Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Diabetes mellitusCijfers & ContextZorgprestaties

Cijfers & Context

Ruim 1,1 miljoen mensen met diabetes

Regionaal & Internationaal

Prevalentie in NL gelijk aan prevalentie in EU

Kosten

Zorguitgaven diabetes bijna 1,6 miljard euro

Preventie & Zorg

Gemiddelde opnameduur in ziekenhuis 7,3 dagen

Verantwoording

Definities
  • Wat is diabetes mellitus?

    Diabetes mellitus, ofwel suikerziekte, is een chronische stofwisselingsziekte die gepaard gaat met een te hoog glucosegehalte in het bloed. Bij diabetes mellitus is het lichaam niet meer in staat om glucose goed te verwerken. Dat komt omdat er te weinig of geen insuline wordt aangemaakt of omdat het lichaam ongevoelig is geworden voor de insuline. Insuline is nodig voor het transport van glucose uit het bloed naar de lichaamsweefsels. Bij geen of onvoldoende insuline heeft het lichaam moeite om de glucose uit het bloed te krijgen en stijgen de bloedglucosewaarden. Hierdoor ontstaan allerlei klachten en uiteindelijk complicaties van hart en vaten, ogen, nieren en zenuwen.

  • Diabetes type 1 en type 2 meest voorkomende vormen van diabetes

    De twee meest voorkomende vormen van diabetes mellitus met elk een eigen oorzaak zijn type 1 en type 2 diabetes. Zwangerschapsdiabetes kan als een aparte categorie aangeduid worden. Deze categorie wordt overigens ook beschouwd als een risicofactor voor type 2 diabetes. Vanwege de stijgende incidentie wereldwijd van deze vorm van diabetes, komt ook zwangerschapsdiabetes op VZinfo aan de orde.

  • Gebruiker geneesmiddelen

    Een gebruiker is in de GIP databank gedefinieerd als een patiënt die gedurende een kalenderjaar minstens één voorschrift voor het betreffende geneesmiddel heeft ontvangen. Omdat iemand in een jaar verschillende geneesmiddelen kan gebruiken, kunnen gebruikersaantallen niet zomaar worden opgeteld. Een patiënt die een voorschrift voor zowel simvastatine als atorvastatine heeft ontvangen, telt mee als gebruiker van simvastatine én als gebruiker van atorvastatine; op het niveau van de cholesterolverlagers telt hij maar eenmaal mee.

  • Standaarddagdosering (DDD)

    Het aantal gebruikers zegt niets over de gebruikte hoeveelheid van geneesmiddelen: de hoeveelheid geneesmiddelen kan per gebruiker variëren. Voor het meten en vergelijken van de gebruikte hoeveelheid wordt daarom gebruik gemaakt van het aantal standaarddagdoseringen. Een standaarddagdosering (DDD, Defined Daily Dose) is de hoeveelheid werkzame stof die een volwassene per dag krijgt voor de onderhoudsbehandeling van een ziekte of een aandoening. De standaarddagdosering wordt jaarlijks vastgesteld door het Collaborating Centre for Drug Statistics Methodology. Het gepresenteerde aantal DDD's op VZinfo en GIP databank verschillen van elkaar. Op VZinfo wordt het aantal DDD's per dag weergegeven en op GIP databank wordt het aantal DDD’s per jaar weergegeven.

  • ATC-codes

    Het classificatiesysteem van de World Health Organization deelt een geneesmiddel in door aan elke werkzame stof of combinaties daarvan een eigen code toe te kennen. Het antidepressivum Fluoxetine (Merknaam: Prozac®) heeft bijvoorbeeld de ATC-code: N 06 AB 03. De eerste letter (N) staat voor de anatomische hoofdgroep, in dit geval die van het zenuwstelsel (Nervous system). In combinatie met het tweecijferige getal (06) achter de N ontstaat de code voor de therapeutische subgroep. N06 is de code voor de therapeutische subgroep van de psychoanaleptica. De tweede letter (A) staat voor de farmacologische subgroep, de farmacologische subgroep N06A is die van de antidepressiva. In combinatie met de derde letter (B) onstaat de code voor de chemische subgroep. N06AB is de code voor de chemische subgroep van selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI's). Het laatste getal staat uiteindelijk voor de specifieke werkzame stof binnen de chemische subgroep. In dit geval dus fluoxetine. Op de GIP databank wordt het ATC-classificatiesysteem gebruikt dat door de WHO is vastgesteld in het meest recente rapportagejaar. Deze indeling is toegepast op alle voorgaande jaren, zodat de gegevens over alle jaren op dezelfde wijze zijn geclassificeerd.

     

    ATC-codes per geneesmiddelgroep

    ADHD-middelen

    Antidepressiva

    Antipsychotica

    Astma- en COPD-middelen

    Cholesterolverlagers

    Diabetesmiddelen (insuline, oraal)

    Hepatitis C middelen

    HIV-middelen

    Maagmiddelen

    Pijnbestrijdingsmiddelen

    Slaap- en kalmeringsmiddelen

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over diabetes mellitus

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie; Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    Family Medicine Network (FaMe-net) Aandeel diabetes type I in totale prevalentie  Nederlandse bevolking FaMe-net
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg Registratie (LBZ)

    Klinische opnamedagen; Klinische opnamen; Gemiddelde opnameduur
    met Diabetes als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LBZ
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor diabetes Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    GIP-databank Gebruikers diabetes middelen Nederlandse verzekerden volgens de Zorgverzekringswet GIP-databank
    International Diabetes Federation Prevalentie van diabetes (type 1 en 2) Europese bevolking 20-79 jaar IDF Diabetes Atlas 2019

     

Methoden
  • Overlevingstafels op basis van koppeling NZR Eerstelijn en CBS-Bevolkingsstatistiek

    Om de overlevingstafels te berekenen is, op basis van de koppeling van de NZR Eerstelijn en de CBS-Bevolkingsstatistiek, de totale bevolking en de totale sterfte in Nederland over de periode 2012-2019 opgedeeld in drie groepen (mensen met type 1 diabetes, mensen met type 2 diabetes en mensen zonder type 1 of 2 diabetes). Voor de drie onderscheiden groepen is vervolgens de levensverwachting berekend. Hierbij is aangesloten bij de methode die het CBS gebruikt.

    Meer informatie:

  • Internationale vergelijking op basis van de IDF Diabetes Atlas 2019, 9th edition

    De gepresenteerde gegevens in de internationale vergelijking van diabetes zijn afkomstig van de IDF Diabetes Atlas 2019, 9th edition. De IDF zegt hierover: "De gegevens die hierin worden gebruikt, zijn afkomstig uit verschillende bronnen, zoals peer-reviewed wetenschappelijke artikelen, websites van ministeries van volksgezondheid en nationale en regionale gezondheidsonderzoeken. Officiële rapporten van internationale organisaties, zoals de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), werden ook beoordeeld op hun kwaliteit door een internationaal expertpanel. Alleen gegevensbronnen die aan strenge selectiecriteria voldeden, werden meegenomen in de data-analyse."

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.