Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

DrugsgebruikRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Meer mannen dan vrouwen gebruiken cannabis

Regionaal & Internationaal

Cannabisgebruik Nederland gelijk aan gebruik in EU

Kosten

Niet beschikbaar

Preventie & Zorg

Ontmoedigen en verminderen risico's van gebruik

Cannabisgebruik bij volwassenen in EU-landen

Cannabisgebruik volwassenen in EU-landen en Noorwegen

LandMannen ooit-gebruikVrouwen ooit-gebruikOoit-gebruikMannen recent gebruikVrouwen recent gebruikRecent gebruik
Frankrijk (2014)49,1 33,0 40,9 15,0 7,4 11,1
Denemarken (2013)42,8 29,7 35,6 9,2 5,1 6,9
Italië (2014)38,6 25,4 31,9 11,9 6,6 9,2
Spanje (2015)40,1 22,8 31,5 13,3 5,6 9,5
Tsjechië (2015)37,6 21,3 29,5 13,4 5,3 9,4
Verenigd Koninkrijk (2015)35,8 23,2 29,4 9,1 3,8 6,5
Ierland (2015)35,8 20,0 27,9 11,2 4,3 7,7
Duitsland (2015)31,8 22,6 27,2 7,4 4,9 6,1
NEDERLAND (2015)30,7 20,4 25,6 11,6 5,7 8,7
Oostenrijk (2015)25,6 21,5 23,6 7,2 5,6 6,4
Finland (2014)26,7 16,7 21,7 9,2 4,3 6,8
Noorwegen (2015)25,0 16,4 20,9 5,5 2,9 4,2
Kroatië (2015)25,8 13,0 19,4 11,5 4,3 7,9
Polen (2014)22,5 10,5 16,2 7,7 1,7 4,6
Slovenië (2012)19,5 11,8 15,8 5,9 2,8 4,4
Slowakije (2015)22,3 9,4 15,8 7,0 1,7 4,3
België (2013)18,8 11,1 15,0 6,3 2,9 4,6
Zweden (2015)18,9 10,3 14,7 4,1 2,3 3,2
Cyprus (2016)19,0 5,5 12,1 3,5 0,9 2,2
Litouwen (2012)16,9 4,6 10,5 3,6 1,0 2,3
Letland (2015)15,9 4,2 9,8 6,9 1,7 4,2
Portugal (2012)14,6 4,4 9,4 4,1 1,3 2,7
Bulgarije (2012)10,7 4,2 7,5 5,1 1,9 3,5
Hongarije (2015)9,5 5,7 7,4 2,5 0,8 1,5
Roemenië (2013)5,4 3,8 4,6 2,3 1,8 2,0
Malta (2013)6,7 2,0 4,3 0,9
  • Ooit-gebruik: gebruik ooit in het leven
  • Recent gebruik: gebruik in het afgelopen jaar
  • Peiljaar staat tussen haakjes
  • Voor Estland, Luxemburg en Griekenland zijn geen recente gegevens beschikbaar
  • Zie tabelversie voor uitsplitsing naar mannen en vrouwen

Ooit-gebruik van cannabis in Nederland relatief hoog

Vergeleken met andere EU-landen heeft Nederland een hoog percentage 15-64-jarigen dat ooit cannabis heeft gebruikt. Er zijn grote verschillen in cannabisgebruik tussen EU-landen.

Recent cannabisgebruik hoog in Nederland

Het percentage recente gebruikers (in het jaar voorafgaand aan de peiling) is in Nederland hoog. Voor zowel ooit-gebruik als recent gebruik geldt voor alle landen dat het percentage mannen dat cannabis gebruikt hoger is dat het percentage vrouwen (zie tabelwaarden van de grafiek).

Vergelijkbaarheid cijfers is echter lastig

Verschillen in peiljaar, meetmethoden en steekproeven bemoeilijken een precieze vergelijking tussen landen. Zo is drugsgebruik naar verhouding laag in de leeftijdsgroepen 0-15 jaar en 64 jaar en ouder. Hierdoor zullen gebruikscijfers in studies met respondenten die jonger of ouder zijn dan de EMCDDA-leeftijdsrange (15-64 jaar) mogelijk lager uitvallen dan cijfers in studies die de EMCDDA-standaard toepassen. Voor studies met een beperkter leeftijdsbereik geldt het omgekeerde. Ook de gewijzigde meetmethode in 2009, maakt dat verschillen voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd.

Meer informatie

Gebruik harddrugs bij volwassenen in EU-landen

Percentage harddrugsgebruikers in EU-landen

Land (peiljaar)Cocaïne ooitCocaïne recentAmfetamine ooitAmfetamine recentEcstacy ooitEcstacy recent
België (2013)0,5 0,2 0,3
Bulgarije (2012)0,9 0,2 1,2 0,6 2,0 1,2
Cyprus (2016)1,4 0,2 0,5 0,1 1,1 0,1
Denemarken (2013)5,2 0,9 6,6 0,6 2,3 0,2
Duitsland (2015)3,8 0,6 3,6 1,0 3,3 0,6
Finland (2014)1,9 0,5 3,4 1,1 3,0 1,1
Frankrijk (2014)5,4 1,1 2,2 0,3 4,2 0,9
Hongarije (2015)1,2 0,3 1,7 0,5 4,0 0,9
Ierland (2015)7,8 1,5 4,1 0,3 9,2 2,1
Italië (2014)7,6 1,1 2,8 0,2 3,1 0,4
Kroatië (2015)2,7 0,8 3,5 1,0 3,0 0,6
Letland (2015)1,5 0,5 1,9 0,3 2,4 0,3
Litouwen (2012)0,9 0,2 1,2 0,2 1,3 0,2
Malta (2013)0,5 0,3 0,7
NEDERLAND (2015)5,1 1,9 4,7 1,6 8,4 3,4
Noorwegen (2015)4,2 1,0 3,1 0,2 2,3 0,6
Oostenrijk (2015)3,0 0,4 2,2 0,4 2,9 0,4
Polen (2014)1,3 0,2 2,9 0,2 1,6 0,4
Portugal (2012)1,2 0,2 0,5 1,3 0,3
Roemenië (2013)0,8 0,1 0,3 0,1 0,9 0,2
Slovenië (2012)2,1 0,5 0,9 0,3 2,1 0,3
Slowakije (2015)0,7 0,1 1,4 0,4 3,1 0,6
Spanje (2015)9,1 2,0 3,6 0,5 3,6 0,6
Tsjechië (2015)0,4 0,1 4,4 0,8 6,3 1,3
Verenigd Koninkrijk (2015)9,7 2,3 10,3 0,6 9,4 1,6
Zweden (2013)0,6 0,7 0,5
  • Achter het land staat het peiljaar
  • De landen staan in alfabetische volgorde
  • Voor Luxemburg, Estland en Griekenland zijn geen recente gegevens beschikbaar

Cocaïnegebruik in Nederland rond het gemiddelde in de EU

Het cocaïnegebruik in Nederland (personen van 15-64 jaar) komt overeen met het geschatte EU-gemiddelde. Naar schatting hebben 17,5 miljoen Europese
volwassenen (15-64 jaar) in hun leven ooit wel eens met cocaïne geëxperimenteerd (EMCDDA, 2017). Dit komt overeen met 5,2 % van deze leeftijdsgroep. Ook het percentage recent cocaïnegebruik in Nederland ligt op het geschatte EU-gemiddelde. Het cocaïnegebruik (zowel ooit als in het afgelopen jaar) is geconcentreerd in enkele landen, vooral Spanje, Italië, Ierland en het Verenigd Koninkrijk, en is relatief laag in de rest van de Europese Unie (EU). Het gebruik van cocaïne is relatief hoog onder jongvolwassenen (15-34 jaar). Ook als alleen deze leeftijdsgroep tussen landen vergeleken wordt, blijft het gebruik het hoogst in Spanje, Italië, Ierland en het Verenigd Koninkrijk (EMCDDA, 2017).

Gebruik van ecstacy in Nederland hoog

Het gebruik van ecstacy is in Nederland hoog vergeleken met andere EU-landen. Nederland behoort samen met het Verenigd Koninkrijk en Ierland tot de koplopers. Dit geldt zowel voor ooitgebruik als gebruik in het afgelopen jaar. Ecstacy-gebruik komt meer voor onder jongvolwassenen (15-34 jaar) dan onder oudere leeftijdsgroepen. Ook als alleen deze leeftijdsgroep tussen landen vergeleken wordt, is het gebruik in Nederland hoog vergeleken met andere EU-landen, net als in Tsjechië en het Verenigd Koninkrijk. Britten gebruiken samen met de Denen ook relatief vaak amfetamine. Het aantal amfetaminegebruikers is in Nederland hoger dan gemiddeld. Naar schatting hebben 12,5 miljoen Europese volwassenen (15-64 jaar) in hun leven ooit wel eens met amfetamines geëxperimenteerd. Dit komt overeen met 3,8 % van deze leeftijdsgroep (EMCDDA, 2017).

Vergelijking cijfers is lastig

Verschillen in peiljaar, meetmethoden en steekproeven bemoeilijken een precieze vergelijking tussen landen. Drugsgebruik is naar verhouding laag in de jongste (12-15 jaar) en oudere leeftijdsgroepen (>64 jaar). Gebruikscijfers in studies met respondenten die jonger en/of ouder zijn dan de EMCDDA-leeftijdsrange (15-64 jaar) zullen mogelijk lager uitvallen dan cijfers in studies die de EMCDDA-standaard toepassen. Voor studies met een beperkter leeftijdsbereik geldt het omgekeerde.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. EMCDDA. Europees Drugsrapport 2017. Trends en ontwikkelingen. Luxemburg: Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving; 2017. Bron | DOI

Cannabisgebruik jongeren in Nederland en de Europese Unie

Actueel cannabisgebruik jongeren in EU-landen en Noorwegen, 2015

Bij 15- en 16-jarigen
LandJongensMeisjes
Frankrijk1916
Italië1811
Tsjechië1312
Bulgarije1510
NEDERLAND159
Slovenië1311
Ierland127
Slowakije99
Oostenrijk117
Polen117
Estland96
Kroatië87
Portugal88
België (Vlaanderen)105
Malta55
Denemarken64
Cyprus73
Litouwen53
Griekenland62
Hongarije53
Roemenië42
Zweden32
Finland32
Noorwegen31

Geen cijfers voor Duitsland, Letland, Luxemburg, Spanje en het Verenigd Koninkrijk

Relatief hoog cannabisgebruik onder Nederlandse scholieren

Van de Nederlandse scholieren van 15 en 16 jaar heeft 14% in de afgelopen dertig dagen (actueel gebruik) cannabis gebruikt. Het gaat om 19% van de jongens en 9% van de meisjes van die leeftijd. Daarmee staat Nederland op de derde plaats na Frankrijk en Tsjechië (Bron: ESPAD-studie) (Hibell et al., 2012). Bovendien heeft ruim een kwart (27%) van de Nederlandse scholieren van 15 en 16 jaar ooit cannabis gebruikt. Ook dit is hoog vergeleken met andere EU-landen (van Laar et al., 2012). 

Cannabisgebruik onder scholieren in Europa redelijk stabiel

In Nederland is het percentage scholieren dat ooit cannabis heeft gebruikt en het percentage dat de afgelopen dertig dagen cannabis heeft gebruikt tussen 2003 en 2011 nagenoeg gelijk gebleven. Over het algemeen is het ooitgebruik in de landen die deelnemen aan de ESPAD-studie tussen 1995 en 2003 gestegen, in 2007 weer licht gedaald en in 2011 gelijk gebleven. Er zijn desondanks meer landen met een stijging dan met een daling. De grootste stijging deed zich voor in Frankrijk en Polen. Het gebruik in de afgelopen dertig dagen is tussen 1995 en 2003 gemiddeld ook gestegen en daarna min of meer gelijk gebleven (Hibell et al., 2012).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. European School Survey on Alcohol and other Drugs, ESPAD. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Hibell B, Guttormsson U, Ahlström S, Balakireva O, Bjarnason T, Kokkevi A, et al. The 2011 ESPAD Report. Substance Use Among Students in 36 European Countries. Stockholm: Swedish Council for Information on Alcohol and Other Drugs (CAN); 2012. Bron
  2. van Laar MW, Cruts AAN, van Ooyen-Houben MMJ, Meijer SA, Croes EA, Ketelaars APM. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2011. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012. Bron
  3. Kraus L, Guttormsson U, Leifman H, Arpa S, Molinaro S, Monshouwer K. The 2015 ESPAD Report: results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. München: IFT; 2016. Bron

Gebruik harddrugs jongeren in de EU en Noorwegen

Ooitgebruik harddrugs door jongeren in EU-landen en Noorwegen, 2015

Bij 15- en 16-jarigen
LandOoitgebruik harddrugs
Bulgarije11
Polen8
Frankrijk7
Italië7
Ierland7
Letland7
Slowakije7
Roemenië6
Cyprus6
Tsjechie6
België (Vlaanderen)6
Hongarije6
Estland5
NEDERLAND5
Kroatië5
Malta5
ESPAD-gemiddelde5
Slovenië5
Spanje5
Litouwen5
Oostenrijk5
Griekenland4
Portugal4
Zweden3
Denemarken3
Noorwegen2
Finland2
  • Cijfers voor Denemarken, Estland, Finland en Zweden zijn exclusief crack
  • Cijfers voor Letland en Spanje zijn minder goed vergelijkbaar
  • Geen cijfers voor het Verenigd Koninkrijk en Luxemburg

Gebruik harddrugs onder Nederlandse scholieren gemiddeld

Van de Nederlandse scholieren zegt 5% ervaring te hebben met drugs zoals ecstacy, amfetamine, LSD, paddo’s, cocaïne, crack, GHB en heroïne. Dit is hetzelfde als het (ongewogen) gemiddelde van de 34 onderling vergelijkbare Europese landen. Bulgarije (11%) en Polen (8%) scoren van de EU-landen het hoogst op de voet gevolgd door Frankrijk, Italië, Ierland, Letland en Slowakije (allen 7%). In Noorwegen, Finland (beiden 2%),  Zweden en Denemarken (beiden 3%) experimenteren scholieren het minst met deze drugs (Kraus et al., 2016).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. European School Survey on Alcohol and other Drugs, ESPAD. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Kraus L, Guttormsson U, Leifman H, Arpa S, Molinaro S, Monshouwer K. The 2015 ESPAD Report: results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. München: IFT; 2016. Bron

Verantwoording

Definities
  • Definities Drugsgebruik

    Drugs zijn middelen die de hersenen prikkelen waardoor er geestelijke en lichamelijke effecten optreden. We noemen dit ook wel de pyscho-actieve werking.

    Het onderwerp drugsgebruik op Volksgezondheidenzorg.info richt zich op de volgende drugs: cannabis, hallucinogene paddenstoelen en heroïne, cocaïne, amfetamine, ecstacy en GHB. Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Ook de plant qat staat sinds 5 januari 2013 op lijst II. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, ecstacy en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Ook alcohol en nicotine in tabak hebben een psycho-actieve werking, maar deze middelen staan niet in de Opiumwet en zijn dus legaal.

    Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

    We maken onderscheid in actueel, recent en ooit-gebruik:

  • Ooitgebruik

    Gebruik ooit in het leven.

  • Recent gebruik

    Gebruik in het laatste jaar voorafgaand aan de peiling.

  • Actueel gebruik

    Gebruik in de laatste maand voorafgaand aan de peiling.

Bronverantwoording
  • Methoden van gegevensverzameling

    De twee meest gangbare onderzoeken om gegevens over druggebruik te verzamelen zijn:

    • vragenlijsten onder de algemene bevolking (CBS-Gezondheidsenquête, Nationaal Prevalentie Onderzoek);
    • vragenlijsten onder scholieren (Peilstationsonderzoek scholieren middelengebruik en de European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs (ESPAD)-studie).

    Beide vragenlijsten geven zicht op de omvang van het gebruik en risicogroepen en ontwikkelingen hierin (trends). Met beide methoden worden groepen gemist. In enquêtes onder de algemene bevolking is de respons doorgaans relatief laag, wat de kans op selectieve nonrespons vergroot. Specifieke groepen als zwerfjongeren, regelmatige koffieshopbezoekers en heroïneverslaafden worden met vragenlijsten onder de algemene bevolking onvoldoende bereikt. Het gebruik onder deze groepen en het probleemgebruik van harddrugs moeten daarom via andere methoden in kaart worden gebracht. Bij schoolenquêtes is het bereik groter, maar mist men de frequente spijbelaars, zieken en drop-outs (van Laar et al., 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Laar MW, Cruts AAN, van Ooyen-Houben MMJ, Meijer RF, Brunt T. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2009. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  • Leefstijlmonitor

    De Leefstijlmonitor levert dé kerncijfers over leefstijl in Nederland. In de Leefstijlmonitor werken partijen samen die zich bezig houden met leefstijl. De Leefstijlmonitor is opgezet in opdracht van VWS en wordt gecoördineerd door het RIVM.

    Een belangrijke leverancier voor de cijfers in de Leefstijlmonitor (LSM) is de CBS Gezondheidsenquête (GE). De GE is een vragenlijstonderzoek onder de Nederlandse bevolking dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) jaarlijks uitvoert sinds 1981. Doel van de GE is om een zo volledig mogelijk overzicht te geven van ontwikkelingen in de gezondheid, medische contacten, leefstijl en deelname aan (preventief) gezondheidsonderzoek in Nederland. Tussen 1997 en 2010 maakte de enquête deel uit van het Permanent Onderzoek LeefSituatie (POLS) als de module Gezondheid. Sinds 2010 wordt de GE als op zichzelf staand onderzoek uitgevoerd. Vanaf 2014 geldt dat de GE jaarlijks circa 9.500 respondenten heeft, bij een responspercentage van ruim 60%.

    De Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor wordt elk jaar uitgevoerd. De GE vragenlijsten (vraagteksten en schema’s) zijn beschikbaar op www.cbs.nl.

    Meer informatie

     

     

  • Middelengebruik: Nationaal Prevalentie Onderzoek (NPO)

    Voor het Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik van het IVO (Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving) zijn met de CAPI-methode (Computer Assisted Personal Interviewing) vragenlijsten naar middelengebruik afgenomen onder de algemene Nederlandse bevolking van twaalf jaar en ouder (1997, 2001) of 15 tot en met 64 jaar (2005, 2009) (van Rooij et al., 2011). In 2009 was er een wijziging in de methoden van gegevensverzameling. In de peilingen van 1997, 2001 en 2005 vulden de interviewers de gegevens over drugsgebruik op een laptop in tijdens een persoonlijk interview met de respondenten. Hierdoor is er mogelijk sprake van onderrapportage van middelengebruik door sociaalwenselijke antwoorden. In 2009 vulde de respondent zelf direct de antwoorden op de vragen in zonder dat de interviewer meekeek. Dit kan hebben geleid tot een hogere prevalentie van het gebruik (van Laar et al., 2012).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Rooij AJ, Schoenmakers TM, van de Mheen D. Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik 2009: kerncijfers 2009. Rotterdam: IVO; 2011. Bron
    2. van Laar MW, Cruts AAN, van Ooyen-Houben MMJ, Meijer SA, Croes EA, Ketelaars APM. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2011. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012. Bron
  • NDM

    De Nationale Drug Monitor (NDM) van het Trimbos-instituut biedt een actueel overzicht van het druggebruik in Nederland. In de NDM staan het verzamelen en integreren van cijfers over druggebruik uit verschillende onderzoeken (zoals NPO, peilstationsonderzoek scholieren, ESPAD en HBSC) centraal (van Laar et al., 2013).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Laar MW, Cruts AAN, van Ooyen-Houben MMJ, Meijer RF, Croes EA, Ketelaars APM, et al. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2012. Utrecht / Den Haag: Trimbos-instituut / Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), Ministerie van Veiligheid en Justitie; 2013. Bron
  • Peilstationsonderzoek Scholieren

    Het Peilstationsonderzoek (onder professionals vaak afgekort tot Peil) is een landelijk representatief onderzoek naar het roken, drinken, drugsgebruik en internetgebruik onder scholieren van tien tot en met achttien jaar uitgevoerd door het Trimbos-instituut. Er doen ruim tienduizend leerlingen van het basisonderwijs (groep 7 en 8) en het voortgezet onderwijs mee.

  • HBSC

    De Health Behaviour in School-aged Children-studie (HBSC-studie) is in 2001, 2005, 2009 en in 2013 afgenomen onder representatieve steekproeven scholieren van het basisonderwijs en het VO (leerjaar 1 t/m 4)  (de Looze et al., 2014). De Nederlandse HBSC-studie is onderdeel van het internationale HBSC-onderzoek dat in 1993/94, 1997/98, 2001/02, 2005/06 en 2009/10 is uitgevoerd onder 11-, 13- en 15-jarige scholeren. In 2009/2010 namen 43 landen en regio's in Europa en Noord-Amerika deel aan het onderzoek. Alle EU-landen, behalve Cyprus, hebben geparticipeerd. Nederland neemt sinds 2001/02 deel (Currie et al., 2000; Currie et al., 2004; Currie et al., 2008; Currie et al., 2012). In Nederland voert de Universiteit Utrecht de HBSC-studie uit in samenwerking met het Trimbos-instituut en het SCP (de Looze et al., 2014).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Looze M, van Dorsselaer S, de Roos S, Verdurmen JEE, Stevens G, Gommans R. HBSC 2013 Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht; 2014. Bron
    2. Currie C, Hurrelmann K, Settertobulte W, Smith R, Todd J. Health Behaviour in School-aged Children: a WHO Cross-National Study (HBSC). International Report. Copenhagen: WHO Regional office for Europe; 2000. Bron
    3. Currie C, Roberts C, Morgan A, Smith R, Settertobulte W, Samdal O, et al. Young People's Health in Context: international report from the HBSC 2001/02 survey. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe; 2004. Bron
    4. Currie C, Gabhainn SN, Godeau EE, Roberts C, Smith R, Currie D, et al. Inequalities in young people's health: HBSC international report from the 2005/06 Survey. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe; 2008. Bron
    5. Currie C, Zanotti C, Morgan A, Currie D, de Looze M, Roberts C. Social determinants of health and well-being among young people. Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) study: international report from the 2009/2010 survey. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe; 2012. Bron
  • EMCDDA

    Voor internationale vergelijkingen verzamelt het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) gegevens uit vragenlijsten van verschillende Europese landen. Het EMCDDA publiceert deze gegevens ieder jaar in hun jaarverslag "De stand van de drugs problematiek in Europa" en in een database op hun website.

  • ESPAD

    De European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs (ESPAD)-studie is in 1995, 1999, 2003, 2007, 2011 en 2015 uitgevoerd onder vijftien- en zestienjarige scholieren van het middelbaar onderwijs in ongeveer 40 Europese landen (soms grote regio's). In Nederland voert het Trimbos-instituut ESPAD uit onder ruim vierduizend 3e en 4e klassers van het voorgezet onderwijs. De Verenigde Staten deden niet mee aan de ESPAD, maar voerden vergelijkbaar onderzoek uit (Monshouwer et al., 2012; Hibell et al., 2012; Kraus et al., 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Monshouwer K, van Dorsselaer S, Verdurmen JEE, Vollebergh WWAM. Factsheet ESPAD 2011. Het gebruik van alcohol, tabak en drugs onder Nederlandse scholieren vergeleken met de rest van Europa. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012. Bron
    2. Hibell B, Guttormsson U, Ahlström S, Balakireva O, Bjarnason T, Kokkevi A, et al. The 2011 ESPAD Report. Substance Use Among Students in 36 European Countries. Stockholm: Swedish Council for Information on Alcohol and Other Drugs (CAN); 2012. Bron
    3. Kraus L, Guttormsson U, Leifman H, Arpa S, Molinaro S, Monshouwer K. The 2015 ESPAD Report: results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. München: IFT; 2016. Bron