Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

DrugsverslavingCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

14.000 probleemgebruikers van opiaten

Regionaal & Internationaal

Weinig probleemgebruikers vergeleken met EU

Kosten

Kosten van drugs- en alcoholverslaving 794 miljoen

Preventie & Zorg

Ruim 30.000 mensen in de verslavingszorg

Risicofactoren drugsverslaving

Risicofactoren die de kans op drugsverslaving verhogen

Risicofactor

Toelichting

Bron

Genen

  • Bijdrage genetische factoren 30-80% en verschilt naar type drugs
  • Genen beïnvloeden bijvoorbeeld de startleeftijd, ernst van de verslaving en persoonlijkheidsaspecten die drugsgebruik beïnvloeden
  • Kinderen van ouder(s) met een middelengerelateerde stoornis hebben meer kans op het ontwikkelen van drugsverslaving

Agrawal & Lynskey, 2008; Kendler et al., 2000; Tsuang et al., 2001; Enoch, 2011; Fergusson et al., 2008; Ramchandani & Psychogiou, 2009; Kreek et al., 2005

Persoonlijkheid

  • Ongeremdheid en impulsiviteit

Kotov et al., 2010; Smith et al., 2014; Verdejo-García et al., 2008; Kreek et al., 2005

Kenmerken van het gebruik

  • Drugsmisbruik: herhaald gebruik van het middel ondanks ongunstige gevolgen
  • Gebruik begonnen op jonge leeftijd

de Graaf et al., 2010; Chassin et al., 2004; Van Ryzin et al., 2012; King & Chassin, 2007

Negatieve ervaringen in de jeugd

  • Seksueel en fysiek misbruik  
  • Blootstelling aan geweld
  • Verwaarlozing en problemen in het gezin

Kendler et al., 2000; Fergusson et al., 2008; Douglas et al., 2010; Dube et al., 2003

Andere psychische stoornissen

  • Andere middelengerelateerde stoornissen
  • Gedragsstoornissen
  • Angststoornissen
  • Stemmingsstoornissen
  • ADHD

Swendsen et al., 2010; Lopez-Quintero et al., 2011; Fergusson et al., 2007; Fergusson et al., 2008; Boschloo et al., 2011; Douglas et al., 2010; van Oortmerssen et al., 2012; Lee et al., 2011

Zoals genen als omgeving belangrijk in ontstaan drugsverslaving

Een drugsverslaving ontwikkelt zich door een complexe wisselwerking tussen genetische factoren en omgevingsinvloeden (Kreek et al., 2005). Voor het ontwikkelen van een drugsverslaving is het nodig dat de drugs meerdere keren is gebruikt. Andere factoren uit de omgeving die kunnen bijdragen aan de ontwikkeling van een drugsverslaving zijn bijvoorbeeld een impulsieve persoonlijkheid en het ervaren van een ongelukkige jeugd. De risicofactoren voor het ontwikkelen van een drugsverslaving, komen grotendeels overeen met de risicofactoren voor het ontwikkelen van een alcoholverslaving. 

Meer informatie 

 

Datum publicatie

28-03-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kreek MJeann, Nielsen DA, Butelman ER, K LaForge S. Genetic influences on impulsivity, risk taking, stress responsivity and vulnerability to drug abuse and addiction. Nat Neurosci. 2005;8(11):1450-7. Pubmed | DOI
  2. Agrawal A, Lynskey MT. Are there genetic influences on addiction: evidence from family, adoption and twin studies. Addiction. 2008;103(7):1069-81. Pubmed | DOI
  3. Kendler KS, Karkowski LM, Neale MC, Prescott CA. Illicit psychoactive substance use, heavy use, abuse, and dependence in a US population-based sample of male twins. Arch Gen Psychiatry. 2000;57(3):261-9. Bron | Pubmed
  4. Tsuang MT, Bar JL, Harley RM, Lyons R. The Harvard Twin Study of Substance Abuse: what we have learned. Harv Rev Psychiatry. 2001;9(6):267-79. Bron | Pubmed
  5. Enoch M-A. The role of early life stress as a predictor for alcohol and drug dependence. Psychopharmacology (Berl). 2011;214(1):17-31. Pubmed | DOI
  6. Fergusson DM, Boden JM, L Horwood J. The developmental antecedents of illicit drug use: evidence from a 25-year longitudinal study. Drug Alcohol Depend. 2008;96(1-2):165-77. Pubmed | DOI
  7. Ramchandani P, Psychogiou L. Paternal psychiatric disorders and children's psychosocial development. Lancet. 2009;374(9690):646-53. Pubmed | DOI
  8. Kotov R, Gamez W, Schmidt F, Watson D. Linking "big" personality traits to anxiety, depressive, and substance use disorders: a meta-analysis. Psychol Bull. 2010;136(5):768-821. Pubmed | DOI
  9. Smith JL, Mattick RP, Jamadar SD, Iredale JM. Deficits in behavioural inhibition in substance abuse and addiction: a meta-analysis. Drug Alcohol Depend. 2014;145:1-33. Pubmed | DOI
  10. Verdejo-García A, Lawrence AJ, Clark L. Impulsivity as a vulnerability marker for substance-use disorders: review of findings from high-risk research, problem gamblers and genetic association studies. Neurosci Biobehav Rev. 2008;32(4):777-810. Pubmed | DOI
  11. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  12. Chassin L, Flora DB, King KM. Trajectories of Alcohol and Drug Use and Dependence From Adolescence to Adulthood: The Effects of Familial Alcoholism and Personality. Journal of Abnormal Psychology. 2004;113(4):483-498. Bron | DOI
  13. Van Ryzin MJ, Fosco GM, Dishion TJ. Family and peer predictors of substance use from early adolescence to early adulthood: an 11-year prospective analysis. Addict Behav. 2012;37(12):1314-24. Bron | Pubmed
  14. King KM, Chassin L. A prospective study of the effects of age of initiation of alcohol and drug use on young adult substance dependence. J Stud Alcohol Drugs. 2007;68(2):256-65. Bron | Pubmed
  15. Kendler KS, Bulik CM, Silberg J, Hettema JM, Myers J, Prescott CA. Childhood sexual abuse and adult psychiatric and substance use disorders in women: an epidemiological and cotwin control analysis. Arch Gen Psychiatry. 2000;57(10):953-9. Bron | Pubmed
  16. Douglas KR, Chan G, Gelernter J, Arias AJ, Anton RF, Weiss RD, et al. Adverse childhood events as risk factors for substance dependence: partial mediation by mood and anxiety disorders. Addict Behav. 2010;35(1):7-13. Pubmed | DOI
  17. Dube SR, Felitti VJ, Dong M, Chapman DP, Giles WH, Anda RF. Childhood abuse, neglect, and household dysfunction and the risk of illicit drug use: the adverse childhood experiences study. Pediatrics. 2003;111(3):564-72. Bron | Pubmed
  18. Swendsen J, Conway KP, Degenhardt L, Glantz M, Jin R, Merikangas KR, et al. Mental disorders as risk factors for substance use, abuse and dependence: results from the 10-year follow-up of the National Comorbidity Survey. Addiction. 2010;105(6):1117-28. Pubmed | DOI
  19. Lopez-Quintero C, Cobos JPérez, Hasin DS, Okuda M, Wang S, Grant BF, et al. Probability and predictors of transition from first use to dependence on nicotine, alcohol, cannabis, and cocaine: results of the National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions (NESARC). Drug Alcohol Depend. 2011;115(1-2):120-30. Pubmed | DOI
  20. Fergusson DM, L Horwood J, Ridder EM. Conduct and attentional problems in childhood and adolescence and later substance use, abuse and dependence: results of a 25-year longitudinal study. Drug Alcohol Depend. 2007;88 Suppl 1:S14-26. Pubmed | DOI
  21. Boschloo L, Vogelzangs N, Smit JH, van den Brink W, Veltman DJ, Beekman ATF, et al. Comorbidity and risk indicators for alcohol use disorders among persons with anxiety and/or depressive disorders. Journal of Affective Disorders. 2011;131(1-3):233-242. Bron | DOI
  22. van Oortmerssen Kvan E, van de Glind G, van den Brink W, Smit F, Crunelle CL, Swets M, et al. Prevalence of attention-deficit hyperactivity disorder in substance use disorder patients: a meta-analysis and meta-regression analysis. Drug Alcohol Depend. 2012;122(1-2):11-9. Pubmed | DOI
  23. Lee SS, Humphreys KL, Flory K, Liu R, Glass K. Prospective association of childhood attention-deficit/hyperactivity disorder (ADHD) and substance use and abuse/dependence: A meta-analytic review. Clinical Psychology Review. 2011;31(3):328-341. Bron | DOI

Problemen in functioneren bij drugsverslaving

Drugsverslaving gaat gepaard met problemen in functioneren 

Mensen met een verslaving aan drugs kunnen slechter functioneren op diverse gebieden. Zo ervaren ze vaker problemen in het uitvoeren van dagelijkse activiteiten en werkgerelateerde taken (Laudet, 2011). Ook hebben mensen met een drugsverslaving vaker een lage sociaaleconomische status. Ze hebben bijvoorbeeld een lager inkomen en zijn vaker werkloos of arbeidsongeschikt (de Graaf et al., 2010). Ook zijn ze vaker alleenstaand of wonen ze bij hun ouders. Daarnaast is er onder mensen met een verslaving aan drugs vaker sprake van criminaliteit (Van Ryzin et al., 2012). Onder gedetineerden komt een drugsverslaving dan ook vaker voor dan in de algemene bevolking (Fazel et al., 2006). Veel van deze problemen komen ook voor bij mensen met een alcoholverslaving. 

Meer informatie

Datum publicatie

28-03-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Laudet AB. The case for considering quality of life in addiction research and clinical practice. Addict Sci Clin Pract. 2011;6(1):44-55. Bron | Pubmed
  2. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  3. Van Ryzin MJ, Fosco GM, Dishion TJ. Family and peer predictors of substance use from early adolescence to early adulthood: an 11-year prospective analysis. Addict Behav. 2012;37(12):1314-24. Bron | Pubmed
  4. Fazel S, Bains P, Doll H. Substance abuse and dependence in prisoners: a systematic review. Addiction. 2006;101(2):181-91. Pubmed | DOI

Lichamelijke en psychische gevolgen van drugsverslaving

Drugsverslaving heeft lichamelijke en psychische gevolgen

Een drugsverslaving kan tot allerlei gezondheidsschade leiden. Die schade hoeft overigens niet direct door de werking van de drugs zelf veroorzaakt te worden. De schade kan ook het gevolg zijn van de wijze waarop drugs gebruikt worden (bijvoorbeeld hiv-besmetting bij intraveneus drugsgebruik) en van de leefstijl van drugsgebruikers. Belangrijke gezondheidseffecten van overmatig drugsgebruik (inclusief medicijnen) zijn vergiftiging en het gelijktijdig optreden van verslaving en psychische stoornissen, zoals een depressie, angststoornis of psychose.

Kalmerings- en slaapmiddelen sterk verslavend

Met name kalmerings- en slaapmiddelen zoals benzodiazepinen hebben een sterk verslavende werking. Verslaving aan medicijnen kan leiden tot leveraandoeningen, neurologische problemen en ongevallen. Ook ontstaan er vaak problemen als medicijnen in combinatie met andere stoffen (harddrugs, alcohol) gebruikt worden (polydrugsgebruik). Dit geldt vooral voor de benzodiazepinen (zoals Valium®). Het risico op intoxicaties is dan groot.

Maatschappelijke problemen door overmatig drugsgebruik

Het overmatig gebruik van drugs brengt ook maatschappelijke problemen met zich mee, zoals overlast, criminaliteit en verkeersongevallen (Goossens, 2012).

Meer informatie

Datum publicatie

28-03-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Goossens FX. Verslaving: Maatschappelijke gevolgen. Overlast, geweld, verwervingscriminaliteit, verkeersongevallen en ziekteverzuim. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012. Bron

Gevolgen van drugsverslaving voor kwaliteit van leven

Verlies aan kwaliteit van leven het grootst voor verslaving

Verslaving gaat gepaard met een groter verlies aan kwaliteit van leven dan schadelijk gebruik en de kwaliteit van leven lijdt het minst onder drugsmisbruik. Dit geldt voor zowel cocaïne als heroïne, maar niet voor cannabis. Voor cannabis leidt schadelijk gebruik tot het meeste verlies aan kwaliteit van leven. Het injecteren van heroïne of cocaïne gaat gepaard met een grotere ziektelast dan roken of snuiven. Het aanbieden van een onderhoudsbehandeling met methadon lijkt voor personen met een heroïneverslaving een gunstig effect te hebben op de kwaliteit van leven (Smit et al., 2008).

Meer informatie

Datum publicatie

28-03-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Smit F, van Laar MW, Croes EA, van Busschbach J. Ziektelastgewichten voor misbruik, schadelijk gebruik en afhankelijkheid van alcohol en drugs. Utrecht: Trimbos-instituut; 2008. Bron

Comorbiditeit bij drugsverslaving

Drugsverslaving gaat vaak gepaard met andere psychische stoornissen 

Veel mensen met een drugsverslaving, hebben daarnaast één of meerdere andere psychische aandoeningen. De combinatie van drugsverslaving met andere psychische stoornissen verloopt cyclisch, waarbij de stoornissen elkaar wederzijds beïnvloeden. Bijna een derde van de mensen met een depressieve stoornis heeft daarnaast een middelengerelateerde stoornis zoals een drugsverslaving (Davis et al., 2008). Ook ADHD komt veel voor onder mensen met een drugsverslaving: 25% van de mensen met een middelengerelateerde stoornis heeft ADHD (van Oortmerssen et al., 2012). Andere psychische problemen die vaak naast een verslaving aan drugs optreden zijn verslaving aan andere middelen (zoals alcohol of een andere drugs), angststoornissen, een antisociale persoonlijkheidsstoornis en schizofrenie (Hasin et al., 2007; Bradizza et al., 2006, Fein, 2015; Westermeyer, 2006). Deze stoornissen treden ook vaak op naast een alcoholverslaving. 

Meer informatie

Datum publicatie

28-03-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Davis L, Uezato A, Newell JM, Frazier E. Major depression and comorbid substance use disorders. Curr Opin Psychiatry. 2008;21(1):14-8. Bron | Pubmed
  2. van Oortmerssen Kvan E, van de Glind G, van den Brink W, Smit F, Crunelle CL, Swets M, et al. Prevalence of attention-deficit hyperactivity disorder in substance use disorder patients: a meta-analysis and meta-regression analysis. Drug Alcohol Depend. 2012;122(1-2):11-9. Pubmed | DOI
  3. Hasin DS, Stinson FS, Ogburn E, Grant BF. Prevalence, correlates, disability, and comorbidity of DSM-IV alcohol abuse and dependence in the United States: results from the National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions. Arch Gen Psychiatry. 2007;64(7):830-42. Pubmed | DOI
  4. Bradizza CM, Stasiewicz PR, Paas ND. Relapse to alcohol and drug use among individuals diagnosed with co-occurring mental health and substance use disorders: a review. Clin Psychol Rev. 2006;26(2):162-78. Pubmed | DOI
  5. Fein G. Psychiatric Comorbidity in Alcohol Dependence. Neuropsychology Review. 2015;25(4):456-475. Bron | DOI
  6. Westermeyer J. Comorbid schizophrenia and substance abuse: a review of epidemiology and course. Am J Addict. 2006;15(5):345-55. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Definities van drugs

    Onder drugs vallen:

    • Cannabis
    • Cocaïne
    • Clubdrugs (zoals ecstasy, amfetamine en GHB)
    • Hallucinerende middelen (zoals LSD, mescaline, PCP, paddo’s)
    • Opiaten (zoals heroïne, opium en buprenorfine)
    • Oplos- en snuifmiddelen (lijm, benzine)
    • Slaap- en kalmeringsmiddelen (zoals librium, valium, diazepam, oxazepam, seresta)
    • Stimulerende middelen (zoals amfetamine, efedrine, ritalin)
    • Pijnbestrijders (zoals codeïne, methadon, morfine)

    Verschil tussen softdrugs en harddrugs

    Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, XTC en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

  • Definities van drugsgebruik

    In dit onderwerp gebruiken we verschillende indicatoren. In navolging van de Nationale Drug Monitor geven we cijfers over problematisch gebruik van opiaten en cijfers over misbruik/schadelijk gebruik en verslaving volgens de internationale classificatiesystemen DSM en ICD.

    Schadelijk gebruik (harmful use): Schadelijk gebruik duidt erop dat er al lichamelijke of geestelijke schade is opgetreden (bijvoorbeeld een psychose, een spuitabces).

    Probleemgebruik van opiaten: Een problematisch opiatengebruiker is iemand die in de afgelopen maand op minimaal drie dagen in de week opiaten heeft gebruikt. Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine (Cruts et al., 2013).  

    Misbruik (abuse): Er is een patroon van onaangepast gebruik van een middel waardoor er herhaaldelijk problemen op het werk, op school of thuis ontstaan, er herhaaldelijk problemen met politie of justitie ontstaan, er voortdurend problemen op sociaal of relationeel gebied ontstaan of waarbij het middel in situaties waarin dat gevaarlijk is of kan zijn, gebruikt wordt (autorijden). Er is geen sprake van verslaving.

    • ICD-9 code: 305.2-3, 305.5-7, 305.9 
    • ICD-10 code: F11-F12, F14-F16, F19:.1       
    • DSM-IV: 305.20-305.90

    Opiaten: Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine.

    Overdosis: vergiftiging door een dodelijke hoeveelheid drugs. ICD-10 codes: F11-F12, F14-F16, F19, X42**, X41**, X62**, X61**, Y12**, Y11**  
    (** betekent in combinatie met de T-codes T40.0-9, T43.6).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Cruts G, van Laar MW, Buster M. Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht / Amsterdam: Trimbos-instituut / GGD; 2013. Bron
  • Definitie van drugsverslaving

    In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Wat betreft drugsverslaving zijn er in de DSM-5 criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van verschillende soorten drugs. Zo zijn criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van cannabis, hallucinogenen, inhalantia, opioïden, bewustzijnsverlagende en angstverminderende middelen en stimulerende middelen. De gemeenschappelijke criteria van de stoornissen in het gebruik van deze middelen staan hieronder. Daarnaast is een bijkomend symptoom wat bij verslaving aan sommige, maar niet alle middelen voorkomt het optreden van onthoudingsverschijnselen. 

    Criteria ter classificatie drugsverslaving 

    A Een problematisch patroon van het middel dat leidt tot hevige beperkingen of lijden, zoals blijkt uit twee of meer van de volgende symptomen, die binnen een periode van een jaar optreden:
    1 Het middel wordt gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was
    2 Een sterke wens of vergeefse pogingen om het drugsgebruik te verminderen en in de hand te houden
    3 Er wordt veel tijd besteed aan activiteiten die nodig zijn om het middel te komen, het middel te gebruiken, of te herstellen van de effecten ervan
    4 Hunkering, of een sterke wens of drang tot drugsgebruik
    5 Terugkerend drugsgebruik, met als gevolg dat belangrijke verplichtingen niet worden nagekomen
    6 Aanhoudend drugsgebruik ondanks problemen die veroorzaakt of verergerd worden door de effecten van het middel
    7 Belangrijke activiteiten zijn opgegeven of verminderd vanwege het drugsgebruik
    8 Terugkerend drugsgebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert
    9 Het drugsgebruik wordt voortgezet ondanks weet te hebben dat een lichamelijk of psychisch probleem wordt veroorzaakt of verergerd door het middel
    10 Grotere hoeveelheden nodig hebben om hetzelfde effect te bereiken (tolerantie)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron | DOI
  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het vernieuwde handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 in gebruik genomen en is deze versie het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 werd gebruik gemaakt van de oudere versie, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. In VZinfo zijn de diagnoses van drugsverslaving in de meeste gevallen nog gesteld op basis van de criteria van de DSM-IV. Er zijn een aantal verschillen tussen de criteria van drugsverslaving in de DSM-5 en die in de DSM-IV. In de DSM-5 wordt geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen drugsmisbruik en drugsafhankelijkheid. Dit waren in de DSM-IV afzonderlijke diagnoses, maar deze zijn in de DSM-5 samengenomen als ‘stoornis in het drugsgebruik’. In VZinfo duiden we dit aan met 'drugsverslaving'. Andere veranderingen zijn het toevoegen van het nieuwe criterium ‘hunkering’ en het vaststellen van het minimum aantal benodigde criteria op twee. In Amerikaans onderzoek waarin het stellen van diagnoses met de DSM-IV en DSM-5 met elkaar is vergeleken, worden kleine verschillen gevonden in prevalentie. Met de DSM-5 wordt een iets hogere prevalentie van drugsverslaving gevonden dan met de DSM-IV (Goldstein et al., 2015). Het stellen van diagnoses volgens de DSM-5 heeft mogelijk gevolgen voor nieuwe cijfers over het vóórkomen van drugsverslaving in Nederland.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Goldstein RB, S Chou P, Smith SM, Jung J, Zhang H, Saha TD, et al. Nosologic Comparisons of DSM-IV and DSM-5 Alcohol and Drug Use Disorders: Results From the National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions-III. J Stud Alcohol Drugs. 2015;76(3):378-88. Bron | Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over drugsverslaving

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2) Jaarprevalentie drugsafhankelijkheid en -misbruik op basis van DSM-IV Nederlandse bevolking van 18-65 jaar NEMESIS-2,  de Graaf et al., 2010
    CBS Doodsoorzakenstatistiek Aantal overledenen door overdosis drugs Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014van Laar & van Ooyen-Houben, 2015)
    Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) Aantal ingeschreven cliënten in de verslavingszorg  met drugs als primair probleem Nederlandse bevolking LADIS, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2016)
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor afhankelijkheid van drugs en alcohol Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ, voormalig LMR) Ziekenhuisopname voor drugsafhankelijkheid en -misbruik Nederlandse bevolking LBZ, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014van Laar & van Ooyen-Houben, 2016)
    European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) Relatieve sterfte door overdosis drugs Europese bevolking van 15-64 jaar  EMCDDA, 2011EMCDDA, 2014

     

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. EMCDDA. Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving. Jaarverslag 2011. Stand van de drugs problematiek in Europa. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2011. Bron
    2. EMCDDA. Europees Drugs Rapport. Trends en ontwikkelingen 2014. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2014. Bron