Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EenzaamheidCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

47% voelt zich eenzaam

Regionaal & Internationaal

Meeste mensen eenzaam in stedelijke regio's

Kosten

Preventie & Zorg

Terugdringen van eenzaamheid is maatwerk

Eenzaamheid naar geslacht

Eenzaamheid naar geslacht 2020

18 jaar en ouder
MannenVrouwenTotaal
Totaal eenzaam47,645,646,6
Matig eenzaam36,934,435,6
Ernstig eenzaam10,711,211
Deze cijfers zijn ook onderdeel van
  • De COVID-19 pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben - mogelijk - de gezondheid, leefstijl en het welzijn van de respondenten beïnvloed.

 

Van de volwassen bevolking voelt 47% zich eenzaam

In 2020 gaf 47% van de volwassen bevolking (18 jaar en ouder) aan eenzaam te zijn. Van de volwassen bevolking is 36% matig eenzaam en 11% voelt zich ernstig eenzaam. Eenzaamheid komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, maar bij ernstige eenzaamheid zijn er nauwelijks verschillen. Eenzaamheid is vastgesteld met de eenzaamheidsschaal

Meer informatie

Datum publicatie

29-06-2021

Eenzaamheid naar leeftijd

Het percentage eenzamen is hoger vanaf 75 jaar

Vanaf 75 jaar is het percentage (ernstig) eenzamen hoger. Van alle 75-plussers voelt 56% zich eenzaam en 12% ernstig eenzaam (niet in figuur). Ouderen van 85 jaar en ouder voelen zich eenzamer dan ouderen van 75 tot en met 84 jaar. Van de 85-plussers voelt twee derde (66%) zich eenzaam en 14% zich ernstig eenzaam, bij 74-84 jarigen is dit respectievelijk 54% en 11%. Uit deze gegevens blijkt dat onder 85-plussers relatief veel vrouwen eenzaam zijn (68%) in vergelijking met mannen van 85 jaar en ouder (63%) (niet in figuur). Een mogelijke verklaring daarvoor is dat oudere vrouwen vaker alleenstaand zijn dan oudere mannen.

Meer informatie

Datum publicatie

02-07-2021

Eenzaamheid naar burgerlijke staat

Meer eenzamen onder gescheiden mensen, weduwen en weduwnaars

Onder gescheiden mensen en weduwen of weduwnaars voelen meer mensen zich eenzaam dan onder samenwonenden of ongehuwden. Meer dan 60% van de gescheiden mensen en weduwen of weduwnaars voelt zich eenzaam. Ernstige eenzaamheid komt meer voor bij gescheiden mensen (21%) dan bij weduwen of weduwnaars (17%). 

Meer informatie

Datum publicatie

29-06-2021

Eenzaamheid naar opleiding

Eenzaamheid naar opleiding 2020

18 jaar en ouder
OpleidingsniveauTotaal eenzaamMatig eenzaamErnstig eenzaam
Laag53,13914,1
Middelbaar4635,110,9
Hoog42,133,58,6
  • Laag onderwijsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar onderwijsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog onderwijsniveau = hbo of wo
     
  • De COVID-19 pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben - mogelijk - de gezondheid, leefstijl en het welzijn van de respondenten beïnvloed.

Meer eenzaamheid bij laagopgeleiden

Onder laagopgeleiden komt meer ernstige eenzaamheid voor dan onder hoogopgeleiden. Van de laagopgeleiden boven de 18 jaar voelt 53% zich eenzaam, ten opzichte van 42% van de hoogopgeleiden. Eenzaamheid is vastgesteld met de eenzaamheidsschaal.

Meer informatie

Datum publicatie

29-06-2021

Eenzaamheid naar inkomen

Meer eenzaamheid bij lagere inkomens

De grafiek presenteert cijfers over 2016 over eenzaamheid naar inkomensklasse. Eenzaamheid betreft matige en ernstige eenzaamheid. De verschillen zijn statistisch getoetst, resultaten van deze toetsing zijn:

  • Eenzaamheid komt het meest voor bij mensen in de laagste inkomensklasse, dit geldt ook voor mannen en vrouwen afzonderlijk.
  • Het percentage mensen dat zich eenzaamheid voelt neemt af als de inkomensklasse hoger wordt. Vrouwen in de laagste inkomensklasse ervaren bijna twee keer zo vaak eenzaamheid als vrouwen in de hoogste inkomensklasse (61,0% versus 32,7%), ook bij mannen is dit bijna twee keer zo vaak (63,7% versus 35,2%).

Meer informatie

Datum publicatie

07-07-2021

Verantwoording

Definities
  • Wat is eenzaamheid?

    Eenzaamheid kenmerkt zich door gemis en teleurstelling

    Eenzaamheid is een negatieve situatie, gekenmerkt door gemis en teleurstelling. Het is de uitkomst van een persoonlijke waardering van een situatie waarin iemand zijn bestaande relaties afweegt tegen zijn eigen wensen of verwachtingen ten aanzien van relaties. Eenzaamheid is dus een persoonlijke, subjectieve ervaring. Gevoelens van eenzaamheid hebben vooral betrekking op gebreken in de kwaliteit van relaties. Maar iemand kan zich ook eenzaam voelen doordat het aantal contacten lager is dan gewenst (Gierveld-de Jong & van Tilburg, 2007).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. J Gierveld-de Jong J, van Tilburg T. Uitwerking en definitie van het begrip eenzaamheid. In: Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: van Gorcum; 2007. 7. p. 7-14p. Bron
Bronverantwoording
  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012 en opnieuw uitgevoerd in 2016 en 2020. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012,  Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en 2020 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012, 2016 en 2020 deden respectievelijk ruim 387.000 personen, 457.000 personen en 539.900 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 en Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 en 2019 zijn uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In 2015 hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor. In 2019 waren dit 171.192 leerlingen en 707 scholen.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier en hier en voor Gezondheidsmonitors Jeugd vindt u hier. Gewoonlijk kunt u bij het digitale loket Gezondheidsmonitors data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Omdat het digitale loket tijdelijk niet bereikbaar is, kunt u een aanvraag indienen via monitorgezondheid.nl. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015, Gezondheidsmonitor Jeugd 2019. Data en cijfers uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2020 zijn beschikbaar vanaf najaar 2021. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI
  • Vragenlijsten om eenzaamheid te meten

    De eenzaamheidsschaal is de meest bekende vragenlijst over eenzaamheid

    De eenzaamheidsschaal die gebruikt is in VZinfo is de meest bekende Nederlandse vragenlijst om eenzaamheid te meten. Ook buiten Nederland gebruiken onderzoekers in meer dan twintig andere landen de eenzaamheidsschaal (Gierveld-de Jong & van Tilburg, 2007).
    De eenzaamheidsschaal bestaat uit 11 uitspraken over emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Voorafgaand aan de uitspraken staat de vraag: 'Wilt u van elk van de volgende uitspraken aangeven in hoeverre die op u, zoals u de laatste tijd bent, van toepassing is?', met de toelichting 'U kunt antwoorden met nee, min of meer, ja'. Een uitspraak voor het meten van emotionele eenzaamheid is bijvoorbeeld ‘Ik mis een echte goede vriend of vriendin’. Sociale eenzaamheid wordt gemeten met onder andere de uitspraak: ‘Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht’.
    Iemand is sociaal of emotioneel eenzaam als diegene op minstens twee van de bijbehorende items ongunstig scoort. Iemand is eenzaam bij minstens drie ongunstige scores op alle items:

    Niet eenzaam: score 0-2
    Eenzaam: score 3-11
    Matig eenzaam: score 3-8
    Ernstig eenzaam: score 9-11
     

    De vragenlijst is bedoeld voor onderzoek onder grote groepen mensen. Het is niet bekend of de eenzaamheidsschaal ook toepasbaar is voor het meten van eenzaamheid van afzonderlijke personen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. J Gierveld-de Jong J, van Tilburg T. Uitwerking en definitie van het begrip eenzaamheid. In: Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: van Gorcum; 2007. 7. p. 7-14p. Bron
  • Inkomensklassen in kwintielen

    Het inkomen van een persoon is uitgedrukt door het gestandaardiseerd besteedbare huishoudensinkomen. Het besteedbare huishoudensinkomen is het totaal aan loon, winst en inkomen uit vermogen, vermeerderd met uitkeringen en toelagen en verminderd met premies en belastingen. Gecorrigeerd voor omvang en samenstelling van het huishouden levert dat vervolgens het gestandaardiseerd besteedbare huishoudensinkomen. De inkomensklassen van personen zijn bepaald aan de hand van de kwintielscore van het huishouden waartoe de persoon (respondent) behoort op basis van het gestandaardiseerd besteedbare huishoudensinkomen. De kwintielscore volgt uit een rangschikking naar oplopend inkomen van alle huishoudens in Nederland met een bekend inkomen, waarna vijf groepen huishoudens van gelijke omvang worden gevormd.

    • De laagste inkomensklasse wordt gevormd door personen met een inkomen van maximaal het 20%-percentiel (het eerste kwintiel).
    • De laag midden inkomensklasse wordt gevormd door personen met een inkomen tussen het 20%-percentiel en het 40%-percentiel (het tweede kwintiel).
    • De midden inkomensklasse wordt gevormd door personen met een inkomen tussen het 40%-percentiel en het 60%-percentiel (het derde kwintiel).
    • De hoog midden inkomensklasse wordt gevormd door personen met een inkomen tussen het 60%-percentiel en het 80%-percentiel (het vierde kwintiel).
    • De hoogste inkomensklasse wordt gevormd door personen met een inkomen van minimaal het 80%-percentiel (het vijfde kwintiel).