Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

DrugsverslavingRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

14.000 probleemgebruikers van opiaten

Regionaal & Internationaal

Weinig probleemgebruikers vergeleken met EU

Kosten

Zorguitgaven drugs-, alcoholverslaving 820 miljoen

Preventie & Zorg

Ruim 30.000 mensen in de verslavingszorg

Internationale vergelijking probleemgebruikers van drugs

Probleemgebruikers opiaten internationaal 2019 (of meest recente jaar)

15-64-jarigen
per 1.000
Verenigd Koninkrijk (2014-15)8,42
Finland (2017)7,65
Italië7,56
Ierland (2014)6,18
Denemarken (2016)5,77
Letland (2017)5,68
Oostenrijk5,39
Frankrijk5,06
Portugal (2018)4,50
Litouwen (2016)3,92
Luxemburg (2018)3,51
Malta3,18
Kroatië (2015)3,09
Noorwegen (2013)2,68
Slovenië2,19
Griekenland2,16
Spanje (2018)2,10
Cyprus1,72
Roemenië (2017)1,57
Tsjechië1,53
NEDERLAND (2012)1,26
Polen (2014)0,55

Relatief weinig probleemgebruikers in Nederland

Binnen de Europese Unie (EU) kent Nederland met 1,3 probleemgebruikers per 1.000 inwoners van 15-64 jaar relatief weinig probleemgebruikers van opiaten. Wel moet opgemerkt worden dat het meest recente cijfer voor Nederland van 2012 dateert en de situatie veranderd kan zijn. Het EMCDDA definieert ‘probleemgebruik’ als injecterend drugsgebruik, of het langdurig/regelmatig gebruik van opiaten. Ook het gebruik van cocaïne en amfetamine kan problematisch zijn. De Europese Unie telde in 2018 naar schatting 1,3 miljoen probleemgebruikers van opiaten (van Laar et al., 2021). Dat zijn er circa 40 per 10.000 inwoners van 15-64 jaar.

Verschillen tussen landen moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd

De verschillen tussen landen zijn groot en moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd. Ze zijn namelijk niet alleen het gevolg van verschillen in prevalentie van drugsgebruik, maar ook van verschillen in definities, methoden, (onder)rapportage en kwaliteit van de registratie.

Meer informatie

Datum publicatie

15-10-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Laar M, Beenakkers E, Cruts G, Ketelaars T, Kuin M, Meijer R, et al. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2020. Utrecht: Trimbos-instituut; 2021. Bron

Internationale vergelijking sterfte door overdosis drugs

Sterfte door overdosis drugs internationaal 2019 (of meest recente jaar)

15-64-jarigen
LandPer miljoen personen
Zweden77
Noorwegen (2018)77
Verenigd Koninkrijk (2017)76
Ierland (2017)71
Finland65
Slovenië51
Denemarken (2018)39
Kroatië37
Oostenrijk33
Estland30
Litouwen29
NEDERLAND20
Luxemburg19
EU15
Spanje (2018)15
Letland10
Italië10
Malta (2018)9
Frankrijk (2016)9
Cyprus8
België (2014)8
Slowakije8
Portugal (2018)8
Griekenland (2017)8
Hongarije7
Polen (2018)6
Tsjechië5
Roemenië3
Bulgarije2

Bron: EMCDDA, 2021

Sterfte aan overdosis in Nederland gemiddeld

Internationaal gezien is in Nederland de sterfte aan een overdosis drugs gemiddeld (leeftijd 15-64 jaar). Voor 2019 wordt het overdosisgerelateerde sterftecijfer in Europa geschat op 14,8 per miljoen inwoners van 15-64 jaar. Meer dan driekwart (77%) van de sterfgevallen door een overdosis betrof mannen; dit zijn 23,7 gevallen per miljoen mannen. Mannen van 35-39 jaar werden het meest getroffen (van Laar et al., 2021).

Stijging aantal sterfgevallen grootst onder oudere gebruikers

Tussen 2012 en 2017 nam het aantal sterfgevallen door een overdosis in de Europese Unie toe. Dit geldt in alle leeftijdscategorieën ouder dan 30 jaar. De sterfte in de leeftijdsgroep 50+ nam zelfs toe met 62%, terwijl de sterfte bij leeftijdsgroepen jonger dan 30 in het algemeen stabiel bleef (EMCDDA, 2019).

Verschillen tussen landen moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd

De verschillen tussen landen zijn groot en moeten voorzichtig worden geïnterpreteerd. Ze zijn namelijk niet alleen het gevolg van verschillen in prevalentie van drugsgebruik, maar ook van verschillen in definities, methoden, (onder)rapportage en kwaliteit van de registratie.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

15-10-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Laar M, Beenakkers E, Cruts G, Ketelaars T, Kuin M, Meijer R, et al. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2020. Utrecht: Trimbos-instituut; 2021. Bron
  2. EMCDDA. European Drug Report 2019: Trends and Developments. Lisbon: EMCDDA; 2019. Bron | DOI

Verantwoording

Definities
  • Definities van drugs

    Onder drugs vallen:

    • Cannabis
    • Cocaïne
    • Clubdrugs (zoals ecstasy, amfetamine en GHB)
    • Hallucinerende middelen (zoals LSD, mescaline, PCP, paddo’s)
    • Opiaten (zoals heroïne, opium en buprenorfine)
    • Oplos- en snuifmiddelen (lijm, benzine)
    • Slaap- en kalmeringsmiddelen (zoals librium, valium, diazepam, oxazepam, seresta)
    • Stimulerende middelen (zoals amfetamine, efedrine, ritalin)
    • Pijnbestrijders (zoals codeïne, methadon, morfine)

    Verschil tussen softdrugs en harddrugs

    Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, XTC en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

  • Definities van drugsgebruik

    In dit onderwerp gebruiken we verschillende indicatoren. In navolging van de Nationale Drug Monitor geven we cijfers over problematisch gebruik van opiaten en cijfers over misbruik/schadelijk gebruik en verslaving volgens de internationale classificatiesystemen DSM en ICD.

    Schadelijk gebruik (harmful use): Schadelijk gebruik duidt erop dat er al lichamelijke of geestelijke schade is opgetreden (bijvoorbeeld een psychose, een spuitabces).

    Probleemgebruik van opiaten: Een problematisch opiatengebruiker is iemand die in de afgelopen maand op minimaal drie dagen in de week opiaten heeft gebruikt. Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine (Cruts et al., 2013).  

    Misbruik (abuse): Er is een patroon van onaangepast gebruik van een middel waardoor er herhaaldelijk problemen op het werk, op school of thuis ontstaan, er herhaaldelijk problemen met politie of justitie ontstaan, er voortdurend problemen op sociaal of relationeel gebied ontstaan of waarbij het middel in situaties waarin dat gevaarlijk is of kan zijn, gebruikt wordt (autorijden). Er is geen sprake van verslaving.

    • ICD-9 code: 305.2-3, 305.5-7, 305.9 
    • ICD-10 code: F11-F12, F14-F16, F19:.1       
    • DSM-IV: 305.20-305.90

    Opiaten: Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine.

    Overdosis: vergiftiging door een dodelijke hoeveelheid drugs. ICD-10 codes: F11-F12, F14-F16, F19, X42**, X41**, X62**, X61**, Y12**, Y11**  
    (** betekent in combinatie met de T-codes T40.0-9, T43.6).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Cruts G, van Laar MW, Buster M. Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht / Amsterdam: Trimbos-instituut / GGD; 2013. Bron
  • Definitie van drugsverslaving

    In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Wat betreft drugsverslaving zijn er in de DSM-5 criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van verschillende soorten drugs. Zo zijn criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van cannabis, hallucinogenen, inhalantia, opioïden, bewustzijnsverlagende en angstverminderende middelen en stimulerende middelen. De gemeenschappelijke criteria van de stoornissen in het gebruik van deze middelen staan hieronder. Daarnaast is een bijkomend symptoom wat bij verslaving aan sommige, maar niet alle middelen voorkomt het optreden van onthoudingsverschijnselen. 

    Criteria ter classificatie drugsverslaving 

    A Een problematisch patroon van het middel dat leidt tot hevige beperkingen of lijden, zoals blijkt uit twee of meer van de volgende symptomen, die binnen een periode van een jaar optreden:
    1 Het middel wordt gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was
    2 Een sterke wens of vergeefse pogingen om het drugsgebruik te verminderen en in de hand te houden
    3 Er wordt veel tijd besteed aan activiteiten die nodig zijn om het middel te komen, het middel te gebruiken, of te herstellen van de effecten ervan
    4 Hunkering, of een sterke wens of drang tot drugsgebruik
    5 Terugkerend drugsgebruik, met als gevolg dat belangrijke verplichtingen niet worden nagekomen
    6 Aanhoudend drugsgebruik ondanks problemen die veroorzaakt of verergerd worden door de effecten van het middel
    7 Belangrijke activiteiten zijn opgegeven of verminderd vanwege het drugsgebruik
    8 Terugkerend drugsgebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert
    9 Het drugsgebruik wordt voortgezet ondanks weet te hebben dat een lichamelijk of psychisch probleem wordt veroorzaakt of verergerd door het middel
    10 Grotere hoeveelheden nodig hebben om hetzelfde effect te bereiken (tolerantie)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het vernieuwde handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 in gebruik genomen en is deze versie het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 werd gebruik gemaakt van de oudere versie, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. In VZinfo zijn de diagnoses van drugsverslaving in de meeste gevallen nog gesteld op basis van de criteria van de DSM-IV. Er zijn een aantal verschillen tussen de criteria van drugsverslaving in de DSM-5 en die in de DSM-IV. In de DSM-5 wordt geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen drugsmisbruik en drugsafhankelijkheid. Dit waren in de DSM-IV afzonderlijke diagnoses, maar deze zijn in de DSM-5 samengenomen als ‘stoornis in het drugsgebruik’. In VZinfo duiden we dit aan met 'drugsverslaving'. Andere veranderingen zijn het toevoegen van het nieuwe criterium ‘hunkering’ en het vaststellen van het minimum aantal benodigde criteria op twee. In Amerikaans onderzoek waarin het stellen van diagnoses met de DSM-IV en DSM-5 met elkaar is vergeleken, worden kleine verschillen gevonden in prevalentie. Met de DSM-5 wordt een iets hogere prevalentie van drugsverslaving gevonden dan met de DSM-IV (Goldstein et al., 2015). Het stellen van diagnoses volgens de DSM-5 heeft mogelijk gevolgen voor nieuwe cijfers over het vóórkomen van drugsverslaving in Nederland.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Goldstein RB, S Chou P, Smith SM, Jung J, Zhang H, Saha TD, et al. Nosologic Comparisons of DSM-IV and DSM-5 Alcohol and Drug Use Disorders: Results From the National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions-III. J Stud Alcohol Drugs. 2015;76(3):378-88. Bron | Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over drugsverslaving

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2) Jaarprevalentie drugsafhankelijkheid en -misbruik op basis van DSM-IV Nederlandse bevolking van 18-65 jaar NEMESIS-2,  de Graaf et al., 2010
    Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) Aantal ingeschreven cliënten in de verslavingszorg  met drugs als primair probleem Nederlandse bevolking LADIS, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2016)
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor afhankelijkheid van drugs en alcohol Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten
    European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) Relatieve sterfte door overdosis drugs Europese bevolking van 15-64 jaar  EMCDDA, 2011EMCDDA, 2014

     

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. EMCDDA. Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving. Jaarverslag 2011. Stand van de drugs problematiek in Europa. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2011. Bron
    2. EMCDDA. Europees Drugs Rapport. Trends en ontwikkelingen 2014. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2014. Bron