Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Coronaire hartziektenCijfers & ContextSterfte

Cijfers & Context

Sterfte aan coronaire hartziekten neemt af

Regionaal & Internationaal

Meeste sterfgevallen in Groningen en Zuid-Limburg

Kosten

Zorguitgaven coronaire hartziekten 2,3 miljard

Preventie & Zorg

Ruim 63.000 ziekenhuisopnamen voor chz

Sterfte coronaire hartziekten naar type

Sterfte coronaire hartziekten naar type 2020

 

Mannen
absoluut

Mannen
(per 100.000)

Vrouwen
absoluut

Vrouwen
(per 100.000)

Totaal coronaire hartziekten (I20-I25) 4.947 57,1 3.078 35,1
Acuut hartinfarct (I21 en I22) 2.798 32,3 1.914 21,8
Overige coronaire hartziekten (I20, I23-I25) 2.149 24,8 1.164 13,3

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10-codes I20-I25
  • Cijfers zijn voorlopig

In 2020 ruim 8.000 doden door coronaire hartziekten

In 2020 stierven 8.025 personen door coronaire hartziekten. Het grootste deel (bijna 60%) van de sterfte was het gevolg van een acuut hartinfarct; daaraan stierven 4.712 mensen.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

13-09-2021

Sterfte coronaire hartziekten naar leeftijd en geslacht

Sterfte aan coronaire hartziekten 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
00,00,00,0000
1-40,00,00,0000
5-90,00,00,0000
10-140,00,00,0000
15-190,00,00,0000
20-240,00,00,0000
25-290,30,00,2202
30-340,90,20,5516
35-391,30,61,07310
40-444,31,73,022931
45-4912,73,48,0732093
50-5422,36,114,314439183
55-5933,67,220,421245257
60-6456,118,037,0315102417
65-6984,932,758,5420165585
70-74156,659,3106,87312901.021
75-79256,6112,5180,47723801.152
80-84453,9188,4303,98744711.345
85-89832,8430,0580,98026911.493
90-941454,3827,11016,54576011.058
95+1889,01253,51393,4111261372

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10-codes I20-I25
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

In 2020 meer mannen aan coronaire hartziekten overleden dan vrouwen

In 2020 overleden 8.025 personen als gevolg van coronaire hartziekten, 4.947 mannen en 3.078 vrouwen (57,1 per 100.000 mannen en 35,1 per 100.000 vrouwen). De sterfte neemt sterk toe met de leeftijd en is in iedere leeftijdsklasse voor mannen groter dan voor vrouwen.

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

13-09-2021

Sterfte acuut hartinfarct naar leeftijd en geslacht

Sterfte aan acuut hartinfarct 2020

LeeftijdMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
00,00,00,0000
1-40,00,00,0000
5-90,00,00,0000
10-140,00,00,0000
15-190,00,00,0000
20-240,00,00,0000
25-290,30,00,2202
30-340,40,20,3213
35-390,90,20,6516
40-442,71,42,014721
45-499,72,96,3561773
50-5417,24,510,911129140
55-5923,65,414,614934183
60-6438,812,725,721872290
65-6954,623,638,9270119389
70-7492,841,166,3433201634
75-79140,973,7105,4424249673
80-84230,1122,8169,5443307750
85-89432,0252,0319,4416405821
90-94655,6467,9524,6206340546
95+833,9634,0678,049132181

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10-codes I21 en I22
  • Cijfers zijn voorlopig
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave

In 2020 meer mannen aan  acuut hartinfarct overleden dan vrouwen

In 2020 overleden 4.712 personen als gevolg van een acuut hartinfarct, 2.798 mannen en 1.914 vrouwen (32,3 per 100.000 mannen en 21,8 per 100.000 vrouwen). De sterfte neemt sterk toe met de leeftijd en is in iedere leeftijdsklasse voor mannen groter dan voor vrouwen. Alleen in absolute aantallen is de sterfte op hoge leeftijd (vanaf ongeveer 90 jaar) groter voor vrouwen dan voor mannen.

Meer informatie

    Experts en redactie

    Datum publicatie

    13-09-2021

    Verantwoording

    Definities
    • Coronaire hartziekten

      Coronaire hartziekten, of ischemische hartziekten, zijn ziekten van het hart die het gevolg zijn van slagaderverkalking (atherosclerose) of afwijkingen in de kransslagaders (coronairarteriën). Door de vernauwing of blokkade van het bloedvat die daarvan het gevolg kan zijn, ontstaat zuurstoftekort (ischemie) in de hartspier.

      Acute en chronische vormen

      Coronaire hartziekten worden onderverdeeld in acute (hartinfarct of myocardinfarct) en chronische (angina pectoris) hartziekten/vormen. Bij een hartinfarct is er sprake van plotselinge, hevige pijn op de borst die lang aanhoudt en waarbij weefsel permanent beschadigd raakt. Bij angina pectoris is ook sprake van pijn op de borst, maar zijn de klachten over het algemeen veel minder hevig en duren ze veel korter, terwijl de schade aan het hartweefsel voorbijgaand is. Andere uitingen en gevolgen van coronaire hartziekten kunnen zijn: een tekortschietende pompfunctie van het hart (hartfalen) en ritmestoornissen.

    • Hartinfarct

      Een hartinfarct of hartaanval ontstaat wanneer een bloedstolsel of een stuk atherosclerotische plaque een kransslagader plotseling afsluit. Door die afsluiting krijgt het bijbehorende gedeelte van de hartspier geen zuurstof en overige voedingsstoffen meer en sterft af. De afsluiting van de kransslagader gaat meestal gepaard met een plotselinge, hevige en lang aanhoudende pijn in de borststreek, vaak uitstralend (naar de hals, armen, kaken of mond). Misselijkheid en zweten treden ook dikwijls op. Deze symptomen kunnen ook minder uitgesproken zijn en zich bij vrouwen anders voordoen dan bij mannen. De pijn gaat niet over in rust en reageert onvoldoende op medicijnen. De schade aan het hart kan gemeten worden in het bloed.

      Verlies van hartspierweefsel

      Het hart ontwikkelt op de plaats van het infarct een litteken (bindweefsel). Dat deel van de hartspier werkt dan niet meer of onvoldoende. Als gevolg van het hartinfarct treedt verlies van functionerend hartspierweefsel op. Ook kan de prikkelgeleiding beïnvloed worden, waardoor de kans op hartritmestoornissen toeneemt. De ernst van een hartinfarct hangt af van de grootte en de plaats van de beschadiging van het hart. Bij grote schade werkt de hartspier onvoldoende en treedt acuut hartfalen op. Een hartinfarct is een gevaarlijke aandoening die met ernstige ritmestoornissen gepaard kan gaan en kan leiden tot de dood.

      ECG

      Het elektrocardiogram (ECG) geeft belangrijke informatie over de plaats en de ernst van de vaatafsluiting bij patiënten met een hartinfarct. Op grond hiervan kan ook bepaald worden of het gaat om een hartinfarct met zogenaamde ST-segment elevatie (doorgaans een groot infarct) of een hartinfarct zonder ST-segment elevatie (meestal een wat kleiner infarct). Deze indeling is van belang, omdat het consequenties heeft voor de behandeling.

    • Angina pectoris

      Angina pectoris, letterlijk 'pijn op de borst', wordt veroorzaakt door een tijdelijk tekort in de bloedtoevoer van het hart. Dit komt vrijwel altijd door een (of meer) vernauwing(en) in een van de kransslagaders, waardoor een deel van de hartspier te weinig zuurstof krijgt. Meestal is dit het gevolg van lichamelijke inspanning of emotie, dus als het hart harder moet werken en de hartspier meer zuurstof nodig heeft dan het vernauwde bloedvat kan aanvoeren. In tegenstelling tot bij een hartinfarct verdwijnen de symptomen bij angina pectoris direct nadat de inspanning is beëindigd of de emotionele prikkel is weggenomen. Angina pectoris geeft een typische beklemmende, drukkende pijn achter het borstbeen die maar kort (minuten) aanhoudt.

    Bronverantwoording
    • Huisartsenregistratie van coronaire hartziekten

      Voor bepaling van de prevalentie en aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten in de huisartsenpraktijk (huidige situatie en trends) zijn de gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. Hiermee wordt geschat hoeveel mensen bij de huisarts bekend zijn in het betreffende jaar (jaarprevalentie) en hoeveel nieuwe patiënten er in dat jaar bij zijn gekomen. Gebruikte ICPC-codes: K75 voor acuut hartinfarct, K74 voor angina pectoris en K76 voor andere/chronische ischemische hartziekten. Voor het berekenen van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten is in de NIVEL Zorgregistratie eerste lijn een cluster gemaakt van K74 en/of K75 en/of K76. Hierbij is ontdubbeld: als mensen twee of drie aandoeningen hebben, tellen ze maar een keer mee.

       

      Bronnen en literatuur

      Bronnen

      1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl
    • Coronaire hartziekte: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (LBZ)

      Een deel van de personen die een coronaire hartziekte krijgen, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Met name opnamecijfers (LBZ) voor hartinfarct geven een indicatie van de incidentie, omdat patiënten na een hartinfarct meestal worden opgenomen in een ziekenhuis (tenzij ze direct overlijden). Opnamen voor een chronische vorm van coronaire hartziekten hebben vooral te maken met de diagnostiek en behandeling van angina pectoris (NHS, 1995).

      Gebruikte ICD-9-codes: 410-414

      Bronnen en literatuur

      Bronnen

      1. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
    • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

      Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

      • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
      • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
      • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
      • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

      Bronnen en literatuur

      Literatuur

      1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
      2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
      3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
      4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
    • Indeling volgens ICD en ICPC

      ICD-9 ICD-10 ICPC
      Acuut myocard infarct (410)  Acuut myocardinfarct (I21) en recidief myocardinfarct (I22) Acuut hartinfarct (K75)
      Overige acute en subacute vormen van ischemische hartziekten (411) en angina pectoris (413) Angina pectoris (I20) en overige acute ischemische hartziekten (I24)  Angina pectoris (K74)
      Oud myocard hartinfarct (412) en overige vormen van ischemische hartaandoeningen (414) Bepaalde actuele complicaties na acuut myocardinfarct (I23) en chronische ischemische hartziekte (I25) Andere/chronische ischemische hartziekten ((K76)
    • Tabel: Bronnen bij de cijfers over coronaire hartziekten

      Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
      Nivel Zorgregistraties eerste lijn

      Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

      Nederlandse bevolking NZR
      CBS Doodsoorzakenstatistiek

      Aantal sterfgevallen

      Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
      Landelijke Medische Registratie (LMR)

      Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen
      met coronaire hartziekten als hoofdontslagdiagnose

      Nederlandse bevolking LMR
      Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor coronaire hartziekten Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
      Eurostat Aantal sterfgevallen Europese bevolking Eurostat
    Methoden
    • Coronaire hartziekten: incidentie internationaal

      Het is aannemelijk dat de positie die Nederland in internationaal perspectief inneemt ten aanzien van sterfte, ook geldt voor de incidentie van coronaire hartziekten. Vanwege methodologische verschillen zijn de incidentiecijfers uit verschillende landen niet goed vergelijkbaar. Volgens de pilot-studie van de 'Joint Action for ECHIM' behoort Nederland met iets meer dan 200 gevallen per 100.000 inwoners tot de landen met een redelijk laag aantal gevallen van een acuut myocardinfarct (ICD-10 I21, I22). Van de dertien landen die meededen met de pilot, rapporteerden alleen Spanje, Italië en Litouwen een lager aantal acute hartinfarcten (Thelen et al., 2012). Het gaat hierbij om het aantal gevallen en niet om het aantal personen met een acuut hartinfarct. Omdat één persoon meerdere infarcten kan hebben is het niet hetzelfde als incidentie.

      Bronnen en literatuur

      Literatuur

      1. Thelen J, Kirsch NH, Finger J, von der Lippe E, Ryl L. ECHIM Pilot Data Collection, Analyses and Dissemination. Berlin: Robert Koch Institute; 2012. Bron
    • PAR

      Een PAR wordt berekend om een indruk te krijgen hoeveel procent van het aantal nieuwe gevallen van coronaire hartziekten is toe te schrijven aan een bepaalde leefstijl- of risicofactor. De PAR geeft een indicatie van de theoretisch te behalen gezondheidswinst. In werkelijkheid kan een risicofactor nooit helemaal uitgeschakeld worden (NHS, 2006).

    • Regionale verschillen: totale sterfte en de sterfte naar doodsoorzaak

      Voor de berekening van de sterftecijfers is gebruik gemaakt van de CBS Doodsoorzakenstatistiek. In deze statistiek zijn alle overleden inwoners van Nederland opgenomen, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en doodsoorzaak. De bevolking is vervolgens ingedeeld in tien leeftijdsklassen (0-jarigen, 1-24, 25-44, 45-54, 55-64, 65-69, 70-74, 75-79, 80-85-jarigen en 85-plussers), zowel voor mannen en vrouwen afzonderlijk als voor mannen en vrouwen samen. De doodsoorzaken zijn gecodeerd volgens de ICD-10 coderingsmethodiek. Deze indeling kent 17 hoofdgroepen (zie tabel) met daaronder diverse subgroepen.

      De analyse is gebaseerd op de gegevens van vier achtereenvolgende jaren (2009 tot en met 2012). Op het niveau van gemeenten (408 gemeenten, situatie 2013) zijn in de Atlas drie kaarten opgenomen (totale sterfte, sterfte aan hart- en vaatziekten en sterfte aan kanker). De meeste kaarten zijn op GGD-regio niveau (25 regio's, situatie 2014).

    • Methoden en technieken

      Standaardisatie

      De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

      Indexatie

      Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

      Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

      Toetsing trends

      Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
      De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.

    Andere websites over Coronaire hartziekten