Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EerstelijnszorgCijfers & ContextTrend aanbod eerstelijnszorg

Cijfers & Context

Nederland telt ruim 9.000 werkzame huisartsen

Regionaal & Internationaal

Meer vrouwelijke huisartsen in Midden-Nederland

Kosten

Eerstelijnszorg kost ruim 8,5 miljard euro

Trend aantal werkzame huisartsen

Trend aantal werkzame huisartsen

Jaar

Zelfstandig
gevestigd

HIDHA

Vaste waarnemer/
HIDHA op
waarneembasis

Totaal
regulier
gevestigd

Schatting
wisselende
waarnemers

1980

5.255

267

 

5.522

 

1985

5.908

304

 

6.212

 

1990

6.393

406

 

6.799

 

1995

6.740

383

 

7.123

 

2000

7.221

548

 

7.769

857

2001

7.253

568

 

7.821

957

2002

7.341

628

 

7.969

911

2003

7.395

734

 

8.129

 904

2004

7.465

840

 

8.305

 919

2005

7.547

942

 

8.489

 960

2006

7.622

992

 

8.614

 1.058

2007

7.685

1.048

 

8.733

 1.079

2008

7.752

1.092

 

8.844

 1.135

2009

7.780

1.117

 

8.897

 1.289

2010

7.824

1.046

123

8.993

 1.402

2011

7.838

1.002

92

8.932

 1.714

2012

7.862

1.026

85

8.973

 1.879

2013

7.865

1.070

85

9.020

 2.057

2014

7.876

1.170

68

9.114

 2.224

2015

7.906

898

614

9.418

 2.150

Groei aantal huisartsen

In de periode 1980-2015 is het totaal aantal huisartsen in een vast praktijk toegenomen van iets meer dan 5.250 in 1980 naar ruim 9.400 in 2015. In 2015 is het aantal regulier gevestigden met 304 toegenomen ten opzichte van het jaar daarvoor. Deze groei is veel hoger dan bij de eerdere peiljaren te zien was. Dit is grotendeels te verklaren door een verandering in functie-indeling in de NIVEL-beroepenregistratie. In 2015 konden huisartsen voor het eerst aangeven of zij als waarnemer voor één of meer vaste praktijken werkten. Een deel van de vaste waarnemers stond in 2014 geregistreerd als wisselend waarnemer (Van Hassel et al., 2016).

Huisartsendichtheid toegenomen

De gemiddelde huisartsendichtheid (aantal fte per 10.000 inwoners) is in de periode 2013-2015 toegenomen van 4,1 naar 4,3 fte huisartsen (zelfstandig gevestigden en HIDHA's/vaste waarnemers) per 10.000 inwoners (Van Hassel et al., 2016). In voorgaande jaren werd de huisartsendichtheid uitgedrukt in aantal inwoners per fte. Hierdoor is vergelijking met de eerdere jaren niet mogelijk.

Meer informatie

 

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Van Hassel DTP, Kasteleijn A., Kenens RJ. Cijfers uit de registratie van huisartsen, peiling 2015. Utrecht: NIVEL; 2016. Bron

Trend aantal openbare en apotheekhoudende huisartsen

Totaal aantal  openbare apotheken vrijwel niet toegenomen

Het totaal aantal openbare apotheken in 2015 is ten opzichte van het voorgaande jaar vrijwel niet toegenomen. Het aantal franchise-apotheken aangesloten bij een formule is in de periode 2011-2015 wel sterk gestegen. Terwijl het aantal zelfstandige apotheken juist erg is afgenomen. Deze ontwikkeling kan worden verklaard door het contracteringsproces met de verzekeraars. Een individuele zelfstandige apotheker heeft veel minder ruimte om met een zorgverzekeraar te onderhandelen dan ketens of formules (SFK, 2016).

Aantal  apotheekhoudende huisartsen  neemt af

Het aantal apotheekhoudende huisartsen neemt al jaren gestaagd af. In 2015 zijn er 518 apotheekhoudende huisartsen. In 2005 waren dat er 581 (Van Hassel et al., 2016). Apotheekhoudende huisartsen zijn vooral gevestigd in gebieden waar het voor openbare aoptheken economisch niet aantrekkelijk is om zich te vestigen. 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. SFK. Aantal openbare apotheken vrijwel onveranderd in 2015. Pharmaceutisch Weekblad. 2016;(8). Bron
  2. Van Hassel DTP, Kasteleijn A., Kenens RJ. Cijfers uit de registratie van huisartsen, peiling 2015. Utrecht: NIVEL; 2016. Bron

Trend aantal werkzame tandartsen

Werkzame tandartsen, 1999-2015

Tandartsen en tandheelkundig specialisten
JaarTandartsenOrthodontistenSpecialisatie mondziekten en kaakchirurgieTandartsen (per 100.000 inw)Orthodontisten (per 100.000 inw)Spec mondziekten/kaakchirurgie (per 100.000 inw)
1999575522015536,51,41
2000588022016037,11,41
2001598522515537,41,41
2002608022515037,81,40,9
2003618022515038,21,40,9
2004624521515038,41,30,9
2005632522516038,81,41
2006663024017540,61,51,1
2007694021018042,41,31,1
2008707015017543,10,91,1
2009730516018544,311,1
2010745018520544,91,11,2
2011776525021046,61,51,3
2012780026522546,61,61,3
2013784025522046,71,51,3
2014792526022547,11,51,3
2015783526022546,41,51,3

Bron: CBS Statline (2015 voorlopige cijfers)

Grote toename aantal tandartsen

Zowel het absolute als relatieve aantal tandartsen is in 2015 veel hoger dan in 1999. Ten opzichte van 1999 is het absolute aantal tandartsen met ruim 35% toegenomen. Het aantal tandartsen per 100.000 inwoners is in deze periode met ruim 27% toegenomen (van 36,5 tandartsen per 100.000 inwoners naar 46,5). 

Tandartsen doen steeds meer arbeidsintensieve handelingen

Geschetste trends in de toename van het aantal tandartsen hangen samen met verschillende factoren. Naast algemene ontwikkelingen als deeltijdwerken en vergrijzing gaat het ook om meer zorginhoudelijke veranderingen. Zo heeft een taakverschuiving plaatsgevonden van het trekken van het volledige gebit naar arbeidsintensieve verrichtingen waardoor er meer tandartsen nodig zijn. Hierbij speelden aandacht voor preventie in de tandheelkundige praktijk en poetsen met fluoridetandpasta waarschijnlijk een belangrijke rol.

Meer informatie

 

Experts en redactie

Trend in aantal werkzame verloskundigen

Trend aantal verloskundigen, 1993-2015

Aantal verloskundigen
19931196
19941230
19951276
19961349
19971363
19981419
19991519
20001584
20011651
20021748
20031871
20042013
20052108
20062245
20072307
20082361
20092505
20102590
20112687
20122772
20132903
20143006
20153150

Aantal verloskundigen neemt toe

Het aantal verloskundigen is toegenomen van 1.196 in 1993 tot 3.150 in 2015. In de periode 2005‐2015 kwam de toename van 1.042 verloskundigen vooral door de sterke groei van het aantal klinisch werkzame verloskundigen. Deze groep nam met 451 toe. Ook zijn er in deze periode 393 waarnemers bijgekomen (Van Hassel et al., 2016).  

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Registratie verloskundigen, zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Van Hassel DTP, Kasteleijn A, Kenens RJ. Cijfers uit de registratie van verloskundigen. Peiling 2015. Utrecht: Nederlands instituut voor onderzoek van de gezondheidszorg (NIVEL); 2016. Bron

Verantwoording

Definities
  • Eerstelijnszorg is de eerste zorg die mensen met hulpvraag ontvangen

    Eerstelijnszorg is de eerste zorg die mensen met een hulpvraag ontvangen. Deze zorg is direct toegankelijk. Zorgverleners in de eerstelijnszorg kunnen mensen die meer specialistische zorg nodig hebben doorverwijzen naar de tweedelijnszorg. Beroepsbeoefenaren in de eerstelijn zijn onder meer huisartsen, tandartsen, ergotherapeuten, fysiotherapeuten, ambulanceverpleegkundigen, eerstelijnsverloskundigen, praktijkondersteuners van de huisarts en apothekers.

  • Eerstelijnszorg kent verschillende aspecten

    Om eerstelijnszorg in kaart te brengen zijn verschillende aspecten te belichten:

    • Het aanbod aan eerstelijnsvoorzieningen en werkzame beroepsbeoefenaren in de eerstelijn
    • De vraag naar eerstelijnsvoorzieningen
    • Het gebruik van de eerstelijn door patiënten (het gaat dan om gebruik van eerstelijnsvoorzieningen en contacten met beroepsbeoefenaren werkzaam in de eerstelijn)
    • De kosten van de eerstelijn (de door de eerstelijn verstrekte zorg)
    • De prestaties van de eerstelijn uitgedrukt in kwaliteit en toegankelijkheid van de eerstelijn

    De vraag naar eerstelijnsvoorzieningen hebben we in het onderwerp Eerstelijnszorg niet meegenomen.

    Per bron zijn andere operationalisaties voor het beschrijven van eerstelijnszorg gebruikt, zie Bronverantwoording. Dit betekent dat de invulling van eerstelijnszorg per onderdeel (Cijfers & Context, Regionaal& Internationaal, Kosten en Zorgprestaties) kan verschillen.

Bronverantwoording
  • Cijfers over aanbod en gebruik gebaseerd op verschillende soorten bronnen

    Cijfers over het aanbod en gebruik van de eerstelijn zijn gebaseerd op enquêtes of op een combinatie van informatie uit zorgregistraties en enquêtes. In onderstaande tabel is per bron weergegeven welke operationalisatie voor eerstelijnszorg is gebruikt. Onder eerstelijnszorg verstaan we bij aanbod en gebruik: huisartsenzorg, mondzorg en fysiotherapie. Voor informatie over eerstelijnsverloskunde, openbare apotheken en huisartsenposten verwijzen we naar de onderwerpen Zorg rond de geboorte, Genees- en hulpmiddelen en Acute zorg.

    Tabel: Gebruikte bronnen eerstelijnszorg en operationalisatie eerstelijnszorg per bron

    Bron

    Operationalisatie aanbod

    NIVEL Beroepenregistraties ( waaronder Registratie huisartsenRegistratie fysiotherapeuten, Registratie oefentherapeuten)

    Aantal werkzame beroepsbeoefenaren (paramedici, huisartsen)

    Aantal instellingen (huisartspraktijken)

    CBS Arbeidspositie medisch geschoolden (tot en met 1998 CBS Beroepen in de gezondheidszorg)

    Werkzame huisartsen

    Werkzame tandartsen

    CBS Actieve bedrijven

    Aantal instellingen (tandartspraktijken)

     

    Operationalisatie gebruik

    CBS-Gezondheidsenquête

    Contacten met tandarts

    Contacten met huisarts

    Contacten met fysiotherapeut

    LINH

    Contacten met huisarts

     

    Beperkingen bij cijfers over aanbod van eerstelijnszorg

    Een nadeel van cijfers gebaseerd op alleen enquêtes is dat niet alle beroepsbeoefenaren bereikt worden. Dit komt doordat er meestal een steekproef wordt getrokken en er altijd sprake is van non-respons. Een nadeel van cijfers op basis van registraties is dat niet altijd alle beroepsbeoefenaren die ingeschreven staan in een beroepsregistratie (zoals het BIG-register) ook werkzaam zijn als zorgverlener. Cijfers op basis van louter registratie kan dus een overschatting geven van het aanbod van beroepsbeoefenaren.

    Specifiek aandachtspunt bij cijfers over trends in aanbod eerstelijnszorg

    Er zijn ook nog enkele specifieke beperkingen voor de cijfers die zijn gebruikt bij het beschrijven van trends in aanbod. In de cijfers tot 1999 zitten meerdere trendbreuken door verandering van bron, definitie of berekeningswijze. De voornaamste trendbreuk bij huisartsen was die tussen 1998 en 1999; het ging om een daling van rond de tweehonderd huisartsen. Voor tandartsen waren er meerdere, aanzienlijke trendbreuken. De voornaamste trendbreuk was die tussen 1998 en 1999; het ging om een daling van rond de duizend tandartsen. De trendbreuken daarvoor hingen samen met het al dan niet meetellen van 65-plussers. Het ging om verschillen van 520 tandartsen tussen 1990 en 1991 en 371 tandartsen tussen 1995 en 1996. Voor meer informatie zie: Breuken in de tijdsreeksen van Beroepen in de Gezondheidszorg.

    Specifiek aandachtspunt bij cijfers over gebruik huisartsenzorg

    Voor het beschrijven van het gebruik van de eerstelijnszorg gebruiken we de Gezondheidsenquête van het CBS en de huisartsenregistratie LINH van het NIVEL. De belangrijkste methodologische verschillen tussen beide bronnen zijn dat:

    • de Gezondheidsenquête contacten met de huisartsenpost in principe ook meetelt (in LINH niet),
    • de Gezondheidsenquête huisartscontacten met bewoners van verzorgingshuizen niet meetelt (LINH wel),
    • en dat de Gezondheidsenquête contacten met de praktijkondersteuner of –assistente niet meetelt (LINH wel).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Registratie huisartsen, Huisartsenregistratie. zorggegevens.nl
    2. Registratie fysiotherapeuten, Registratie fysiotherapeuten in de eerstelijnsgezondheidszorg. zorggegevens.nl
    3. Registratie oefentherapeuten, zorggegevens.nl
    4. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl
    5. LINH, Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg. zorggegevens.nl
    6. BIG-register, Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. zorggegevens.nl
  • Cijfers over kosten van eerstelijnszorg op basis Kosten van Ziektenstudie

    De gegevens over kosten van de eerstelijnszorg die worden gepresenteerd zijn afkomstig uit de Nederlandse Kosten van Ziektenstudie (KVZ-studie). In deze studie worden de totale kosten van de gezondheidszorg verdeeld naar leeftijd, geslacht, diagnose, sector, zorgfunctie (preventie, cure en overig) en financiering. Een deel van de cijfers uit de KVZ-studie wordt hier gepresenteerd. Het meest recente jaar waarvoor een gedetailleerde uitsplitsing is gemaakt van de zorgkosten is 2011. Een overzicht van alle cijfers uit de KVZ-studie over 2003, 2005, 2007 en 2011 is te vinden op de website Kosten van ziekten.nl. In onderstaande tabel staat de operationalisatie van eerstelijnszorg in de KVZ-studie. De indeling in sectoren is gebaseerd op de Zorgrekeningen van het CBS. De Zorgrekeningen delen de zorgsector in zogeheten actoren in. De sector eerstelijnszorg is samengesteld uit vijftien actoren. Deze zijn over vijf subsectoren verdeeld.

    Voor meer informatie zie: Methodologie berekening van de zorgkosten in de Kosten van Ziektenstudie.

    Tabel: Operationalisatie van subsectoren in de eerstelijnszorg voor de Kosten van Ziektenstudie

    Actoren

    Operationalisatie

    Huisartsenzorg

    Huisartsenpraktijken

    Mondzorg

    Praktijken van mondhygiënisten

    Praktijken van tandartsen

    Tandtechnici

    Verloskunde

    Praktijken van verloskundigen

     

    Fysiotherapie

    Fysiotherapiepraktijken

    Overige eerstelijnszorg

    Cesarpraktijken

    Diëtistenpraktijken

    Ergotherapeutenpraktijken

    Logopedistenpraktijken

    Mensendieckpraktijken

    Podotherapeutenpraktijken

    Praktijken van psychologen

    Sportmedische adviescentra

    Samenwerkingsverbanden (ketenzorg)

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Zorgrekeningen, zorggegevens.nl
  • Cijfers over zorgprestaties eerstelijnszorg gebaseerd op Zorgbalans

    Cijfers over de prestaties van de eerstelijnszorg zijn gebaseerd op de indicatoren van de Zorgbalans (van den Berg et al., 2014). Deze indicatorenset geeft inzicht in de prestaties van de gezondheidszorg op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit. Deze drie zijn verder onder te verdelen in:

    Betaalbaarheid/kosten

    • zorguitgaven
    • macrodoelmatigheid (prestaties op publieke doelen afgezet tegen de uitgaven)
    • mesodoelmatigheid (bijvoorbeeld productiviteit van ziekenhuizen, ligduur, etc.)

    Kwaliteit

    • effectiviteit
    • patiëntveiligheid
    • vraaggerichtheid

    Toegankelijkheid

    • geografische toegankelijkheid
    • financiële toegankelijkheid
    • tijdigheid
    • toegankelijkheid naar behoefte
    • keuzevrijheid
       

    Beschrijving kwaliteit en toegankelijkheid eerstelijnszorg op basis van registraties en enquêtes

    Voor de cijfers over de kwaliteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg zijn zorgregistraties, administratieve databases en enquêtes gebruikt. Zo is het voorschrijfgedrag van huisartsen inzichtelijk gemaakt aan de hand van door Vektis verstrekte declaratiegegevens. Op basis van een enquête naar rookgewoonten is achterhaald hoe vaak huisartsen adviezen geven om te stoppen met roken. In onderstaande tabel is per bron weergegeven welke operationalisatie voor eerstelijnszorg is gebruikt.

    Tabel: Gebruikte bronnen en operationalisatie kwaliteit en toegankelijkheid eerstelijnszorg
    Bron Operationalisatie

    Vektis (declaratiegegevens medicijnvoorschriften)

    Voorschrijfgedrag huisartsen

    OECD Health Statistics (database)

    Gebruik antibiotica voorschriften huisarts/medisch specialist

    Antimicrobial consumption interactive database (ESAC-Net)

    Gebruik antibiotica voorschriften huisarts/medisch specialist

    Continu Onderzoek Rookgewoonten (Stivoro, Trimbos-instituut), 2001-2013

    Stopadvies huisarts

    Advies medicatie huisarts

    Advies doorverwijzing huisarts

    NIVEL Beroepenregistratie

    Locatie huisarts- en fysiotherapiepraktijken

    CQ-Index (NIVEL)

    Patiëntervaringen huisartsenzorg en fysiotherapie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Berg MJ, de Boer D, Gijsen R, Heijink R, Limburg LCM, Zwakhals SLN. Zorgbalans 2014. De prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2014. Bron
Methoden
  • Verschillende maten voor beschrijving onderdelen eerstelijnszorg

    Om Eerstelijnszorg te beschrijven, zijn voor verschillende onderdelen verschillende maten gebruikt. Hieronder wordt dit per onderdeel toegelicht.

  • Aanbod eerstelijnszorg in VenZinfo

    We gebruiken voor het beschrijven van het huidige aanbod van de eerstelijn de cijfers zoals gepresenteerd in NIVEL Beroepenregistraties, CBS Actieve Bedrijven en CBS Arbeidspositie medisch geschoolden. De trends in het aanbod van de eerstelijn is gebaseerd op CBS Arbeidspositie medisch geschoolden.We presenteren het zorgaanbod van de eerstelijn aan de hand van het aantal beroepsbeoefenaren en in het aantal praktijken. Deze worden uitgedrukt in absoluut aantal in heel Nederland en het gemiddeld aantal per 100.000 inwoners ( voor de trends). Die laatst genoemde maat wordt veelgebruikt door internationale organisaties omdat deze rekening houdt met veranderingen of verschillen in bevolkingsomvang. Voor het berekenen van de trends in zorgaanbod zijn twee tabellen van CBS Statline gecombineerd; de tabel  Gezondheid, leefstijl, zorggebruik en aanbod en de tabel  Bevolking; geslacht, leeftijd en burgerlijke staat.

    Het aanbod uitgedrukt in aantal per 100.000 inwoners houdt overigens geen rekening met de leeftijdsopbouw van de bevolking. Bij vergelijking van het zorgaanbod tussen jaren of regio's is het dan ook belangrijk om te beseffen dat in relatief oudere populaties er wellicht een grotere behoefte is aan zorg.

  • Gebruik eerstelijnszorg in VenZinfo

    Voor het beschrijven van het gebruik van eerstelijnszorg gebruiken we cijfers afkomstig uit de CBS Gezondheidsenquête.We gebruiken de cijfers zoals gepresenteerd op CBS Statline. Voor de huisartsenzorg presenteren we daarnaast ook de cijfers afkomstig uit beschikbare huisartsregistratie LINH.

    Het zorggebruik wordt door het CBS uitgedrukt in verschillende maten:
    •    percentage van de bevolking met ten minste één contact met een zorgverlener in een jaar
    •    aantal contacten per inwoner (of per 100 inwoners) per jaar
    •    aantal contacten per patiënt/cliënt (persoon met ten minste één eenheid binnen een jaar)
    We presenteren het relatieve zorggebruik voor de hele bevolking en, voor zover mogelijk, naar geslacht. De trends in gebruik van eerstelijnszorg laten we zien aan de hand van het percentage van de bevolking met ten minste één contact met de eerstelijnszorg in een jaar.Zie voor een beschrijving van de methode zoals gehanteerd door het CBS.

  • Kwaliteit en toegankelijkheid eerstelijnszorg

    We gebruiken de cijfers zoals gepresenteerd in de Zorgbalans 2014. Voor de gehanteerde methode zie (van den Berg et al., 2014).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Berg MJ, de Boer D, Gijsen R, Heijink R, Limburg LCM, Zwakhals SLN. Zorgbalans 2014. De prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2014. Bron
  • Regionale verschillen in vraag en aanbod van de huisartsenzorg

    Voor de berekening van de afstemming is de totale vraag van de gemeente in contactminuten gedeeld door het aantal fte huisartsen in die gemeente. Dit geeft een indicatie van het aantal contactminuten dat één fte huisarts per jaar moet werken om aan de vraag te voldoen. Om te berekenen of een gemeente meer of minder dan gemiddeld aan huisartsen heeft wordt het totaal aantal contact minuten met de huisartsen in een gemeente gedeeld door het landelijk gemiddeld aantal contactminuten per fte huisarts. Dit resultaat is vervolgens afgetrokken van het aanbod fte huisartsen in een gemeente. Via deze berekening wordt bepaald of een gemeente meer of minder fte huisartsen heeft ten opzichte van het verwacht aantal huisartsen op basis van de vraag. Deze afstemming is berekend met het instrument dat bekend staat als de Vraag Aanbod Analyse Monitor (VAAM). De VAAM wordt gepresenteerd in de vorm van een internetapplicatie.

  • Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

    Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto.