Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

DrugsgebruikPreventie & ZorgZorg

Cijfers & Context

Meer mannen dan vrouwen gebruiken cannabis

Regionaal & Internationaal

Cannabisgebruik Nederland gelijk aan gebruik in EU

Kosten

Niet beschikbaar

Preventie & Zorg

Ontmoedigen en verminderen risico's van gebruik

Ziekenhuisopnamen voor drugsgebruik

Ziekenhuisopnamen gerelateerd aan drugsgebruik 2018

 

Hoofddiagnose

Nevendiagnose

Totaal

Cannabis

      155

     1.705

     1.865

Cocaïne

      155

1.340

1.495

Opiaten

150

1.085

1.235

Psychostimulantia

335

455

790

    • Ziekenhuisopnamen zijn klinische opnamen of observaties
    • Aantallen zijn afgerond op vijftallen waardoor totalen kunnen afwijken van de som van opnamen
    • Er is niet gecorrigeerd voor dubbeltellingen van personen
    • ICD-10 codes:  F12, T40.10 (cannabis), F14, T40.5 (cocaïne), F11, T40.1, T40.3 (opiaten), F15, T43.6 (psychostimulantia)
    • Ecstasy- en amfetamine vallen in de categorie ‘psychostimulantia’  

    Drugsproblematiek vaker een nevendiagnose dan hoofddiagnose

    Bij ziekenhuisopnamen waarbij drugsproblemen een rol spelen, is drugsproblematiek vaker een nevendiagnose dan een hoofddiagnose. Het merendeel van de ziekenhuisopnamen betreft klinische opnamen, waarbij iemand één of meerdere dagen wordt opgenomen op een verpleegafdeling.  
    Meer mannen dan vrouwen worden in het ziekenhuis opgenomen met drugsproblematiek als hoofd- of nevendiagnose. Bij cocaïneproblematiek zijn de verschillen tussen mannen en vrouwen het grootst (79% versus 21%) en bij problemen door psychostimulantia het kleinst (60% versus 40%) (CBS-Statline, 2020).

    Meer informatie

    Experts en redactie

    Datum publicatie

    24-06-2021

    Trend in ziekenhuisopnamen voor drugsgebruik

    Trend klinische ziekenhuisopnamen gerelateerd aan drugsgebruik 2015-2018

    JaarCannabisCocaïne OpiatenPsychostimulantia
    201511959951060640
    2016132010901155595
    2017142011451100715
    2018160012351175640
    • Aantallen zijn afgerond op vijftallen waardoor totalen kunnen afwijken van de som van opnamen
    • Er is niet gecorrigeerd voor dubbeltellingen van personen
    • ICD-10 codes:  F12, T40.10 (cannabis), F14, T40.5 (cocaïne), F11, T40.1, T40.3 (opiaten), F15, T43.6 (psychostimulantia)
    • Ecstasy- en amfetamine vallen in de categorie ‘psychostimulantia’  

    Lichte stijging klinische opnamen voor cannabis, cocaïne en opiaten

    Het aantal klinische opnamen in het ziekenhuis waarbij een probleem met cannabis, cocaïne of opiaten als diagnose werd gesteld, steeg tussen 2015 en 2018 licht. Bij opnamen waarbij problematiek met psychostimulantia een rol speelde is er geen duidelijke stijging of daling te zien. De ziekenhuisopnamen betreffen opnamen waarbij drugsproblematiek een hoofd- of nevendiagnose was. In de meeste gevallen ging het om een nevendiagnose.

    Meer informatie

     

    Experts en redactie

    Datum publicatie

    25-06-2021

    Verantwoording

    Definities
    • Definities Drugsgebruik

      Drugs zijn middelen die de hersenen prikkelen waardoor er geestelijke en lichamelijke effecten optreden. We noemen dit ook wel de pyscho-actieve werking.

      Het onderwerp drugsgebruik op Volksgezondheidenzorg.info richt zich op de volgende drugs: cannabis, hallucinogene paddenstoelen en heroïne, cocaïne, amfetamine, ecstacy en GHB. Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Ook de plant qat staat sinds 5 januari 2013 op lijst II. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, ecstacy en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Ook alcohol en nicotine in tabak hebben een psycho-actieve werking, maar deze middelen staan niet in de Opiumwet en zijn dus legaal.

      Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

      We maken onderscheid in actueel, recent en ooit-gebruik:

      • Actueel gebruik: in de laatste maand voorafgaand aan de peiling
      • Recent gebruik: in het laatste jaar voorafgaand aan de peiling
      • Ooit-gebruik: ooit in het leven
    Bronverantwoording
    • Tabel: Bronnen bij de cijfers over Drugsgebruik

      Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
      Leefstijlmonitor (LSM)/Gezondheidsenquête Ooit, afgelopen maand, afgelopen jaar cannabis gebruikt; afgelopen jaar harddrugs gebruikt (percentages) Nederlandse bevolking vanaf 18 jaar  LSMGezondheidsenquête
      Leefstijlmonitor (LSM)/ Peilstationsonderzoek Scholieren Ooit, afgelopen maand, afgelopen jaar cannabis gebruikt; ooit harddrugs, paddo's of lachgas gebruikt (percentages) Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSMPeilstations Scholieren
      Leefstijlmonitor (LSM)/ HBSC-Nederland Ooit, afgelopen maand, afgelopen jaar cannabis gebruikt; ooit XTC of lachgas gebruikt (percentages) Nederlandse scholieren van 12 t/m 16 jaar LSM, HBSC-Nederland
      Onderzoek middelengebruik studenten Ooit, afgelopen maand cannabis, lachgas of harddrugs gebruikt Nederlandse mbo en hbo studenten 16 t/m 18 jaar Factsheet Trimbos-instituut
      Gezondheidsmonitor Jeugd 2019 GGD'en en RIVM Ooit wiet of hasj gebruikt Nederlandse scholieren in klas 2 en 4 Gezondheidsmonitor Jeugd op Zorggegevens, Website Gezondheidsmonitors
      Nationaal Prevalentie Onderzoek (NPO) Ooit, afgelopen maand, afgelopen jaar cannabis of harddrugs gebruikt (percentages) Nederlandse bevolking van 15 t/m 64 jaar van Rooij et al., 2011
      Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ) Ziekenhuisopnamen door drugsgebruik Nederlandse bevolking LBZ
      European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) Ooit, afgelopen jaar cannabis  of harddrugs gebruikt (percentages) Europese bevolking EMCDDA, Statistisch Bulletin
      European School Survey on Alcohol and other Drugs (ESPAD) In de afgelopen 30 dagen cannabis gebruikt; ooit harddrugs gebruikt (percentages) Europese scholieren van 15 en 16 jaar

      ESPAD; ESPAD-Group, 2020

       

      Bronnen en literatuur

      Literatuur

      1. van Rooij AJ, Schoenmakers TM, van de Mheen D. Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik 2009: kerncijfers 2009. Rotterdam: IVO; 2011. Bron
      2. ESPAD-Group. ESPAD Report 2019 — Results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. Luxembourg: EMCDDA/ESPAD; 2020. Bron | DOI
    Methoden
    • Dataverzameling Gezondheidsenquête 2020

      In 2020 is de dataverzameling voor de Gezondheidsenquête verstoord door de COVID-19-pandemie. Ongeveer een half jaar was het niet mogelijk om aan huis interviews af te nemen. Daardoor kwam er tijdens die periode alleen via internet respons binnen. Om te corrigeren voor het wegvallen van de interviews aan huis is gebruik gemaakt van een aangepast weegmodel met tijdreeksmodellen. Hierdoor zijn de cijfers te vergelijken met de eerdere jaren. Meer informatie over het aangepaste weegmodel kunt u vinden in deze nota.
      De COVID-19-pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben mogelijk invloed gehad op het gedrag en de gezondheid van de geïnterviewden. Het is belangrijk hier rekening mee te houden bij het interpreteren van de cijfers van 2020.

    • Methoden en technieken

      Standaardisatie

      De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

      Indexatie

      Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

      Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

      Toetsing trends

      Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
      De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.