Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EerstelijnszorgCijfers & ContextGebruik eerstelijnszorg

Cijfers & Context

Nederland telt ruim 9.000 werkzame huisartsen

Regionaal & Internationaal

Meer vrouwelijke huisartsen in Midden-Nederland

Kosten

Eerstelijnszorg kost ruim 8,5 miljard euro

Gebruik huisartsenzorg naar geslacht

Gebruik van huisartsenzorg

Volgens eigen opgave en huisartsregistratie
 

Mannen

Vrouwen

Totaal

CBS-Gezondheidsenquête (2011)

% met contact

67,2

76,8

72,0

Aantal contacten per inwoner

3,6

5,1

4,3

Aantal contacten per patiënt

5,4

6,6

6,0

LINH (2010)

% met contact

71,6

82,8

77,2

Aantal contacten per inwoner

3,7

5,4

4,6

Aantal contacten per patiënt

5,1

6,5

5,9

Bronnen:  CBS-GezondheidsenquêteLINH gepubliceerd op CBS StatLine

 

Bijna driekwart van de Nederlanders heeft jaarlijks contact met de huisarts

In 2011 had driekwart van de bevolking éénmaal of vaker contact met de huisarts. Het percentage mensen met contact ligt volgens de registratie van huisartsen (LINH) iets hoger dan volgens de eigen opgave van mensen (ongeveer 5%). Het verschil kan samenhangen met verschillen tussen de bronnen, zie Specifiek aandachtspunt bij cijfers over gebruik huisartsenzorg.

Vrouwen maken vaker gebruik van de huisartsenzorg dan mannen

Het percentage vrouwen dat van huisartsenzorg gebruik maakt, is groter dan het percentage mannen. Grofweg kan gezegd worden dat jaarlijks 70% van de mannen contact heeft met de huisarts en 80% van de vrouwen. Dat vrouwen vaker gebruik maken van huisartsenzorg heeft onder andere te maken met de leeftijdsverdeling van mannen en vrouwen in Nederland: het aandeel ouderen is onder vrouwen groter dan onder mannen en het gebruik van zorg neemt toe met de leeftijd. Daarnaast spelen biologische en sociaal-maatschappelijke verschillen tussen mannen en vrouwen een rol.

In een jaar heeft een patiënt ongeveer 6 contacten met de huisarts

Patiënten die in een jaar contact hebben met de huisarts, hebben jaarlijks ongeveer 6 contacten. Het gemiddelde aantal contacten per inwoner ligt iets lager. Vrouwen zien de huisarts in een jaar iets vaker dan mannen. De cijfers van het CBS komen overeen met cijfers gebaseerd op LINH die ook gegevens van bewoners van verzorgingshuizen meeneemt.  Voor meer informatie over de verschillen tussen beide bronnen, zie Specifiek aandachtspunt bij cijfers over gebruik huisartsenzorg.

Het aantal contacten met de huisarts geeft een indicatie van het gebruik van eerstelijnszorg (zie Operationalisatie gebruik eerstelijnszorg).

 

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl
  2. LINH, Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg. zorggegevens.nl

Gebruik mondzorg naar geslacht

Gebruik van mondzorg door thuiswonende mensen

Volgens eigen opgave in 2011
 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Tandarts (inclusief mensen met kunstgebit)

% met contact

76,7

79,7

78,2

Aantal contacten per inwoner

2,3

2,4

2,3

Aantal contacten per patiënt

3,0

3,0

3,0

Bron:  CBS-Gezondheidsenquête, gepubliceerd op  CBS Statline

Bijna 80% van de bevolking heeft jaarlijks contact met de tandarts

Bijna 80% van alle inwoners van Nederland heeft minstens één keer per jaar contact met de tandarts. Redenen voor contact met de tandarts zijn de periodieke controle, behandeling, bijvoorbeeld naar aanleiding van de controle, of acute klachten. Een patiënt die contact heeft, heeft gemiddeld drie keer per jaar contact met de tandarts. Het gebruik van mondzorg verschilt weinig tussen mannen en vrouwen.

Het aantal contacten met de tandarts geeft een indicatie van gebruik van de eerstelijnszorg (zie Operationalisatie gebruik eerstelijnszorg).

 

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl

Gebruik fysio- en oefentherapie naar geslacht

Gebruik van fysio- of oefentherapie door thuiswonende mensen

Volgens eigen opgave in 2011
 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Fysio- en oefentherapeut

% met contact

19,2

26,4

22,8

Aantal contacten per inwoner

2,9

4,9

3,9

Aantal contacten per patiënt

15,0

18,5

17,0

Bron: CBS-Gezondheidsenquête, gepubliceerd op  CBS Statline

Ruim 20% van bevolking heeft jaarlijks contact met fysio- of oefentherapeut

Jaarlijks heeft ruim 20% van de thuiswonende bevolking contact met de fysio- of oefentherapeut. Patiënten die in 2011 werden behandeld door een fysio- of oefentherapeut hadden gemiddeld 17 behandelingen. Vrouwen hadden wat meer behandelingen dan mannen.

Het aantal contacten met fysio- en oefentherapeut geeft een indicatie van gebruik van de eerstelijnszorg (zie Operationalisatie gebruik eerstelijnszorg).

 

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl

Verantwoording

Definities
  • Eerstelijnszorg is de eerste zorg die mensen met hulpvraag ontvangen

    Eerstelijnszorg is de eerste zorg die mensen met een hulpvraag ontvangen. Deze zorg is direct toegankelijk. Zorgverleners in de eerstelijnszorg kunnen mensen die meer specialistische zorg nodig hebben doorverwijzen naar de tweedelijnszorg. Beroepsbeoefenaren in de eerstelijn zijn onder meer huisartsen, tandartsen, ergotherapeuten, fysiotherapeuten, ambulanceverpleegkundigen, eerstelijnsverloskundigen, praktijkondersteuners van de huisarts en apothekers.

  • Eerstelijnszorg kent verschillende aspecten

    Om eerstelijnszorg in kaart te brengen zijn verschillende aspecten te belichten:

    • Het aanbod aan eerstelijnsvoorzieningen en werkzame beroepsbeoefenaren in de eerstelijn
    • De vraag naar eerstelijnsvoorzieningen
    • Het gebruik van de eerstelijn door patiënten (het gaat dan om gebruik van eerstelijnsvoorzieningen en contacten met beroepsbeoefenaren werkzaam in de eerstelijn)
    • De kosten van de eerstelijn (de door de eerstelijn verstrekte zorg)
    • De prestaties van de eerstelijn uitgedrukt in kwaliteit en toegankelijkheid van de eerstelijn

    De vraag naar eerstelijnsvoorzieningen hebben we in het onderwerp Eerstelijnszorg niet meegenomen.

    Per bron zijn andere operationalisaties voor het beschrijven van eerstelijnszorg gebruikt, zie Bronverantwoording. Dit betekent dat de invulling van eerstelijnszorg per onderdeel (Cijfers & Context, Regionaal& Internationaal, Kosten en Zorgprestaties) kan verschillen.

Bronverantwoording
  • Cijfers over aanbod en gebruik gebaseerd op verschillende soorten bronnen

    Cijfers over het aanbod en gebruik van de eerstelijn zijn gebaseerd op enquêtes of op een combinatie van informatie uit zorgregistraties en enquêtes. In onderstaande tabel is per bron weergegeven welke operationalisatie voor eerstelijnszorg is gebruikt. Onder eerstelijnszorg verstaan we bij aanbod en gebruik: huisartsenzorg, mondzorg en fysiotherapie. Voor informatie over eerstelijnsverloskunde, openbare apotheken en huisartsenposten verwijzen we naar de onderwerpen Zorg rond de geboorte, Genees- en hulpmiddelen en Acute zorg.

    Tabel: Gebruikte bronnen eerstelijnszorg en operationalisatie eerstelijnszorg per bron

    Bron

    Operationalisatie aanbod

    NIVEL Beroepenregistraties ( waaronder Registratie huisartsenRegistratie fysiotherapeuten, Registratie oefentherapeuten)

    Aantal werkzame beroepsbeoefenaren (paramedici, huisartsen)

    Aantal instellingen (huisartspraktijken)

    CBS Arbeidspositie medisch geschoolden (tot en met 1998 CBS Beroepen in de gezondheidszorg)

    Werkzame huisartsen

    Werkzame tandartsen

    CBS Actieve bedrijven

    Aantal instellingen (tandartspraktijken)

     

    Operationalisatie gebruik

    CBS-Gezondheidsenquête

    Contacten met tandarts

    Contacten met huisarts

    Contacten met fysiotherapeut

    LINH

    Contacten met huisarts

     

    Beperkingen bij cijfers over aanbod van eerstelijnszorg

    Een nadeel van cijfers gebaseerd op alleen enquêtes is dat niet alle beroepsbeoefenaren bereikt worden. Dit komt doordat er meestal een steekproef wordt getrokken en er altijd sprake is van non-respons. Een nadeel van cijfers op basis van registraties is dat niet altijd alle beroepsbeoefenaren die ingeschreven staan in een beroepsregistratie (zoals het BIG-register) ook werkzaam zijn als zorgverlener. Cijfers op basis van louter registratie kan dus een overschatting geven van het aanbod van beroepsbeoefenaren.

    Specifiek aandachtspunt bij cijfers over trends in aanbod eerstelijnszorg

    Er zijn ook nog enkele specifieke beperkingen voor de cijfers die zijn gebruikt bij het beschrijven van trends in aanbod. In de cijfers tot 1999 zitten meerdere trendbreuken door verandering van bron, definitie of berekeningswijze. De voornaamste trendbreuk bij huisartsen was die tussen 1998 en 1999; het ging om een daling van rond de tweehonderd huisartsen. Voor tandartsen waren er meerdere, aanzienlijke trendbreuken. De voornaamste trendbreuk was die tussen 1998 en 1999; het ging om een daling van rond de duizend tandartsen. De trendbreuken daarvoor hingen samen met het al dan niet meetellen van 65-plussers. Het ging om verschillen van 520 tandartsen tussen 1990 en 1991 en 371 tandartsen tussen 1995 en 1996. Voor meer informatie zie: Breuken in de tijdsreeksen van Beroepen in de Gezondheidszorg.

    Specifiek aandachtspunt bij cijfers over gebruik huisartsenzorg

    Voor het beschrijven van het gebruik van de eerstelijnszorg gebruiken we de Gezondheidsenquête van het CBS en de huisartsenregistratie LINH van het NIVEL. De belangrijkste methodologische verschillen tussen beide bronnen zijn dat:

    • de Gezondheidsenquête contacten met de huisartsenpost in principe ook meetelt (in LINH niet),
    • de Gezondheidsenquête huisartscontacten met bewoners van verzorgingshuizen niet meetelt (LINH wel),
    • en dat de Gezondheidsenquête contacten met de praktijkondersteuner of –assistente niet meetelt (LINH wel).

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Registratie huisartsen, Huisartsenregistratie. zorggegevens.nl
    2. Registratie fysiotherapeuten, Registratie fysiotherapeuten in de eerstelijnsgezondheidszorg. zorggegevens.nl
    3. Registratie oefentherapeuten, zorggegevens.nl
    4. CBS-Gezondheidsenquête, CBS-GE. zorggegevens.nl
    5. LINH, Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg. zorggegevens.nl
    6. BIG-register, Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. zorggegevens.nl
  • Cijfers over kosten van eerstelijnszorg op basis Kosten van Ziektenstudie

    De gegevens over kosten van de eerstelijnszorg die worden gepresenteerd zijn afkomstig uit de Nederlandse Kosten van Ziektenstudie (KVZ-studie). In deze studie worden de totale kosten van de gezondheidszorg verdeeld naar leeftijd, geslacht, diagnose, sector, zorgfunctie (preventie, cure en overig) en financiering. Een deel van de cijfers uit de KVZ-studie wordt hier gepresenteerd. Het meest recente jaar waarvoor een gedetailleerde uitsplitsing is gemaakt van de zorgkosten is 2011. Een overzicht van alle cijfers uit de KVZ-studie over 2003, 2005, 2007 en 2011 is te vinden op de website Kosten van ziekten.nl. In onderstaande tabel staat de operationalisatie van eerstelijnszorg in de KVZ-studie. De indeling in sectoren is gebaseerd op de Zorgrekeningen van het CBS. De Zorgrekeningen delen de zorgsector in zogeheten actoren in. De sector eerstelijnszorg is samengesteld uit vijftien actoren. Deze zijn over vijf subsectoren verdeeld.

    Voor meer informatie zie: Methodologie berekening van de zorgkosten in de Kosten van Ziektenstudie.

    Tabel: Operationalisatie van subsectoren in de eerstelijnszorg voor de Kosten van Ziektenstudie

    Actoren

    Operationalisatie

    Huisartsenzorg

    Huisartsenpraktijken

    Mondzorg

    Praktijken van mondhygiënisten

    Praktijken van tandartsen

    Tandtechnici

    Verloskunde

    Praktijken van verloskundigen

     

    Fysiotherapie

    Fysiotherapiepraktijken

    Overige eerstelijnszorg

    Cesarpraktijken

    Diëtistenpraktijken

    Ergotherapeutenpraktijken

    Logopedistenpraktijken

    Mensendieckpraktijken

    Podotherapeutenpraktijken

    Praktijken van psychologen

    Sportmedische adviescentra

    Samenwerkingsverbanden (ketenzorg)

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Zorgrekeningen, zorggegevens.nl
  • Cijfers over zorgprestaties eerstelijnszorg gebaseerd op Zorgbalans

    Cijfers over de prestaties van de eerstelijnszorg zijn gebaseerd op de indicatoren van de Zorgbalans (van den Berg et al., 2014). Deze indicatorenset geeft inzicht in de prestaties van de gezondheidszorg op het gebied van betaalbaarheid, toegankelijkheid en kwaliteit. Deze drie zijn verder onder te verdelen in:

    Betaalbaarheid/kosten

    • zorguitgaven
    • macrodoelmatigheid (prestaties op publieke doelen afgezet tegen de uitgaven)
    • mesodoelmatigheid (bijvoorbeeld productiviteit van ziekenhuizen, ligduur, etc.)

    Kwaliteit

    • effectiviteit
    • patiëntveiligheid
    • vraaggerichtheid

    Toegankelijkheid

    • geografische toegankelijkheid
    • financiële toegankelijkheid
    • tijdigheid
    • toegankelijkheid naar behoefte
    • keuzevrijheid
       

    Beschrijving kwaliteit en toegankelijkheid eerstelijnszorg op basis van registraties en enquêtes

    Voor de cijfers over de kwaliteit en toegankelijkheid van de eerstelijnszorg zijn zorgregistraties, administratieve databases en enquêtes gebruikt. Zo is het voorschrijfgedrag van huisartsen inzichtelijk gemaakt aan de hand van door Vektis verstrekte declaratiegegevens. Op basis van een enquête naar rookgewoonten is achterhaald hoe vaak huisartsen adviezen geven om te stoppen met roken. In onderstaande tabel is per bron weergegeven welke operationalisatie voor eerstelijnszorg is gebruikt.

    Tabel: Gebruikte bronnen en operationalisatie kwaliteit en toegankelijkheid eerstelijnszorg
    Bron Operationalisatie

    Vektis (declaratiegegevens medicijnvoorschriften)

    Voorschrijfgedrag huisartsen

    OECD Health Statistics (database)

    Gebruik antibiotica voorschriften huisarts/medisch specialist

    Antimicrobial consumption interactive database (ESAC-Net)

    Gebruik antibiotica voorschriften huisarts/medisch specialist

    Continu Onderzoek Rookgewoonten (Stivoro, Trimbos-instituut), 2001-2013

    Stopadvies huisarts

    Advies medicatie huisarts

    Advies doorverwijzing huisarts

    NIVEL Beroepenregistratie

    Locatie huisarts- en fysiotherapiepraktijken

    CQ-Index (NIVEL)

    Patiëntervaringen huisartsenzorg en fysiotherapie

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Berg MJ, de Boer D, Gijsen R, Heijink R, Limburg LCM, Zwakhals SLN. Zorgbalans 2014. De prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2014. Bron
Methoden
  • Verschillende maten voor beschrijving onderdelen eerstelijnszorg

    Om Eerstelijnszorg te beschrijven, zijn voor verschillende onderdelen verschillende maten gebruikt. Hieronder wordt dit per onderdeel toegelicht.

  • Aanbod eerstelijnszorg in VenZinfo

    We gebruiken voor het beschrijven van het huidige aanbod van de eerstelijn de cijfers zoals gepresenteerd in NIVEL Beroepenregistraties, CBS Actieve Bedrijven en CBS Arbeidspositie medisch geschoolden. De trends in het aanbod van de eerstelijn is gebaseerd op CBS Arbeidspositie medisch geschoolden.We presenteren het zorgaanbod van de eerstelijn aan de hand van het aantal beroepsbeoefenaren en in het aantal praktijken. Deze worden uitgedrukt in absoluut aantal in heel Nederland en het gemiddeld aantal per 100.000 inwoners ( voor de trends). Die laatst genoemde maat wordt veelgebruikt door internationale organisaties omdat deze rekening houdt met veranderingen of verschillen in bevolkingsomvang. Voor het berekenen van de trends in zorgaanbod zijn twee tabellen van CBS Statline gecombineerd; de tabel  Gezondheid, leefstijl, zorggebruik en aanbod en de tabel  Bevolking; geslacht, leeftijd en burgerlijke staat.

    Het aanbod uitgedrukt in aantal per 100.000 inwoners houdt overigens geen rekening met de leeftijdsopbouw van de bevolking. Bij vergelijking van het zorgaanbod tussen jaren of regio's is het dan ook belangrijk om te beseffen dat in relatief oudere populaties er wellicht een grotere behoefte is aan zorg.

  • Gebruik eerstelijnszorg in VenZinfo

    Voor het beschrijven van het gebruik van eerstelijnszorg gebruiken we cijfers afkomstig uit de CBS Gezondheidsenquête.We gebruiken de cijfers zoals gepresenteerd op CBS Statline. Voor de huisartsenzorg presenteren we daarnaast ook de cijfers afkomstig uit beschikbare huisartsregistratie LINH.

    Het zorggebruik wordt door het CBS uitgedrukt in verschillende maten:
    •    percentage van de bevolking met ten minste één contact met een zorgverlener in een jaar
    •    aantal contacten per inwoner (of per 100 inwoners) per jaar
    •    aantal contacten per patiënt/cliënt (persoon met ten minste één eenheid binnen een jaar)
    We presenteren het relatieve zorggebruik voor de hele bevolking en, voor zover mogelijk, naar geslacht. De trends in gebruik van eerstelijnszorg laten we zien aan de hand van het percentage van de bevolking met ten minste één contact met de eerstelijnszorg in een jaar.Zie voor een beschrijving van de methode zoals gehanteerd door het CBS.

  • Kwaliteit en toegankelijkheid eerstelijnszorg

    We gebruiken de cijfers zoals gepresenteerd in de Zorgbalans 2014. Voor de gehanteerde methode zie (van den Berg et al., 2014).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van den Berg MJ, de Boer D, Gijsen R, Heijink R, Limburg LCM, Zwakhals SLN. Zorgbalans 2014. De prestaties van de Nederlandse gezondheidszorg. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2014. Bron
  • Regionale verschillen in vraag en aanbod van de huisartsenzorg

    Voor de berekening van de afstemming is de totale vraag van de gemeente in contactminuten gedeeld door het aantal fte huisartsen in die gemeente. Dit geeft een indicatie van het aantal contactminuten dat één fte huisarts per jaar moet werken om aan de vraag te voldoen. Om te berekenen of een gemeente meer of minder dan gemiddeld aan huisartsen heeft wordt het totaal aantal contact minuten met de huisartsen in een gemeente gedeeld door het landelijk gemiddeld aantal contactminuten per fte huisarts. Dit resultaat is vervolgens afgetrokken van het aanbod fte huisartsen in een gemeente. Via deze berekening wordt bepaald of een gemeente meer of minder fte huisartsen heeft ten opzichte van het verwacht aantal huisartsen op basis van de vraag. Deze afstemming is berekend met het instrument dat bekend staat als de Vraag Aanbod Analyse Monitor (VAAM). De VAAM wordt gepresenteerd in de vorm van een internetapplicatie.

  • Regionale verschillen in reistijd naar dichtstbijzijnde zorgvoorziening

    Voor het bepalen van de reistijden per vierpositiepostcode gebied is gebruik gemaakt van de Drive Time Matrix (DTM) van Geodan. Deze matrix tabel bevat de reistijden en -afstanden over de weg tussen postcodes in Nederland op vierpositiepostcodeniveau. Hierbij is uitgegaan van de snelste route met de personenauto.