Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Coronaire hartziektenCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Afgelopen 30 jaar steeds minder sterfgevallen

Regionaal & Internationaal

Meeste sterfgevallen in Groningen en Zuid-Limburg

Kosten

Kosten van zorg 2,4 miljard euro in 2015

Preventie & Zorg

84.000 ziekenhuisopnamen voor coronaire hartziekte

Trend prevalentie coronaire hartziekten

Jaarprevalentie van coronaire hartziekten, 1991-2014

JaarFaMe-net, mannenFaMe-net, vrouwenRNH-Limburg, mannenRNH-Limburg, vrouwen
1991100100100100
199210098100101
19939996101106
19949898103111
19959896105116
19969996108119
199710197112123
199810199113125
199910098114125
20009697116123
20019396120123
20029098123124
20038898127127
200488100129130
20058999130132
20068997132134
20078996136138
20088995139141
20098993138142
20108891138141
20118789138139
20128788137136
20138688134133
20148587131132
  • De indexcijfers zijn gebaseerd op 3-jaars voortschrijdende gemiddelden
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1991 is 100)
  • Coronaire hartziekten: ICPC-code K74, K75 en K76

Trend in jaarprevalentie coronaire hartziekten

Voor de periode 1991-2014 zijn er verschillen tussen de twee gebruikte registraties. Het gaat hierbij om de gestandaardiseerde jaarprevalentie, dus onafhankelijk van de vergrijzing. Dit geldt zowel voor mannen als voor vrouwen.

Meer informatie

Trend nieuwe gevallen coronaire hartziekten

Trend incidentie van coronaire hartziekten, 1991-2014

JaarFaMe-net, mannenFaMe-net, vrouwenRNH-Limburg, mannenRNH-Limburg, vrouwen
1991100100100100
199210610010182
19939010110186
1994921089993
199510010910290
199610311710586
199710112510990
19989212510189
1999951219484
2000881368874
2001801248973
2002711208771
2003731158678
2004861197877
2005851017982
200687839589
2007110949492
20081201029288
2009117917178
201084737172
201177766765
201277876758
201380876155
201467765654
  • De indexcijfers zijn gebaseerd op 3-jaars voortschrijdende gemiddelden
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1991 is 100)
  • Coronaire hartziekten: ICPC-code K74, K75 en K76

Aantal nieuwe gevallen coronaire hartziekten gedaald

In de periode 1991-2014 daalde het aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten, zowel bij mannen als vrouwen.

Meer informatie

Trend sterfte coronaire hartziekten

Trend sterfte aan coronaire hartziekten 1980-2017

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
198010010015.0949.442
198110010115.2619.795
19829810015.2329.937
1983959514.9489.657
1984959515.0589.996
1985979515.49610.208
1986929315.02010.216
1987878714.3559.729
1988828413.7549.700
1989807913.5089.238
1990767813.0009.396
1991737612.6109.226
1992687212.0689.026
1993717512.6919.427
1994657011.7508.949
1995646811.8708.853
1996626811.5948.968
1997586211.0698.285
1998566110.8478.266
1999535710.4327.872
200049549.9217.522
200146519.4057.195
200243498.9707.003
200341468.8976.639
200436427.9666.117
200534387.6315.712
200631357.1845.307
200728336.7595.117
200826316.4814.906
200924286.1844.481
201023276.0044.378
201121255.7244.152
201220235.6914.029
201318225.3553.918
201417215.1373.737
201517205.3033.700
201616195.0653.575
201715184.9833.350

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes I20-I25
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1980 is 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sinds 1980 steeds minder sterfgevallen door coronaire hartziekten

De sterfte aan coronaire hartziekten is in de periode 1980-2017 sterk gedaald: voor mannen met 85% en voor vrouwen met 82%. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).
De afname in de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is kleiner. Voor mannen is de absolute sterfte gedaald van 15.094 in 1980 naar 4.983 in 2017 (afname 67%). Bij vrouwen is de absolute sterfte gedaald van 9.442 in 1980 naar 3.350 in 2017 (afname 65%).

Daling door lager risico en verbeterde behandeling

Verbeteringen in het risicoprofiel (minder roken, betere voeding), alsook toepassingen van verbeterde behandelingsmethoden hebben bijgedragen aan de daling in de sterfte aan coronaire hartziekten.

Meer informatie

Trend sterfte acuut hartinfarct

Trend sterfte aan acuut hartinfarct 1980-2017

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
198010010012.6347.718
19819910212.6508.071
19829610012.4878.067
1983939312.1437.726
1984929412.1897.990
1985939212.4868.082
1986889011.9277.997
1987828511.3227.723
1988778110.6957.581
1989737610.3367.211
1990707510.0027.300
199167739.7797.209
199262709.2297.019
199364729.6367.319
199458668.8406.888
199557658.8886.800
199654648.4826.776
199750578.0646.210
199849567.9636.138
199946527.6335.824
200043507.2915.668
200138466.6325.265
200236456.3335.148
200335426.4044.893
200430385.5434.469
200528345.3614.141
200625324.9123.855
200723294.5663.598
200821274.3583.434
200919244.0263.078
201018223.8402.983
201116213.6622.805
201215193.5142.681
201313183.2122.482
201412162.9432.365
201512163.0602.348
201611152.8602.215
201710142.8222.123

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-codes I21 en I22
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1980 is 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sterfte aan acuut hartinfarct sterk gedaald

De sterfte aan een acuut hartinfarct is in de periode 1980-2017 sterk gedaald. Het aantal sterfgevallen door een acuut hartinfarct daalde in deze periode voor mannen met 90% en voor vrouwen met 86%. De daling vond plaats in alle leeftijdsklassen bij mannen en vrouwen. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).
De afname in de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is iets kleiner. Voor mannen is de absolute sterfte gedaald van 12.634 in 1980 naar 2.822 in 2017 (afname 78%). Bij vrouwen is de absolute sterfte gedaald van 7.718 in 1980 naar 2.123 in 2017 (afname 72%).

Meer informatie

Toekomstige trend coronaire hartziekten door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met coronaire hartziekten door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met coronaire hartziekten (jaarprevalentie) in de periode 2015-2040 naar verwachting met 49% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 49% voor mannen en 50% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van coronaire hartziekten beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Coronaire hartziekten

    Coronaire hartziekten, of ischemische hartziekten, zijn ziekten van het hart die het gevolg zijn van slagaderverkalking (atherosclerose) of afwijkingen in de kransslagaders (coronairarteriën). Door de vernauwing of blokkade van het bloedvat die daarvan het gevolg is ontstaat zuurstoftekort (ischemie) in de hartspier.

    Acute en chronische vormen

    Coronaire hartziekten worden onderverdeeld in acute (hartinfarct of myocardinfarct) en chronische (angina pectoris) hartziekten/vormen. Bij een hartinfarct is er sprake van plotselinge, hevige pijn in de borst die lang aanhoudt. Bij angina pectoris is ook sprake van pijn op de borst, maar zijn de klachten over het algemeen veel minder hevig en belangrijk korter durend. Andere uitingen van coronaire hartziekten kunnen zijn: verminderde hartfunctie (hartfalen) en ritmestoornissen.

  • Hartinfarct

    Een hartinfarct of hartaanval ontstaat wanneer een bloedstolsel of een stuk atherosclerotische plaque een kransslagader plotseling afsluit. Door die afsluiting krijgt het bijbehorende gedeelte van de hartspier geen zuurstof en overige nutriënten meer en sterft af. De afsluiting van de kransslagader gaat gepaard met een plotselinge, hevige en lang aanhoudende pijn in de borststreek, vaak uitstralend (naar de hals, armen, kaken of mond). Misselijkheid en zweten treden ook dikwijls op. Deze symptomen kunnen ook minder uitgesproken zijn. De pijn gaat niet over in rust en reageert onvoldoende op medicijnen.

    Verlies van hartspierweefsel

    Het hart ontwikkelt op de plaats van het infarct een litteken (bindweefsel). Dat deel van de hartspier werkt dan niet meer. Als gevolg van het hartinfarct treedt verlies van hartspierweefsel op. Ook kan de elektrische geleiding beïnvloed worden, waardoor de kans op hartritmestoornissen toeneemt. De ernst van een hartinfarct hangt af van de grootte en de plaats van de beschadiging van het hart. Bij grote schade werkt de hartspier en/of de hartkleppen onvoldoende en treedt hartfalen op. Een hartinfarct is een gevaarlijke aandoening die met ernstige ritmestoornissen gepaard kan gaan en kan leiden tot de dood.

    ECG

    Het elektrocardiogram (ECG) geeft belangrijke informatie over de plaats en de ernst van de vaatafsluiting bij patiënten met een acuut hartinfarct. Op grond hiervan kan ook bepaald worden of het gaat om een hartinfarct met ST-segment elevatie (doorgaans een groot infarct) of een hartinfarct zonder ST-segment elevatie (meestal een wat kleiner infarct). Deze indeling is van belang, omdat het consequenties heeft voor de behandeling.

  • Angina pectoris

    Angina pectoris, letterlijk 'pijn op de borst', wordt veroorzaakt door een tijdelijk tekort in de bloedtoevoer van het hart. Dit komt vrijwel altijd door een (of meer) vernauwing(en) in een van de kransslagaders, waardoor een deel van de hartspier te weinig zuurstof krijgt. Meestal ontstaat dit gebrek aan zuurstof bij lichamelijke inspanning of emotie, dus als het hart harder moet werken en de hartspier meer zuurstof nodig heeft dan het vernauwde bloedvat kan aanvoeren. In tegenstelling tot bij een hartinfarct verdwijnen de symptomen bij angina pectoris direct nadat de inspanning is beëindigd of de emotionele prikkel is weggenomen. Angina pectoris geeft een typische beklemmende, drukkende pijn achter het borstbeen die kort (minuten) aanhoudt.

Bronverantwoording
  • Huisartsenregistratie van coronaire hartziekten

    Voor bepaling van de prevalentie en aantal nieuwe gevallen  in de huisartsenpraktijk zijn de gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Hiermee wordt geschat hoeveel mensen bij de huisarts bekend zijn in het betreffende jaar (jaarprevalentie) en hoeveel nieuwe patiënten er in dat jaar bij zijn gekomen. Voor de beschrijving van de trend in prevalentie en aantal nieuwe gevallen  is gebruik gemaakt van twee andere huisartsenregistraties: FaMe-net en RNFM, voorheen RNH-Limburg-Limburg. Deze twee registraties registreren al meer dan twintig jaar het voorkomen van ziekten in de huisartsenpraktijk. Omdat NIVEL Zorgregistraties eerste lijn over een kortere periode gegevens heeft, is er voor gekozen om deze niet te gebruiken voor de beschrijving van de trends.

    Gebruikte ICPC-codes: K75 voor acuut hartinfarct, K74 voor angina pectoris en K76 voor andere/chronische ischemische hartziekten. Voor het berekenen van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten is in de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn, FaMe-net en RNH-Limburg een cluster gemaakt van K74 en/of K75 en/of K76. Hierbij is ontdubbeld: als mensen twee of drie aandoeningen hebben, tellen ze maar een keer mee.

     

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
    2. FaMe-net, Family Medicine Network. zorggegevens.nl
    3. RNFM, voorheen RNH-Limburg, Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht voorheen: Registratienet Huisartspraktijken Limburg. zorggegevens.nl
  • Coronaire hartziekte: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

    Een deel van de personen die een coronaire hartziekte krijgen, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Met name opnamecijfers (LBZ) voor hartinfarct geven een indicatie van de incidentie, omdat patiënten na een hartinfarct meestal worden opgenomen in een ziekenhuis (tenzij ze direct overlijden). Opnamen voor een chronische vorm van coronaire hartziekten hebben vooral te maken met de diagnostiek en behandeling van angina pectoris (NHS, 1995).

    Gebruikte ICD-9-codes: 410-414

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
  • Indeling volgens ICD en ICPC

    ICD-9 ICD-10 ICPC
    Acuut myocard infarct (410)  Acuut myocardinfarct (I21) en recidief myocardinfarct (I22) Acuut hartinfarct (K75)
    Overige acute en subacute vormen van ischemische hartziekten (411) en angina pectoris (413) Angina pectoris (I20) en overige acute ischemische hartziekten (I24)  Angina pectoris (K74)
    Oud myocard hartinfarct (412) en overige vormen van ischemische hartaandoeningen (414) Bepaalde actuele complicaties na acuut myocardinfarct (I23) en chronische ischemische hartziekte (I25) Andere/chronische ischemische hartziekten ((K76)
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over coronaire hartziekten

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    FaMe-net

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking FaMe-net 
    RNH-Limburg  Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen Nederlandse bevolking RNH-Limburg
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen
    met coronaire hartziekten als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LMR
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor coronaire hartziekten Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat
Methoden
  • Coronaire hartziekten: incidentie internationaal

    Het is aannemelijk dat de positie die Nederland in internationaal perspectief inneemt ten aanzien van sterfte, ook geldt voor de incidentie van coronaire hartziekten. Vanwege methodologische verschillen zijn de incidentiecijfers uit verschillende landen niet goed vergelijkbaar. Volgens de pilot-studie van de 'Joint Action for ECHIM' behoort Nederland met iets meer dan 200 gevallen per 100.000 inwoners tot de landen met een redelijk laag aantal gevallen van een acuut myocardinfarct (ICD-10 I21, I22). Van de dertien landen die meededen met de pilot, rapporteerden alleen Spanje, Italië en Litouwen een lager aantal acute hartinfarcten (Thelen et al., 2012). Het gaat hierbij om het aantal gevallen en niet om het aantal personen met een acuut hartinfarct. Omdat één persoon meerdere infarcten kan hebben is het niet hetzelfde als incidentie.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Thelen J, Kirsch NH, Finger J, von der Lippe E, Ryl L. ECHIM Pilot Data Collection, Analyses and Dissemination. Berlin: Robert Koch Institute; 2012. Bron
  • PAR

    Een PAR wordt berekend om een indruk te krijgen hoeveel procent van het aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten is toe te schrijven aan een bepaalde leefstijl- of risicofactor. De PAR geeft een indicatie van de theoretisch te behalen gezondheidswinst. In werkelijkheid kan een risicofactor nooit helemaal uitgeschakeld worden (NHS, 2006).

  • Regionale verschillen: totale sterfte en de sterfte naar doodsoorzaak

    Voor de berekening van de sterftecijfers is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers), zowel voor mannen en vrouwen afzonderlijk als voor mannen en vrouwen samen. De doodsoorzaken zijn gecodeerd volgens de ICD-10 coderingsmethodiek. Deze indeling kent 17 hoofdgroepen (zie tabel) met daaronder diverse subgroepen.

    De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2009 tot en met 2012). Op het niveau van gemeenten (408 gemeenten, situatie 2013) zijn in de Atlas drie kaarten opgenomen (totale sterfte, sterfte aan hart- en vaatziekten en sterfte aan kanker). De meeste kaarten zijn op GGD-regio niveau (25 regio's, situatie 2014).

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over Coronaire hartziekten