Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EerstelijnszorgRegionaal & InternationaalTandartsenzorg

Cijfers & Context

Nederland telt ruim 9.000 werkzame huisartsen

Regionaal & Internationaal

Meer huisartsen in stedelijke gemeenten

Kosten

Eerstelijnszorg kost ruim 8,5 miljard euro

Zorgprestaties

Prestatie-indicatoren voor de gezondheidszorg

Tandartsendichtheid per KNMT-regio

Tandartsendichtheid 2016

per KNMT-regio
Tandartsendichtheid per NMT-regio, 2016
Tandartsendichtheid 2016
NMT-regioPercentage
Amsterdam-Haarlem eo9,0
Centraal Brabant4,5
Friesland4,6
Gelderland Centraal6,9
Holland-Noord4,9
IJsselland3,6
Limburg4,7
Midden Nederland5,1
Noord Nederland5,5
Regio Oost3,9
Utrecht Polderland5,3
Zuid-Holland Midden4,7
Zuid-Holland Zuid4,2
Zuid-West Nederland3,7

Bron: KNMT tandartsenadministratie, CBS Statline

View all detail data

Meeste tandartsen in de regio Amsterdam-Haarlem

Naar verhouding zijn er in de KNMT-regio's Amsterdam-Haarlem e.o. en Gelderland Centraal de meeste tandartsen per 10.000 inwoners. Dit heeft te maken met het feit dat er in Amsterdam en Nijmegen opleidingsplaatsen zijn en dat veel tandartsen na hun afstuderen in de betreffende regio aan het werk gaan. Dit geldt overigens ook voor de stad Groningen en de omgeving daarvan. In de KNMT-regio's IJsselland, Zuid-West Nederland en Regio Oost is het aantal tandartsen per 10.000 inwoners lager dan 4,0. Gemiddeld voor heel Nederland is de tandartsendichtheid 5,1 per 10.000 inwoners.

Tandartsendichtheid

Bij de KNMT, de grootste beroepsorganisatie van tandartsen in Nederland, zijn per januari 2016 in totaal 8.656 geregistreerde tandartsen bekend van 64 jaar of jonger met een woon- en/of werkadres in Nederland. Er wordt vanuit gegaan dat dit de groep van actieve tandartsen is. Met tandartsendichtheid wordt bedoeld het aantal tandartsen per 10.000 inwoners. Anders gezegd, is het een indicatie van de verhouding tussen aanbod van en vraag naar tandheelkundige zorg.

Tandartsendichtheid een globale maat

De tandartsendichtheid is een globale maat. Hierin kan geen rekening worden gehouden met (verschillen in) de omvang van de werkweek van tandartsen (in FTE). Uit onderzoek van de KNMT is bijvoorbeeld bekend dat vrouwelijke tandartsen gemiddeld genomen wat minder uren per week werken dan hun mannelijke collega’s. Verder zijn ook de (regionale) verschillen in de frequentie van het tandartsbezoek van de bevolking niet meegenomen.

Vergelijk met andere kaart

Meer informtatie

Percentage vrouwelijke tandartsen per KNMT-regio

Vrouwelijke tandartsen 2016

per KNMT-regio
Vrouwelijke tandartsen per NMT-regio, 2016
Vrouwelijke tandartsen 2016
NMT-regioPercentage
Amsterdam-Haarlem eo50,8
Centraal Brabant39,8
Friesland38,6
Gelderland Centraal41,1
Holland-Noord36,5
IJsselland32,7
Limburg30,7
Midden Nederland39,7
Noord Nederland39,0
Regio Oost31,2
Utrecht Polderland46,5
Zuid-Holland Midden40,8
Zuid-Holland Zuid34,4
Zuid-West Nederland29,6

Bron: KNMT tandartsenadministratie, CBS Statline

View all detail data

Meer vrouwelijke tandartsen in het westen

Er zijn grote regionale verschillen in het percentage vrouwelijk tandartsen. In het westen zijn relatief meer vrouwelijke tandartsen werkzaam dan in de rest van Nederland. De regio Amsterdam-Haarlem e.o. heeft met 50,8% het grootste aandeel vrouwelijke tandartsen. De KNMT-regio Zuid-West Nederland scoort met 29,6% het laagst. Gemiddeld in Nederland is het percentage vrouwelijke tandartsen 39,6%.

Vergelijk met andere kaart

Contact met tandarts per GGD-regio

Jaarlijks contact met tandarts 2014-2016

Per GGD-regio, totale bevolking
Jaarlijks contact met tandarts 2014-2016
Jaarlijks contact met tandarts 2014-2016
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht)Significantie (gecorrigeerd percentage)
GGD Amsterdam77,0Wijkt niet significant af77,3Wijkt niet significant af
GGD Brabant-Zuidoost80,7Wijkt niet significant af80,7Wijkt niet significant af
GGD Drenthe76,3Wijkt niet significant af77,1Wijkt niet significant af
GGD Flevoland79,3Wijkt niet significant af77,3Wijkt niet significant af
GGD Fryslân76,6Wijkt niet significant af77,6Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Midden78,9Wijkt niet significant af78,8Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Zuid80,4Wijkt niet significant af79,3Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek78,8Wijkt niet significant af77,1Wijkt niet significant af
GGD Groningen76,2Wijkt niet significant af76,1Onder (95% zeker)
GGD Haaglanden77,3Wijkt niet significant af77,6Wijkt niet significant af
GGD Hart voor Brabant80,8Boven (95% zeker)80,9Boven (95% zeker)
GGD Hollands Midden81,5Boven (95% zeker)81,0Boven (95% zeker)
GGD Hollands Noorden82,9Boven (99% zeker)83,3Boven (99% zeker)
GGD IJsselland78,1Wijkt niet significant af76,9Wijkt niet significant af
GGD Kennemerland80,7Wijkt niet significant af81,7Boven (95% zeker)
GGD Limburg-Noord76,9Wijkt niet significant af77,1Wijkt niet significant af
GGD Noord- en Oost-Gelderland79,3Wijkt niet significant af79,9Wijkt niet significant af
GGD regio Utrecht80,7Boven (95% zeker)80,3Wijkt niet significant af
GGD Rotterdam-Rijnmond75,1Onder (99% zeker)74,7Onder (99% zeker)
GGD Twente80,9Wijkt niet significant af81,5Boven (95% zeker)
GGD West-Brabant76,9Wijkt niet significant af76,2Onder (95% zeker)
GGD Zaanstreek-Waterland79,3Wijkt niet significant af77,8Wijkt niet significant af
GGD Zeeland76,6Wijkt niet significant af76,1Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Holland Zuid80,4Wijkt niet significant af80,5Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Limburg78,7Wijkt niet significant af79,0Wijkt niet significant af
View all detail data

Tandarts minst vaak bezocht in regio Rotterdam-Rijnmond

In de regio Rotterdam-Rijnmond gaan inwoners in de periode 2014-2016 het minst vaak naar de tandarts (75,1%). In de regio's Hollands Noorden, Hollands Midden, Utrecht en Hart voor Branbant gaat een significant hoger percentage van de bevolking (meer dan 80,7%) minstens één keer per jaar naar de tandarts. Gemiddeld heeft 78,8% van alle inwoners van Nederland minstens één keer per jaar contact met de tandarts.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Contact met mondhygiënist per GGD-regio

Jaarlijks contact met mondhygiënist 2014-2016

Per GGD-regio, totale bevolking
Jaarlijks contact met mondhygiënist 2014-2016
Jaarlijks contact met mondhygiënist 2014-2016
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht)Significantie (gecorrigeerd percentage)
GGD Amsterdam39,3Boven (99% zeker)34,6Boven (99% zeker)
GGD Brabant-Zuidoost22,4Onder (99% zeker)19,5Onder (99% zeker)
GGD Drenthe28,7Wijkt niet significant af25,7Onder (99% zeker)
GGD Flevoland28,3Wijkt niet significant af25,4Onder (99% zeker)
GGD Fryslân26,4Onder (99% zeker)23,0Onder (99% zeker)
GGD Gelderland-Midden32,2Wijkt niet significant af27,6Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Zuid35,0Boven (99% zeker)30,5Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek42,5Boven (99% zeker)36,7Boven (99% zeker)
GGD Groningen23,4Onder (99% zeker)21,0Onder (99% zeker)
GGD Haaglanden33,4Boven (99% zeker)28,7Wijkt niet significant af
GGD Hart voor Brabant26,1Onder (99% zeker)22,6Onder (99% zeker)
GGD Hollands Midden29,0Wijkt niet significant af25,1Onder (99% zeker)
GGD Hollands Noorden35,1Boven (99% zeker)30,3Wijkt niet significant af
GGD IJsselland30,7Wijkt niet significant af27,4Wijkt niet significant af
GGD Kennemerland31,6Wijkt niet significant af27,5Wijkt niet significant af
GGD Limburg-Noord25,5Onder (99% zeker)22,0Onder (99% zeker)
GGD Noord- en Oost-Gelderland34,4Boven (99% zeker)29,8Wijkt niet significant af
GGD regio Utrecht38,3Boven (99% zeker)33,2Boven (99% zeker)
GGD Rotterdam-Rijnmond24,6Onder (99% zeker)21,4Onder (99% zeker)
GGD Twente25,9Onder (99% zeker)23,5Onder (99% zeker)
GGD West-Brabant29,3Wijkt niet significant af25,1Onder (99% zeker)
GGD Zaanstreek-Waterland38,9Boven (99% zeker)34,0Wijkt niet significant af
GGD Zeeland19,5Onder (99% zeker)16,1Onder (99% zeker)
GGD Zuid-Holland Zuid27,8Wijkt niet significant af24,3Onder (99% zeker)
GGD Zuid-Limburg20,8Onder (99% zeker)17,5Onder (99% zeker)
View all detail data

Meeste bezoekers mondhygiënist in Gooi- en Vechtstreek

In de regio Gooi- en Vechtstreek gaan de meeste inwoners in de periode 2014-2016 naar de mondhygiënist (42,5%). In de regio Zeeland gaat het laagste percentage inwoners (19,5%) naar de mondhygiënist. Gemiddeld heeft 30% van alle inwoners van Nederland minstens één keer per jaar contact met de mondhygiënist.

Vergelijk met andere kaart

  • Een kaart met significantieniveaus geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Eerstelijnszorg is de eerste zorg die mensen met hulpvraag ontvangen

    Eerstelijnszorg is de eerste zorg die mensen met een hulpvraag ontvangen. Deze zorg is direct toegankelijk. Zorgverleners in de eerstelijnszorg kunnen mensen die meer specialistische zorg nodig hebben doorverwijzen naar de tweedelijnszorg. Beroepsbeoefenaren in de eerstelijn zijn onder meer huisartsen, tandartsen, ergotherapeuten, fysiotherapeuten, ambulanceverpleegkundigen, eerstelijnsverloskundigen, praktijkondersteuners van de huisarts en apothekers.

  • Eerstelijnszorg kent verschillende aspecten

    Om eerstelijnszorg in kaart te brengen zijn verschillende aspecten te belichten:

    • Het aanbod aan eerstelijnsvoorzieningen en werkzame beroepsbeoefenaren in de eerstelijn
    • De vraag naar eerstelijnsvoorzieningen
    • Het gebruik van de eerstelijn door patiënten (het gaat dan om gebruik van eerstelijnsvoorzieningen en contacten met beroepsbeoefenaren werkzaam in de eerstelijn)
    • De kosten van de eerstelijn (de door de eerstelijn verstrekte zorg)
    • De prestaties van de eerstelijn uitgedrukt in kwaliteit en toegankelijkheid van de eerstelijn

    De vraag naar eerstelijnsvoorzieningen hebben we in het onderwerp Eerstelijnszorg niet meegenomen.

    Per bron zijn andere operationalisaties voor het beschrijven van eerstelijnszorg gebruikt, zie Bronverantwoording. Dit betekent dat de invulling van eerstelijnszorg per onderdeel (Cijfers & Context, Regionaal& Internationaal, Kosten en Zorgprestaties) kan verschillen.

Bronverantwoording
  • Cijfers over aanbod en gebruik gebaseerd op verschillende soorten bronnen

    Cijfers over het aanbod en gebruik van de eerstelijn zijn gebaseerd op enquêtes of op een combinatie van informatie uit zorgregistraties en enquêtes. In onderstaande tabel is per bron weergegeven welke operationalisatie voor eerstelijnszorg is gebruikt. Onder eerstelijnszorg verstaan we bij aanbod en gebruik: huisartsenzorg, mondzorg en fysiotherapie. Voor informatie over eerstelijnsverloskunde, openbare apotheken en huisartsenposten verwijzen we naar de onderwerpen Zorg rond de geboorte, Genees- en hulpmiddelen en Acute zorg.

    Tabel: Gebruikte bronnen eerstelijnszorg en operationalisatie eerstelijnszorg per bron

    Bron

    Operationalisatie aanbod

    NIVEL Beroepenregistraties ( waaronder Registratie huisartsenRegistratie fysiotherapeuten, Registratie oefentherapeuten)

    Aantal werkzame beroepsbeoefenaren (paramedici, huisartsen)

    Aantal instellingen (huisartspraktijken)

    CBS Arbeidspositie medisch geschoolden (tot en met 1998 CBS Beroepen in de gezondheidszorg)

    Werkzame huisartsen

    Werkzame tandartsen

    CBS Actieve bedrijven

    Aantal instellingen (tandartspraktijken)

     

    Operationalisatie gebruik

    CBS-Gezondheidsenquête

    Contacten met tandarts

    Contacten met huisarts

    Contacten met fysiotherapeut

    LINH

    Contacten met huisarts

     

    Beperkingen bij cijfers over aanbod van eerstelijnszorg

    Een nadeel van cijfers gebaseerd op alleen enquêtes is dat niet alle beroepsbeoefenaren bereikt worden. Dit komt doordat er meestal een steekproef wordt getrokken en er altijd sprake is van non-respons. Een nadeel van cijfers op basis van registraties is dat niet altijd alle beroepsbeoefenaren die ingeschreven staan in een beroepsregistratie (zoals het BIG-register) ook werkzaam zijn als zorgverlener. Cijfers op basis van louter registratie kan dus een overschatting geven van het aanbod van beroepsbeoefenaren.

    Specifiek aandachtspunt bij cijfers over trends in aanbod eerstelijnszorg

    Er zijn ook nog enkele specifieke beperkingen voor de cijfers die zijn gebruikt bij het beschrijven van trends in aanbod. In de cijfers tot 1999 zitten meerdere trendbreuken door verandering van bron, definitie of berekeningswijze. De voornaamste trendbreuk bij huisartsen was die tussen 1998 en 1999; het ging om een daling van rond de tweehonderd huisartsen. Voor tandartsen waren er meerdere, aanzienlijke trendbreuken. De voornaamste trendbreuk was die tussen 1998 en 1999; het ging om een daling van rond de duizend tandartsen. De trendbreuken daarvoor hingen samen met het al dan niet meetellen van 65-plussers. Het ging om verschillen van 520 tandartsen tussen 1990 en 1991 en 371 tandartsen tussen 1995 en 1996. Voor meer informatie zie: Breuken in de tijdsreeksen van Beroepen in de Gezondheidszorg.

    Specifiek aandachtspunt bij cijfers over gebruik huisartsenzorg

    Voor het beschrijven van het gebruik van de eerstelijnszorg gebruiken we de Gezondheidsenquête van het CBS en de huisartsenregistratie LINH van het NIVEL. De belangrijkste methodologische verschillen tussen beide bronnen zijn dat:

    • de Gezondheidsenquête contacten met de huisartsenpost in principe ook meetelt (in LINH niet),
    • de Gezondheidsenquête huisartscontacten met bewoners van verzorgingshuizen niet meetelt (LINH wel),
    • en dat de Gezondheidsenquête contacten met de praktijkondersteuner of –assistente niet meetelt (LINH wel).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Registratie huisartsen, Huisartsenregistratie. zorggegevens.nl
    2. Registratie fysiotherapeuten, Registratie fysiotherapeuten in de eerstelijnsgezondheidszorg. zorggegevens.nl
    3. Registratie oefentherapeuten, zorggegevens.nl
    4. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl
    5. LINH, Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg. zorggegevens.nl
    6. BIG-register, Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. zorggegevens.nl
  • Cijfers over kosten van eerstelijnszorg op basis Kosten van Ziektenstudie

    De gegevens over kosten van de eerstelijnszorg die worden gepresenteerd zijn afkomstig uit de Nederlandse Kosten van Ziektenstudie (KVZ-studie). In deze studie worden de totale kosten van de gezondheidszorg verdeeld naar leeftijd, geslacht, diagnose, sector, zorgfunctie (preventie, cure en overig) en financiering. Een deel van de cijfers uit de KVZ-studie wordt hier gepresenteerd. Het meest recente jaar waarvoor een gedetailleerde uitsplitsing is gemaakt van de zorgkosten is 2011. Een overzicht van alle cijfers uit de KVZ-studie over 2003, 2005, 2007 en 2011 is te vinden op de website Kosten van ziekten.nl. In onderstaande tabel staat de operationalisatie van eerstelijnszorg in de KVZ-studie. De indeling in sectoren is gebaseerd op de Zorgrekeningen van het CBS. De Zorgrekeningen delen de zorgsector in zogeheten actoren in. De sector eerstelijnszorg is samengesteld uit vijftien actoren. Deze zijn over vijf subsectoren verdeeld.

    Voor meer informatie zie: Methodologie berekening van de zorgkosten in de Kosten van Ziektenstudie.

    Tabel: Operationalisatie van subsectoren in de eerstelijnszorg voor de Kosten van Ziektenstudie

    Actoren

    Operationalisatie

    Huisartsenzorg

    Huisartsenpraktijken

    Mondzorg

    Praktijken van mondhygiënisten

    Praktijken van tandartsen

    Tandtechnici

    Verloskunde

    Praktijken van verloskundigen

     

    Fysiotherapie

    Fysiotherapiepraktijken

    Overige eerstelijnszorg

    Cesarpraktijken

    Diëtistenpraktijken

    Ergotherapeutenpraktijken

    Logopedistenpraktijken

    Mensendieckpraktijken

    Podotherapeutenpraktijken

    Praktijken van psychologen

    Sportmedische adviescentra

    Samenwerkingsverbanden (ketenzorg)

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Zorgrekeningen, zorggegevens.nl
  • Cijfers over zorgprestaties eerstelijnszorg gebaseerd op Zorgbalans

    Cijfers over de prestaties van de eerstelijnszorg zijn gebaseerd op de indicatoren van de Zorgbalans (van den Berg et al., 2014). Deze indicatorenset geeft inzicht in de prestaties van de gezondheidszorg op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit. Deze drie zijn verder onder te verdelen in:

    Betaalbaarheid/kosten

    • zorguitgaven
    • macrodoelmatigheid (prestaties op publieke doelen afgezet tegen de uitgaven)
    • mesodoelmatigheid (bijvoorbeeld productiviteit van ziekenhuizen, ligduur, etc.)

    Kwaliteit

    • effectiviteit
    • patiëntveiligheid
    • vraaggerichtheid

    Toegankelijkheid

    • geografische toegankelijkheid
    • financiële toegankelijkheid
    • tijdigheid
    • toegankelijkheid naar behoefte
    • keuzevrijheid
       

    Beschrijving kwaliteit en toegankelijkheid eerstelijnszorg op basis van registraties en enquêtes

    Voor de cijfers over de kwaliteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg zijn zorgregistraties, administratieve databases en enquêtes gebruikt. Zo is het voorschrijfgedrag van huisartsen inzichtelijk gemaakt aan de hand van door Vektis verstrekte declaratiegegevens. Op basis van een enquête naar rookgewoonten is achterhaald hoe vaak huisartsen adviezen geven om te stoppen met roken. In onderstaande tabel is per bron weergegeven welke operationalisatie voor eerstelijnszorg is gebruikt.

    Tabel: Gebruikte bronnen en operationalisatie kwaliteit en toegankelijkheid eerstelijnszorg
    Bron Operationalisatie

    Vektis (declaratiegegevens medicijnvoorschriften)

    Voorschrijfgedrag huisartsen

    OECD Health Statistics (database)

    Gebruik antibiotica voorschriften huisarts/medisch specialist

    Antimicrobial consumption interactive database (ESAC-Net)

    Gebruik antibiotica voorschriften huisarts/medisch specialist

    Continu Onderzoek Rookgewoonten (Stivoro, Trimbos-instituut), 2001-2013

    Stopadvies huisarts

    Advies medicatie huisarts

    Advies doorverwijzing huisarts

    NIVEL Beroepenregistratie

    Locatie huisarts- en fysiotherapiepraktijken

    CQ-Index (NIVEL)

    Patiëntervaringen huisartsenzorg en fysiotherapie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Berg MJ, de Boer D, Gijsen R, Heijink R, Limburg LCM, Zwakhals SLN. Zorgbalans 2014. De prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2014. Bron
  • Register van gevestigde apotheken

    Degene die de leiding heeft over de apotheek, laat zich op eigen verzoek inschrijven in dit register. Artikel 61 van de Geneesmiddelenwet regelt dat er per apotheek altijd één apotheker moet zijn ingeschreven in het register van gevestigd apothekers. Ziekenhuisapotheken en grootbereiders zijn niet in de kaart opgenomen. De poliklinische apotheken waar patiënten die ontslagen zijn uit het ziekenhuis of omwonenden terecht kunnen zijn wel in de kaart opgenomen.

  • Register van apotheekhoudende huisartsen

    Farmatec verleend apotheekvergunningen aan huisartsen in gebieden waar geen openbare apotheek gevestigd is. Huisartsen die dubbel voorkomen in het register zijn maar één keer meegeteld. Associé(e)s van een huisarts die al een apotheekvergunning (APH/H-vergunning) hebben, kunnen een associatievergunning aanvragen. Deze APG/A-vergunningen zijn niet opgenomen in de kaart, omdat deze hetzelfde adres betreffen als de APH/H-vergunning.

  • Locaties huisartsenposten

    Voor de huisartsenposten is gebruik gemaakt van de Benchmark-2016 (InEen, 2017) met peildatum 31 december 2016. Na deze datum zijn de volgende wijzigingen opgetreden:

    • Vanaf 1 januari 2017 maakt de huistartsenpost Oosterhout geen deel meer uit van de HDS West-Brabant.
    • Sinds 3 april 2017 is de huisarstenpost in Venray 's nachts gesloten. Alle acute zorgvragen worden vanaf deze datum behandeld vanuit de HAP in Venlo.
    • Op 24 april 2017 is de huisartsenpost Antonioshove in Leidschendam verhuisd naar Bronovo Ziekenhuis (Den Haag).
    • Eind november 2017 is de huisartsenpost op het terrein van het Martini Ziekenhuis (Groningen) geopend. De huisartsenpost op het Damsterdiep (Groningen) is vanaf die datum gesloten.

    Voor de SEH is gebruik gemaakt van de Analyse gevoelige ziekenhuizen 2017 (Kommer et al., 2017) met als peildatum april 2017. Na deze datum zijn de volgende wijzigingen opgetreden:

    • De SEH van HMC Antoniushove in Leidschendam is gesloten.
    • De SEH van het Zuwe Hofpoort ziekenhuis in Woerden is van 24/7 uur pr week teruggebracht naar dag/avond-openstelling.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. InEen. Benchmarkbulletin huisartsenposten 2016. Utrecht: Ineen; 2017. Bron
    2. Kommer GJ, Gijsen R, de Bruin-Kooistra M, Deuning CM. Aanbod en bereikbaarheid van de spoedeisende ziekenhuiszorg in Nederland 2017: Analyse gevoelige ziekenhuizen 2017. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2017. Bron | DOI
Methoden
  • Verschillende maten voor beschrijving onderdelen eerstelijnszorg

    Om Eerstelijnszorg te beschrijven, zijn voor verschillende onderdelen verschillende maten gebruikt. Hieronder wordt dit per onderdeel toegelicht.

  • Aanbod eerstelijnszorg in VenZinfo

    We gebruiken voor het beschrijven van het huidige aanbod van de eerstelijn de cijfers zoals gepresenteerd in NIVEL Beroepenregistraties, CBS Actieve Bedrijven en CBS Arbeidspositie medisch geschoolden. De trends in het aanbod van de eerstelijn is gebaseerd op CBS Arbeidspositie medisch geschoolden.We presenteren het zorgaanbod van de eerstelijn aan de hand van het aantal beroepsbeoefenaren en in het aantal praktijken. Deze worden uitgedrukt in absoluut aantal in heel Nederland en het gemiddeld aantal per 100.000 inwoners ( voor de trends). Die laatst genoemde maat wordt veelgebruikt door internationale organisaties omdat deze rekening houdt met veranderingen of verschillen in bevolkingsomvang. Voor het berekenen van de trends in zorgaanbod zijn twee tabellen van CBS Statline gecombineerd; de tabel  Gezondheid, leefstijl, zorggebruik en aanbod en de tabel  Bevolking; geslacht, leeftijd en burgerlijke staat.

    Het aanbod uitgedrukt in aantal per 100.000 inwoners houdt overigens geen rekening met de leeftijdsopbouw van de bevolking. Bij vergelijking van het zorgaanbod tussen jaren of regio's is het dan ook belangrijk om te beseffen dat in relatief oudere populaties er wellicht een grotere behoefte is aan zorg.

  • Gebruik eerstelijnszorg in VenZinfo

    Voor het beschrijven van het gebruik van eerstelijnszorg gebruiken we cijfers afkomstig uit de CBS Gezondheidsenquête.We gebruiken de cijfers zoals gepresenteerd op CBS Statline. Voor de huisartsenzorg presenteren we daarnaast ook de cijfers afkomstig uit beschikbare huisartsregistratie LINH.

    Het zorggebruik wordt door het CBS uitgedrukt in verschillende maten:
    •    percentage van de bevolking met ten minste één contact met een zorgverlener in een jaar
    •    aantal contacten per inwoner (of per 100 inwoners) per jaar
    •    aantal contacten per patiënt/cliënt (persoon met ten minste één eenheid binnen een jaar)
    We presenteren het relatieve zorggebruik voor de hele bevolking en, voor zover mogelijk, naar geslacht. De trends in gebruik van eerstelijnszorg laten we zien aan de hand van het percentage van de bevolking met ten minste één contact met de eerstelijnszorg in een jaar.Zie voor een beschrijving van de methode zoals gehanteerd door het CBS.

  • Kwaliteit en toegankelijkheid eerstelijnszorg

    We gebruiken de cijfers zoals gepresenteerd in de Zorgbalans 2014. Voor de gehanteerde methode zie (van den Berg et al., 2014).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Berg MJ, de Boer D, Gijsen R, Heijink R, Limburg LCM, Zwakhals SLN. Zorgbalans 2014. De prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2014. Bron
  • Regionale verschillen in vraag en aanbod van de huisartsenzorg

    Voor de berekening van de afstemming is de totale vraag van de gemeente in contactminuten gedeeld door het aantal fte huisartsen in die gemeente. Dit geeft een indicatie van het aantal contactminuten dat één fte huisarts per jaar moet werken om aan de vraag te voldoen. Om te berekenen of een gemeente meer of minder dan gemiddeld aan huisartsen heeft wordt het totaal aantal contact minuten met de huisartsen in een gemeente gedeeld door het landelijk gemiddeld aantal contactminuten per fte huisarts. Dit resultaat is vervolgens afgetrokken van het aanbod fte huisartsen in een gemeente. Via deze berekening wordt bepaald of een gemeente meer of minder fte huisartsen heeft ten opzichte van het verwacht aantal huisartsen op basis van de vraag. Deze afstemming is berekend met het instrument dat bekend staat als de Vraag Aanbod Analyse Monitor (VAAM). De VAAM wordt gepresenteerd in de vorm van een internetapplicatie.

  • Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

    Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto.