Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EpilepsieCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

2011-2019 zorgprevalentie epilepsie constant

Regionaal & Internationaal

Kosten

Zorguitgaven 304 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Ruim 9.000 ziekenhuiopnamen

Trend voorkomen epilepsie in huisartsenpraktijk

Zorgprevalentie en aantal nieuwe gevallen epilepsie 2011-2019

JaarNieuwe gevallen, mannenNieuwe gevallen, vrouwenPrevalentie, mannenPrevalentie, vrouwenNieuwe gevallen, mannen (absoluut)Nieuwe gevallen, vrouwen (absoluut)Prevalentie, mannen (absoluut)Prevalentie, vrouwen (absoluut)
20111001001001008.0006.40029.20027.600
2012941081161147.6007.00034.10031.700
20131031151091088.4007.50032.10030.200
201487971091107.2006.40032.70030.900
2015961041061108.0006.90032.10031.100
2016929591927.7006.30027.50026.000
201774781061036.3005.30032.40029.400
201873761071016.4005.10033.10029.000
201967771001005.8005.20031.70028.800

Aantal nieuwe diagnoses epilepsie afgenomen

Het aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van epilepsie is in de periode 2011-2019 afgenomen, voor mannen met ruim 30% en voor vrouwen met ruim 20%. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van epilepsie is afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 8.000 in 2011 naar 5.800 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 6.400 in 2011 naar 5.200 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie epilepsie vrijwel constant

In de periode 2011-2019 is de zorgprevalentie van epilepsie vrijwel constant gebleven. Het betreft hier het aantal mensen dat voor epilepsie zorg heeft gehad van de huisarts of waarvan de huisarts wist dat de patiënt zorg ontving in de tweede lijn. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen dat zorg heeft ontvangen voor epilepsie is vrijwel constant gebleven in de periode 2011-2019. Voor zowel mannen als vrouwen lag dit aantal rond de 30.000 per jaar (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie epilepsie tussen 1991 en 2014 gestegen

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van epilepsie is in de periode 1991-2014 voor mannen met ruim 50% gestegen en voor vrouwen verdubbeld. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar bekend waren bij de huisarts met epilepsie. Deze mensen hoeven niet allemaal in het betreffende jaar contact te hebben gehad met de huisarts voor epilepsie.
In de periode 1991-2014 bereikte het gestandaardiseerd aantal nieuwe gevallen van epilepsie onder vrouwen een piek in 2005, en nam daarna af. Er was geen duidelijke trend in het aantal nieuwe gevallen voor mannen. Deze trends zijn gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen epilepsie 1991-2014 (PDF; 97 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

12-11-2020

Trend sterfte epilepsie

Sterfte aan epilepsie 1980-2020

JaarMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
19801,30,91,17750127
19811,31,01,17560135
19821,10,91,06755122
19831,10,91,07357130
19841,41,01,28559144
19851,71,11,410168169
19861,41,41,47779156
19871,30,91,17255127
19881,61,51,69493187
19891,81,31,510779186
19901,61,41,59684180
19911,91,31,510580185
19921,71,21,410374177
19931,21,31,37783160
19941,51,21,39379172
19951,61,11,39379172
19961,41,31,38792179
19971,11,11,17874152
19981,51,21,39281173
19991,41,01,29367160
20001,61,31,410892200
20011,31,51,487104191
20021,51,71,6102118220
20031,81,71,8126123249
20041,81,41,612597222
20052,11,41,7142101243
20061,81,21,512088208
20071,81,51,6121106227
20081,71,71,7123125248
20092,11,51,8148115263
20101,51,61,5109120229
20111,71,51,6128119247
20121,71,61,7127130257
20131,91,41,6146112258
20141,71,61,7134131265
20152,01,81,9158145303
20161,81,61,7142129271
20171,51,11,312596221
20181,81,51,7154132286
20191,61,81,7139152291
20202,01,71,8172148320

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10-codes G40 en G41
  • Cijfers over 2020 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2020
  • De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording).

Sterfte door epilepsie toegenomen

Over de gehele periode 1980-2020 is de sterfte met epilepsie als onderliggende doodsoorzaak toegenomen. De weergegeven trend is gecorrigeerd voor veranderingen in omvang en samenstelling naar leeftijd van de bevolking (standaardisatie). Doordat het om relatief kleine aantallen gaat, is er sprake van grote schommelingen in de trend.
De absolute (niet gestandaardiseerde) sterfte is voor mannen toegenomen van 77 in 1980 tot 172 in 2020. Bij vrouwen is de absolute sterfte toegenomen van 50 in 1980 tot 148 in 2020.

Meer informatie

 

Datum publicatie

14-09-2021

Toekomstige trend epilepsie door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met epilepsie door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met epilepsie (jaarprevalentie) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 13% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 15% voor mannen en 12% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van epilepsie beïnvloeden.

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Epilepsie

    Epilepsie is hersenaandoening met epileptische aanvallen

    Epilepsie is een ziekte van de hersenen. Kenmerkend zijn de spontane (niet geprovoceerde) epileptische aanvallen, die op onvoorspelbare momenten optreden. Epileptische aanvallen bestaan uit symptomen ten gevolge van abnormale, plotselinge, excessieve elektrische activiteit van de hersenen.
    Er is sprake van epilepsie als één of meer ongeprovoceerde epileptische aanvallen in een jaar optreden met een hoge kans op herhaling.

    Diverse vormen van epilepsie

    De aandoening epilepsie komt in verschillende vormen of syndromen voor. De prognose en de behandeling van epilepsie zijn afhankelijk van de vorm. De vorm wordt bepaald door het type epileptische aanval, de beginleeftijd, EEG-kenmerken, genetische aanleg en het al dan niet hebben van een neurologische afwijking. De International League Against Epilepsy (ILAE) classificeert de diverse vormen van epilepsie en maakt daarbij onderscheid tussen idiopathische, symptomatische en cryptogene epilepsie. Over deze classificatie is veel discussie gaande tussen wetenschappers en clinici. Bij ‘idiopathische epilepsie’ spelen vooral genetische factoren een rol. ‘Symptomatische epilepsie’ is het (late) gevolg van een hersenbeschadiging. Bij ‘cryptogene epilepsie’ wordt een neurologische oorzaak vermoed zonder dat deze kan worden aangetoond.

    Speciale syndromen

    Ziektebeelden met een acute stoornis in de hersenen kunnen een (zogenaamde acuut symptomatische) epileptische aanval veroorzaken maar dan is nog geen sprake van epilepsie. Een bekend voorbeeld daarvan bij kinderen is een koortsconvulsie bij infectieziekten. Andere voorbeelden zijn aanvallen die optreden bij beroerte, ongevalsletsel, vergiftiging, onthoudingsverschijnselen bij alcohol- en drugsafhankelijkheid, te laag glucosegehalte in het bloed en acuut zuurstoftekort.

    Classificatie van vormen van epilepsie en epileptische syndromen (vereenvoudigd schema)

    1 Partiële (of gelokaliseerde of focale) epilepsie en syndromen
      1.1  Idiopathisch 
      1.2  Symptomatisch 
      1.3  Cryptogeen 
    2 Gegeneraliseerde epilepsie en syndromen 
      2.1  Idiopathisch 
      2.2  Symptomatisch
      2.3  Cryptogeen
    3 Epilepsie waarbij het niet mogelijk is te classificeren als partieel of gegeneraliseerd 
      3.1  Zowel met gegeneraliseerde als partiële aanvallen 
      3.2  Aanvallen zijn noch duidelijk gegeneraliseerd noch duidelijk partiëel 
    4 Speciale syndromen 

     

    Bron: International League Against Epilepsy, 1989

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. International League Against Epilepsy. Proposal for revised classification of epilepsies and epileptic syndromes. Commission on Classification and Terminology of the International League Against Epilepsy. Epilepsia. 1989;30(4):389-99. Pubmed
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van epilepsie

    Voor bepaling van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van epilepsie (huidige situatie en trends) zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. De gebruikte ICPC-1-code is N88.

    Meer informatie over het schatten van de morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ): epilepsie

    Via de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) (voorheen Landelijke Medische Registratie (LMR)) worden alle ziekenhuisopnamen geregistreerd in nagenoeg alle ziekenhuizen in Nederland. Ziekenhuizen verstrekken gezamenlijk ziekenhuisgegevens aan Dutch Hospital Data (DHD). DHD is beheerder van de LBZ namens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra en verwerkt en verstrekt (onder voorwaarden) de gegevens aan derden. De gebruikte ICD-9-code in de LBZ registratie is 345.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
    2. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.