Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Depressie en andere stemmingsstoornissenRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen met stemmingsstoornis

Regionaal & Internationaal

Veel stemmingsstoornissen in Nederland

Kosten

Uitgaven aan zorg 1,1 miljard euro in 2017

Preventie & Zorg

Twee op de drie patiënten zoekt hulp

Depressie per GGD-regio

Depressie 2017-2019

Per GGD-regio, totale bevolking
Depressie 2017-2019
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor geslacht en leeftijdSignificantie (gecorrigeerd voor geslacht en leeftijd
GGD Amsterdam10,7Boven (99% zeker)10,5Boven (99% zeker)
GGD Brabant-Zuidoost7,6Wijkt niet significant af7,5Wijkt niet significant af
GGD Drenthe7,5Wijkt niet significant af7,9Wijkt niet significant af
GGD Flevoland8,7Wijkt niet significant af8,6Wijkt niet significant af
GGD Fryslân7,3Wijkt niet significant af7,4Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Midden7,4Wijkt niet significant af7,6Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Zuid7,9Wijkt niet significant af7,7Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek7,6Wijkt niet significant af7,6Wijkt niet significant af
GGD Groningen7,1Wijkt niet significant af7,2Wijkt niet significant af
GGD Haaglanden10,6Boven (99% zeker)10,6Boven (99% zeker)
GGD Hart voor Brabant7,4Wijkt niet significant af7,3Wijkt niet significant af
GGD Hollands Midden6,9Wijkt niet significant af6,7Wijkt niet significant af
GGD Hollands Noorden8,8Wijkt niet significant af9,4Wijkt niet significant af
GGD IJsselland6,5Wijkt niet significant af5,9Onder (99% zeker)
GGD Kennemerland7,4Wijkt niet significant af7,3Wijkt niet significant af
GGD Limburg-Noord6,3Onder (95% zeker)6,2Onder (95% zeker)
GGD Noord- en Oost-Gelderland6,3Onder (95% zeker)6,4Onder (95% zeker)
GGD regio Utrecht7Wijkt niet significant af7Wijkt niet significant af
GGD Rotterdam-Rijnmond9,3Wijkt niet significant af9,1Wijkt niet significant af
GGD Twente6,6Wijkt niet significant af6,7Wijkt niet significant af
GGD West-Brabant7,9Wijkt niet significant af7,8Wijkt niet significant af
GGD Zaanstreek-Waterland9,2Wijkt niet significant af9,2Wijkt niet significant af
GGD Zeeland7,9Wijkt niet significant af8,4Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Holland Zuid7,1Wijkt niet significant af7,3Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Limburg12,1Boven (99% zeker)12,1Boven (99% zeker)
Nederland8,1Wijkt niet significant af8,1Wijkt niet significant af
View all detail data

Meeste mensen met depressie in de regio Zuid-Limburg

In de periode 2017-2019 is het percentage inwoners (van 4 jaar en ouder) dat aangeeft een depressie te hebben of te hebben gehad het hoogst in de GGD-regio's Zuid-Limburg (12,1%), Amsterdam em Haaglanden (beide ruim 10%). Deze percentages liggen significant boven het Nederlands gemiddelde. Het laagst is het percentage in de GGD-regio's Limburg-Noord en Noord- en Oost-Gelderland. Gemiddeld heeft ongeveer 8% van alle inwoners (van 4 jaar en ouder) van Nederland te maken met een depressie.

Toelichting regionale verschillen

Selecteer een regio in de kaart voor meer informatie over significantie per GGD-regio. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.

Meer informatie

Hoog risico op angststoornis of depressie per GGD-regio

Hoog risico op angststoornis of depressie 2020

Per GGD-regio, volwassenen van 18 jaar en ouder
Hoog risico op angststoornis of depressie 2020
NaamPercentage
GGD Amsterdam8,4
GGD Brabant-Zuidoost6,2
GGD Drenthe4,6
GGD Flevoland7,9
GGD Fryslân4,8
GGD Gelderland-Midden6,5
GGD Gelderland-Zuid6,6
GGD Gooi en Vechtstreek5,2
GGD Groningen5,6
GGD Haaglanden8,0
GGD Hart voor Brabant6,7
GGD Hollands Midden5,4
GGD Hollands Noorden5,2
GGD IJsselland5,0
GGD Kennemerland5,9
GGD Limburg-Noord5,9
GGD Noord- en Oost-Gelderland5,7
GGD regio Utrecht5,5
GGD Rotterdam-Rijnmond8,0
GGD Twente5,8
GGD West-Brabant6,3
GGD Zaanstreek-Waterland6,1
GGD Zeeland5,5
GGD Zuid-Holland Zuid5,8
GGD Zuid-Limburg8,5
  • De COVID-19 pandemie en de bijbehorende maatregelen hebben - mogelijk - de gezondheid, leefstijl en welzijn van de respondenten beïnvloed.
View all detail data

GGD-regio's Zuid-Limburg en Amsterdam meeste mensen met hoog risico op een angststoornis of depressie

Regio's met een hoog percentage volwassenen van 18 jaar en ouder met hoog risico op een angststoornis of depressie liggen verspreid over het land. In GGD-regio's Zuid-Limburg en Amsterdam is het percentage het hoogst (respectievelijk 8,5% en 8,4%). In drie noordelijke regio's is het percentage volwassenen van 18 jaar en ouder het laagst met hoog risico op een angststoornis of depressie, met het laagste percentage in GGD-regio Drenthe (4,6%). In 2020 heeft gemiddeld 6,4% van de volwassenen een hoog risico op een angststoornis of een depressie in Nederland. Deze cijfers zijn gebaseerd op een veel gebruikte vragenlijst voor screening van angst en depressie (Kessler-10 vragenlijst). De antwoorden worden samengevat in een score. Voor meer informatie over deze vragenlijst, zie Methode. Het landelijk gemiddelde dat hier wordt gepresenteerd wijkt af van het landelijk gemiddelde bij het hoofdstuk Cijfers & Context. Dit komt door het gebruik van verschillende bronnen. Meer gegevens over dit onderwerp zijn te vinden door op de kaart te klikken.

Cijfers per gemeente

De cijfers per gemeente worden op 9 september openbaar gemaakt.

Meer informatie

Datum publicatie

29-06-2021

Hoog risico op angststoornis of depressie per wijk

Hoog risico op angststoornis of depressie per wijk

Per wijk*, personen van 19 jaar en ouder
Hoog risico op angststoornis of depressie per wijk
Gemeente
's-Gravenhage
's-Hertogenbosch
Aa en Hunze
Aalburg
Aalsmeer
Aalten
Achtkarspelen
Alblasserdam
Albrandswaard
Alkmaar
Almelo
Almere
Alphen-Chaam
Alphen aan den Rijn
Ameland
Amersfoort
Amstelveen
Amsterdam
Apeldoorn
Appingedam
Arnhem
Assen
Asten
Baarle-Nassau
Baarn
Barendrecht
Barneveld
Bedum
Beek
Beemster
Beesel
Bellingwedde
Berg en Dal
Bergeijk
Bergen (L.)
Bergen (NH.)
Bergen op Zoom
Berkelland
Bernheze
Best
Beuningen
Beverwijk
Binnenmaas
Bladel
Blaricum
Bloemendaal
Bodegraven-Reeuwijk
Boekel
Borger-Odoorn
Borne
Borsele
Boxmeer
Boxtel
Breda
Brielle
Bronckhorst
Brummen
Brunssum
Bunnik
Bunschoten
Buren
Capelle aan den IJssel
Castricum
Coevorden
Cranendonck
Cromstrijen
Cuijk
Culemborg
Dalfsen
Dantumadiel
De Bilt
De Fryske Marren
De Marne
De Ronde Venen
De Wolden
Delft
Delfzijl
Den Helder
Deurne
Deventer
Diemen
Dinkelland
Doesburg
Doetinchem
Dongen
Dongeradeel
Dordrecht
Drechterland
Drimmelen
Dronten
Druten
Duiven
Echt-Susteren
Edam-Volendam
Ede
Eemnes
Eemsmond
Eersel
Eijsden-Margraten
Eindhoven
Elburg
Emmen
Enkhuizen
Enschede
Epe
Ermelo
Etten-Leur
Ferwerderadiel
Franekeradeel
Geertruidenberg
Geldermalsen
Geldrop-Mierlo
Gemert-Bakel
Gennep
Giessenlanden
Gilze en Rijen
Goeree-Overflakkee
Goes
Goirle
Gooise Meren
Gorinchem
Gouda
Grave
Groningen
Grootegast
Gulpen-Wittem
Haaksbergen
Haaren
Haarlem
Haarlemmerliede en Spaarnwoude
Haarlemmermeer
Halderberge
Hardenberg
Harderwijk
Hardinxveld-Giessendam
Haren
Harlingen
Hattem
Heemskerk
Heemstede
Heerde
Heerenveen
Heerhugowaard
Heerlen
Heeze-Leende
Heiloo
Hellendoorn
Hellevoetsluis
Helmond
Hendrik-Ido-Ambacht
Hengelo
het Bildt
Heumen
Heusden
Hillegom
Hilvarenbeek
Hilversum
Hof van Twente
Hollands Kroon
Hoogeveen
Hoogezand-Sappemeer
Hoorn
Horst aan de Maas
Houten
Huizen
Hulst
IJsselstein
Kaag en Braassem
Kampen
Kapelle
Katwijk
Kerkrade
Koggenland
Kollumerland en Nieuwkruisland
Korendijk
Krimpen aan den IJssel
Krimpenerwaard
Laarbeek
Landerd
Landgraaf
Landsmeer
Langedijk
Lansingerland
Laren
Leek
Leerdam
Leeuwarden
Leeuwarderadeel
Leiden
Leiderdorp
Leidschendam-Voorburg
Lelystad
Leudal
Leusden
Lingewaal
Lingewaard
Lisse
Littenseradiel
Lochem
Loon op Zand
Lopik
Loppersum
Losser
Maasdriel
Maasgouw
Maassluis
Maastricht
Marum
Medemblik
Meerssen
Menameradiel
Menterwolde
Meppel
Middelburg
Midden-Delfland
Midden-Drenthe
Mill en Sint Hubert
Moerdijk
Molenwaard
Montferland
Montfoort
Mook en Middelaar
Neder-Betuwe
Nederweert
Neerijnen
Nieuwegein
Nieuwkoop
Nijkerk
Nijmegen
Nissewaard
Noord-Beveland
Noordenveld
Noordoostpolder
Noordwijk
Noordwijkerhout
Nuenen, Gerwen en Nederwetten
Nunspeet
Nuth
Oegstgeest
Oirschot
Oisterwijk
Oldambt
Oldebroek
Oldenzaal
Olst-Wijhe
Ommen
Onderbanken
Oost Gelre
Oosterhout
Ooststellingwerf
Oostzaan
Opmeer
Opsterland
Oss
Oud-Beijerland
Oude IJsselstreek
Ouder-Amstel
Oudewater
Overbetuwe
Papendrecht
Peel en Maas
Pekela
Pijnacker-Nootdorp
Purmerend
Putten
Raalte
Reimerswaal
Renkum
Renswoude
Reusel-De Mierden
Rheden
Rhenen
Ridderkerk
Rijnwaarden
Rijssen-Holten
Rijswijk
Roerdalen
Roermond
Roosendaal
Rotterdam
Rozendaal
Rucphen
Schagen
Scherpenzeel
Schiedam
Schiermonnikoog
Schijndel
Schinnen
Schouwen-Duiveland
Simpelveld
Sint-Michielsgestel
Sint-Oedenrode
Sint Anthonis
Sittard-Geleen
Sliedrecht
Slochteren
Sluis
Smallingerland
Soest
Someren
Son en Breugel
Stadskanaal
Staphorst
Stede Broec
Steenbergen
Steenwijkerland
Stein
Stichtse Vecht
Strijen
Súdwest-Fryslân
Ten Boer
Terneuzen
Terschelling
Texel
Teylingen
Tholen
Tiel
Tilburg
Tubbergen
Twenterand
Tynaarlo
Tytsjerksteradiel
Uden
Uitgeest
Uithoorn
Urk
Utrecht
Utrechtse Heuvelrug
Vaals
Valkenburg aan de Geul
Valkenswaard
Veendam
Veenendaal
Veere
Veghel
Veldhoven
Velsen
Venlo
Venray
Vianen
Vlaardingen
Vlagtwedde
Vlieland
Vlissingen
Voerendaal
Voorschoten
Voorst
Vught
Waalre
Waalwijk
Waddinxveen
Wageningen
Wassenaar
Waterland
Weert
Weesp
Werkendam
West Maas en Waal
Westerveld
Westervoort
Westland
Weststellingwerf
Westvoorne
Wierden
Wijchen
Wijdemeren
Wijk bij Duurstede
Winsum
Winterswijk
Woensdrecht
Woerden
Wormerland
Woudenberg
Woudrichem
Zaanstad
Zaltbommel
Zandvoort
Zederik
Zeewolde
Zeist
Zevenaar
Zoetermeer
Zoeterwoude
Zuidhorn
Zuidplas
Zundert
Zutphen
Zwartewaterland
Zwijndrecht
Zwolle

*Deze wijkcijfers kunnen afwijken van door de GGD of gemeente gepubliceerde enquêtecijfers. Klik hier voor een overzicht van de regio's met eigen cijfers op wijkniveau.

Deze cijfers kunnen afwijken van door de GGD of gemeente gepubliceerde enquêtecijfers. Klik hier voor een overzicht van de regio's met eigen cijfers op wijkniveau.

View all detail data

Hoog risico op angststoornis of depressie per wijk

De kaart presenteert cijfers over het risico op een angststoornis of depressie onder personen van 19 jaar en ouder. Dit is gebaseerd op een veel gebruikte vragenlijst voor screening van angst en depressie (Kessler-10 vragenlijst). De antwoorden worden samengevat in een score. Voor meer informatie over deze vragenlijst, zie Methode.

Het RIVM heeft cijfers over gezondheid en leefstijl berekend voor alle wijken en buurten in Nederland op basis van ruim 457.000 respondenten van de Gezondheidsmonitor volwassenen 2016 van GGD’en, CBS en RIVM. Omdat er vaak te weinig respondenten per wijk of buurt zijn, gebruikt het RIVM een model waarmee de cijfers berekend kunnen worden. Dit zijn zogenaamde kleine-domeinschatters (van de Kassteele et al., 2017).

Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om wijkcijfers te kunnen presenteren. De cijfers in de kaart hiernaast kunnen afwijken van de door de GGD gepubliceerde cijfers, omdat deze op een andere manier zijn berekend. 

Cijfers op buurtniveau

De getoonde wijkcijfers worden ook hier gepresenteerd. Behalve wijkcijfers worden hier ook buurtcijfers in kaart gebracht. Voor elke gemeente wordt een kaart getoond met cijfers voor alle wijken of voor alle buurten in die gemeente.

Wanneer komen nieuwe cijfers?

Vanaf eind juni 2021 zijn landelijke en regionale cijfers beschikbaar op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassen en Ouderen 2020 (zie ook RIVM-Statline). Cijfers op wijk- en buurtniveau zullen in het vierde kwartaal van 2021 worden gepubliceerd.

Vergelijk deze kaart met

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI

Contact met psycholoog of psychiater per GGD-regio

Jaarlijks contact met psycholoog of psychiater 2017-2019

Per GGD-regio, 4 jaar en ouder
Jaarlijks contact met psycholoog of psychiater 2017-2019
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor geslacht en leeftijdSignificantie (gecorrigeerd voor geslacht en leeftijd
GGD Amsterdam12,7Boven (99% zeker)11,9Boven (99% zeker)
GGD Brabant-Zuidoost8Onder (95% zeker)8Onder (95% zeker)
GGD Drenthe8,3Wijkt niet significant af8,9Wijkt niet significant af
GGD Flevoland8,5Wijkt niet significant af7,9Wijkt niet significant af
GGD Fryslân9,2Wijkt niet significant af9,7Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Midden10Wijkt niet significant af10Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Zuid10,9Wijkt niet significant af10,6Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek10,2Wijkt niet significant af10,1Wijkt niet significant af
GGD Groningen10,4Wijkt niet significant af9,7Wijkt niet significant af
GGD Haaglanden10Wijkt niet significant af9,7Wijkt niet significant af
GGD Hart voor Brabant8,5Wijkt niet significant af8,5Wijkt niet significant af
GGD Hollands Midden8,6Wijkt niet significant af8,5Wijkt niet significant af
GGD Hollands Noorden9,4Wijkt niet significant af9,9Wijkt niet significant af
GGD IJsselland8,4Wijkt niet significant af7,8Onder (95% zeker)
GGD Kennemerland8Wijkt niet significant af8,2Wijkt niet significant af
GGD Limburg-Noord9,9Wijkt niet significant af10Wijkt niet significant af
GGD Noord- en Oost-Gelderland9,6Wijkt niet significant af9,8Wijkt niet significant af
GGD regio Utrecht10,6Wijkt niet significant af10,4Wijkt niet significant af
GGD Rotterdam-Rijnmond9,3Wijkt niet significant af8,9Wijkt niet significant af
GGD Twente7,9Onder (95% zeker)8Wijkt niet significant af
GGD West-Brabant9,1Wijkt niet significant af9Wijkt niet significant af
GGD Zaanstreek-Waterland11,1Wijkt niet significant af10,7Wijkt niet significant af
GGD Zeeland8,6Wijkt niet significant af9,1Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Holland Zuid8,3Wijkt niet significant af8,1Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Limburg11,4Wijkt niet significant af11,5Wijkt niet significant af
Nederland9,6Wijkt niet significant af9,5Wijkt niet significant af
View all detail data

Meeste contact met de psycholoog in Amsterdam

In de regio Amsterdam gaan de meeste inwoners (van 4 jaar en ouder) in de periode 2017-2019 naar een psycholoog of psychiater (12,7%). Dit percentage ligt significant boven het Nederlands gemiddelde. In de regio Twente (7,9%) en Hart voor Brabant (8%) zijn significant de minste bezoeken aan een psycholoog of psychiater. Gemiddeld heeft 9,6% van alle inwoners (van 4 jaar en ouder) van Nederland minstens één keer per jaar contact met een psycholoog of psychiater.

Toelichting regionale verschillen

Selecteer een regio in de kaart voor meer informatie over significantie per GGD-regio. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Definitie van stemmingsstoornissen

    Depressie en dysthymie meest voorkomende stemmingsstoornissen

    'Stemmingsstoornissen' is een verzamelnaam voor psychische aandoeningen waarbij de gemoedstoestand of emotie van de patiënt ziekelijk is verstoord of niet past bij de situatie waarin de patiënt verkeert. Depressie en dysthymie (tegenwoordig onderdeel van de categorie persisterende depressieve stoornis) zijn de meest voorkomende stemmingsstoornissen. Deze stemmingsstoornissen zijn nauw verwant en soms moeilijk te onderscheiden. Hun belangrijkste symptomen zijn een aanhoudende neerslachtige stemming en een verlies van interesse in bijna alle dagelijkse activiteiten. Daarnaast bestaan er andere stemmingsstoornissen zoals de bipolaire stoornis, de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis, de premenstruele stemmingsstoornis, de depressieve-stemmingsstoornis door een middel/medicatie en de depressieve-stemmingsstoornis door een somatische aandoening.  Stemmingsstoornissen zijn in te delen in twee categorieën: depressieve-stemmingsstoornissen en bipolaire-stemmingsstoornissen. 

  • Verandering in classificatiesysteem voor psychische stoornissen

    In 2013 is het vernieuwde handboek voor de classificatie van psychische stoornissen (DSM-5) uitgegeven en is een overgang in gang gezet naar het werken met dit classificatiesysteem. Vanaf januari 2017 is de DSM-5 in gebruik genomen en is deze versie het nieuwe uitgangspunt bij de beoordeling of er sprake is van een psychische stoornis. Vóór de uitgave van de DSM-5 werd gebruik gemaakt van de oudere versie, de DSM-IV. Om deze reden is veel onderzoek naar psychische stoornissen nog gebaseerd op DSM-IV. Dit geldt ook voor stemmingsstoornissen in Volksgezondheidenzorg.info (VZinfo). In VZinfo zijn de diagnoses van stemmingsstoornissen in de meeste gevallen nog gesteld op basis van de criteria van de DSM-IV. 
    Er zijn een aantal verschillen tussen de criteria van stemmingsstoornissen in de DSM-5 en die in de DSM-IV. Het belangrijkste verschil is dat met de DSM-IV, er geen depressieve stoornis kon worden vastgesteld bij iemand die depressieve symptomen ontwikkelde in reactie op het overlijden van een dierbare. In de DSM-5 is dit uitsluitingscriterium weggelaten, en is het aan de clinicus om te bepalen of de symptomen beter passen bij een te verwachten rouwpatroon, of een depressieve stoornis. 
    Andere veranderingen zijn de toevoeging van nieuwe classificaties (bijvoorbeeld de premenstruele stemmingsstoornis) en specificaties (bijvoorbeeld aanwezigheid van angst). Ook hebben de depressieve-stemmingsstoornissen en bipolaire-stemmingsstoornissen nu hun eigen hoofdstuk. Dystymie valt tegenwoordig in de categorie persisterende depressieve stoornis.
    Het stellen van diagnoses volgens de DSM-5 heeft mogelijk gevolgen voor nieuwe cijfers over het vóórkomen van stemmingsstoornissen in Nederland. 

  • Definitie van de depressieve stoornis

    Het huidige handboek voor psychische stoornissen (DSM-5; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014) stelt dat er sprake is van een depressieve stoornis wanneer aan alle van de volgende criteria (A t/m E) is voldaan:
               
    Criteria ter classificatie van de depressieve stoornis

    A Minstens vijf van de volgende symptomen zijn minstens twee weken aaneengesloten aanwezig geweest en wijken af van het eerdere functioneren; ze zijn gedurende het grootste deel van de dag en bijna elke dag aanwezig; minstens één van de symptomen is ofwel (1) een sombere stemming, ofwel (2) verlies van interesse of plezier:
      1. Sombere stemming
      2. Verlies van interesse of plezier in (bijna) alle activiteiten
      3. Significant gewichtsverlies zonder dieet, gewichtstoename, of duidelijk afgenomen of toegenomen eetlust
      4. Slaapproblemen
      5. Psychomotorische traagheid of juist opwinding
      6. Vermoeidheid of verlies van energie
      7. Gevoelens van waardeloosheid of extreme/onterechte schuld
      8. Verminderd denkvermogen, concentratie, of besluiteloosheid
      9. Preoccupatie met de dood, bijvoorbeeld suïcidegedachten
    B De symptomen veroorzaken sterk lijden of beperkingen in belangrijke gebieden van functioneren
    C De symptomen kunnen niet worden toegeschreven aan een middel of somatische aandoening
    D De symptomen kunnen niet verklaard worden door een psychotische stoornis
    E Er heeft zich nooit een manie of hypomanie voorgedaan

     

    Naast de genoemde criteria, dient te worden aangegeven of er sprake is van specificaties zoals de aanwezigheid van angst of psychotische kenmerken, de ernst en het beloop van de stoornis. 

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Definitie van dysthymie (persisterende depressieve stoornis)

    Het huidige handboek voor psychische stoornissen (DSM-5; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014) stelt dat er sprake is van persisterende depressieve stoornis (dysthymie) wanneer aan alle van de volgende criteria (A t/m H) is voldaan:

    Criteria ter classificatie van persisterende depressieve stoornis (dysthymie) 

    A Sombere stemming; gedurende twee jaar; dit is het grootste deel van de dag en meer dagen wel dan niet aanwezig
    B 1. Slechte eetlust of teveel eten 
      2. Slaapproblemen
      3. Weinig energie of vermoeidheid 
      4. Gering gevoel van eigenwaarde 
      5. Slechte concentratie of besluiteloosheid 
      6. Gevoelens van hopeloosheid
    C Gedurende de periode van twee jaar is er nooit een klachtenvrije periode van langer dan twee maanden
    D Depressieve stoornis kan aanwezig zijn
    E Er heeft zich nooit een manie of hypomanie voorgedaan 
    F De symptomen kunnen niet verklaard worden door een psychotische stoornis
    G De symptomen kunnen niet verklaard worden door een middel of somatische aandoening
    H De symptomen veroorzaken sterk lijden of beperkingen in belangrijke gebieden van functioneren

     

    Naast de genoemde criteria, dient te worden aangegeven of er sprake is van specificaties zoals de aanwezigheid van angst of psychotische kenmerken, de ernst en het beloop van de stoornis.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
  • Definitie van bipolaire stoornissen

    Er zijn verschillende soorten bipolaire stoornissen: de bipolaire-I-stoornis, bipolaire-II-stoornis en de cyclothyme stoornis. Deze stoornissen  worden gekenmerkt door manie, hypomanie, depressie of een combinatie van deze. Bij de bipolaire-I-stoornis is sprake van manie (en eventueel depressie), bij de bipolaire-II-stoornis van hypomanie (en eventueel depressie) en bij de cyclothyme stoornis van milde vormen van depressie en hypomanie. 

    De criteria voor depressieve episodes in bipolaire stoornissen komen overeen met de genoemde criteria A t/m C van de depressieve stoornis. Het huidige handboek voor psychische stoornissen (DSM-5; American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force., 2014) stelt dat er sprake is van een manische of hypomanische episode wanneer aan de volgende criteria is voldaan:

    Criteria ter classificatie van een manische episode

    A Duidelijk herkenbare periode met extreem verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming, en extreem verhoogde doelgerichte activiteit of energie; dit is gedurende minstens één week, bijna elke dag en het grootste deel van de dag aanwezig
    B Tijdens de periode van deze toegenomen energie of activiteit zijn minstens drie van de volgende kenmerken aanwezig:
      1. Opgeblazen gevoel van eigenwaarde, of grandiositeit
      2. Verminderde behoefte aan slaap
      3. Spraakzamer dan gebruikelijk of spreekdrang
      4. Gedachtevlucht of het ervaren van gejaagde gedachten
      5. Betrokkene is sneller afgeleid dan normaal
      6. Toename van doelgerichte activiteit (bijvoorbeeld op sociaal- beroepsmatig- of seksueel vlak)
      7. Excessief bezig zijn met activiteiten waarbij een grote kans bestaat op pijnlijke gevolgen (bijvoorbeeld onbezonnen koopzucht of zakelijke investeringen)
    C De symptomen veroorzaken verstoringen in belangrijke levensgebieden, vereisen opname in een ziekenhuis, of er zijn psychotische kenmerken
    D De episode kan niet worden verklaard door een middel of somatische aandoening

    Naast de genoemde criteria, dient te worden aangegeven of er sprake is van specificaties zoals de aanwezigheid van angst of psychotische kenmerken, de ernst en het beloop van de stoornis.

    Criteria ter classificatie van een hypomanische episode

    A Duidelijk herkenbare periode met extreem verhoogde, expansieve of prikkelbare stemming, extreem verhoogde doelgerichte activiteit of energie; dit is gedurende minstens vier dagen, bijna elke dag en het grootste deel van de dag aanwezig
    B Tijdens de periode van deze toegenomen energie of activiteit zijn minstens drie van de volgende kenmerken aanwezig:
      1. Opgeblazen gevoel van eigenwaarde, of grandiositeit
      2. Verminderde slaapbehoefte
      3. Spraakzamer dan gebruikelijk of spreekdrang
      4. Gedachtevlucht of het ervaren van gejaagde gedachten
      5. Betrokkene is sneller afgeleid dan normaal
      6. Toename van doelgerichte activiteit (bijvoorbeeld op sociaal-, beroepsmatig- of seksueel vlak)
      7. Excessief bezig zijn met activiteiten waarbij een grote kans bestaat op pijnlijke gevolgen (bijvoorbeeld onbezonnen koopzucht of zakelijke investeringen)
    C De episode gaat gepaard met een duidelijke verandering in het functioneren die niet kenmerkend is voor de betrokkene
    D De verhoogde stemming en veranderingen in het functioneren kunnen door anderen worden waargenomen
    E De episode is niet ernstig genoeg om duidelijke beperkingen in functioneren te veroorzaken of opname in een ziekenhuis noodzakelijk te maken; als er psychotische kenmerken aanwezig zijn is er sprake van manie
    F De episode kan niet worden verklaard door een middel


    Naast de genoemde criteria, dient te worden aangegeven of er sprake is van specificaties zoals de aanwezigheid van angst, de ernst en het beloop van de stoornis.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. American Psychiatric Association. DSM-5 Task Force. Diagnostic and statistical manual of mental disorders: DSM-5. Washington, D.C.: American Psychiatric Publishing; 2014. Bron
Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van stemmingsstoornissen

    Voor bepaling van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van stemmingsstoornissen (huidige situatie en trends) zijn gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. De in de huisartsenregistraties gebruikte ICPC-codes zijn P73 en P76. P73 staat voor 'affectieve psychose' en omvat de bipolaire-stemmingsstoornissen: manische episode, bipolaire affectieve stoornis en cyclothymie. P76 staat voor 'depressie' en omvat de volgende depressieve-stemmingsstoornissen: depressieve episode, recidiverende depressieve stoornis, dysthymie, overige gespecificeerde persisterende stemmingsstoornissen, persisterende stemmingsstoornis, andere stemmingsstoornissen, niet gespecificeerde stemmingsstoornis, gemengde angststoornis en depressieve stoornis en lichte psychische stoornissen en gedragsstoornissen in samenhang met puerperium, niet elders geclassificeerd. 

  • Bevolkingsonderzoek stemmingsstoornissen

    Gegevens over het vóórkomen van stemmingsstoornissen op bevolkingsniveau komen uit het NEMESIS-onderzoek onder 18- tot 65-jarigen (Bijl et al., 1997; Bijl et al., 1997; de Graaf et al., 2010). NEMESIS-1 was gebaseerd op een landelijke steekproef onder 7.076 personen bij wie in 1996 een psychiatrisch interview is afgenomen met behulp van de CIDI (Composite International Diagnostic Interview). Dezelfde respondenten zijn daarna nog tweemaal benaderd voor een follow-upmeting tussen 1997 en 1999.

    NEMESIS-2 is gebaseerd op een landelijke steekproef onder 6.646 personen bij wie tussen 2007 en 2009 een psychiatrisch interview is afgenomen met behulp van de CIDI 3.0. Dezelfde respondenten zijn tussen 2010 en 2012 nogmaals benaderd voor follow-updeelname. De cijfers over het vóórkomen van stemmingsstoornissen zijn afkomstig uit de eerste meting; de cijfers over incidentie uit de tweede meting. Alle cijfers zijn vervolgens door het RIVM omgerekend naar het jaar 2011.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NEMESIS-2, Netherlands Mental Health Survey and Incidence Study-2. zorggegevens.nl

    Literatuur

    1. Bijl RV, van Zessen G, Ravelli ACJ, de Rijk C, Langendoen Y. Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. I. Doelstellingen, opzet en methoden. Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:2448-52. Bron
    2. Bijl RV, van Zessen G, Ravelli ACJ. Psychiatrische morbiditeit onder volwassenen in Nederland: het NEMESIS-onderzoek. II. Prevalentie van psychiatrische stoornissen. Ned Tijdschr Geneeskd. 1997;141:2453-60. Bron
    3. de Graaf R, ten Have MM, van Dorsselaer S. De psychische gezondheid van de Nederlandse bevolking. NEMESIS-2: Opzet en eerste resultaten. Utrecht: Trimbos-instituut; 2010. Bron
  • Sterfte door stemmingsstoornissen

    Sterfte met een stemmingsstoornis als primaire doodsoorzaak is vastgesteld op basis van gegevens uit de CBS Doodsoorzakenstatistiek.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. CBS Doodsoorzakenstatistiek, Doodsoorzakenstatistiek. zorggegevens.nl
  • European Health Interview Survey (EHIS)

    Het European Health Interview Survey (EHIS) heeft als doel om op een geharmoniseerde manier en met een hoge mate van vergelijkbaarheid tussen EU-lidstaten de gezondheidsstatus en gezondheidsdeterminanten (inclusief milieu) te meten. Ook wordt het gebruik en toegang tot gezondheidszorg van de EU-burgers gemeten. De dekking van de enquête is de bevolking van 15 jaar of ouder die deel uitmaakt van particuliere huishoudens en woont op het grondgebied van het betreffende land.

    EHIS is ontwikkeld tussen 2003 en 2006. Het bestaat uit vier modules over gezondheidsstatus, gezondheidsdeterminanten, gezondheidszorg en achtergrondvariabelen. De eerste wave van EHIS (EHIS-ronde 2008) werd tussen 2006 en 2009 in 17 EU-lidstaten, en in Zwitserland en Turkije uitgevoerd. De tweede wave (EHIS ronde 2014) is tussen 2013 en 2015 uitgevoerd in alle EU-lidstaten, IJsland en Noorwegen.

    EHIS omvat de volgende onderwerpen:

    • Gezondheidsstatus
      Dit onderwerp bevat verschillende dimensies van gezondheidsstatus en beperkingen voor gezondheidsgerelateerde activiteiten 
    • Gezondheidszorg
      Dit onderwerp behandelt het gebruik van verschillende soorten geneesmiddelen en formele en informele gezondheids- en sociale zorgdiensten, die worden aangevuld met gegevens over gezondheidsgerelateerde uitgaven en beperkingen in toegang tot en voldoening aan gezondheidszorgdiensten
    • Gezondheidsdeterminanten
      Dit onderwerp bevat diverse individuele en milieu-gezondheidsdeterminanten. 
    • Achtergrondvariabelen op demografie en sociaal-economische status
      Alle indicatoren worden uitgedrukt in percentages van de bevolking en de statistieken worden verdeeld over leeftijd en geslacht en een andere dimensie, zoals het opleidingsniveau, de inkomstenkwintielgroep of de arbeidsstatus.

    Bron: EHIS metadata (Eurostat, 2016)

  • Kosten van depressie

    De kosten van depressie zijn afkomstig van de Kosten van Ziektenstudie. De ICD-9-codes voor depressie zijn 296, 300.4 en 311. De belangrijkste databronnen die gebruikt worden bij het toewijzen van kosten naar ziekte, leeftijd geslacht en zorgfunctie zijn te vinden in onderstaande tabel.

    Organisatie

    Bron

      Openbare gezondheidszorg en preventie

    CBS

    Bevolkingsstatistiek

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    Erasmus MC, RIVM

    Kosten van Preventiestudie 2007

    NIVEL

    LINH

    NVI

    Jaarverslag

    RIVM

    Bevolkingsonderzoek borstkanker

    RIVM

    Bevolkingsonderzoek baarmoederhalskanker

     

    Geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke opvang

    DIS

    DBC-ggz

    VEKTIS

    DGZ, BASIC

     

    Ambulancezorg en vervoer

    RIVM

    Steekproef in 2003 van Regionale Ambulance Voorzieningen

     

    Ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    DIS

    DBC- medisch specialistische zorg

    NZa

    NZa-datawarehouse

    VEKTIS

    BASIC, Infomatiesysteem Ziekenhuiszorg

     

    Overige zorgaanbieders

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    CBS

    Reïntegratie: aantal beëindigde uitkeringen

    Erasmus MC, RIVM

    Kosten van Preventiestudie 2007

    IGZ

    Jaarrapport afbreking zwangerschap

     

    Ouderenzorg

    ARCARIS

    LZV 2003 (diagnose)

    CAK

    Datawarehouse CAK intramurale/extramurale zorg

    NIVEL

    LINH

     

    Genees- en hulpmiddelen, lichaamsmaterialen

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    CVZ

    GIP databank geneesmiddelen

    CVZ

    Farmacotherapeutisch Kompas

    CVZ

    Databank hulpmiddelen

    VEKTIS

    BASIC

     

    Eerstelijnszorg

    CBS

    POLS / Gezondheidsenquête

    NIVEL

    LINH

    NIVEL

    LiPZ

    NMT

    Peilstations

    NPI & NVFK

    Kinderfysiotherapie in de eerste lijn

    VEKTIS

    BASIC, ELIS

     

    Gehandicaptenzorg

    CAK

    Datawarehouse CAK intramurale/extramurale zorg

    VGN

    Databestand Vraaggestuurde Bekostiging

    SCP

    Tabellen vraag en gebruik gehandicaptenzorg 1998-2011

     

    Welzijnszorg

    CBS

    Enquête welzijnswerk en kindercentra

    CBS

    POLS

    CBS

    Bevolkingsopbouw doelgroep (gebruikt bij internaten, asielopvang en overige welzijnszorg)

     

    Beheer

    RIVM

    Naar rato kosten binnen financieringstype verdeeld

     

    Algemeen

    NZa

    Tariefbeschikkingen (diverse sectoren)

Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.

  • Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen: hoog risico op een angststoornis of depressie

    Deze indicator is gebaseerd op de Nederlandse versie van de Kessler-10 vragenlijst (K10), een veel gebruikte vragenlijst voor screening van angst en depressie. 

    Iedere vraag heeft 5 antwoordcategorieën: 1 'Altijd'; 2 'Meestal'; 3 'Soms'; 4 'Af en toe'; 5 'Nooit' 9 'onbekend'
    Bij antwoord 1 'altijd' krijg je in dit geval de hoogste score 5, bij antwoord 5 'nooit' krijg je de laagste score 1.
    (Bij 3 of meer items missing, krijgt de indicator de waarde missing. Bij 1 of 2 items missing wordt de waarde geïmputeerd obv de gemiddelde score op dat item)

    De volgende vragen gaan over hoe u zich voelde in de afgelopen 4 weken?

    • Hoe vaak voelde u zich erg vermoeid zonder duidelijke reden?
    • Hoe vaak voelde u zich zenuwachtig?
    • Hoe vaak was u zo zenuwachtig dat u niet tot rust kon komen?
    • Hoe vaak voelde u zich hopeloos?
    • Hoe vaak voelde u zich rusteloos of ongedurig?
    • Hoe vaak voelde u zich zo rusteloos dat u niet meer stil kon zitten?
    • Hoe vaak voelde u zich somber of depressief?
    • Hoe vaak had u het gevoel dat alles veel moeite kostte?
    • Hoe vaak voelde u zich zo somber dat niets hielp om u op te vrolijken?
    • Hoe vaak vond u zichzelf afkeurenswaardig, minderwaardig of waardeloos?

    De antwoorden op de K10 worden samengevat in een score tussen de 10-50.
    10 t/m 15: geen of laag risico
    16 t/m 29: matig risico
    30 t/m 50: hoog risico op een angststoornis of depressie.