Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

DrugsgebruikCijfers & ContextHuidige situatie: jongeren

Cijfers & Context

Meer mannen dan vrouwen gebruiken cannabis

Regionaal & Internationaal

Cannabisgebruik Nederland gelijk aan gebruik in EU

Kosten

Niet beschikbaar

Preventie & Zorg

Ontmoedigen en verminderen risico's van gebruik

Cannabisgebruik scholieren naar geslacht

Eén op de tien scholieren heeft ooit cannabis gebruikt

Van de onderzochte leerlingen van 12 tot en met 16 jaar in het voortgezet onderwijs heeft één op de tien ooit cannabis gebruikt: meer jongens (12%) dan meisjes (8%).
 

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Peilstationsonderzoek Scholieren/Leefstijlmonitor, Trimbos-instituut i.s.m. RIVM, 2015, Peilstationsonderzoek Scholieren Middelengebruik. zorggegevens.nl

Cannabisgebruik scholieren naar leeftijd

Cannabisgebruik onder scholieren neemt toe met de leeftijd

Onder jongeren neemt het gebruik van cannabis toe met de leeftijd. Onder de 12-jarigen heeft minder dan 1% ervaring met cannabisgebruik. Daarna is sprake van een forse toename, vooral bij de jongens. De gemiddelde leeftijd waarop scholieren voor het eerst cannabis gebruiken ligt op 14,1 jaar (gemiddelde leeftijd steekproef: 13,9 jaar). Jongens (14,0 jaar) en meisjes (14,2 jaar) verschillen hierin nauwelijks (van Dorsselaer et al., 2016). Ook bij het gebruik in de afgelopen maand is een duidelijke stijging met de leeftijd. Dit gebruik neemt toe van 1% onder de 13-jarigen tot 11% onder de 16-jarigen. Op 15- en 16-jarige leeftijd zijn de verschillen tussen meisjes en jongens groot: de prevalenties zijn onder jongens zo’n twee maal hoger dan onder meisjes (van Dorsselaer et al., 2016).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Peilstationsonderzoek Scholieren/Leefstijlmonitor, Trimbos-instituut i.s.m. RIVM, 2015, Peilstationsonderzoek Scholieren Middelengebruik. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. van Dorsselaer S, Tuithof M, Verdurmen JEE, Spit M., van Laar M., Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2015. Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Bron

Gebruik harddrugs, paddo's en lachgas onder scholieren

Ecstacy het vaakst ooit in het leven gebruikt door scholieren 12-16 jaar

Ecstacy is de harddrug die het vaakst ooit in het leven is gebruikt door scholieren van 12 tot en met 16 jaar. Daarna volgen cocaïne en amfetamine. Met heroïne, crack, GHB en LSD hebben weinig scholieren ervaring (van Dorsselaer et al., 2016). Hallucinogene paddestoelen (paddo’s) zijn door 0,9% van de scholieren ten minste eenmaal gebruikt. Opvallend is het hoge percentage scholieren dat lachgas heeft gebruikt (van Dorsselaer et al., 2016). In 2011 is niet gevraagd naar het gebruik van lachgas omdat er nog geen signalen waren dat dit middel door veel scholieren werd gebruikt. Lachgas lijkt dus sterk aan populariteit te hebben gewonnen. De verschillen tussen jongens en meisjes in het gebruik van harddrugs zijn klein en niet significant. Met paddo’s en lachgas lijken iets meer jongens dan meisjes ervaring te hebben, maar ook deze verschillen zijn niet significant. Het gebruik van enige harddrug stijgt geleidelijk met de leeftijd, waarbij onder jongens een relatief sterke toename zichtbaar is tussen 14 jaar (1,7%) en 15 jaar (6,5%) (van Dorsselaer et al., 2016).

Meer informatie

 

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. Peilstationsonderzoek Scholieren/Leefstijlmonitor, Trimbos-instituut i.s.m. RIVM, 2015, Peilstationsonderzoek Scholieren Middelengebruik. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. van Dorsselaer S, Tuithof M, Verdurmen JEE, Spit M., van Laar M., Monshouwer K. Jeugd en riskant gedrag 2015. Kerngegevens uit het Peilstationsonderzoek Scholieren. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Bron

Cannabisgebruik studenten naar geslacht

Bijna eenderde van de studenten gebruikte ooit cannabis

Bijna eenderde van de mbo- en hbo-studenten van 16 t/m 18 jaar (31%) gaf in 2015 aan ooit cannabis te hebben gebruikt. In de afgelopen maand was dat 14%; twee keer zoveel jongens (18%) als meisjes (9%). Bij jongens loopt het percentage dat in de afgelopen maand cannabis gebruikte op met de leeftijd; bij meisjes is dat het niet geval (niet in figuur) (Verdurmen et al., 2016).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Verdurmen JEE, van Dorsselaer S, Monshouwer K. Middelengebruik onder studenten van 16-18 jaar op het MBO en HBO 2015. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Bron

Gebruik harddrugs, paddo's en lachgas onder studenten

Eén op de zes studenten heeft ooit lachgas gebruikt

Eén op de zes studenten (17%) van het mbo of hbo gaf in 2015 aan ooit lachgas te hebben gebruikt. Eén op de twintig studenten gebruikte lachgas in de afgelopen maand. Het gebruik van hallocinogene paddestoelen komt minder vaak voor. Ruim één op de negen studenten (11%) heeft ooit harddrugs gebruikt. Het gaat vooral om ecstacy: 9% van de studenten heeft hier ervaring mee.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Verdurmen JEE, van Dorsselaer S, Monshouwer K. Middelengebruik onder studenten van 16-18 jaar op het MBO en HBO 2015. Utrecht: Trimbos-instituut; 2016. Bron

Verantwoording

Definities
  • Definities Drugsgebruik

    Drugs zijn middelen die de hersenen prikkelen waardoor er geestelijke en lichamelijke effecten optreden. We noemen dit ook wel de pyscho-actieve werking.

    Het onderwerp drugsgebruik op Volksgezondheidenzorg.info richt zich op de volgende drugs: cannabis, hallucinogene paddenstoelen en heroïne, cocaïne, amfetamine, ecstacy en GHB. Cannabis (hasj en wiet/marihuana) en hallucinogene paddenstoelen staan bekend als ‘softdrugs’. Deze middelen staan op lijst II van de Opiumwet. Ook de plant qat staat sinds 5 januari 2013 op lijst II. Middelen zoals heroïne, cocaïne, amfetamine, LSD, ecstacy en GHB worden ‘harddrugs’ genoemd en staan op lijst I van de Opiumwet. Omdat deze middelen in de Opiumwet staan zijn ze illegaal. Ook alcohol en nicotine in tabak hebben een psycho-actieve werking, maar deze middelen staan niet in de Opiumwet en zijn dus legaal.

    Middelen op lijst I zijn volgens de wet gevaarlijker dan middelen op lijst II. In de werkelijkheid is de grens tussen harddrugs en softdrugs niet zo gemakkelijk te trekken. Er zijn gebruikers van softdrugs die zoveel gebruiken dat het ‘hard’ gebruik genoemd zou kunnen worden. Het omgekeerde komt ook voor, hoewel ‘soft’ gebruiken van harddrugs voor de meeste mensen moeilijk vol te houden is.

    We maken onderscheid in actueel, recent en ooit-gebruik:

  • Ooitgebruik

    Gebruik ooit in het leven.

  • Recent gebruik

    Gebruik in het laatste jaar voorafgaand aan de peiling.

  • Actueel gebruik

    Gebruik in de laatste maand voorafgaand aan de peiling.

Bronverantwoording
  • Methoden van gegevensverzameling

    De twee meest gangbare onderzoeken om gegevens over druggebruik te verzamelen zijn:

    • vragenlijsten onder de algemene bevolking (CBS-Gezondheidsenquête, Nationaal Prevalentie Onderzoek);
    • vragenlijsten onder scholieren (Peilstationsonderzoek scholieren middelengebruik en de European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs (ESPAD)-studie).

    Beide vragenlijsten geven zicht op de omvang van het gebruik en risicogroepen en ontwikkelingen hierin (trends). Met beide methoden worden groepen gemist. In enquêtes onder de algemene bevolking is de respons doorgaans relatief laag, wat de kans op selectieve nonrespons vergroot. Specifieke groepen als zwerfjongeren, regelmatige koffieshopbezoekers en heroïneverslaafden worden met vragenlijsten onder de algemene bevolking onvoldoende bereikt. Het gebruik onder deze groepen en het probleemgebruik van harddrugs moeten daarom via andere methoden in kaart worden gebracht. Bij schoolenquêtes is het bereik groter, maar mist men de frequente spijbelaars, zieken en drop-outs (van Laar et al., 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Laar MW, Cruts AAN, van Ooyen-Houben MMJ, Meijer RF, Brunt T. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2009. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  • Leefstijlmonitor

    De Leefstijlmonitor levert dé kerncijfers over leefstijl in Nederland. In de Leefstijlmonitor werken partijen samen die zich bezig houden met leefstijl. De Leefstijlmonitor is opgezet in opdracht van VWS en wordt gecoördineerd door het RIVM.

    Een belangrijke leverancier voor de cijfers in de Leefstijlmonitor (LSM) is de CBS Gezondheidsenquête (GE). De GE is een vragenlijstonderzoek onder de Nederlandse bevolking dat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) jaarlijks uitvoert sinds 1981. Doel van de GE is om een zo volledig mogelijk overzicht te geven van ontwikkelingen in de gezondheid, medische contacten, leefstijl en deelname aan (preventief) gezondheidsonderzoek in Nederland. Tussen 1997 en 2010 maakte de enquête deel uit van het Permanent Onderzoek LeefSituatie (POLS) als de module Gezondheid. Sinds 2010 wordt de GE als op zichzelf staand onderzoek uitgevoerd. Vanaf 2014 geldt dat de GE jaarlijks circa 9.500 respondenten heeft, bij een responspercentage van ruim 60%.

    De Gezondheidsenquête/Leefstijlmonitor wordt elk jaar uitgevoerd. De GE vragenlijsten (vraagteksten en schema’s) zijn beschikbaar op www.cbs.nl.

    Meer informatie

     

     

  • Middelengebruik: Nationaal Prevalentie Onderzoek (NPO)

    Voor het Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik van het IVO (Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving) zijn met de CAPI-methode (Computer Assisted Personal Interviewing) vragenlijsten naar middelengebruik afgenomen onder de algemene Nederlandse bevolking van twaalf jaar en ouder (1997, 2001) of 15 tot en met 64 jaar (2005, 2009) (van Rooij et al., 2011). In 2009 was er een wijziging in de methoden van gegevensverzameling. In de peilingen van 1997, 2001 en 2005 vulden de interviewers de gegevens over drugsgebruik op een laptop in tijdens een persoonlijk interview met de respondenten. Hierdoor is er mogelijk sprake van onderrapportage van middelengebruik door sociaalwenselijke antwoorden. In 2009 vulde de respondent zelf direct de antwoorden op de vragen in zonder dat de interviewer meekeek. Dit kan hebben geleid tot een hogere prevalentie van het gebruik (van Laar et al., 2012).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Rooij AJ, Schoenmakers TM, van de Mheen D. Nationaal Prevalentie Onderzoek Middelengebruik 2009: kerncijfers 2009. Rotterdam: IVO; 2011. Bron
    2. van Laar MW, Cruts AAN, van Ooyen-Houben MMJ, Meijer SA, Croes EA, Ketelaars APM. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2011. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012. Bron
  • NDM

    De Nationale Drug Monitor (NDM) van het Trimbos-instituut biedt een actueel overzicht van het druggebruik in Nederland. In de NDM staan het verzamelen en integreren van cijfers over druggebruik uit verschillende onderzoeken (zoals NPO, peilstationsonderzoek scholieren, ESPAD en HBSC) centraal (van Laar et al., 2013).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van Laar MW, Cruts AAN, van Ooyen-Houben MMJ, Meijer RF, Croes EA, Ketelaars APM, et al. Nationale Drug Monitor. Jaarbericht 2012. Utrecht / Den Haag: Trimbos-instituut / Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC), Ministerie van Veiligheid en Justitie; 2013. Bron
  • Peilstationsonderzoek Scholieren

    Het Peilstationsonderzoek (onder professionals vaak afgekort tot Peil) is een landelijk representatief onderzoek naar het roken, drinken, drugsgebruik en internetgebruik onder scholieren van tien tot en met achttien jaar uitgevoerd door het Trimbos-instituut. Er doen ruim tienduizend leerlingen van het basisonderwijs (groep 7 en 8) en het voortgezet onderwijs mee.

  • HBSC

    De Health Behaviour in School-aged Children-studie (HBSC-studie) is in 2001, 2005, 2009 en in 2013 afgenomen onder representatieve steekproeven scholieren van het basisonderwijs en het VO (leerjaar 1 t/m 4)  (de Looze et al., 2014). De Nederlandse HBSC-studie is onderdeel van het internationale HBSC-onderzoek dat in 1993/94, 1997/98, 2001/02, 2005/06 en 2009/10 is uitgevoerd onder 11-, 13- en 15-jarige scholeren. In 2009/2010 namen 43 landen en regio's in Europa en Noord-Amerika deel aan het onderzoek. Alle EU-landen, behalve Cyprus, hebben geparticipeerd. Nederland neemt sinds 2001/02 deel (Currie et al., 2000; Currie et al., 2004; Currie et al., 2008; Currie et al., 2012). In Nederland voert de Universiteit Utrecht de HBSC-studie uit in samenwerking met het Trimbos-instituut en het SCP (de Looze et al., 2014).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. de Looze M, van Dorsselaer S, de Roos S, Verdurmen JEE, Stevens G, Gommans R. HBSC 2013 Gezondheid, welzijn en opvoeding van jongeren in Nederland. Utrecht: Universiteit Utrecht; 2014. Bron
    2. Currie C, Hurrelmann K, Settertobulte W, Smith R, Todd J. Health Behaviour in School-aged Children: a WHO Cross-National Study (HBSC). International Report. Copenhagen: WHO Regional office for Europe; 2000. Bron
    3. Currie C, Roberts C, Morgan A, Smith R, Settertobulte W, Samdal O, et al. Young People's Health in Context: international report from the HBSC 2001/02 survey. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe; 2004. Bron
    4. Currie C, Gabhainn SN, Godeau EE, Roberts C, Smith R, Currie D, et al. Inequalities in young people's health: HBSC international report from the 2005/06 Survey. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe; 2008. Bron
    5. Currie C, Zanotti C, Morgan A, Currie D, de Looze M, Roberts C. Social determinants of health and well-being among young people. Health Behaviour in School-aged Children (HBSC) study: international report from the 2009/2010 survey. Copenhagen: WHO Regional Office for Europe; 2012. Bron
  • EMCDDA

    Voor internationale vergelijkingen verzamelt het European Monitoring Centre for Drugs and Drug Addiction (EMCDDA) gegevens uit vragenlijsten van verschillende Europese landen. Het EMCDDA publiceert deze gegevens ieder jaar in hun jaarverslag "De stand van de drugs problematiek in Europa" en in een database op hun website.

  • ESPAD

    De European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs (ESPAD)-studie is in 1995, 1999, 2003, 2007, 2011 en 2015 uitgevoerd onder vijftien- en zestienjarige scholieren van het middelbaar onderwijs in ongeveer 40 Europese landen (soms grote regio's). In Nederland voert het Trimbos-instituut ESPAD uit onder ruim vierduizend 3e en 4e klassers van het voorgezet onderwijs. De Verenigde Staten deden niet mee aan de ESPAD, maar voerden vergelijkbaar onderzoek uit (Monshouwer et al., 2012; Hibell et al., 2012; Kraus et al., 2016).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Monshouwer K, van Dorsselaer S, Verdurmen JEE, Vollebergh WWAM. Factsheet ESPAD 2011. Het gebruik van alcohol, tabak en drugs onder Nederlandse scholieren vergeleken met de rest van Europa. Utrecht: Trimbos-instituut; 2012. Bron
    2. Hibell B, Guttormsson U, Ahlström S, Balakireva O, Bjarnason T, Kokkevi A, et al. The 2011 ESPAD Report. Substance Use Among Students in 36 European Countries. Stockholm: Swedish Council for Information on Alcohol and Other Drugs (CAN); 2012. Bron
    3. Kraus L, Guttormsson U, Leifman H, Arpa S, Molinaro S, Monshouwer K. The 2015 ESPAD Report: results from the European School Survey Project on Alcohol and Other Drugs. München: IFT; 2016. Bron