Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

DrugsgebruikRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

Meer mannen dan vrouwen gebruiken cannabis

Regionaal & Internationaal

Cannabisgebruik Nederland gelijk aan gebruik in EU

Kosten

Niet beschikbaar

Preventie & Zorg

Ontmoedigen en verminderen risico's van gebruik

Drugsgebruik naar stedelijkheid

Gebruik van cannabis naar stedelijkheid 2016

18 jaar en ouder

Omgeving

Ooitgebruik

Laatste jaar

(Zeer) sterk stedelijk

25,8

9,0

Matig stedelijk

16,9

4,0

Weinig / niet-stedelijk

14,1

3,7

Grote steden hebben veruit het grootste aandeel drugsgebruikers

Gebruik van cannabis komt meer voor in steden dan op het platteland. In 2016 was het percentage mensen dat ooit cannabis heeft gebruikt in (sterk) stedelijke gebieden bijna twee keer zo groot als in weinig en niet-stedelijke gebieden (van Laar et al., 2017). Ook hebben mensen in stedelijke gebieden vaker ervaring met cocaïne. Zo heeft 6,5% van de bevolking in (zeer) sterk stedelijke gebieden ooit cocaïne gebruikt versus 2,5% van de bevolking in weinig en niet-stedelijke gebieden. Ook voor ecstasy en amfetamine geldt dat het gebruik hoger ligt in stedelijke gebieden (van Laar et al., 2017).

Meer informatie

Datum publicatie

28-03-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Laar MW, van Gestel B, Cruts AAN, van der Pol PM, Ketelaars APM, Beenakkers EMT, et al. Nationale Drug Monitor Jaarbericht 2017. Utrecht: Trimbos-instituut; 2017. Bron

Cannabis, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg cannabis, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Cannabis, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio, 2013
Verslavingszorg cannabis, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen11,4
Arnhem9,9
Ede5,3
Doetinchem7,5
Nijmegen8,5
Utrecht6,2
Amersfoort7,4
Almere6,5
Hilversum6,1
Den Helder5,1
Alkmaar5,0
Leeuwarden9,4
Hoorn8,0
Haarlem5,3
Amsterdam8,7
Zaanstad2,9
Purmerend3,8
Leiden5,4
's-Gravenhage8,2
Delft4,1
Gouda4,8
Rotterdam12,3
Emmen8,5
Vlaardingen7,8
Spijkenisse7,0
Dordrecht7,4
Vlissingen3,5
Bergen op zoom4,3
Breda4,6
Tilburg7,9
's-Hertogenbosch6,0
Oss5,6
Eindhoven4,7
Assen8,3
Helmond6,8
Venlo7,1
Heerlen6,8
Maastricht4,2
Zwolle5,7
Almelo5,5
Enschede11,3
Deventer14,7
Apeldoorn14,3

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Minder cliënten in het zuiden en westen

Het aantal cliënten in de verslavingszorg dat zich laat behandelen wegens problemen met cannabis (als hoofdreden) is hoger in enkele regio's in het noorden en oosten, zoals Deventer, Apeldoorn en Groningen. In het zuiden en westen van Nederland is het aantal cliënten relatief lager. In 2013 waren er in totaal 10.300 cliënten, oftewel 7,4 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een cannabisprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

 

 

Amfetamine, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg amfetamine, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Amfetamine, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio 2013
Verslavingszorg amfetamine, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen1,5
Arnhem1,0
Ede1,3
Doetinchem1,5
Nijmegen1,2
Utrecht0,5
Amersfoort0,8
Almere0,5
Hilversum0,4
Den Helder1,6
Alkmaar0,8
Leeuwarden2,7
Hoorn1,0
Haarlem0,7
Amsterdam0,7
Zaanstad0,6
Purmerend0,6
Leiden0,9
's-Gravenhage0,4
Delft0,5
Gouda1,0
Rotterdam1,0
Emmen2,1
Vlaardingen1,4
Spijkenisse1,5
Dordrecht1,2
Vlissingen1,0
Bergen op zoom1,6
Breda1,3
Tilburg1,6
's-Hertogenbosch1,8
Oss1,1
Eindhoven1,1
Assen1,9
Helmond1,6
Venlo1,4
Heerlen1,9
Maastricht0,9
Zwolle1,3
Almelo1,8
Enschede1,1
Deventer2,2
Apeldoorn2,4

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Minder cliënten in het westen van Nederland

In Leeuwarden, Apeldoorn en Deventer zijn relatief meer cliënten in de verslavingszorg die zich laten behandelen wegens problemen met amfetamine (als hoofdreden). In het westen van Nederland ligt het aantal over het algemeen lager. In 2013 waren er in totaal iets meer dan 1.600 cliënten, oftewel 1,2 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een amfetamineprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Opiaten, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg opiaten, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Verslavingszorg opiaten per mo/vb-regio, 2013
Verslavingszorg opiaten, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen13,9
Arnhem8,5
Ede5,0
Doetinchem5,3
Nijmegen5,8
Utrecht5,1
Amersfoort4,8
Almere0,4
Hilversum2,8
Den Helder4,9
Alkmaar4,2
Leeuwarden8,3
Hoorn2,5
Haarlem6,9
Amsterdam9,6
Zaanstad5,6
Purmerend3,1
Leiden5,2
's-Gravenhage11,0
Delft2,7
Gouda3,2
Rotterdam15,7
Emmen5,5
Vlaardingen6,8
Spijkenisse2,2
Dordrecht8,1
Vlissingen6,9
Bergen op zoom4,6
Breda4,8
Tilburg5,2
's-Hertogenbosch4,1
Oss3,9
Eindhoven6,0
Assen6,9
Helmond4,8
Venlo7,5
Heerlen12,0
Maastricht9,8
Zwolle3,9
Almelo5,4
Enschede6,2
Deventer8,6
Apeldoorn7,8

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Meeste cliënten in de regio Rotterdam

Vooral in stedelijke gebieden is het aantal cliënten in de verslavingszorg dat zich laat behandelen wegens problemen met opiaten (als hoofdreden) hoger, net als in enkele regio's in het noorden en zuiden, zoals Groningen, Heerlen en Maastricht. Opvallend is dat enkele buurtregio's van de grotere steden in de Randstad relatief lage aantallen kennen. In 2013 waren er in totaal bijna 9.700 cliënten, oftewel 7 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een opiaatprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Cocaïne, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio

Verslavingszorg cocaïne, 2013

ingeschreven cliënten, per mo/vb-regio
Cocaïne, verslavingszorg ingeschreven cliënten per mo/vb-regio, 2013
Verslavingszorg cocaïne, 2013
MOVB regioPer 10.000 (15 jaar en ouder)
Groningen6,8
Arnhem5,6
Ede2,3
Doetinchem2,0
Nijmegen5,4
Utrecht5,9
Amersfoort4,6
Almere2,1
Hilversum3,4
Den Helder4,5
Alkmaar4,0
Leeuwarden2,8
Hoorn3,8
Haarlem4,1
Amsterdam12,9
Zaanstad4,4
Purmerend4,1
Leiden3,6
's-Gravenhage5,8
Delft3,4
Gouda2,8
Rotterdam11,7
Emmen2,9
Vlaardingen6,7
Spijkenisse4,3
Dordrecht5,4
Vlissingen2,9
Bergen op zoom5,2
Breda4,7
Tilburg6,0
's-Hertogenbosch5,7
Oss4,0
Eindhoven4,7
Assen3,3
Helmond5,4
Venlo4,0
Heerlen3,3
Maastricht2,8
Zwolle2,4
Almelo3,9
Enschede8,0
Deventer9,3
Apeldoorn8,1

Centrumgemeenten maatschappelijke opvang en verslavingsbeleid (mo/vb-regio's) zijn sinds 1994 verantwoordelijk voor de uitvoering van de maatschappelijke opvang en het verslavingsbeleid.

View all detail data

Meeste cliënten in Amsterdam en Rotterdam

Naast de regio's Amsterdam en Rotterdam is het aantal cliënten dat zich laat behandelen wegens problemen met cocaïne (als hoofdreden) hoger in enkele regio's in het oosten, zoals Deventer, Apeldoorn en Enschede. Met uitzondering van Groningen zijn er in het noorden van het land relatief minder cliënten. In 2013 waren er in totaal 7.500 cliënten, oftewel 5,4 personen per 10.000 inwoners van 15 jaar en ouder. Alleen cliënten waarvan de woonplaats bekend is, zijn meegenomen in de berekeningen. Het aantal mensen dat bij de verslavingszorg vanwege een cocaïneprobleem in behandeling is, is slechts een indicatie. Veel mensen blijven buiten het zicht van de hulpverlening.

Vergelijk met andere kaart

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Definities Drugsgebruik

    Drugs zijn middelen die de hersenen prikkelen waardoor er geestelijke en lichamelijke effecten optreden. We noemen dit ook wel de pyscho-actieve werking.

    Het onderwerp drugsgebruik op Volksgezondheidenzorg.info richt zich op de volgende drugs: cannabis, hallucinogene paddenstoelen en heroïne, cocaïne, amfetamine, ecstacy en GHB. Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Ook de plant qat staat sinds 5 januari 2013 op lijst II. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, ecstacy en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Ook alcohol en nicotine in tabak hebben een psycho-actieve werking, maar deze middelen staan niet in de Opiumwet en zijn dus legaal.

    Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

    We maken onderscheid in actueel, recent en ooit-gebruik:

    • Actueel gebruik: in de laatste maand voorafgaand aan de peiling
    • Recent gebruik: in het laatste jaar voorafgaand aan de peiling
    • Ooit-gebruik: ooit in het leven
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over Drugsgebruik

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Leefstijlmonitor (LSM)/Gezondheidsenquête Ooit, afgelopen maand, afgelopen jaar cannabis gebruikt; afgelopen jaar harddrugs gebruikt (percentages) Nederlandse bevolking vanaf 18 jaar  LSMGezondheidsenquête
    Leefstijlmonitor (LSM)/ Peilstationsonderzoek Scholieren Ooit, afgelopen maand, afgelopen jaar cannabis gebruikt; ooit harddrugs, paddo's of lachgas gebruikt (percentages) Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSMPeilstations Scholieren
    Leefstijlmonitor (LSM)/ HBSC-Nederland Ooit, afgelopen maand, afgelopen jaar cannabis gebruikt; ooit XTC of lachgas gebruikt (percentages) Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSM, HBSC-Nederland
    Nationaal Prevalentie Onderzoek (NPO) Ooit, afgelopen maand, afgelopen jaar cannabis of harddrugs gebruikt (percentages) Nederlandse bevolking van 15 t/m 64 jaar van Rooij et al., 2011
    Landelijk Alcohol en Drugs Informatie Systeem (LADIS) Aantal ingeschreven cliënten bij de verslavingszorg met cannabis of harddrugs als primair probleem Nederlandse bevolking LADIS
    European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) Ooit, afgelopen jaar cannabis  of harddrugs gebruikt (percentages) Europese bevolking EMCDDA, Statistisch Bulletin
    European School Survey on Alcohol and other Drugs (ESPAD) In de afgelopen 30 dagen cannabis gebruikt; ooit harddrugs gebruikt (percentages) Europese scholieren van 15 en 16 jaar

    ESPADKraus et al., 2016

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Rooij AJ, Schoenmakers TM, van de Mheen D. Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik 2009: kerncijfers 2009. Rotterdam: IVO; 2011. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.