Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Coronaire hartziektenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Sterfte neemt af

Regionaal & Internationaal

Meeste sterfgevallen in Groningen en Zuid-Limburg

Kosten

Zorguitgaven coronaire hartziekten 2,3 miljard

Preventie & Zorg

Ruim 68.000 ziekenhuisopnamen voor chz

Trend prevalentie coronaire hartziekten

Jaarprevalentie coronaire hartziekten 2011-2018

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100410.500264.500
2012102104430.200280.600
201398101425.900276.500
201498100436.400280.000
2015100101455.000286.200
20169999463.000288.300
201799101477.800298.100
20189898482.500296.400
  • ICPC-code K74-K76
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie coronaire hartziekten laatste jaren constant

In de periode 2011-2018 was het aantal mensen met coronaire hartziekten dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) vrijwel constant, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met coronaire hartziekten dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 410.500 in 2011 naar 482.500 in 2018. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 264.500 in 2011 naar 296.400 in 2018.

Onduidelijke trend in periode 1991-2014

De trend in de gestandaardiseerde jaarprevalentie van coronaire hartziekten verschilt tussen twee huisartsenregistraties (FaMe-net en RNH-Limburg) waarop de jaarprevalentie in deze periode is gebaseerd (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen coronaire hartziekten 1991-2014 (PDF;113 KB)).

Meer informatie

Datum publicatie

06-04-2020

Trend voorkomen acuut myocard infarct

Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen acuut myocardinfarct 2011-2018

JaarNieuwe gevallen, mannenNieuwe gevallen, vrouwenPrevalentie, mannenPrevalentie, vrouwenNieuwe gevallen, mannen (absoluut)Nieuwe gevallen, vrouwen (absoluut)Prevalentie, mannen (absoluut)Prevalentie, vrouwen (absoluut)
201110010010010045.00019.800130.50050.600
201210210410811247.20020.900144.40057.600
201310811110511151.10022.700144.60058.100
201410110610711548.90022.100150.00061.400
201510110311212050.20022.000160.50065.000
20169810011212049.60021.800165.40066.900
201710510411512554.70022.800174.50070.900
2018939411512649.20021.100178.80072.400

Aantal nieuwe gevallen acuut myocardinfarct vrijwel constant

Het aantal nieuwe gevallen van acuut myocardinfarct was in de periode 2011-2018 nagenoeg constant, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuwe gevallen van acuut myocardinfarct is toegenomen. Voor mannen nam dit aantal toe van 45.000 in 2011 naar 49.200 in 2018. Voor vrouwen is dit aantal toegenomen van 19.800 in 2011 naar 21.100 in 2018.

Prevalentie acuut myocardinfarct toegenomen

In de periode 2011-2018 is het aantal mensen met acuut myocardinfarct dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) toegenomen. Voor mannen was de toename (15%) minder groot dan voor vrouwen (26%). Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met acuut myocardinfarct dat bekend was bij de huisarts is voor mannen toegenomen van 130.500 in 2011 naar 178.800 in 2018. Voor vrouwen is het aantal toegenomen van 50.600 in 2011 naar 72.400 in 2018.

Meer informatie

Datum publicatie

06-04-2020

Trend voorkomen angina pectoris

Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen angina pectoris 2011-2018

JaarNieuwe gevallen, mannenNieuwe gevallen, vrouwenPrevalentie, mannenPrevalentie, vrouwenNieuwe gevallen, mannen (absoluut)Nieuwe gevallen, vrouwen (absoluut)Prevalentie, mannen (absoluut)Prevalentie, vrouwen (absoluut)
201110010010010026.60023.600225.700187.100
2012939810110325.40023.300233.200195.500
20138386969923.20020.800228.900191.400
20147979949722.40019.600231.100190.800
20157074929520.20018.600232.600191.500
20166874899320.10018.800232.000191.300
20176062909418.00016.200241.200196.700
20185157899115.90015.200242.500194.700

Aantal nieuwe gevallen angina pectoris sterk afgenomen

Het aantal nieuwe gevallen van angina pectoris is in de periode 2011-2018 bijna gehalveerd, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Ook het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuwe gevallen van angina pectoris is afgenomen. Voor mannen nam dit aantal af van 26.600 in 2011 naar 15.900 in 2018. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 23.600 in 2011 naar 15.200 in 2018.

Prevalentie angina pectoris licht gedaald

In de periode 2011-2018 is het aantal mensen met angina pectoris dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) licht gedaald, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met angina pectoris dat bekend was bij de huisarts is daarentegen toegenomen. Voor mannen nam het aantal toe van 225.700 in 2011 naar 242.500 in 2018. Voor vrouwen nam het aantal toe van 187.100 in 2011 naar 194.700 in 2018. Dat de gestandaardiseerde prevalentie afnam en het ongecorrigeerde aantal mensen met angina pectoris in dezelfde periode toenam is het gevolg van vergrijzing van de bevolking.

Meer informatie

Datum publicatie

06-04-2020

Trend sterfte coronaire hartziekten

Trend sterfte aan coronaire hartziekten 1980-2018

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
198010010015.0949.442
198110010115.2619.795
19829910015.2329.937
1983969514.9489.657
1984969515.0589.996
1985979515.49610.208
1986939315.02010.216
1987888714.3559.729
1988838413.7549.700
1989817913.5089.238
1990777813.0009.396
1991737512.6109.226
1992697212.0689.026
1993727412.6919.427
1994667011.7508.949
1995656811.8708.853
1996636811.5948.968
1997596211.0698.285
1998576110.8478.266
1999545710.4327.872
200050549.9217.522
200147519.4057.195
200244498.9707.003
200342468.8976.639
200437427.9666.117
200535387.6315.712
200632357.1845.307
200729336.7595.117
200827316.4814.906
200925286.1844.481
201024266.0044.378
201122255.7244.152
201221235.6914.029
201319225.3553.918
201418215.1373.737
201518205.3033.700
201616195.0653.575
201716184.9853.352
201816175.1303.304

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2019)

  • ICD-10-codes: I20-I25
  • Cijfers over 2018 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2018
  • Geïndexeerd (1980 is 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording).

Sinds 1980 steeds minder sterfgevallen door coronaire hartziekten

De sterfte aan coronaire hartziekten is in de periode 1980-2018 sterk gedaald, voor zowel mannen als vrouwen met ruim 80%. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).
De afname in de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is kleiner. Voor mannen is de absolute sterfte gedaald van 15.094 in 1980 naar 5.130 in 2018 (afname 66%). Bij vrouwen is de absolute sterfte gedaald van 9.442 in 1980 naar 3.304 in 2018 (afname 65%).

Daling door lager risico en verbeterde behandeling

Verbeteringen in het risicoprofiel (minder roken, betere voeding), alsook toepassingen van verbeterde behandelingsmethoden hebben bijgedragen aan de daling in de sterfte aan coronaire hartziekten.

Meer informatie

Trend sterfte acuut hartinfarct

Trend sterfte aan acuut hartinfarct 1980-2018

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
198010010012.6347.718
19819910212.6508.071
19829710012.4878.067
1983939312.1437.726
1984939412.1897.990
1985939212.4868.082
1986888911.9277.997
1987838511.3227.723
1988778110.6957.581
1989747610.3367.211
1990707510.0027.300
199168739.7797.209
199263709.2297.019
199366719.6367.319
199459668.8406.888
199558648.8886.800
199655638.4826.776
199751578.0646.210
199850567.9636.138
199947527.6335.824
200044507.2915.668
200139466.6325.265
200237446.3335.148
200336426.4044.893
200431385.5434.469
200529345.3614.141
200626314.9123.855
200723294.5663.598
200822274.3583.434
200919234.0263.078
201018223.8402.983
201117213.6622.805
201215193.5142.681
201314183.2122.482
201412162.9432.365
201512163.0602.348
201611152.8602.215
201711142.8232.124
201811142.9652.157

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2019)

  • ICD-10-codes I21 en I22
  • Cijfers over 2018 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2018
  • Geïndexeerd (1980 is 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sterfte aan acuut hartinfarct sterk gedaald

De sterfte aan een acuut hartinfarct is in de periode 1980-2018 sterk gedaald. Het aantal sterfgevallen door een acuut hartinfarct daalde in deze periode voor mannen met bijna 90% en voor vrouwen met 86%. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).
De afname in de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is iets kleiner. Voor mannen is de absolute sterfte gedaald van 12.634 in 1980 naar 2.965 in 2018 (afname 77%). Bij vrouwen is de absolute sterfte gedaald van 7.718 in 1980 naar 2.157 in 2018 (afname 72%).

Meer informatie

Toekomstige trend coronaire hartziekten door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met coronaire hartziekten door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met coronaire hartziekten (jaarprevalentie) in de periode 2015-2040 naar verwachting met 49% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 49% voor mannen en 50% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van coronaire hartziekten beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Coronaire hartziekten

    Coronaire hartziekten, of ischemische hartziekten, zijn ziekten van het hart die het gevolg zijn van slagaderverkalking (atherosclerose) of afwijkingen in de kransslagaders (coronairarteriën). Door de vernauwing of blokkade van het bloedvat die daarvan het gevolg kan zijn, ontstaat zuurstoftekort (ischemie) in de hartspier.

    Acute en chronische vormen

    Coronaire hartziekten worden onderverdeeld in acute (hartinfarct of myocardinfarct) en chronische (angina pectoris) hartziekten/vormen. Bij een hartinfarct is er sprake van plotselinge, hevige pijn op de borst die lang aanhoudt en waarbij weefsel permanent beschadigd raakt. Bij angina pectoris is ook sprake van pijn op de borst, maar zijn de klachten over het algemeen veel minder hevig en duren ze veel korter, terwijl de schade aan het hartweefsel voorbijgaand is. Andere uitingen en gevolgen van coronaire hartziekten kunnen zijn: een tekortschietende pompfunctie van het hart (hartfalen) en ritmestoornissen.

  • Hartinfarct

    Een hartinfarct of hartaanval ontstaat wanneer een bloedstolsel of een stuk atherosclerotische plaque een kransslagader plotseling afsluit. Door die afsluiting krijgt het bijbehorende gedeelte van de hartspier geen zuurstof en overige voedingsstoffen meer en sterft af. De afsluiting van de kransslagader gaat meestal gepaard met een plotselinge, hevige en lang aanhoudende pijn in de borststreek, vaak uitstralend (naar de hals, armen, kaken of mond). Misselijkheid en zweten treden ook dikwijls op. Deze symptomen kunnen ook minder uitgesproken zijn en zich bij vrouwen anders voordoen dan bij mannen. De pijn gaat niet over in rust en reageert onvoldoende op medicijnen. De schade aan het hart kan gemeten worden in het bloed.

    Verlies van hartspierweefsel

    Het hart ontwikkelt op de plaats van het infarct een litteken (bindweefsel). Dat deel van de hartspier werkt dan niet meer of onvoldoende. Als gevolg van het hartinfarct treedt verlies van functionerend hartspierweefsel op. Ook kan de prikkelgeleiding beïnvloed worden, waardoor de kans op hartritmestoornissen toeneemt. De ernst van een hartinfarct hangt af van de grootte en de plaats van de beschadiging van het hart. Bij grote schade werkt de hartspier onvoldoende en treedt acuut hartfalen op. Een hartinfarct is een gevaarlijke aandoening die met ernstige ritmestoornissen gepaard kan gaan en kan leiden tot de dood.

    ECG

    Het elektrocardiogram (ECG) geeft belangrijke informatie over de plaats en de ernst van de vaatafsluiting bij patiënten met een hartinfarct. Op grond hiervan kan ook bepaald worden of het gaat om een hartinfarct met zogenaamde ST-segment elevatie (doorgaans een groot infarct) of een hartinfarct zonder ST-segment elevatie (meestal een wat kleiner infarct). Deze indeling is van belang, omdat het consequenties heeft voor de behandeling.

  • Angina pectoris

    Angina pectoris, letterlijk 'pijn op de borst', wordt veroorzaakt door een tijdelijk tekort in de bloedtoevoer van het hart. Dit komt vrijwel altijd door een (of meer) vernauwing(en) in een van de kransslagaders, waardoor een deel van de hartspier te weinig zuurstof krijgt. Meestal is dit het gevolg van lichamelijke inspanning of emotie, dus als het hart harder moet werken en de hartspier meer zuurstof nodig heeft dan het vernauwde bloedvat kan aanvoeren. In tegenstelling tot bij een hartinfarct verdwijnen de symptomen bij angina pectoris direct nadat de inspanning is beëindigd of de emotionele prikkel is weggenomen. Angina pectoris geeft een typische beklemmende, drukkende pijn achter het borstbeen die maar kort (minuten) aanhoudt.

Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van coronaire hartziekten

    Voor bepaling van de prevalentie en aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten in de huisartsenpraktijk (huidige situatie en trends) zijn de gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. Hiermee wordt geschat hoeveel mensen bij de huisarts bekend zijn in het betreffende jaar (jaarprevalentie) en hoeveel nieuwe patiënten er in dat jaar bij zijn gekomen. Gebruikte ICPC-codes: K75 voor acuut hartinfarct, K74 voor angina pectoris en K76 voor andere/chronische ischemische hartziekten. Voor het berekenen van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten is in de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn een cluster gemaakt van K74 en/of K75 en/of K76. Hierbij is ontdubbeld: als mensen twee of drie aandoeningen hebben, tellen ze maar een keer mee.

     

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Coronaire hartziekte: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

    Een deel van de personen die een coronaire hartziekte krijgen, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Met name opnamecijfers (LBZ) voor hartinfarct geven een indicatie van de incidentie, omdat patiënten na een hartinfarct meestal worden opgenomen in een ziekenhuis (tenzij ze direct overlijden). Opnamen voor een chronische vorm van coronaire hartziekten hebben vooral te maken met de diagnostiek en behandeling van angina pectoris (NHS, 1995).

    Gebruikte ICD-9-codes: 410-414

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Indeling volgens ICD en ICPC

    ICD-9 ICD-10 ICPC
    Acuut myocard infarct (410)  Acuut myocardinfarct (I21) en recidief myocardinfarct (I22) Acuut hartinfarct (K75)
    Overige acute en subacute vormen van ischemische hartziekten (411) en angina pectoris (413) Angina pectoris (I20) en overige acute ischemische hartziekten (I24)  Angina pectoris (K74)
    Oud myocard hartinfarct (412) en overige vormen van ischemische hartaandoeningen (414) Bepaalde actuele complicaties na acuut myocardinfarct (I23) en chronische ischemische hartziekte (I25) Andere/chronische ischemische hartziekten ((K76)
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over coronaire hartziekten

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen
    met coronaire hartziekten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor coronaire hartziekten Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat
Methoden
  • Coronaire hartziekten: incidentie internationaal

    Het is aannemelijk dat de positie die Nederland in internationaal perspectief inneemt ten aanzien van sterfte, ook geldt voor de incidentie van coronaire hartziekten. Vanwege methodologische verschillen zijn de incidentiecijfers uit verschillende landen niet goed vergelijkbaar. Volgens de pilot-studie van de 'Joint Action for ECHIM' behoort Nederland met iets meer dan 200 gevallen per 100.000 inwoners tot de landen met een redelijk laag aantal gevallen van een acuut myocardinfarct (ICD-10 I21, I22). Van de dertien landen die meededen met de pilot, rapporteerden alleen Spanje, Italië en Litouwen een lager aantal acute hartinfarcten (Thelen et al., 2012). Het gaat hierbij om het aantal gevallen en niet om het aantal personen met een acuut hartinfarct. Omdat één persoon meerdere infarcten kan hebben is het niet hetzelfde als incidentie.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Thelen J, Kirsch NH, Finger J, von der Lippe E, Ryl L. ECHIM Pilot Data Collection, Analyses and Dissemination. Berlin: Robert Koch Institute; 2012. Bron
  • PAR

    Een PAR wordt berekend om een indruk te krijgen hoeveel procent van het aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten is toe te schrijven aan een bepaalde leefstijl- of risicofactor. De PAR geeft een indicatie van de theoretisch te behalen gezondheidswinst. In werkelijkheid kan een risicofactor nooit helemaal uitgeschakeld worden (NHS, 2006).

  • Regionale verschillen: totale sterfte en de sterfte naar doodsoorzaak

    Voor de berekening van de sterftecijfers is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers), zowel voor mannen en vrouwen afzonderlijk als voor mannen en vrouwen samen. De doodsoorzaken zijn gecodeerd volgens de ICD-10 coderingsmethodiek. Deze indeling kent 17 hoofdgroepen (zie tabel) met daaronder diverse subgroepen.

    De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2009 tot en met 2012). Op het niveau van gemeenten (408 gemeenten, situatie 2013) zijn in de Atlas drie kaarten opgenomen (totale sterfte, sterfte aan hart- en vaatziekten en sterfte aan kanker). De meeste kaarten zijn op GGD-regio niveau (25 regio's, situatie 2014).

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Coronaire hartziekten