Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EpilepsieCijfers & ContextSterfte

Cijfers & Context

Bijna 182.000 mensen met epilepsie

Regionaal & Internationaal

Kosten

Kosten van de zorg bijna 250 miljoen euro in 2011

Preventie & Zorg

Aantal dagopnamen sterk toegenomen

Sterfte epilepsie

Sterfte aan epilepsie 2017

LeeftijdsklasseMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
00,03,61,8033
1-40,30,00,1101
5-91,10,20,7516
10-140,60,80,7347
15-191,50,41,08210
20-240,91,00,95510
25-291,10,20,6617
30-341,50,61,18311
35-391,40,61,07310
40-440,60,40,5325
45-491,10,20,6718
50-541,41,11,39716
55-591,31,31,38816
60-642,11,51,811819
65-692,83,43,1141731
70-741,71,61,77714
75-794,15,14,7111627
80-847,66,46,9131528
85-8916,19,611,9141529
90-9414,215,615,241115
95+40,220,724,7246

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes G40 en G41
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

In 2017 overleden aan epilepsie 279 personen

In 2017 zijn 279 personen overleden met epilepsie als onderliggende doodsoorzaak. Het betrof 146 mannen (1,7 per 100.000 mannen) en 133 vrouwen (1,5 per 100.000 vrouwen). De sterfte aan epilepsie neemt toe met de leeftijd. De direct aan epilepsie gerelateerde sterfte onder epilepsiepatiënten lijkt gering. De exacte doodsoorzaak van een persoon met epilepsie is echter vaak lastig vast te stellen, bijvoorbeeld in geval van een ongeval of plotselinge sterfte.

Meer informatie

Datum publicatie

19-09-2018

Verantwoording

Definities
  • Epilepsie

    Epilepsie is hersenaandoening met epileptische aanvallen

    Epilepsie is een ziekte van de hersenen. Kenmerkend zijn de spontane (niet geprovoceerde) epileptische aanvallen, die op onvoorspelbare momenten optreden. Epileptische aanvallen bestaan uit symptomen ten gevolge van abnormale, plotselinge, excessieve elektrische activiteit van de hersenen.
    Er is sprake van epilepsie als één of meer ongeprovoceerde epileptische aanvallen in een jaar optreden met een hoge kans op herhaling.

    Diverse vormen van epilepsie

    De aandoening epilepsie komt in verschillende vormen of syndromen voor. De prognose en de behandeling van epilepsie zijn afhankelijk van de vorm. De vorm wordt bepaald door het type epileptische aanval, de beginleeftijd, EEG-kenmerken, genetische aanleg en het al dan niet hebben van een neurologische afwijking. De International League Against Epilepsy (ILAE) classificeert de diverse vormen van epilepsie en maakt daarbij onderscheid tussen idiopathische, symptomatische en cryptogene epilepsie. Over deze classificatie is veel discussie gaande tussen wetenschappers en clinici. Bij ‘idiopathische epilepsie’ spelen vooral genetische factoren een rol. ‘Symptomatische epilepsie’ is het (late) gevolg van een hersenbeschadiging. Bij ‘cryptogene epilepsie’ wordt een neurologische oorzaak vermoed zonder dat deze kan worden aangetoond.

    Speciale syndromen

    Ziektebeelden met een acute stoornis in de hersenen kunnen een (zogenaamde acuut symptomatische) epileptische aanval veroorzaken maar dan is nog geen sprake van epilepsie. Een bekend voorbeeld daarvan bij kinderen is een koortsconvulsie bij infectieziekten. Andere voorbeelden zijn aanvallen die optreden bij beroerte, ongevalsletsel, vergiftiging, onthoudingsverschijnselen bij alcohol- en drugsafhankelijkheid, te laag glucosegehalte in het bloed en acuut zuurstoftekort.

    Classificatie van vormen van epilepsie en epileptische syndromen (vereenvoudigd schema)

    1 Partiële (of gelokaliseerde of focale) epilepsie en syndromen
      1.1  Idiopathisch 
      1.2  Symptomatisch 
      1.3  Cryptogeen 
    2 Gegeneraliseerde epilepsie en syndromen 
      2.1  Idiopathisch 
      2.2  Symptomatisch
      2.3  Cryptogeen
    3 Epilepsie waarbij het niet mogelijk is te classificeren als partieel of gegeneraliseerd 
      3.1  Zowel met gegeneraliseerde als partiële aanvallen 
      3.2  Aanvallen zijn noch duidelijk gegeneraliseerd noch duidelijk partiëel 
    4 Speciale syndromen 

     

    Bron: International League Against Epilepsy, 1989

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. International League Against Epilepsy. Proposal for revised classification of epilepsies and epileptic syndromes. Commission on Classification and Terminology of the International League Against Epilepsy. Epilepsia. 1989;30(4):389-99. Pubmed
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van epilepsie

    Voor bepaling van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van epilepsie (huidige situatie) zijn gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Voor de beschrijving van de trend in prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van epilepsie is gebruikgemaakt van een andere huisartsenregistratie: RNH. De registratie over het voorkomen van ziekten in de huisartsenpraktijk van RNH-Limburg gaat terug tot 1987. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn heeft gegevens over een kortere periode en wordt daarom niet gebruikt voor de beschrijving van de trends.

    De in de huisartsenregistraties gebruikte ICPC-1-code is N88.

    Meer informatie over het schatten van de morbiditeit op basis van gegevens uit huisartsenregistraties is te vinden in Gebruik van huisartsenregistraties voor schattingen morbiditeit.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
    2. RNH, Registratienet Huisartspraktijken Limburg / Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht. zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ): epilepsie

    Via de Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) (voorheen Landelijke Medische Registratie (LMR)) worden alle ziekenhuisopnamen geregistreerd in nagenoeg alle ziekenhuizen in Nederland. Ziekenhuizen verstrekken gezamenlijk ziekenhuisgegevens aan Dutch Hospital Data (DHD). DHD is beheerder van de LBZ namens de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen en de Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra en verwerkt en verstrekt (onder voorwaarden) de gegevens aan derden. De gebruikte ICD-9-code in de LBZ registratie is 345.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
    2. LMR, Landelijke Medische Registratie. zorggegevens.nl
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.