Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EpilepsieCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

2011-2018 zorgprevalentie epilepsie constant

Regionaal & Internationaal

Kosten

Zorguitgaven 304 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Ruim 9.000 ziekenhuiopnamen

Trend voorkomen epilepsie

Zorgprevalentie en aantal nieuwe gevallen epilepsie 2011-2018

JaarNieuwe gevallen, mannenNieuwe gevallen, vrouwenPrevalentie, mannenPrevalentie, vrouwenNieuwe gevallen, mannen (absoluut)Nieuwe gevallen, vrouwen (absoluut)Prevalentie, mannen (absoluut)Prevalentie, vrouwen (absoluut)
20111001001001008.0006.40029.20027.600
2012941081161147.6007.00034.10031.700
20131031151091088.4007.50032.10030.200
201487971091107.2006.40032.70030.900
2015961041061108.0006.90032.10031.100
2016929591927.7006.30027.50026.000
201774781061036.3005.30032.40029.400
201873761071016.4005.10033.10029.000

Aantal nieuwe gevallen epilepsie afgenomen

Het aantal nieuwe gevallen van epilepsie is in de periode 2011-2018 met ongeveer 25% afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuwe gevallen van epilepsie is afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 8.000 in 2011 naar 6.400 in 2018. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 6.400 in 2011 naar 5.100 in 2018.

Prevalentie epilepsie vrijwel constant

In de periode 2011-2018 is de zorgprevalentie van epilepsie vrijwel constant. Het betreft hier het aantal mensen dat voor epilepsie zorg heeft gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen dat zorg heeft ontvangen voor epilepsie is voor mannen licht toegenomen van 29.200 in 2011 naar 33.100 in 2018. Voor vrouwen is dit aantal  toegenomen van 27.600 in 2011 naar 29.000 in 2018.

Prevalentie epilepsie tussen 1991 en 2014 gestegen

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van epilepsie is in de periode 1991-2014 voor mannen met ruim 50% gestegen en voor vrouwen verdubbeld. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar bekend waren bij de huisarts met epilepsie. Deze mensen hoeven niet allemaal in het betreffende jaar contact te hebben gehad met de huisarts voor epilepsie.
In de periode 1991-2014 bereikte het gestandaardiseerd aantal nieuwe gevallen van epilepsie onder vrouwen een piek in 2005, en nam daarna af. Er was geen duidelijke trend in het aantal nieuwe gevallen voor mannen. Deze trends zijn gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen epilepsie 1991-2014 (PDF; 97 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

04-05-2020

Trend sterfte epilepsie

Sterfte aan epilepsie 1980-2019

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
19801001007750
19811011137560
1982881046755
1983891077357
19841131178559
198513512910168
19861071587779
19871011017255
19881231739493
198914114810779
19901251599684
199114514310580
199212913910374
1993971447783
19941201349379
19951211299379
19961071508792
1997871287874
19981181379281
19991071129367
200012714810892
200110317087104
2002117189102118
2003139200126123
200414015412597
2005165157142101
200613913912088
2007138168121106
2008133189123125
2009159170148115
2010117178109120
2011133173128119
2012134187127130
2013149159146112
2014132184134131
2015156200158145
2016138178142129
201711712912596
2018143176154132
2019127200139152

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2020)

  • ICD-10-codes: G40 en G41
  • Cijfers over 2019 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2019
  • Geïndexeerd (1980 = 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording).

Sterfte door epilepsie toegenomen

De sterfte met epilepsie als onderliggende doodoorzaak is over de gehele periode 1980-2019 toegenomen. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en samenstelling naar leeftijd van de bevolking (standaardisatie). Doordat het om relatief kleine aantallen gaat, is er sprake van grote schommelingen in de trend.
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is voor mannen toegenomen van 77 in 1980 tot 139 in 2019. Bij vrouwen is de absolute sterfte toegenomen van 50 in 1980 tot 152 in 2019.

Meer informatie

 

Datum publicatie

04-09-2020

Toekomstige trend epilepsie door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met epilepsie door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met epilepsie (jaarprevalentie) in de periode 2015-2040 naar verwachting met 10% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 11% voor mannen en 10% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van epilepsie beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Epilepsie

    Epilepsie is hersenaandoening met epileptische aanvallen

    Epilepsie is een ziekte van de hersenen. Kenmerkend zijn de spontane (niet geprovoceerde) epileptische aanvallen, die op onvoorspelbare momenten optreden. Epileptische aanvallen bestaan uit symptomen ten gevolge van abnormale, plotselinge, excessieve elektrische activiteit van de hersenen.
    Er is sprake van epilepsie als één of meer ongeprovoceerde epileptische aanvallen in een jaar optreden met een hoge kans op herhaling.

    Diverse vormen van epilepsie

    De aandoening epilepsie komt in verschillende vormen of syndromen voor. De prognose en de behandeling van epilepsie zijn afhankelijk van de vorm. De vorm wordt bepaald door het type epileptische aanval, de beginleeftijd, EEG-kenmerken, genetische aanleg en het al dan niet hebben van een neurologische afwijking. De International League Against Epilepsy (ILAE) classificeert de diverse vormen van epilepsie en maakt daarbij onderscheid tussen idiopathische, symptomatische en cryptogene epilepsie. Over deze classificatie is veel discussie gaande tussen wetenschappers en clinici. Bij ‘idiopathische epilepsie’ spelen vooral genetische factoren een rol. ‘Symptomatische epilepsie’ is het (late) gevolg van een hersenbeschadiging. Bij ‘cryptogene epilepsie’ wordt een neurologische oorzaak vermoed zonder dat deze kan worden aangetoond.

    Speciale syndromen

    Ziektebeelden met een acute stoornis in de hersenen kunnen een (zogenaamde acuut symptomatische) epileptische aanval veroorzaken maar dan is nog geen sprake van epilepsie. Een bekend voorbeeld daarvan bij kinderen is een koortsconvulsie bij infectieziekten. Andere voorbeelden zijn aanvallen die optreden bij beroerte, ongevalsletsel, vergiftiging, onthoudingsverschijnselen bij alcohol- en drugsafhankelijkheid, te laag glucosegehalte in het bloed en acuut zuurstoftekort.

    Classificatie van vormen van epilepsie en epileptische syndromen (vereenvoudigd schema)

    1 Partiële (of gelokaliseerde of focale) epilepsie en syndromen
      1.1  Idiopathisch 
      1.2  Symptomatisch 
      1.3  Cryptogeen 
    2 Gegeneraliseerde epilepsie en syndromen 
      2.1  Idiopathisch 
      2.2  Symptomatisch
      2.3  Cryptogeen
    3 Epilepsie waarbij het niet mogelijk is te classificeren als partieel of gegeneraliseerd 
      3.1  Zowel met gegeneraliseerde als partiële aanvallen 
      3.2  Aanvallen zijn noch duidelijk gegeneraliseerd noch duidelijk partiëel 
    4 Speciale syndromen 

     

    Bron: International League Against Epilepsy, 1989

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. International League Against Epilepsy. Proposal for revised classification of epilepsies and epileptic syndromes. Commission on Classification and Terminology of the International League Against Epilepsy. Epilepsia. 1989;30(4):389-99. Pubmed
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van epilepsie

    Voor bepaling van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van epilepsie (huidige situatie en trends) zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De gebruikte ICPC-1-code is N88.

    Meer informatie over het schatten van de morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ): epilepsie

    Via de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) (voorheen Landelijke Medische Registratie (LMR)) worden alle ziekenhuisopnamen geregistreerd in nagenoeg alle ziekenhuizen in Nederland. Ziekenhuizen verstrekken gezamenlijk ziekenhuisgegevens aan Dutch Hospital Data (DHD). DHD is beheerder van de LBZ namens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra en verwerkt en verstrekt (onder voorwaarden) de gegevens aan derden. De gebruikte ICD-9-code in de LBZ registratie is 345.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
    2. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.