Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Diabetes mellitusCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Grote toename diabetespatiënten laatste 20 jaar

Regionaal & Internationaal

Prevalentie in NL gelijk aan prevalentie in EU

Kosten

Kosten van zorg bijna 1,6 miljard euro in 2015

Preventie & Zorg

Gemiddelde opnameduur in ziekenhuis 8,3 dagen

Prevalentie diabetes naar leeftijd en geslacht

Jaarprevalentie diabetes mellitus 2017

LeeftijdMannenVrouwen
0-41,01,1
5-192,51,7
10-143,73,7
15-195,35,9
20-246,47,1
25-297,38,2
30-3410,29,6
35-3916,015,2
40-4429,523,1
45-4946,635,8
50-5470,054,1
55-59104,878,5
60-64144,1109,6
65-69189,8140,7
70-74228,8182,6
75-79257,4218,8
80-84267,5254,8
85+262,3251,1

Ruim 1,1 miljoen Nederlanders met diabetes mellitus

In 2017 waren er naar schatting 1.135.100 mensen met diabetes bekend bij de huisarts (jaarprevalentie). Dat waren 592.500 mannen en 542.500 vrouwen (69,7 per 1.000 mannen en 62,9 per 1.000 vrouwen). In bijna alle leeftijdsgroepen komt bij mannen vaker diabetes voor dan bij vrouwen. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2017 bekend waren bij de huisarts met diabetes. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2017 contact te hebben gehad met de huisarts voor diabetes.   

Aantal diabetespatiënten op basis van zelfrapportage is lager

In Nederland zegt in 4,6% van de bevolking in 2017 diabetes te hebben, dat zijn bijna 800.000 mensen. Dit blijkt uit schattingen in Nederland op basis van zelfrapportage, gepresenteerd door het CBS (CBS-Gezondheidsenquête). Dit is dus lager dan op basis van het aantal mensen dat bekend is met de ziekte bij de huisarts.

Meer informatie

Aantal nieuwe gevallen van diabetes

60.200 nieuwe diabetes patiënten in 2017

In 2017 zijn 60.200 nieuwe patiënten met diabetes bij de huisarts gediagnosticeerd. Het betrof 32.800 mannen en 27.500 vrouwen (3,9 per 1.000 mannen en 3,2 per 1.000 vrouwen). Het aantal nieuwe gevallen neemt toe met de leeftijd. Op bijna alle leeftijden is het aantal voor mannen hoger dan voor vrouwen. Deze schatting is gebaseerd op de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn.

Meer informatie

Aandeel diabetes type 1 in totaal naar leeftijd en geslacht

Van de gediagnosticeerde diabetespatiënten heeft 9% type 1

Ongeveer 9% (mannen 10% en vrouwen 8%) van alle bekende diabetespatiënten heeft type 1 diabetes. Dit blijkt uit cijfers van FaMe-net (2011-2015). Alle overige diabetespatiënten hebben type 2 diabetes. In de registratie van FaMe-net is type 1 diabetes als volgt gedefinieerd: insulinegebruik binnen 6 maanden na het stellen van de diagnose, met voortgezet insulinegebruik ten minste tot en met de twaalfde maand na diagnose. Op jonge leeftijd bestaat de prevalentie van diabetes bijna volledig uit type 1 en dit neemt af met de leeftijd. Van de mensen van 80 jaar en ouder is het aandeel van type 1 ongeveer 1%.

Meer informatie

Niet-gediagnostiseerde diabetespatiënten

Bekende en onbekende diabetes in bevolkingsonderzoek, 2009/2010

Leeftijd: 30-70 jaar
 

Onbekende diabetes

Bekende diabetes

Totaal diabetes

Per 1.000 Nederlanders

 

Mannen

19,0

54,6

73,6

Vrouwen

11,4

44,0

55,4

Totaal

15,2

49,3

64,5

Kwart van de mensen met diabetes ‘onbekende diabeet’

Een deel van de mensen met diabetes is niet bij de huisarts bekend. Het totale aantal mensen met diabetes ligt dus hoger. In de jaren negentig bleek dat ongeveer 50% van de mensen met diabetes niet gediagnosticeerd was. Uit het bevolkingsonderzoek Nederland de Maat Genomen (2009/2010) blijkt dit percentage bij mensen van 30-70 jaar op 25% te liggen (Blokstra et al., 2011). In dit bevolkingsonderzoek zijn bij een steekproef van de bevolking bloedglucosewaarden bepaald en is gevraagd of mensen bekend waren met het hebben van diabetes. Een kwart van de mensen bij wie diabetes werd vastgesteld, wist nog niet dat ze dat hadden. 

Prevalentie diabetes in verpleeghuizen

Daarnaast komen de meeste bewoners van verpleeghuizen niet in de huisartsenregistraties voor (Baan et al., 2009). Doordat de prevalentie van diabetes in verpleeghuizen hoger is dan onder ouderen in de huisartsenpopulatie, wordt de prevalentie voor deze leeftijdsgroep enigszins onderschat. Omdat het aantal mensen in verpleeghuizen niet heel groot is, is het effect op de schattingen beperkt.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Blokstra A, Vissink P, Venmans LMAJ, Holleman P, van der Schouw YT, Smit HA. Nederland de Maat Genomen, 2009-2010. Monitoring van risicofactoren in de algemene bevolking. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2011. Bron
  2. Baan CA, Schoemaker CG, Jacobs-van der Bruggen MAM, Hamberg-van Reenen HH, Verkleij H, Heus S. Diabetes tot 2025, preventie en zorg in samenhang. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2009. Bron

(On)gediagnosticeerde diabetes naar opleidingsniveau

Prevalentie van diabetes, 2010

Leeftijd: 30-70 jaar

Opleidingsniveau

Totaal diabetes (%)

Onbekende diabetes (%)

Bekende diabetes (%)

Lagere school

13,2

3,6

9,5

Mavo, lbo

5,6

1,4

4,3

Havo, vwo, mbo

5,1

1,2

3,9

Hbo, WO

4,5

1,1

3,4

Vaker ongediagnosticeerde diabetes bij laagopgeleiden

Niet alleen het aantal diabeten dat gediagnosticeerd is met diabetes (bekende diabetes) komt vaker voor onder mensen met alleen een lagere schooldiploma, maar ook het aantal mensen dat ongediagnosticeerd is (onbekende diabetes) komt vaker voor onder de lager opgeleiden. Mensen met onbekende diabetes weten niet dat zij diabetes hebben (Nederland de Maat Genomen, 2010).

Meer informatie

 

Experts en redactie

Prevalentie diabetes bij kinderen en jongeren

Groep van jonge meiden

Gegevens over diabetes bij kinderen zijn schaars

Het overgrote deel (ongeveer 98%) van de kinderen met diabetes lijdt aan diabetes mellitus type 1. Het is naast astma de meest voorkomende chronische ziekte bij kinderen. Landelijk incidentie-onderzoek onder kinderartsen, internisten en leden van de Diabetes Vereniging Nederland (van Wouwe et al., 2004) vertoont geen verschil in aantallen jongens en meisjes. De werkgroep Landelijke Werkgroep Kinder Diabetes (LWKD), die valt onder de Nederlandse Vereniging van Kindergeneeskunde (NVK), werkt aan een registratie voor kinderen met type 1. Vooralsnog zijn er geen goede recente gegevens over het aantal kinderen met type 1 of type 2 diabetes beschikbaar.

Aantal kinderen en adolescenten met type 2 diabetes neemt toe

Tot in de jaren negentig kwam type 2 diabetes vrijwel uitsluitend voor bij volwassenen, maar begin eenentwintigste eeuw werd een toenemend aantal kinderen en adolescenten met type 2 gerapporteerd (Blokstra & Baan, 2008). Precieze aantallen zijn lastig vast te stellen. Uit een landelijke enquête 'Inventarisatie type 2 diabetes bij kinderen' bleek dat in 2003/2004 bij Nederlandse kinderartsen ongeveer 60 kinderen en jongeren met type 2 diabetes bekend waren. Bijna alle 60 kinderen hadden (ernstig) overgewicht en het betrof voornamelijk meisjes. Uit ander onderzoek (Rotteveel et al., 2007) bleek dat kinderartsen in twee jaar tijd (2003-2004) bij 1.062 adolescenten diabetes hadden gediagnosticeerd. Van hen hadden er 22 (2%) type 2 diabetes. De aantallen zijn in Europa en Nederland nog niet zo hoog als in de VS (Blokstra & Baan, 2008).

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van Wouwe JP, Mattiazzo GF, el Mokadem N, Reeser HM, Hirasing RA. De incidentie en de eerste symptomen van diabetes mellitus type 1 bij 0-14-jarigen in Nederland, 1996-1999. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde. 2004;148(37):1824-9. Bron
  2. Blokstra A, Baan CA. Type 2 diabetes mellitus bij Europese jongeren. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2008. Bron
  3. Rotteveel J, Belksma EJ, Renders CM, Hirasing RA, Delemarr-van de Waal HA. Type 2 diabetes in children in the Netherlands: the need for diagnostic protocols. Eur J Endocrinol. 2007;157(2):175-80. Pubmed | DOI

Diabetes naar etniciteit

Diabetes mellitus komt bij allochtonen vaker voor

De prevalentie van diabetes mellitus is hoger bij allochtonen dan bij autochtonen (Weijers et al., 1998; Dijkshoorn et al., 2003; Kriegsman et al., 2003; Middelkoop et al., 1999; Ujcic-Voortman et al., 2009Bindraban et al., 2008). Hoewel de onderzoeksmethoden verschillen tussen de studies (rapportage van de huisartsen, dossieronderzoek of zelfrapportage) zijn de resultaten redelijk consistent. De prevalentie is het hoogst onder personen van Hindoestaans-Surinaamse afkomst, met name in de hogere leeftijdsgroep (37% bij personen ouder dan 60 jaar). De prevalentie van diabetes mellitus bij personen van Turkse, Marokkaanse en Surinaamse afkomst is twee tot drie keer hoger dan onder de autochtone bevolking. De prevalentie is hoger onder allochtone vrouwen dan onder allochtone mannen en diabetes ontstaat bij de allochtone bevolking op jongere leeftijd dan bij de autochtone bevolking. In deze studies was geen onderscheid gemaakt in type 1 diabetes mellitus en type 2 diabetes mellitus.

Marokkaanse kinderen hebben hoger risico op type 1 diabetes mellitus

Een studie naar de incidentie van type 1 diabetes mellitus onder allochtonen (van Wouwe et al., 2004) laat zien dat vergeleken met Nederlandse kinderen het risico op het krijgen van type 1 diabetes hoger is bij kinderen van Marokkaanse afkomst en lager bij kinderen van Surinaamse en Turkse afkomst.

Verklaringen gezocht in emigratie en leefstijl

Een verklaring voor de verhoogde prevalentie van diabetes mellitus onder allochtonen is niet eenvoudig te geven. Naast de mogelijkheid van een erfelijke aanleg is de overgang van een niet-geïndustrialiseerde samenleving in het land van herkomst naar een westers, geïndustrialiseerd land een mogelijke oorzaak. Ook is de leefstijl van allochtone groepen op sommige punten ongezonder (bewegen), maar op andere juist gezonder (voeding). Daarnaast komt onder allochtone jongeren vaker overgewicht en ernstig overgewicht voor dan onder de autochtone bevolking (Brussaard et al., 2001).

 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Weijers RN, Bekedam DJ, Oosting H. The prevalence of type 2 diabetes and gestational diabetes mellitus in an inner city multi-ethnic population. Eur J Epidemiol. 1998;14(7):693-9. Pubmed
  2. Dijkshoorn H, Uitenbroek DG, Middelkoop BJC. Prevalentie van diabetes mellitus en hart- en vaatziekten onder Turkse, Marokkaanse en autochtone Nederlanders. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde. 2003;147(28):1362-6. Bron
  3. Kriegsman DM, van Langen J, Valk G, Stalman W, Boeke J. Hoge prevalentie van diabetes mellitus type 2 bij Turken en Marokkanen. Huisarts en Wetenschap. 2003;46:363-368. Bron
  4. Middelkoop BJ, Kesarlal-Sadhoeram SM, Ramsaransing GN, Struben HW. Diabetes mellitus among South Asian inhabitants of The Hague: high prevalence and an age-specific socioeconomic gradient. Int J Epidemiol. 1999;28(6):1119-23. Pubmed
  5. Ujcic-Voortman JK, Schram MT, Jacobs-van der Bruggen MAM, Verhoeff A P, Baan CA. Diabetes prevalence and risk factors among ethnic minorities. Eur J Public Health. 2009;19(5):511-5. Pubmed | DOI
  6. Bindraban NR, van Valkengoed IGM, Mairuhu G, Holleman F, Hoekstra JBL, Michels BPJ, et al. Prevalence of diabetes mellitus and the performance of a risk score among Hindustani Surinamese, African Surinamese and ethnic Dutch: a cross-sectional population-based study. BMC Public Health. 2008;8:271. Pubmed | DOI
  7. van Wouwe JP, Mattiazzo GF, el Mokadem N, Reeser HM, Hirasing RA. De incidentie en de eerste symptomen van diabetes mellitus type 1 bij 0-14-jarigen in Nederland, 1996-1999. Nederlands Tijdschrift voor de Geneeskunde. 2004;148(37):1824-9. Bron
  8. Brussaard JH, van Erp-Baart MA, Brants HA, Hulshof KFAM, Löwik MR. Nutrition and health among migrants in The Netherlands. Public Health Nutr. 2001;4(2B):659-64. Pubmed

Verantwoording

Definities
  • Wat is diabetes mellitus?

    Diabetes mellitus, ofwel suikerziekte, is een chronische stofwisselingsziekte die gepaard gaat met een te hoog glucosegehalte in het bloed. Bij diabetes mellitus is het lichaam niet meer in staat om glucose goed te verwerken. Dat komt omdat er te weinig of geen insuline wordt aangemaakt of omdat het lichaam ongevoelig is geworden voor de insuline. Insuline is nodig voor het transport van glucose uit het bloed naar de lichaamsweefsels. Bij geen of onvoldoende insuline heeft het lichaam moeite om de glucose uit het bloed te krijgen en stijgen de bloedglucosewaarden. Hierdoor ontstaan allerlei klachten en uiteindelijk complicaties van hart en vaten, ogen, nieren en zenuwen.

  • Diabetes type 1 en type 2 meest voorkomende vormen van diabetes

    De twee meest voorkomende vormen van diabetes mellitus met elk een eigen oorzaak zijn type 1 en type 2 diabetes. Zwangerschapsdiabetes kan als een aparte categorie aangeduid worden. Deze categorie wordt overigens ook beschouwd als een risicofactor voor type 2 diabetes. Vanwege de stijgende incidentie wereldwijd van deze vorm van diabetes, komt ook zwangerschapsdiabetes op VZinfo aan de orde.

  • Ziekteverschijnselen van diabetes

    Type 1

    De eerste tekenen van type 1 diabetes zijn veel drinken, vaak urineren en vermageren gedurende enkele weken. Type 1 diabetes kan ook geconstateerd worden naar aanleiding van een sterk verhoogd glucosegehalte in het bloed en de daarbij behorende verzuring van het bloed (keto-acidose).

    Type 2

    Type 2 diabetes ontstaat geleidelijker dan type 1 diabetes en de eerste klachten zijn vaak vaag. Daardoor wordt de diabetes vaak pas na jaren herkend en gediagnosticeerd. Deze klachten zijn veel drinken, veel eten, vaak urineren, moeheid en duizeligheid.

    Zwangerschapsdiabetes

    De eerste symptomen van zwangerschapsdiabetes zijn hetzelfde als van type 2 diabetes: veel dorst en vaak moeten plassen. Soms is er sprake van een versnelde groei van het ongeboren kind (begin van macrosomie: het gewicht van de pasgeborene is te hoog voor de duur van de zwangerschap). Versnelde groei is een indicatie voor een orale glucosetolerantietest (OGTT).

  • Behandeling van diabetes

    Prediabetes

    De kans dat mensen met prediabetes diabetes ontwikkelen is hoog, maar het is in principe mogelijk om die kans met preventieve maatregelen, zoals leefstijlinterventies, te verlagen en het ontstaan van diabetes uit te stellen of te voorkomen.

    Type 2

    Bij patiënten met type 2 diabetes en overgewicht is het soms mogelijk door middel van gewichtsreductie een verbetering te bewerkstelligen. Die verbetering wordt afgemeten aan een daling van het bloedglucosegehalte. Deze personen zullen echter ondanks het (tijdelijk) herstel in zekere mate bij de huisarts onder controle blijven. Als afvallen niet lukt of het bloedglucosegehalte onvoldoende daalt, wordt de behandeling uitgebreid met medicatie, meestal pillen, om de bloedglucose te verlagen. Bij een deel van de patiënten met type 2 diabetes is uiteindelijk ook behandeling met insuline nodig om de bloedglucose voldoende te verlagen.

    Zwangerschapsdiabetes

    De behandeling van zwangerschapsdiabetes bestaat uit leefstijladviezen of medicatie zoals insuline, afhankelijk van het bloedglucosegehalte en de daling na behandeling (Waugh et al., 2010; NVOG, 2010). Glucoseverlagende pillen worden meestal pas vanaf het tweede trimester van de zwangerschap voorgeschreven (NVOG, 2010).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Waugh N, Royle P, Clar C, Henderson R, Cummins E, Hadden D, et al. Screening for hyperglycaemia in pregnancy: a rapid update for the National Screening Committee. Health Technol Assess. 2010;14(45):1-183. Pubmed | DOI
    2. NVOG. Diabetes Mellitus en Zwangerschap. Versie 2.0. Utrecht: Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie; 2010. Bron
  • Gebruiker geneesmiddelen

    Een gebruiker is in de GIP databank gedefinieerd als een patiënt die gedurende een kalenderjaar minstens één voorschrift voor het betreffende geneesmiddel heeft ontvangen. Omdat iemand in een jaar verschillende geneesmiddelen kan gebruiken, kunnen gebruikersaantallen niet zomaar worden opgeteld. Een patiënt die een voorschrift voor zowel simvastatine als atorvastatine heeft ontvangen, telt mee als gebruiker van simvastatine én als gebruiker van atorvastatine; op het niveau van de cholesterolverlagers telt hij maar eenmaal mee.

  • Standaarddagdosering (DDD)

    Het aantal gebruikers zegt niets over de gebruikte hoeveelheid van geneesmiddelen: de hoeveelheid geneesmiddelen kan per gebruiker variëren. Voor het meten en vergelijken van de gebruikte hoeveelheid wordt daarom gebruik gemaakt van het aantal standaarddagdoseringen. Een standaarddagdosering (DDD, Defined Daily Dose) is de hoeveelheid werkzame stof die een volwassene per dag krijgt voor de onderhoudsbehandeling van een ziekte of een aandoening. De standaarddagdosering wordt jaarlijks vastgesteld door het Collaborating Centre for Drug Statistics Methodology.  

  • ATC-codes

    Het classificatiesysteem van de World Health Organization deelt een geneesmiddel in door aan elke werkzame stof of combinaties daarvan een eigen code toe te kennen. Het antidepressivum Fluoxetine (Merknaam: Prozac®) heeft bijvoorbeeld de ATC-code: N 06 AB 03. De eerste letter (N) staat voor de anatomische hoofdgroep, in dit geval die van het zenuwstelsel (Nervous system). In combinatie met het tweecijferige getal (06) achter de N ontstaat de code voor de therapeutische subgroep. N06 is de code voor de therapeutische subgroep van de psychoanaleptica. De tweede letter (A) staat voor de farmacologische subgroep, de farmacologische subgroep N06A is die van de antidepressiva. In combinatie met de derde letter (B) onstaat de code voor de chemische subgroep. N06AB is de code voor de chemische subgroep van selectieve serotonine heropnameremmers (SSRI's). Het laatste getal staat uiteindelijk voor de specifieke werkzame stof binnen de chemische subgroep. In dit geval dus fluoxetine. Op de GIP databank wordt het ATC-classificatiesysteem gebruikt dat door de WHO is vastgesteld in het meest recente rapportagejaar. Deze indeling is toegepast op alle voorgaande jaren, zodat de gegevens over alle jaren op dezelfde wijze zijn geclassificeerd.

     

    Geneesmiddelgroep

    ATC-codes

    Maagmiddelen

    A02BA01, A02BA02, A02BA03, A02BA04, A02BB01, A02BC01, A02BC02, A02BC03, A02BC04, A02BC05, A02BD04, A02BX02, A02BX05

    Cholesterolverlagers

    C10AA01, C10AA03, C10AA04, C10AA05, C10AA07, C10AB02, C10AB04, C10AB08, C10AC01, C10AC04, C10AD06, C10AX09, C10BA02

    Diabetesmiddelen totaal

    A10AB01, A10AB04, A10AB05, A10AB06, A10AC01, A10AD01, A10AD04, A10AD05, A10AE04, A10AE05, A10AE06, A10BA02, A10BB01, A10BB03, A10BB09, A10BB12, A10BD02, A10BD05, A10BD07, A10BD08, A10BD10, A10BD11, A10BD15, A10BF01, A10BG03, A10BH01, A10BH02, A10BH03, A10BH05, A10BX02, A10BX04, A10BX07, A10BX09, A10BX10, A10BX11, A10BX12

    Diabetesmiddelen, oraal

    A10BA02, A10BB01, A10BB03, A10BB09, A10BB12, A10BD02, A10BD05, A10BD07, A10BD08, A10BD10, A10BD11, A10BD15, A10BF01, A10BG03, A10BH01, A10BH02, A10BH03, A10BH05, A10BX02, A10BX04, A10BX07, A10BX09, A10BX10, A10BX11, A10BX12

    Diabetesmiddelen, insuline

    A10AB01, A10AB04, A10AB05, A10AB06, A10AC01, A10AD01, A10AD04, A10AD05, A10AE04, A10AE05, A10AE06

    Astma- en COPD-middelen

    R03AC02, R03AC03, R03AC12, R03AC13, R03AC18, R03AC19, R03AK06, R03AK07, R03AK08, R03AK10, R03AK11, R03AL01, R03AL02, R03AL03 R03AL04, R03BA01, R03BA02, R03BA05, R03BA08, R03BB01, R03BB04, R03BB05, R03BB06, R03BC01, R03BC03, R03BX, R03CC02, R03DA04, R03DC03, R05CB12, R05CB13

    Antidepressiva

    N06AA02, N06AA04, N06AA09, N06AA10, N06AA12, N06AA16, N06AA21, N06AB03, N06AB04, N06AB05, N06AB06, N06AB08, N06AB10, N06AF03, N06AF04, N06AG02, N06AX03, N06AX05, N06AX11, N06AX12, N06AX16, N06AX21, N06AX22, N06AX26

    Antipsychotica

    N05AA01, N05AB02, N05AB03, N05AC01, N05AD01, N05AD05, N05AD06, N05AE03, N05AE05, N05AF01, N05AF03, N05AF05, N05AG01, N05AG02, N05AG03, N05AH02, N05AH03, N05AH04, N05AL01, N05AL03, N05AN01, N05AX08, N05AX12, N05AX13

    Slaap- en kalmeringsmiddelen

    N05BA01, N05BA02, N05BA04, N05BA05, N05BA06, N05BA08, N05BA09, N05BA11, N05BA12, N05CD01, N05CD02, N05CD03, N05CD06, N05CD07, N05CD08, N05CD09, N05CD11, N05CF01, N05CF02

    ADHD-middelen

    N06BA02, N06BA04, N06BA09

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over diabetes mellitus

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie; Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    FaMe-net

    Jaarprevalentie; Aantal nieuwe gevallen; Aandeel diabetes 1 van totaal

    Nederlandse bevolking FaMe-net 
    RNH-Limburg Jaarprevalentie; Aantal nieuwe gevallen Nederlandse bevolking RNH-Limburg
    Nederland de Maat genomen

    Niet-gediagnosticeerde patiënten

    Nederlandse bevolking van 30 tot 70 jaar Nederland de Maat genomen
    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar Gezondheidsenquête
    Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD-en, CBS en RIVM

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar Gezondheidsmonitor GGD'en, CBS en RIVM
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen; Klinische opnamen; Gemiddelde opnameduur
    met Diabetes als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor diabetes Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    GIP-databank Gebruikers diabetes middelen Nederlandse verzekerden volgens de Zorgverzekringswet GIP-databank
    FIS & BASIC Gebruikers diabetes middelen Nederlandse bevolking FIS & BASIC
    ECHIM Prevalentie Europese bevolking vanaf 15 jaar Thelen et al., 2012

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Thelen J, Kirsch NH, Finger J, von der Lippe E, Ryl L. ECHIM Pilot Data Collection, Analyses and Dissemination. Berlin: Robert Koch Institute; 2012. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.