHD). DHD is beheerder van de LBZ namens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra en verwerkt en verstrekt (onder voorwaarden) de gegevens aan derden. De gebruikte ICD-9-code in de LBZ registratie is 345.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
    2. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.