Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

DrugsverslavingCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

14.000 probleemgebruikers van opiaten

Regionaal & Internationaal

Weinig probleemgebruikers vergeleken met EU

Kosten

Zorguitgaven drugs-, alcoholverslaving 820 miljoen

Preventie & Zorg

Ruim 30.000 mensen in de verslavingszorg

Drugsverslaving naar geslacht

77 duizend drugsverslaafden en 92 duizend drugsmisbruikers

In de periode 2007-2009 waren 7 per 1000 personen in het afgelopen jaar (jaarprevalentie) afhankelijk van drugs (77.000 personen, 8 per 1000 voor mannen en 7 per 1000 voor vrouwen). De jaarprevalentie van drugsmisbruik is 9 per 1000 (92.900 personen, 9 per 1000 voor mannen en 8 per 1000 voor vrouwen) (NEMESIS-2; de Graaf et al., 2010). Vrijwel zonder uitzondering gaat het hier om verslaving aan cannabis of medicijnen. In deze schatting zijn probleemgebruikers van opiaten of andere harddrugs vrijwel niet opgenomen. Dit komt waarschijnlijk doordat gemarginaliseerde groepen, zoals chronische harddruggebruikers, die geregeld in instellingen verblijven of geen vast woonadres hebben, sterk zijn ondervertegenwoordigd in bevolkingsonderzoeken. NEMESIS-2 is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. 

Kleine verschillen tussen mannen en vrouwen

De verschillen in prevalentie van drugsafhankelijkheid en -misbruik tussen mannen en vrouwen als hier gepresenteerd zijn geringer dan doorgaans in onderzoek naar drugsafhankelijkheid en -misbruik wordt gevonden. Dit komt waarschijnlijk doordat de DSM IV diagnose drugsafhankelijkheid en -misbruik ook problematisch medicijngebruik omvat. Als alleen gekeken wordt naar cannabis dan is de jaarprevalentie van afhankelijkheid in dezelfde periode 3 per 1000 (4 per 1000 voor mannen en 1 per 1000 voor vrouwen, in totaal 29.300 personen). Voor cannabismisbruik is de jaarprevalentie 4 per 1000 (6 per 1000 voor mannen en 2 per 1000 voor vrouwen, in totaal 40.200 personen) (de Graaf et al., 2010).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. NEMESIS-2, Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  2. de Graaf R, ten Have MM, Tuithof M, van Dorsselaer S. Incidentie van psychische aandoeningen. Opzet en eerste resultaten van de tweede meting van de studie NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012. Bron

Drugsverslaving naar leeftijd

Jaarprevalentie van drugsafhankelijkheid en -misbruik, naar leeftijd, 2007-2009

LeeftijdMannenVrouwenTotaal
Misbruik18-24102517
Misbruik25-34201015
Misbruik35-441438
Misbruik45-54153
Misbruik55-64454
MisbruikTotaal989
Afhankelijkheid18-24251621
Afhankelijkheid25-341449
Afhankelijkheid35-44254
Afhankelijkheid45-544117
Afhankelijkheid55-64122
AfhankelijkheidTotaal877

Drugsverslaving vooral bij jongvolwassenen

Drugsmisbruik en -afhankelijkheid komen het meest voor in de leeftijdsklasse 18-24 jaar en bij mannen ook in de leeftijdsklasse 25-34 jaar. Bij vrouwen van 45 tot 54 jaar komt drugsafhankelijkheid relatief vaak voor (NEMESIS-2, de Graaf et al., 2010). Dit komt waarschijnlijk doordat de diagnose drugsafhankelijkheid en -misbruik ook problematisch medicijngebruik omvat. NEMESIS-2 is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. NEMESIS-2, Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  2. de Graaf R, ten Have MM, Tuithof M, van Dorsselaer S. Incidentie van psychische aandoeningen. Opzet en eerste resultaten van de tweede meting van de studie NEMESIS-2. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012. Bron

Drugsverslaving naar opleiding

Jaarprevalentie van drugsafhankelijkheid en -misbruik, naar opleiding, 2007-2009

Bij 18-64-jarigen
MannenVrouwenTotaal
Misbruiklagere school52616
Misbruiklbo/mavo989
Misbruikmbo, havo, vwo12710
Misbruikhbo, universiteit745
Afhankelijkheidlagere school92719
Afhankelijkheidlbo/mavo101010
Afhankelijkheidmbo, havo, vwo836
Afhankelijkheidhbo, universiteit434

Verslavingsproblemen vaker bij lager opgeleide vrouwen

Afhankelijkheid (in de afgelopen 12 maanden) van drugs en medicijnen komt onder lager opgeleide vrouwen vaker voor dan onder hoger opgeleide vrouwen. Bij mannen zijn er geen verschillen naar opleidingsniveau. Drugsmisbruik verschilt voor zowel mannen als vrouwen niet (statistisch significant) tussen lager- en hogeropgeleiden. Wel komt drugsmisbruik vaker voor bij mannen met een laag inkomen. Ook drugsafhankelijkheid komt vaker voor bij zowel mannen als vrouwen met een lager inkomen (de Graaf et al., 2010). NEMESIS-2 is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron

Drugsverslaving naar etniciteit

Drugsverslaving vaker bij vrouwen van niet-westerse afkomst

Er bestaan ook verschillen in drugsmisbruik en –afhankelijkheid tussen etnische groepen. Drugsmisbruik komt vaker voor bij mannen van niet-westerse afkomst en drugsafhankelijkheid bij vrouwen van niet-westerse afkomst (de Graaf et al., 2010). NEMESIS-2 is het meest recente Nederlandse bevolkingsonderzoek dat op dit moment beschikbaar is. Prevalentiecijfers kunnen intussen veranderd zijn door verschillen in risico's en door de bevolkingssamenstelling, maar ook omdat intussen het classificatiesysteem van psychische stoornissen gewijzigd is. 

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron

Aantal probleemgebruikers van opiaten naar geslacht

Ongeveer 14.000 probleemgebruikers van opiaten in Nederland

Nederland telde in 2012 ongeveer 1,3 probleemgebruikers van opiaten per 1.000 personen van 15 tot en met 64 jaar. Dit komt overeen met ongeveer 14.000 personen (Cruts et al., 2013). Van hen is 86% man en 14% vrouw. De beschikbare schattingen maken meestal geen duidelijk onderscheid tussen probleemgebruikers van opiaten en andere harddrugs. Probleemgebruikers van opiaten gebruiken ook vaak crack. Betrouwbare schattingen van het totale aantal probleemgebruikers van cocaïne, ecstasy, amfetamine en GHB ontbreken. Wel suggereren meerdere bronnen dat het aantal probleemgebruikers van GHB de afgelopen jaren is gestegen (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Cruts G, van Laar MW, Buster M. Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht / Amsterdam: Trimbos-instituut / GGD; 2013. Bron
  2. van Laar MW, van Ooyen-Houben MMJ. Nationale Drug Monitor, Jaarbericht 2013/2014. Utrecht / Den Haag: Trimbos-instituut / WODC; 2014. Bron

Verantwoording

Definities
  • Definities van drugs

    Onder drugs vallen:

    • Cannabis
    • Cocaïne
    • Clubdrugs (zoals ecstasy, amfetamine en GHB)
    • Hallucinerende middelen (zoals LSD, mescaline, PCP, paddo’s)
    • Opiaten (zoals heroïne, opium en buprenorfine)
    • Oplos- en snuifmiddelen (lijm, benzine)
    • Slaap- en kalmeringsmiddelen (zoals librium, valium, diazepam, oxazepam, seresta)
    • Stimulerende middelen (zoals amfetamine, efedrine, ritalin)
    • Pijnbestrijders (zoals codeïne, methadon, morfine)

    Verschil tussen softdrugs en harddrugs

    Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, XTC en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

  • Definities van drugsgebruik

    In dit onderwerp gebruiken we verschillende indicatoren. In navolging van de Nationale Drug Monitor geven we cijfers over problematisch gebruik van opiaten en cijfers over misbruik/schadelijk gebruik en verslaving volgens de internationale classificatiesystemen DSM en ICD.

    Schadelijk gebruik (harmful use): Schadelijk gebruik duidt erop dat er al lichamelijke of geestelijke schade is opgetreden (bijvoorbeeld een psychose, een spuitabces).

    Probleemgebruik van opiaten: Een problematisch opiatengebruiker is iemand die in de afgelopen maand op minimaal drie dagen in de week opiaten heeft gebruikt. Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine (Cruts et al., 2013).  

    Misbruik (abuse): Er is een patroon van onaangepast gebruik van een middel waardoor er herhaaldelijk problemen op het werk, op school of thuis ontstaan, er herhaaldelijk problemen met politie of justitie ontstaan, er voortdurend problemen op sociaal of relationeel gebied ontstaan of waarbij het middel in situaties waarin dat gevaarlijk is of kan zijn, gebruikt wordt (autorijden). Er is geen sprake van verslaving.

    • ICD-9 code: 305.2-3, 305.5-7, 305.9 
    • ICD-10 code: F11-F12, F14-F16, F19:.1       
    • DSM-IV: 305.20-305.90

    Opiaten: Bij opiaten kan het gaan om heroïne, maar ook om methadon of buprenorfine.

    Overdosis: vergiftiging door een dodelijke hoeveelheid drugs. ICD-10 codes: F11-F12, F14-F16, F19, X42**, X41**, X62**, X61**, Y12**, Y11**  
    (** betekent in combinatie met de T-codes T40.0-9, T43.6).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Cruts G, van Laar MW, Buster M. Aantal en kenmerken van problematische opiatengebruikers in Nederland. Utrecht / Amsterdam: Trimbos-instituut / GGD; 2013. Bron
  • Definitie van drugsverslaving

    In Nederland vindt de classificatie van psychische stoornissen plaats met behulp van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders-5 (American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014). Wat betreft drugsverslaving zijn er in de DSM-5 criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van verschillende soorten drugs. Zo zijn criteria opgenomen voor stoornissen in het gebruik van cannabis, hallucinogenen, inhalantia, opioïden, bewustzijnsverlagende en angstverminderende middelen en stimulerende middelen. De gemeenschappelijke criteria van de stoornissen in het gebruik van deze middelen staan hieronder. Daarnaast is een bijkomend symptoom wat bij verslaving aan sommige, maar niet alle middelen voorkomt het optreden van onthoudingsverschijnselen. 

    Criteria ter classificatie drugsverslaving 

    A Een problematisch patroon van het middel dat leidt tot hevige beperkingen of lijden, zoals blijkt uit twee of meer van de volgende symptomen, die binnen een periode van een jaar optreden:
    1 Het middel wordt gebruikt in grotere hoeveelheden of langduriger dan de bedoeling was
    2 Een sterke wens of vergeefse pogingen om het drugsgebruik te verminderen en in de hand te houden
    3 Er wordt veel tijd besteed aan activiteiten die nodig zijn om het middel te komen, het middel te gebruiken, of te herstellen van de effecten ervan
    4 Hunkering, of een sterke wens of drang tot drugsgebruik
    5 Terugkerend drugsgebruik, met als gevolg dat belangrijke verplichtingen niet worden nagekomen
    6 Aanhoudend drugsgebruik ondanks problemen die veroorzaakt of verergerd worden door de effecten van het middel
    7 Belangrijke activiteiten zijn opgegeven of verminderd vanwege het drugsgebruik
    8 Terugkerend drugsgebruik in situaties waarin dit fysiek gevaar oplevert
    9 Het drugsgebruik wordt voortgezet ondanks weet te hebben dat een lichamelijk of psychisch probleem wordt veroorzaakt of verergerd door het middel
    10 Grotere hoeveelheden nodig hebben om hetzelfde effect te bereiken (tolerantie)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het vernieuwde handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 in gebruik genomen en is deze versie het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 werd gebruik gemaakt van de oudere versie, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. In VZinfo zijn de diagnoses van drugsverslaving in de meeste gevallen nog gesteld op basis van de criteria van de DSM-IV. Er zijn een aantal verschillen tussen de criteria van drugsverslaving in de DSM-5 en die in de DSM-IV. In de DSM-5 wordt geen onderscheid meer gemaakt wordt tussen drugsmisbruik en drugsafhankelijkheid. Dit waren in de DSM-IV afzonderlijke diagnoses, maar deze zijn in de DSM-5 samengenomen als ‘stoornis in het drugsgebruik’. In VZinfo duiden we dit aan met 'drugsverslaving'. Andere veranderingen zijn het toevoegen van het nieuwe criterium ‘hunkering’ en het vaststellen van het minimum aantal benodigde criteria op twee. In Amerikaans onderzoek waarin het stellen van diagnoses met de DSM-IV en DSM-5 met elkaar is vergeleken, worden kleine verschillen gevonden in prevalentie. Met de DSM-5 wordt een iets hogere prevalentie van drugsverslaving gevonden dan met de DSM-IV (Goldstein et al., 2015). Het stellen van diagnoses volgens de DSM-5 heeft mogelijk gevolgen voor nieuwe cijfers over het vóórkomen van drugsverslaving in Nederland.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Goldstein RB, S Chou P, Smith SM, Jung J, Zhang H, Saha TD, et al. Nosologic Comparisons of DSM-IV and DSM-5 Alcohol and Drug Use Disorders: Results From the National Epidemiologic Survey on Alcohol and Related Conditions-III. J Stud Alcohol Drugs. 2015;76(3):378-88. Bron | Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over drugsverslaving

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2 (NEMESIS-2) Jaarprevalentie drugsafhankelijkheid en -misbruik op basis van DSM-IV Nederlandse bevolking van 18-65 jaar NEMESIS-2,  de Graaf et al., 2010
    CBS Doodsoorzakenstatistiek Aantal overledenen door overdosis drugs Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014van Laar & van Ooyen-Houben, 2015)
    Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) Aantal ingeschreven cliënten in de verslavingszorg  met drugs als primair probleem Nederlandse bevolking LADIS, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2016)
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor afhankelijkheid van drugs en alcohol Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ, voormalig LMR) Ziekenhuisopname voor drugsafhankelijkheid en -misbruik Nederlandse bevolking LBZ, Nationale Drug Monitor (van Laar & van Ooyen-Houben, 2014van Laar & van Ooyen-Houben, 2016)
    European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) Relatieve sterfte door overdosis drugs Europese bevolking van 15-64 jaar  EMCDDA, 2011EMCDDA, 2014

     

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. EMCDDA. Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving. Jaarverslag 2011. Stand van de drugs problematiek in Europa. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2011. Bron
    2. EMCDDA. Europees Drugs Rapport. Trends en ontwikkelingen 2014. Lissabon: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2014. Bron