Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

EenzaamheidCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Meer dan 40% voelt zich eenzaam

Regionaal & Internationaal

Meeste mensen eenzaam in het zuidwesten

Kosten

Preventie & Zorg

Terugdringen van eenzaamheid is maatwerk

Eenzaamheid naar geslacht

Meer dan 40% van de volwassen bevolking voelt zich eenzaam

In 2016 gaf 43% van de volwassen bevolking (19 jaar en ouder) aan eenzaam te zijn. Van de volwassen bevolking is 33% matig eenzaam en 10% voelt zich ernstig of zeer ernstig eenzaam. Bijna 31% voelt zich emotioneel eenzaam en 43% sociaal eenzaam. Eenzaamheid is vastgesteld met de eenzaamheidsschaal.

Mannen meer sociaal eenzaam dan vrouwen

Eenzaamheid komt iets vaker voor bij mannen dan bij vrouwen, maar bij (zeer) ernstige eenzaamheid zijn er nauwelijks verschillen. Vrouwen voelen zich vaker emotioneel eenzaam, terwijl mannen vaker sociaal eenzaam zijn. Ook uit eerder onderzoek onder Nederlanders van 30-76 jaar blijkt dat mannen meer sociale eenzaamheid ervaren dan vrouwen. Dat geldt voor zowel gescheiden als getrouwde mannen (Dykstra & Fokkema, 2007). Er zijn geen verschillen in emotionele eenzaamheid tussen getrouwde mannen en vrouwen in deze leeftijdsgroep. Binnen de groep die gescheiden is, zijn de mannen echter emotioneel eenzamer dan de vrouwen (Dykstra & Fokkema, 2007). Uit een ander Nederlands onderzoek onder getrouwde 65-plussers blijkt ook dat mannen sociaal eenzamer zijn. Emotionele eenzaamheid is ook bij deze groep hoger bij vrouwen dan bij mannen (Korporaal et al., 2008).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012, GGD'en, CBS en RIVM, Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Dykstra PA, Fokkema T. Social and emotional loneliness among divorced and married men and women: comparing the deficit and cognitive perspectives. Basic Appl Soc Psych. 2007;29((1)):1-12. Bron
  2. Korporaal M, van Groenou MIBroe, van Tilburg T. Effects of own and spousal disability on loneliness among older adults. J Aging Health. 2008;20(3):306-25. Pubmed | DOI

Eenzaamheid naar leeftijd

Eenzaamheid neemt toe met de leeftijd

In het algemeen neemt het percentage ((zeer) ernstig) eenzamen toe met het ouder worden. Dit geldt specifiek voor sociale eenzaamheid. Het percentage mensen dat zich emotioneel eenzaam voelt, neemt pas toe vanaf 75 jaar. Na de leeftijd van ongeveer 75 jaar is de kans op eenzaamheid groter bij een opeenstapeling van verschillende gebeurtenissen zoals het overlijden van de partner en van andere leeftijdsgenoten en het verlies van mobiliteit en zelfstandigheid door afnemend fysiek, cognitief en sensorisch functioneren (van Tilburg, 2007; Jylhä, 2004). Van de 85-plussers voelt bijna tweederde (63%) zich eenzaam. Uit gegevens van LASA uit 2008/2009 blijkt dat onder 85-plussers relatief veel vrouwen eenzaam zijn (Zantinge et al., 2011). Een verklaring daarvoor is dat oudere vrouwen vaker alleenstaand zijn dan oudere mannen.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Tilburg T. Prevalentie. In: Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: van Gorcum; 2007. 2. p. 24-30p. Bron
  2. Jylhä M. Old age and loneliness: cross-sectional and longitudinal analyses in the Tampere Longitudinal Study on Aging. Can J Aging. 2004;23(2):157-68. Pubmed
  3. Zantinge EM, van der Wilk EA, van Wieren S, Schoemaker CG. Gezond ouder worden in Nederland. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2011. Bron

Eenzaamheid naar burgerlijke staat

Meer eenzamen onder gescheiden mensen, weduwen en weduwnaars

Onder gescheiden mensen en weduwen of weduwnaars voelen meer mensen zich eenzaam dan onder samenwonenden of ongehuwden. Ruim 60% van de gescheiden mensen en weduwen of weduwnaars voelt zich eenzaam. Ernstige eenzaamheid komt meer voor bij gescheiden mensen (22%) dan bij weduwen of weduwnaars (17%). Emotionele eenzaamheid komt het meest voor bij weduwen/weduwnaars (55%), terwijl sociale eenzaamheid het meest voorkomt bij gescheiden mensen (58%). 

Meer informatie

Eenzaamheid naar opleiding

Meer eenzaamheid bij laagopgeleiden

Onder laagopgeleiden komt meer ((zeer) ernstige) eenzaamheid voor dan onder hoogopgeleiden. Van de laagopgeleiden boven de 19 jaar voelt 63% zich eenzaam, ten opzichte van 36% van de hoogopgeleiden. De verschillen gelden zowel voor emotionele eenzaamheid als voor sociale eenzaamheid. Eenzaamheid is vastgesteld met de eenzaamheidsschaal.

Meer eenzaamheid bij een tekort aan financiële middelen

Eenzaamheid blijkt ook samen te hangen met een tekort aan financiële middelen. Onder mensen met een tekort aan financiële middelen zijn meer sociaal of emotioneel eenzamen. Dit geldt zowel voor de oudere (60-79 jaar) als voor de jongere (18-59 jaar) leeftijdsgroepen. Dit blijkt uit onderzoek in verschillende West- en Oost-Europese landen (Bulgarije, Duitsland, Frankrijk, Georgië en Rusland) (de Jong-Gierveld & van Tilburg, 2010). Het is op basis van bovenstaande onderzoeken niet duidelijk of een lage sociaaleconomische status tot eenzaamheid leidt of andersom.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. de Jong-Gierveld J, van Tilburg T. The De Jong Gierveld short scales for emotional and social loneliness: tested on data from 7 countries in the UN generations and gender surveys. Eur J Ageing. 2010;7(2):121-130. Pubmed | DOI

Eenzaamheid naar herkomst

Eenzaamheid naar herkomst 2016

19 jaar en ouder
HerkomstEenzaam(Zeer) ernstig eenzaamEmotioneel eenzaamSociaal eenzaam
Autochtoon39,17,927,239,8
Westers allochtoon50,813,437,449,5
Niet-westers allochtoon63,721,950,861,7
  • Autochtoon: beide ouders zijn in Nederland geboren, ongeacht het land waar men zelf is geboren.
  • Westers allochtoon: herkomstgroepering één van de landen in Europa (exclusief Turkije), Noord-Amerika en Oceanië, of Indonesië en Japan.
  • Niet-westers allochtoon: herkomstgroepering één van de landen in Afrika, Latijns-Amerika en Azië (exclusief Indonesië en Japan) of Turkije.

Niet-westerse allochtonen meest eenzaam

(Ernstige) eenzaamheid komt meer voor onder niet-westerse allochtonen Nederlanders (64%) dan onder westerse allochtonen (51%) en autochtone Nederlanders (39%). ook voelen westers-allochtone Nederlanders zich vaker (ernstig) eenzaam dan autochtone Nederlanders. De verschillen in eenzaamheid gelden zowel voor emotionele eenzaamheid als voor sociale eenzaamheid.

Meer informatie

Experts en redactie

Verantwoording

Definities
  • Wat is eenzaamheid?

    Eenzaamheid kenmerkt zich door gemis en teleurstelling

    Eenzaamheid is een negatieve situatie, gekenmerkt door gemis en teleurstelling. Het is de uitkomst van een persoonlijke waardering van een situatie waarin iemand zijn bestaande relaties afweegt tegen zijn eigen wensen of verwachtingen ten aanzien van relaties. Eenzaamheid is dus een persoonlijke, subjectieve ervaring. Gevoelens van eenzaamheid hebben vooral betrekking op gebreken in de kwaliteit van relaties. Maar iemand kan zich ook eenzaam voelen doordat het aantal contacten lager is dan gewenst (Gierveld-de Jong & van Tilburg, 2007).

    Eenzaamheid kan emotioneel of sociaal zijn

    Er zijn twee soorten eenzaamheid (van Tilburg, 2007):

    Emotionele eenzaamheid
    Als iemand een sterk gemis ervaart van een intieme relatie, een emotioneel hechte band met een partner of vriend(in).

    Sociale eenzaamheid
    Als iemand betekenisvolle relaties mist met een bredere groep mensen zoals kennissen, collega’s, buurtgenoten of mensen met dezelfde belangstelling. Een intieme partnerrelatie kan sociale eenzaamheid niet opheffen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. J Gierveld-de Jong J, van Tilburg T. Uitwerking en definitie van het begrip eenzaamheid. In: Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: van Gorcum; 2007. 7. p. 7-14p. Bron
    2. van Tilburg T. Typen van eenzaamheid. In: Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: van Gorcum; 2007. 3. p. 31-37p. Bron
Bronverantwoording
  • SHARE-project

    De Survey of Health, Ageing, and Retirement in Europe (SHARE-project) is een onderzoek waarin de Europese bevolking van 50 jaar en ouder centraal staat. Vanuit verschillende vakgebieden (o.a. economie en sociologie) worden elke twee jaar gegevens verzameld op het gebied van gezondheid (zowel geestelijk als lichamelijk), socio-economische status, en sociale netwerken.
    Bij de eerste SHARE-ronde in 2004 namen 11 Europese landen deel aan het onderzoek. Met de deelname van de Scandinavische landen Denemarken en Zweden, de Midden-Europese landen Oostenrijk, Frankrijk, Duitsland, Zwitserland, België en Nederland, en de Mediterrane landen Spanje, Italië en Griekenland zijn diverse Europese regio’s vertegenwoordigd. Eind 2004 zijn bovendien ook gegevens verzameld van Israël, dat daarmee het eerste land uit het Midden-Oosten werd dat op deze manier kennis vergaart over haar inwoners van 50 jaar en ouder. In 2006-2007 is de tweede golf van gegevens verzameld en destijds hebben Tsjechië, Polen en Ierland zich tevens bij het onderzoek aangesloten. Na twee bevragingsrondes waarin de aandacht ging naar de huidige levensomstandigheden van 45.000 Europeanen, werden in 2008 gegevens verzameld over de volledige levensloop van elke respondent, de zogenaamde SHARELIFE-data. In 2010 zijn gegevens voor de vierde SHARE-ronde verzameld en is de groep deelnemende landen uitgebreid met Estland, Hongarije, Portugal, en Slovenië. In de vijfde ronde met Kroatië. Momenteel is men bezig met de verwerking van de data van de de vijfde ronde en de voorbereidingen voor de zesde ronde. 

    Meer informatie

  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Naar verwachting wordt het loket in november 2017 geopend voor aanvragen uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Vragenlijsten om eenzaamheid te meten

    De eenzaamheidsschaal is de meest bekende vragenlijst over eenzaamheid

    De eenzaamheidsschaal die gebruikt is in VZinfo is de meest bekende Nederlandse vragenlijst om eenzaamheid te meten. Ook buiten Nederland gebruiken onderzoekers in meer dan twintig andere landen de eenzaamheidsschaal (Gierveld-de Jong & van Tilburg, 2007). De eenzaamheidsschaal bestaat uit elf uitspraken over emotionele eenzaamheid en sociale eenzaamheid. Voorafgaand aan de uitspraken staat de vraag: 'Wilt u van elk van de volgende uitspraken aangeven in hoeverre die op u, zoals u de laatste tijd bent, van toepassing is?', met de toelichting 'U kunt antwoorden met nee, min of meer, ja'. Een uitspraak voor het meten van emotionele eenzaamheid is bijvoorbeeld ‘Ik mis een echte goede vriend of vriendin’. Sociale eenzaamheid wordt gemeten met onder andere de uitspraak: ‘Wanneer ik daar behoefte aan heb, kan ik altijd bij mijn vrienden terecht’. Iemand is sociaal of emotioneel eenzaam als diegene op minstens twee van de bijbehorende items ongunstig scoort. Iemand is eenzaam bij minstens drie ongunstige scores op alle items. De vragenlijst is bedoeld voor onderzoek onder grote groepen mensen. Het is niet bekend of de eenzaamheidsschaal ook toepasbaar is voor het meten van eenzaamheid van afzonderlijke personen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. J Gierveld-de Jong J, van Tilburg T. Uitwerking en definitie van het begrip eenzaamheid. In: Zicht op eenzaamheid: achtergronden, oorzaken en aanpak. Assen: van Gorcum; 2007. 7. p. 7-14p. Bron
  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de 387.195 respondenten van de Gezondheidsmonitor volwassenen 2012 van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren met deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt. Dit is gedaan voor 26 verschillende uitkomstmaten.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de kleine-domeinschattingen zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van zowel de respondenten als van de gebieden waarin ze wonen. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2012 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Grote aantallen nodig
    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn!

    Toekomst
    In het najaar van 2016 zijn de gegevens van de Gezondheidsmonitor 2016 verzameld. We hopen op basis van opnieuw een groot databestand (456.179 respondenten) ook voor 2016 wijk- en buurtcijfers te kunnen berekenen. 

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Er is een wetenschappelijk artikel geschreven met een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode. Zodra dat artikel gepubliceerd is, wordt de referentie hier gemeld. Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.