Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Diabetes mellitusCijfers & ContextSterfte

Cijfers & Context

Grote toename diabetespatiënten laatste 20 jaar

Regionaal & Internationaal

Prevalentie in NL gelijk aan prevalentie in EU

Kosten

Kosten van zorg bijna 1,6 miljard euro in 2015

Preventie & Zorg

Gemiddelde opnameduur in ziekenhuis 8,3 dagen

Sterfte diabetes naar leeftijd en geslacht

Sterfte aan diabetes 2017

LeeftijdsklasseMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
00,00,00,0000
1-40,00,00,0000
5-90,00,00,0000
10-140,00,00,0000
15-190,00,00,0000
20-240,00,00,0000
25-290,00,00,0000
30-340,40,20,3213
35-391,00,40,7527
40-441,90,61,210313
45-492,82,42,6181533
50-545,41,93,7351247
55-597,84,36,1472673
60-6415,07,411,28040120
65-6929,814,221,914972221
70-7442,122,331,917296268
75-7981,049,263,9218153371
80-84137,3115,9124,9234272506
85-89233,5243,9240,2203381584
90-94390,3408,4403,3110289399
95+643,5527,2551,032102134

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes E10-E14
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

In 2017 bijna 2.800 mensen overleden aan diabetes

In 2017 overleden 2.779 personen met diabetes als onderliggende doodsoorzaak. Het betrof 1.315 mannen (15,5 per 100.000 mannen) en 1.464 vrouwen (17,0 per 100.000 vrouwen). De sterfte aan diabetes neemt toe met de leeftijd.

Sterftecijfers diabetes mellitus onvolledig

Veel sterfgevallen zijn het gevolg van complicaties van diabetes, waarbij diabetes in het verleden vaak niet als doodsoorzaak werd geregistreerd (Mackenbach et al., 1991). Het besef dringt door dat diabetes een belangrijke rol speelt bij andere ziekten (zoals hart- en vaatziekten) en de sterfte als gevolg van deze ziekten. Hierdoor is de kwaliteit van de statistiek verbeterd (van der Meulen, 2005). Toch zal er waarschijnlijk altijd sprake blijven van onderrapportage, omdat de arts die de overlijdensverklaring invult niet altijd weet dat de overledene diabetes had (van der Meulen, 2005).

Trends in sterftecijfers onbetrouwbaar

De trends van sterfte aan diabetes mellitus geven geen betrouwbaar beeld. Om die reden zijn ze hier niet opgenomen.

Meer informatie

Datum publicatie

19-09-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Mackenbach JP, Snels IAK, Friden-Kill LM. Diabetes mellitus als doodsoorzaak. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde. 1991;135:1492-1496. Bron
  2. van der Meulen A. Sterfte aan diabetes. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2005. Bron

Verantwoording

Definities
  • Wat is diabetes mellitus?

    Diabetes mellitus, ofwel suikerziekte, is een chronische stofwisselingsziekte die gepaard gaat met een te hoog glucosegehalte in het bloed. Bij diabetes mellitus is het lichaam niet meer in staat om glucose goed te verwerken. Dat komt omdat er te weinig of geen insuline wordt aangemaakt of omdat het lichaam ongevoelig is geworden voor de insuline. Insuline is nodig voor het transport van glucose uit het bloed naar de lichaamsweefsels. Bij geen of onvoldoende insuline heeft het lichaam moeite om de glucose uit het bloed te krijgen en stijgen de bloedglucosewaarden. Hierdoor ontstaan allerlei klachten en uiteindelijk complicaties van hart en vaten, ogen, nieren en zenuwen.

  • Diabetes type 1 en type 2 meest voorkomende vormen van diabetes

    De twee meest voorkomende vormen van diabetes mellitus met elk een eigen oorzaak zijn type 1 en type 2 diabetes. Zwangerschapsdiabetes kan als een aparte categorie aangeduid worden. Deze categorie wordt overigens ook beschouwd als een risicofactor voor type 2 diabetes. Vanwege de stijgende incidentie wereldwijd van deze vorm van diabetes, komt ook zwangerschapsdiabetes op VZinfo aan de orde.

  • Ziekteverschijnselen van diabetes

    Type 1

    De eerste tekenen van type 1 diabetes zijn veel drinken, vaak urineren en vermageren gedurende enkele weken. Type 1 diabetes kan ook geconstateerd worden naar aanleiding van een sterk verhoogd glucosegehalte in het bloed en de daarbij behorende verzuring van het bloed (keto-acidose).

    Type 2

    Type 2 diabetes ontstaat geleidelijker dan type 1 diabetes en de eerste klachten zijn vaak vaag. Daardoor wordt de diabetes vaak pas na jaren herkend en gediagnosticeerd. Deze klachten zijn veel drinken, veel eten, vaak urineren, moeheid en duizeligheid.

    Zwangerschapsdiabetes

    De eerste symptomen van zwangerschapsdiabetes zijn hetzelfde als van type 2 diabetes: veel dorst en vaak moeten plassen. Soms is er sprake van een versnelde groei van het ongeboren kind (begin van macrosomie: het gewicht van de pasgeborene is te hoog voor de duur van de zwangerschap). Versnelde groei is een indicatie voor een orale glucosetolerantietest (OGTT).

  • Behandeling van diabetes

    Prediabetes

    De kans dat mensen met prediabetes diabetes ontwikkelen is hoog, maar het is in principe mogelijk om die kans met preventieve maatregelen, zoals leefstijlinterventies, te verlagen en het ontstaan van diabetes uit te stellen of te voorkomen.

    Type 2

    Bij patiënten met type 2 diabetes en overgewicht is het soms mogelijk door middel van gewichtsreductie een verbetering te bewerkstelligen. Die verbetering wordt afgemeten aan een daling van het bloedglucosegehalte. Deze personen zullen echter ondanks het (tijdelijk) herstel in zekere mate bij de huisarts onder controle blijven. Als afvallen niet lukt of het bloedglucosegehalte onvoldoende daalt, wordt de behandeling uitgebreid met medicatie, meestal pillen, om de bloedglucose te verlagen. Bij een deel van de patiënten met type 2 diabetes is uiteindelijk ook behandeling met insuline nodig om de bloedglucose voldoende te verlagen.

    Zwangerschapsdiabetes

    De behandeling van zwangerschapsdiabetes bestaat uit leefstijladviezen of medicatie zoals insuline, afhankelijk van het bloedglucosegehalte en de daling na behandeling (Waugh et al., 2010; NVOG, 2010). Glucoseverlagende pillen worden meestal pas vanaf het tweede trimester van de zwangerschap voorgeschreven (NVOG, 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Waugh N, Royle P, Clar C, Henderson R, Cummins E, Hadden D, et al. Screening for hyperglycaemia in pregnancy: a rapid update for the National Screening Committee. Health Technol Assess. 2010;14(45):1-183. Pubmed | DOI
    2. NVOG. Diabetes Mellitus en Zwangerschap. Versie 2.0. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie; 2010. Bron
  • Gebruiker geneesmiddelen

    Een gebruiker is in de GIP databank gedefinieerd als een patiënt die gedurende een kalenderjaar minstens één voorschrift voor het betreffende geneesmiddel heeft ontvangen. Omdat iemand in een jaar verschillende geneesmiddelen kan gebruiken, kunnen gebruikersaantallen niet zomaar worden opgeteld. Een patiënt die een voorschrift voor zowel simvastatine als atorvastatine heeft ontvangen, telt mee als gebruiker van simvastatine én als gebruiker van atorvastatine; op het niveau van de cholesterolverlagers telt hij maar eenmaal mee.

  • Standaarddagdosering (DDD)

    Het aantal gebruikers zegt niets over de gebruikte hoeveelheid van geneesmiddelen: de hoeveelheid geneesmiddelen kan per gebruiker variëren. Voor het meten en vergelijken van de gebruikte hoeveelheid wordt daarom gebruik gemaakt van het aantal standaarddagdoseringen. Een standaarddagdosering (DDD, Defined Daily Dose) is de hoeveelheid werkzame stof die een volwassene per dag krijgt voor de onderhoudsbehandeling van een ziekte of een aandoening. De standaarddagdosering wordt jaarlijks vastgesteld door het Collaborating Centre for Drug Statistics Methodology.  

  • ATC-codes

    Het classificatiesysteem van de World Health Organization deelt een geneesmiddel in door aan elke werkzame stof of combinaties daarvan een eigen code toe te kennen. Het antidepressivum Fluoxetine (Merknaam: Prozac®) heeft bijvoorbeeld de ATC-code: N 06 AB 03. De eerste letter (N) staat voor de anatomische hoofdgroep, in dit geval die van het zenuwstelsel (Nervous system). In combinatie met het tweecijferige getal (06) achter de N ontstaat de code voor de therapeutische subgroep. N06 is de code voor de therapeutische subgroep van de psychoanaleptica. De tweede letter (A) staat voor de farmacologische subgroep, de farmacologische subgroep N06A is die van de antidepressiva. In combinatie met de derde letter (B) onstaat de code voor de chemische subgroep. N06AB is de code voor de chemische subgroep van selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI's). Het laatste getal staat uiteindelijk voor de specifieke werkzame stof binnen de chemische subgroep. In dit geval dus fluoxetine. Op de GIP databank wordt het ATC-classificatiesysteem gebruikt dat door de WHO is vastgesteld in het meest recente rapportagejaar. Deze indeling is toegepast op alle voorgaande jaren, zodat de gegevens over alle jaren op dezelfde wijze zijn geclassificeerd.

     

    Geneesmiddelgroep

    ATC-codes

    Maagmiddelen

    A02BA01, A02BA02, A02BA03, A02BA04, A02BB01, A02BC01, A02BC02, A02BC03, A02BC04, A02BC05, A02BD04, A02BX02, A02BX05

    Cholesterolverlagers

    C10AA01, C10AA03, C10AA04, C10AA05, C10AA07, C10AB02, C10AB04, C10AB08, C10AC01, C10AC04, C10AD06, C10AX09, C10BA02

    Diabetesmiddelen totaal

    A10AB01, A10AB04, A10AB05, A10AB06, A10AC01, A10AD01, A10AD04, A10AD05, A10AE04, A10AE05, A10AE06, A10BA02, A10BB01, A10BB03, A10BB09, A10BB12, A10BD02, A10BD05, A10BD07, A10BD08, A10BD10, A10BD11, A10BD15, A10BF01, A10BG03, A10BH01, A10BH02, A10BH03, A10BH05, A10BX02, A10BX04, A10BX07, A10BX09, A10BX10, A10BX11, A10BX12

    Diabetesmiddelen, oraal

    A10BA02, A10BB01, A10BB03, A10BB09, A10BB12, A10BD02, A10BD05, A10BD07, A10BD08, A10BD10, A10BD11, A10BD15, A10BF01, A10BG03, A10BH01, A10BH02, A10BH03, A10BH05, A10BX02, A10BX04, A10BX07, A10BX09, A10BX10, A10BX11, A10BX12

    Diabetesmiddelen, insuline

    A10AB01, A10AB04, A10AB05, A10AB06, A10AC01, A10AD01, A10AD04, A10AD05, A10AE04, A10AE05, A10AE06

    Astma- en COPD-middelen

    R03AC02, R03AC03, R03AC12, R03AC13, R03AC18, R03AC19, R03AK06, R03AK07, R03AK08, R03AK10, R03AK11, R03AL01, R03AL02, R03AL03 R03AL04, R03BA01, R03BA02, R03BA05, R03BA08, R03BB01, R03BB04, R03BB05, R03BB06, R03BC01, R03BC03, R03BX, R03CC02, R03DA04, R03DC03, R05CB12, R05CB13

    Antidepressiva

    N06AA02, N06AA04, N06AA09, N06AA10, N06AA12, N06AA16, N06AA21, N06AB03, N06AB04, N06AB05, N06AB06, N06AB08, N06AB10, N06AF03, N06AF04, N06AG02, N06AX03, N06AX05, N06AX11, N06AX12, N06AX16, N06AX21, N06AX22, N06AX26

    Antipsychotica

    N05AA01, N05AB02, N05AB03, N05AC01, N05AD01, N05AD05, N05AD06, N05AE03, N05AE05, N05AF01, N05AF03, N05AF05, N05AG01, N05AG02, N05AG03, N05AH02, N05AH03, N05AH04, N05AL01, N05AL03, N05AN01, N05AX08, N05AX12, N05AX13

    Slaap- en kalmeringsmiddelen

    N05BA01, N05BA02, N05BA04, N05BA05, N05BA06, N05BA08, N05BA09, N05BA11, N05BA12, N05CD01, N05CD02, N05CD03, N05CD06, N05CD07, N05CD08, N05CD09, N05CD11, N05CF01, N05CF02

    ADHD-middelen

    N06BA02, N06BA04, N06BA09

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over diabetes mellitus

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie; Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    FaMe-net

    Jaarprevalentie; Aantal nieuwe gevallen; Aandeel diabetes 1 van totaal

    Nederlandse bevolking FaMe-net 
    RNH-Limburg Jaarprevalentie; Aantal nieuwe gevallen Nederlandse bevolking RNH-Limburg
    Nederland de Maat genomen

    Niet-gediagnosticeerde patiënten

    Nederlandse bevolking van 30 tot 70 jaar Nederland de Maat genomen
    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar Gezondheidsenquête
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen; Klinische opnamen; Gemiddelde opnameduur
    met Diabetes als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor diabetes Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    GIP-databank Gebruikers diabetes middelen Nederlandse verzekerden volgens de Zorgverzekringswet GIP-databank
    FIS & BASIC Gebruikers diabetes middelen Nederlandse bevolking FIS & BASIC
    ECHIM Prevalentie Europese bevolking vanaf 15 jaar Thelen et al., 2012

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Thelen J, Kirsch NH, Finger J, von der Lippe E, Ryl L. ECHIM Pilot Data Collection, Analyses and Dissemination. Berlin: Robert Koch Institute; 2012. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.