Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

DrugsverslavingCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

14.000 probleemgebruikers van opiaten

Regionaal & Internationaal

Weinig probleemgebruikers vergeleken met EU

Kosten

Zorguitgaven drugs-, alcoholverslaving 820 miljoen

Preventie & Zorg

Ruim 30.000 mensen in de verslavingszorg

Trend in sterfte door drugsoverdosis

Sterfgevallen door drugsoverdosis, 1996-2012 en 2013-2016

TotaalOpiatenCocaïneOverig
1996108811017
199710871829
1998110711128
1999115631240
2000131681944
2001144752643
2002103373432
2003104531734
2004127522055
2005122602339
2006112442147
200799342342
2008129522255
2009139523057
201094371443
2011103331951
2012118282268
2013144442476
2014123402459
2015198654093
20162357493123
  • Door wijzigingen in de CBS Doodsoorzakenstatistiek kunnen de aantallen voor en na 2013 niet met elkaar vergeleken worden
  • ICD-10 voor overdosis: F11-F12, F14-F16, F19, X41**, X42**, X44**, X61**, X62**, X64**, Y11**, Y12**, Y14**.

** in combinatie met de T-codes T40.0-9, T43.6

Toename in sterfte door overdosis drugs sinds 2014

De sterfte als gevolg van een overdosis drugs (opiaten, cocaïne en overige drugs) is toegenomen tussen de jaren 2014 en 2016 (van Laar et al., 2017). In 2014 stierven er 123 mensen aan de gevolgen van een overdosis, in 2016 waren dat er 235. Er zijn verschillende mogelijke verklaringen voor de toename, zoals de veroudering van de drugsgebruikers, verbeteringen in de registratie of een daadwerkelijke toename van het aantal overdoses. In de periode 1996-2012 bleef de sterfte min of meer stabiel en schommelde tussen de 94 en 144 gevallen per jaar met pieken in 2001 en 2009. Tussen 1996 en 2012 daalde het aandeel sterfgevallen door opiaatgebruik en nam het aandeel sterfgevallen door cocaïne en overige drugs iets toe (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014).

Meer informatie 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Laar MW, van Gestel B, Cruts AAN, van der Pol PM, Ketelaars APM, Beenakkers EMT, et al. Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2017. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017. Bron
  2. van Laar MW, van Ooyen-Houben MMJ. Nationale Drug Monitor, Jaarbericht 2013/2014. Utrecht / Den Haag: Trimbos-instituut / WODC; 2014. Bron

Trend in sterfte door overdosis opiaten naar leeftijd

Overledenen door opiaten steeds ouder

Net als de gebruikers van opiaten worden ook de slachtoffers van een dodelijke overdosis opiaten steeds ouder. In de jaren 1991 tot en met 1995 was 60% van de overledenen jonger dan 35 jaar. In de periode 2013-2016 was dit nog slechts 14% (van Laar et al., 2017).

Meer informatie 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Laar MW, van Gestel B, Cruts AAN, van der Pol PM, Ketelaars APM, Beenakkers EMT, et al. Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2017. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017. Bron

Trend in aantal probleemgebruikers van opiaten naar leeftijd

Aantal probleemgebruikers van opiaten daalt

Het aantal probleemgebruikers van opiaten (voornamelijk heroïne en methadon) is de afgelopen jaren gedaald van ongeveer 17.700 in 2008-2009 naar ongeveer 14.000 in 2012. Dat is een daling van circa 21% (Cruts et al., 2013). Het NEMESIS onderzoek toont geen verschillen in de prevalentie van middelenstoornis (verslaving aan primair cannabis, medicijnen en inclusief alcohol) in de algemene bevolking tussen 1996 en 2007-2009 (de Graaf et al., 2010).

Gebruikers van opiaten worden steeds ouder

De populatie opiaatgebruikers veroudert. Van de mensen in de verslavingszorg primair vanwege opiaatgebruik was in 2015 83% ouder dan 39 jaar. In 2002 was dit nog maar 48% (van Laar et al., 2017). Landelijke cijfers van de sterfte onder opiaatgebruikers wijzen op een zelfde trend.

Meer informatie 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Cruts G, van Laar MW, Buster M. Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht / Amsterdam: Trimbos-instituut / GGD; 2013. Bron
  2. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  3. van Laar MW, van Gestel B, Cruts AAN, van der Pol PM, Ketelaars APM, Beenakkers EMT, et al. Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2017. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017. Bron

Verantwoording

Definities
  • Definities van drugs

    Onder drugs vallen:

    • Cannabis
    • Cocaïne
    • Clubdrugs (zoals ecstasy, amfetamine en GHB)
    • Hallucinerende middelen (zoals LSD, mescaline, PCP, paddo’s)
    • Opiaten (zoals heroïne, opium en buprenorfine)
    • Oplos- en snuifmiddelen (lijm, benzine)
    • Slaap- en kalmeringsmiddelen (zoals librium, valium, diazepam, oxazepam, seresta)
    • Stimulerende middelen (zoals amfetamine, efedrine, ritalin)
    • Pijnbestrijders (zoals codeïne, methadon, morfine)

    Verschil tussen softdrugs en harddrugs

    Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, XTC en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

  • Definities van drugsgebruik

    In dit onderwerp gebruiken we verschillende indicatoren. In navolging van de Nationale Drug Monitor geven we cijfers over problematisch gebruik van opiaten en cijfers over misbruik/schadelijk gebruik en verslaving volgens de internationale classificatiesystemen DSM en ICD.

    Schadelijk gebruik (harmful use): Schadelijk gebruik duidt erop dat er al lichamelijke of geestelijke schade is opgetreden (bijvoorbeeld een psychose, een spuitabces).

    Probleemgebruik van opiaten: Een problematisch opiatengebruiker is iemand die in de afgelopen maand op minimaal drie dagen in de week opiaten heeft gebruikt. Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine (Cruts et al., 2013).  

    Misbruik (abuse): Er is een patroon van onaangepast gebruik van een middel waardoor er herhaaldelijk problemen op het werk, op school of thuis ontstaan, er herhaaldelijk problemen met politie of justitie ontstaan, er voortdurend problemen op sociaal of relationeel gebied ontstaan of waarbij het middel in situaties waarin dat gevaarlijk is of kan zijn, gebruikt wordt (autorijden). Er is geen sprake van verslaving.

    • ICD-9 code: 305.2-3, 305.5-7, 305.9 
    • ICD-10 code: F11-F12, F14-F16, F19:.1       
    • DSM-IV: 305.20-305.90

    Opiaten: Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine.

    Overdosis: vergiftiging door een dodelijke hoeveelheid drugs. ICD-10 codes: F11-F12, F14-F16, F19, X42**, X41**, X62**, X61**, Y12**, Y11**  
    (** betekent in combinatie met de T-codes T40.0-9, T43.6).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Cruts G, van Laar MW, Buster M. Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht / Amsterdam: Trimbos-instituut / GGD; 2013. Bron
  • Definitie van drugsverslaving

    In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Wat betreft drugsverslaving zijn er in de DSM-5 criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van verschillende soorten drugs. Zo zijn criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van cannabis, hallucinogenen, inhalantia, opioïden, bewustzijnsverlagende en angstverminderende middelen en stimulerende middelen. De gemeenschappelijke criteria van de stoornissen in het gebruik van deze middelen staan hieronder. Daarnaast is een bijkomend symptoom wat bij verslaving aan sommige, maar niet alle middelen voorkomt het optreden van onthoudingsverschijnselen. 

    Criteria ter classificatie drugsverslaving 

    A Een problematisch patroon van het middel dat leidt tot hevige beperkingen of lijden, zoals blijkt uit twee of meer van de volgende symptomen, die binnen een periode van een jaar optreden:
    1 Het middel wordt gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was
    2 Een sterke wens of vergeefse pogingen om het drugsgebruik te verminderen en in de hand te houden
    3 Er wordt veel tijd besteed aan activiteiten die nodig zijn om het middel te komen, het middel te gebruiken, of te herstellen van de effecten ervan
    4 Hunkering, of een sterke wens of drang tot drugsgebruik
    5 Terugkerend drugsgebruik, met als gevolg dat belangrijke verplichtingen niet worden nagekomen
    6 Aanhoudend drugsgebruik ondanks problemen die veroorzaakt of verergerd worden door de effecten van het middel
    7 Belangrijke activiteiten zijn opgegeven of verminderd vanwege het drugsgebruik
    8 Terugkerend drugsgebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert
    9 Het drugsgebruik wordt voortgezet ondanks weet te hebben dat een lichamelijk of psychisch probleem wordt veroorzaakt of verergerd door het middel
    10 Grotere hoeveelheden nodig hebben om hetzelfde effect te bereiken (tolerantie)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het vernieuwde handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 in gebruik genomen en is deze versie het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 werd gebruik gemaakt van de oudere versie, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. In VZinfo zijn de diagnoses van drugsverslaving in de meeste gevallen nog gesteld op basis van de criteria van de DSM-IV. Er zijn een aantal verschillen tussen de criteria van drugsverslaving in de DSM-5 en die in de DSM-IV. In de DSM-5 wordt geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen drugsmisbruik en drugsafhankelijkheid. Dit waren in de DSM-IV afzonderlijke diagnoses, maar deze zijn in de DSM-5 samengenomen als ‘stoornis in het drugsgebruik’. In VZinfo duiden we dit aan met 'drugsverslaving'. Andere veranderingen zijn het toevoegen van het nieuwe criterium ‘hunkering’ en het vaststellen van het minimum aantal benodigde criteria op twee. In Amerikaans onderzoek waarin het stellen van diagnoses met de DSM-IV en DSM-5 met elkaar is vergeleken, worden kleine verschillen gevonden in prevalentie. Met de DSM-5 wordt een iets hogere prevalentie van drugsverslaving gevonden dan met de DSM-IV (Goldstein et al., 2015). Het stellen van diagnoses volgens de DSM-5 heeft mogelijk gevolgen voor nieuwe cijfers over het vóórkomen van drugsverslaving in Nederland.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Goldstein RB, S Chou P, Smith SM, Jung J, Zhang H, Saha TD, et al. Nosologic Comparisons of DSM-IV and DSM-5 Alcohol and Drug Use Disorders: Results From the National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions-III. J Stud Alcohol Drugs. 2015;76(3):378-88. Bron | Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over drugsverslaving

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2) Jaarprevalentie drugsafhankelijkheid en -misbruik op basis van DSM-IV Nederlandse bevolking van 18-65 jaar NEMESIS-2,  de Graaf et al., 2010
    CBS Doodsoorzakenstatistiek Aantal overledenen door overdosis drugs Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014van Laar & van Ooyen-Houben, 2015)
    Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) Aantal ingeschreven cliënten in de verslavingszorg  met drugs als primair probleem Nederlandse bevolking LADIS, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2016)
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor afhankelijkheid van drugs en alcohol Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ, voormalig LMR) Ziekenhuisopname voor drugsafhankelijkheid en -misbruik Nederlandse bevolking LBZ, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014van Laar & van Ooyen-Houben, 2016)
    European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) Relatieve sterfte door overdosis drugs Europese bevolking van 15-64 jaar  EMCDDA, 2011EMCDDA, 2014

     

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. EMCDDA. Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving. Jaarverslag 2011. Stand van de drugs problematiek in Europa. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2011. Bron
    2. EMCDDA. Europees Drugs Rapport. Trends en ontwikkelingen 2014. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2014. Bron