Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EenzaamheidPreventie & ZorgPreventie

Cijfers & Context

Meer dan 40% voelt zich eenzaam

Regionaal & Internationaal

Meeste mensen eenzaam in het zuidwesten

Kosten

Preventie & Zorg

Terugdringen van eenzaamheid is maatwerk

Aanbod preventie van eenzaamheid

Preventie en terugdringen van eenzaamheid vergt maatwerk

Er zijn verschillende vormen van eenzaamheid en eenzaamheid verschilt van mens tot mens. Inzicht in (de oorzaak van) het probleem vergroot de kans om het te kunnen oplossen of te verminderen. Dat maakt eenzaamheid tegengaan echt maatwerk. Zie Oorzaken van eenzaamheid.

Landelijke aandacht voor eenzaamheid door Coalitie Erbij

Sinds 2008 hebben maatschappelijke organisaties die een rol spelen bij het terugdringen van eenzaamheid hun krachten gebundeld in Coalitie Erbij. De coalitiepartners (8 kernlid organisaties en meer dan 30 andere aangesloten organisaties) voeren activiteiten en interventies uit om eenzaamheid aan te pakken en mensen die eenzaam zijn te ondersteunen. Zo bieden zij telefonische en online hulplijnen, huisbezoeken, ontmoetingsplekken en sociale activiteiten voor mensen die eenzaam zijn. Ook bieden ze trainingen en cursussen aan voor zowel mensen die zich eenzaam voelen als voor professionals en vrijwilligers. Coalitie Erbij is uitvoerder van een landelijke campagne om eenzaamheid onder de aandacht te brengen en de aanpak ervan te stimuleren: Samen tegen Eenzaamheid. Jaarlijks organiseert Coalitie Erbij de Week van de eenzaamheid.

Programma Eén tegen eenzaamheid beoogt eenzaamheid onder ouderen te verminderen

Het programma Eén tegen eenzaamheid richt zich op het eerder signaleren en doorbreken van eenzaamheid onder ouderen. Maatschappelijke organisaties, gemeenten, bedrijven, ondernemers en de Rijksoverheid gaan gezamenlijk, vanuit landelijke en lokale coalities, aan de slag om de eenzaamheid terug te dringen. Het programma bestaat uit verschillende initiatieven, variërend van een bewustwordingscampagne, opzetten van lokale meldpunten en digitale signaleringsnetwerken tot het verbeteren van doorverwijzing en diagnostiek en het ontwikkelen van trainingsaanbod en richtlijnen voor professionals. Eén tegen eenzaamheid is het eerste programma van het op 8 maart 2018 door 40 partijen ondertekende Pact voor de Ouderenzorg.

Gemeenten hebben verantwoordelijkheid vanuit Wmo en WPG

Vanuit de doelen van de Wet maatschappelijke opvang (bevorderen van zelfredzaamheid en participatie van burgers) en de Wet publieke gezondheid (voorkómen van gezondheidsproblemen) hebben gemeenten de taak om aandacht te geven aan het vroegtijdig signaleren, voorkómen en verminderen van eenzaamheid. Rotterdam en Amsterdam zijn voorbeelden van gemeenten die aandacht geven aan het onderwerp eenzaamheid en werken aan een systematische aanpak. Gemeenten kunnen zich hierbij laten adviseren door Movisie. Ze kunnen ook gebruik maken van de informatie en tools op de website van Coalitie Erbij.

Professionals én vrijwilligers spelen belangrijke rol bij verminderen eenzaamheid

Professionals uit het sociale domein (maatschappelijk werker, sociale wijkteams) en uit het gezondheidsdomein (huisarts, praktijkondersteuner, wijkverpleegkundige) spelen een belangrijke rol bij het signaleren, ondersteunen of doorverwijzen naar passende vormen van ondersteuning of professionele hulpverlening. Vrijwilligers begeleiden in de praktijk vaak eenzame mensen bij het aangaan van nieuwe contacten of het verbeteren van bestaande sociale relaties, en bij het vinden van zinvolle bezigheden.

Deskundigheidsbevordering medewerkers langdurige zorg

De landelijke campagne Zorg tegen eenzaamheid wil medewerkers in de ggz, gehandicapten- en ouderenzorg en het sociaal werk inspireren om meer aandacht te besteden aan eenzaamheid bij cliënten en bewoners die afhankelijk zijn van langdurige zorg. Tweewekelijks staat nieuwe informatie op de website, zodat geleidelijk een uniek platform ontstaat met voorbeelden, inzichten en ervaringen. Daarnaast zijn er ook organisaties, zoals Factor5, die zich bezig houden met deskundigheidsbevordering van professionals op het thema eenzaamheid.

Meer informatie

Experts en redactie

Verantwoording

Definities
  • Wat is eenzaamheid?

    Eenzaamheid kenmerkt zich door gemis en teleurstelling

    Eenzaamheid is een negatieve situatie, gekenmerkt door gemis en teleurstelling. Het is de uitkomst van een persoonlijke waardering van een situatie waarin iemand zijn bestaande relaties afweegt tegen zijn eigen wensen of verwachtingen ten aanzien van relaties. Eenzaamheid is dus een persoonlijke, subjectieve ervaring. Gevoelens van eenzaamheid hebben vooral betrekking op gebreken in de kwaliteit van relaties. Maar iemand kan zich ook eenzaam voelen doordat het aantal contacten lager is dan gewenst (Gierveld-de Jong & van Tilburg, 2007).

    Eenzaamheid kan emotioneel of sociaal zijn

    Er zijn twee soorten eenzaamheid (van Tilburg, 2007):

    Emotionele eenzaamheid
    Als iemand een sterk gemis ervaart van een intieme relatie, een emotioneel hechte band met een partner of vriend(in).

    Sociale eenzaamheid
    Als iemand betekenisvolle relaties mist met een bredere groep mensen zoals kennissen, collega’s, buurtgenoten of mensen met dezelfde belangstelling. Een intieme partnerrelatie kan sociale eenzaamheid niet opheffen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. J Gierveld-de Jong J, van Tilburg T. Uitwerking en definitie van het begrip eenzaamheid. In: Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: van Gorcum; 2007. 7. p. 7-14p. Bron
    2. van Tilburg T. Typen van eenzaamheid. In: Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: van Gorcum; 2007. 3. p. 31-37p. Bron
Bronverantwoording
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Vragenlijsten om eenzaamheid te meten

    De eenzaamheidsschaal is de meest bekende vragenlijst over eenzaamheid

    De eenzaamheidsschaal die gebruikt is in VZinfo is de meest bekende Nederlandse vragenlijst om eenzaamheid te meten. Ook buiten Nederland gebruiken onderzoekers in meer dan twintig andere landen de eenzaamheidsschaal (Gierveld-de Jong & van Tilburg, 2007).
    De eenzaamheidsschaal bestaat uit 11 uitspraken over emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Voorafgaand aan de uitspraken staat de vraag: 'Wilt u van elk van de volgende uitspraken aangeven in hoeverre die op u, zoals u de laatste tijd bent, van toepassing is?', met de toelichting 'U kunt antwoorden met nee, min of meer, ja'. Een uitspraak voor het meten van emotionele eenzaamheid is bijvoorbeeld ‘Ik mis een echte goede vriend of vriendin’. Sociale eenzaamheid wordt gemeten met onder andere de uitspraak: ‘Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht’.
    Iemand is sociaal of emotioneel eenzaam als diegene op minstens twee van de bijbehorende items ongunstig scoort. Iemand is eenzaam bij minstens drie ongunstige scores op alle items:

    Niet eenzaam: score 0-2
    Matig eenzaam: score 3-8
    Ernstig eenzaam: score 9-10
    Zeer ernstig eenzaam: score 11

    De vragenlijst is bedoeld voor onderzoek onder grote groepen mensen. Het is niet bekend of de eenzaamheidsschaal ook toepasbaar is voor het meten van eenzaamheid van afzonderlijke personen.


     

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. J Gierveld-de Jong J, van Tilburg T. Uitwerking en definitie van het begrip eenzaamheid. In: Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: van Gorcum; 2007. 7. p. 7-14p. Bron