Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

COPDRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

Bijna 600.000 personen met COPD

Regionaal & Internationaal

Sterfte aan COPD in Nederland relatief hoog

Kosten

Kosten van zorg 1 miljard euro in 2015

Preventie & Zorg

Ruim 22.000 ziekenhuisopnamen voor COPD

COPD, chronische bronchitis, longemfyseem per GGD-regio

COPD 2014-2016

Totale bevolking, per GGD-regio
COPD, chronische bronchitis, longemfyseem per GGD-regio
COPD 2014-2016
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht)Significantie (gecorrigeerd percentage)
GGD Amsterdam3,8Wijkt niet significant af4,3Wijkt niet significant af
GGD Brabant-Zuidoost4,8Wijkt niet significant af4,9Wijkt niet significant af
GGD Drenthe5,7Wijkt niet significant af5,1Wijkt niet significant af
GGD Flevoland3,9Wijkt niet significant af5,2Wijkt niet significant af
GGD Fryslân3,9Wijkt niet significant af3,6Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Midden4,8Wijkt niet significant af5,0Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Zuid5,2Wijkt niet significant af5,4Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek3,5Wijkt niet significant af3,4Wijkt niet significant af
GGD Groningen5,5Wijkt niet significant af5,6Wijkt niet significant af
GGD Haaglanden4,5Wijkt niet significant af4,5Wijkt niet significant af
GGD Hart voor Brabant4,3Wijkt niet significant af4,1Wijkt niet significant af
GGD Hollands Midden2,5Onder (99% zeker)2,7Onder (99% zeker)
GGD Hollands Noorden4,7Wijkt niet significant af4,5Wijkt niet significant af
GGD IJsselland3,6Wijkt niet significant af4,1Wijkt niet significant af
GGD Kennemerland3,4Wijkt niet significant af3,2Onder (95% zeker)
GGD Limburg-Noord5,8Wijkt niet significant af5,4Wijkt niet significant af
GGD Noord- en Oost-Gelderland4,1Wijkt niet significant af3,7Wijkt niet significant af
GGD regio Utrecht4,2Wijkt niet significant af4,6Wijkt niet significant af
GGD Rotterdam-Rijnmond5,8Boven (95% zeker)5,9Boven (95% zeker)
GGD Twente4,7Wijkt niet significant af4,7Wijkt niet significant af
GGD West-Brabant4,7Wijkt niet significant af4,9Wijkt niet significant af
GGD Zaanstreek-Waterland2,6Onder (99% zeker)3,0Onder (95% zeker)
GGD Zeeland5,0Wijkt niet significant af4,9Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Holland Zuid4,4Wijkt niet significant af4,6Wijkt niet significant af
GGD Zuid-Limburg6,9Boven (99% zeker)6,5Boven (99% zeker)
View all detail data

Meeste inwoners met COPD in Zuid-Limburg

Het hoogste percentage inwoners met COPD, chronische bronchitis of longemfyseem (zelfgerapporteerd) is te vinden in Zuid-Limburg (6,9%), gevolgd door Limburg-Noord en Rotterdam-Rijnmond (5,8%). Zowel regio Zuid-Limburg als Rotterdam-Rijnmond scoren significant boven het landelijk gemiddelde (4,5%). In de GGD-regio Hollands Midden is het aandeel inwoners met chronische luchtwegklachten het laagst (2,5%), gevolgd door Zaanstreek-Waterland (2,6%). Deze percentages liggen significant onder het landelijk gemiddelde.

Toelichting regionale verschillen

Informatie over significantie is beschikbaar via de kaart. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.

Meer informatie

Gebruikers astma- en COPD-middelen per zorgkantoorregio

Gebruikers astma- en COPD-middelen 2014

per zorgkantoorregio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Gebruikers astma- en COPD-middelen per zorgkantoorregio 2014
Gebruikers astma- en COPD-middelen 2014
Zorgkantoorregio2014
Groningen98,0
Friesland85,4
Drenthe94,7
Zwolle82,7
Twente93,6
Apeldoorn/Zutphen91,0
Arnhem88,4
Nijmegen91,3
Utrecht88,2
Flevoland97,9
't Gooi91,4
Noord Holland Noord73,8
Kennemerland77,6
Zaanstreek/Waterland90,2
Amsterdam85,7
Amstelland en De Meerlanden77,4
Zuid Holland Noord89,3
Haaglanden101,6
Delft/Westland/Oostland84,8
Midden-Holland91,3
Rotterdam100,0
Nieuwe Waterweg Noord92,8
Zuid Hollandse Eilanden96,7
Waardenland92,8
Zeeland93,1
West Brabant98,0
Midden-Brabant94,7
Noord-Oost Brabant84,3
Zuid Oost Brabant80,3
Noord- en Midden Limburg92,3
Zuid-Limburg97,6
Midden-IJssel91,9

Bron: Zorginstituut Nederland / www.gipdatabank.nl

View all detail data

Regio Haaglanden meeste gebruikers astma- en COPD-middelen

In de regio's Noord-Holland Noord, Amstelland en De Meerlanden, Kennemerland en Zuidoost-Brabant ligt het aantal gebruikers van astma- en COPD-middelen het verst onder het Nederlands gemiddelde. De regio's met het aantal gebruikers dat ruim boven het Nederlands gemiddelde ligt zijn de regio's Haaglanden en Rotterdam. 

Landelijk 90 gebruikers per 1.000 Zvw-verzekerden

In 2014 hebben van iedere 1.000 Zvw-verzekerden 90 verzekerden ten minste een keer een astma- en COPD-middel verkregen dat werd vergoed op basis van de Zorgverzekeringswet. In 2014 zijn er bijna 1,5 miljoen gebruikers van astma- en COPD-middelen. Voor meer informatie over de gebruikte gegevens zie: Definities en Bronverantwoording.

Vergelijk met andere kaart

Het aantal gebruikers zegt niets over de gebruikte hoeveelheid van geneesmiddelen. De hoeveelheid geneesmiddelen kan per gebruiker variëren. Voor het meten en vergelijken van de gebruikte hoeveelheid wordt daarom gebruik gemaakt van het aantal standaarddagdoseringen (DDD, Defined Daily Dose).

Meer informatie

Sterfte aan COPD per GGD-regio

Sterfte aan COPD 2013-2016

Per GGD-regio, gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht
Sterfte aan COPD per GGD-regio 2013-2016
Sterfte aan COPD 2013-2016
GGD-regioCMFAfwijking tov NL
GGD Amsterdam113boven, 99% zeker
GGD Brabant-Zuidoost108boven, 99% zeker
GGD Drenthe92onder, 95% zeker
GGD Flevoland104geen
GGD Fryslân95geen
GGD Gelderland-Midden101geen
GGD Gelderland-Zuid112boven, 99% zeker
GGD Gooi en Vechtstreek88onder, 95% zeker
GGD Groningen112boven, 99% zeker
GGD Haaglanden101geen
GGD Hart voor Brabant108boven, 99% zeker
GGD Hollands Midden87onder, 99% zeker
GGD Hollands Noorden83onder, 99% zeker
GGD IJsselland89onder, 99% zeker
GGD Kennemerland99geen
GGD Limburg-Noord104geen
GGD Noord- en Oost-Gelderland106geen
GGD regio Utrecht95onder, 95% zeker
GGD Rotterdam-Rijnmond104geen
GGD Twente129boven, 99% zeker
GGD West-Brabant108boven, 95% zeker
GGD Zaanstreek-Waterland80onder, 99% zeker
GGD Zeeland70onder, 99% zeker
GGD Zuid-Holland Zuid75onder, 99% zeker
GGD Zuid-Limburg103geen

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, gegevens bewerkt door RIVM

  • Comparative Mortality Figure (CMF)
  • ICD-10 codes J40-J44
View all detail data

Minste sterfgevallen aan COPD in westen van Nederland

Regio's met een lage sterfte aan COPD zijn geconcentreerd in het westen van het Land. Het laagste sterftecijfer aan COPD is geregistreerd in de regio's Zeeland en Zuid-Holland-Zuid. In de doodsoorzakenstatistiek wordt voor de regio Twente het hoogste sterftecijfer aan COPD gemeld. In Nederland zijn volgens de CBS Doodsoorzakenstatistiek in de periode 2013 t/m 2016 bijna 25.800 personen aan COPD overleden. Dat zijn jaarlijks gemiddeld 6.450 sterfgevallen. COPD behoort tot de groep ziekten van de ademhalingswegen. De regionale verschillen worden niet verklaard door regionale variaties in leeftijd en geslacht, omdat voor deze factoren is gecorrigeerd.

Toelichting regionale verschillen

De regionale spreiding is getoetst ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Deze significantieniveaus zijn via de kaart op te vragen. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. 

Meer informatie

 

Verantwoording

Definities
  • Kenmerken van COPD

    COPD is een chronische vernauwing van de luchtwegen en/of aantasting van het elastische longweefsel

    COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease of chronisch obstructieve longziekte) is een chronische vernauwing van de luchtwegen en/of aantasting van het elastische longweefsel. De luchtwegvernauwing is permanent aanwezig en grotendeels onomkeerbaar. COPD omvat chronische bronchitis, chronische vernauwing van de kleine luchtwegen, en emfyseem. Belangrijke klachten bij COPD zijn chronisch hoesten, opgeven van slijm en (chronische) kortademigheid. De klachten kunnen verergeren door onder meer blootstelling aan tabaksrook, dampen en gassen, bak- en braadlucht, chloordamp, koude lucht en temperatuurovergangen.

    COPD heeft aantal gemeenschappelijke kenmerken met astma

    COPD behoort samen met astma tot de obstructieve longziekten. Vóór 1991 gebruikte men voor COPD en astma de gemeenschappelijke term CARA, Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen. De reden daarvoor was dat de aandoeningen gedeeltelijk overlap vertonen voor wat betreft symptomen, ontstaan en beloop. Tegenwoordig legt men op grond van nieuwere inzichten meer nadruk op de pathofysiologie van de luchtwegobstructie tijdens uitademing, en worden COPD en astma als aparte ziekten beschouwd.

  • Ontstaan en verloop van COPD

    COPD ontstaat door vernauwing van de luchtwegen en/of beschadiging longweefsel

    COPD ontstaat onder andere door een vernauwing van de luchtwegen (luchtwegobstructie). Deze luchtwegvernauwing ontstaat geleidelijk door regelmatige of chronische ontstekingsreacties in de luchtwegen en longweefsel na inademing van schadelijke deeltjes, zoals rook. In de beginfase is er vaak sprake van een toename van slijmvorming en hoesten. In de loop van de tijd neemt de luchtwegvernauwing langzaam toe. Daarnaast kan de structuur van de longen beschadigd raken en uiteindelijk kan het zuurstoftransport beperkt worden. Luchtwegvernauwing en longweefselbeschadiging komen in wisselende combinaties voor bij mensen met COPD. Bij ernstig COPD kan de longfunctie met meer dan de helft verminderen.

    Complicaties verergeren het ziektebeeld

    COPD-patiënten hebben naast klachten ook vaak bijkomende complicaties, die het ziektebeeld verergeren. Veel voorkomende complicaties zijn bacteriële en/of virale luchtweginfecties en bijwerkingen van medicijnen. Een complicatie die weinig voorkomt, maar wel ernstig is, is cor pulmonale. Cor pulmonale is een hartziekte die bestaat uit verwijding van de rechterharthelft door overbelasting. Door gebrek aan zuurstof is men dan niet meer in staat om normale lichamelijke inspanning te verrichten. Ten slotte komen hart- en vaataandoeningen, hoge bloeddruk, diabetes en depressie vaker voor bij mensen met COPD dan in de normale bevolking (zogenaamde comorbiditeit).

    Verergering klachten door aspecifieke hyperreactiviteit of allergische reacties

    De klachten van hoesten en kortademigheid bij COPD kunnen verergeren door prikkels van buitenaf. Er kan sprake zijn van aspecifieke hyperreactiviteit en/of een allergische reactie. Bij een patiënt met COPD kunnen beide vormen van gevoeligheid aanwezig zijn, maar meestal is sprake van aspecifieke hyperreactiviteit. Allergie komt minder vaak voor, maar leidt ook tot meer klachten van hoesten en kortademigheid (Fattahi et al., 2013, Jamieson et al., 2013).

    • Bij een aspecifieke hyperreactiviteit bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor allerlei (niet-allergene) prikkelende stoffen en/of fysische prikkels die de luchtwegen binnendringen zoals koude lucht, mist, rook, baklucht of parfum.
    • Bij een allergie bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor exogene prikkels, zoals huisstofmijt, haren, schimmels of graspollen (allergenen). Het immuunsysteem van personen met een allergie-neiging kan overmatig reageren op deze stoffen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Fattahi F, ten Hacken NHT, Fattahi F, Hylkema MN, Timens W, Postma D, et al. Atopy is a risk factor for respiratory symptoms in COPD patients: results from the EUROSCOP study. Respiratory Research. 2013;14(1):10. Bron | DOI
    2. Jamieson DB, Matsui EC, Belli A, McCormack MC, Peng E, Pierre-Louis S, et al. Effects of allergic phenotype on respiratory symptoms and exacerbations in patients with chronic obstructive pulmonary disease. Am J Respir Crit Care Med. 2013;188(2):187-92. Pubmed | DOI
  • Behandeling van COPD

    Behandeling gericht op voorkómen van klachten en verminderen ernst klachten

    De behandeling van COPD-patiënten is primair gericht op het zo veel mogelijk voorkómen van perioden met klachten en het verminderen van de ernst van de klachten die tóch ontstaan. Herstel van de normale longfunctie is niet mogelijk. 

    Diverse medicijnen beschikbaar

    Afhankelijk van de klachten en de onderliggende mechanismen, moet een COPD-patiënt medicijnen gebruiken. De belangrijkste zijn luchtwegverwijders en ontstekingsremmers. In de praktijk werkt men vaak met een combinatie van meer medicamenten.

    • Luchtwegverwijders zorgen dat de luchtwegen ruimer worden. Tegenwoordig zijn behalve kortwerkende, ook langwerkende luchtwegverwijders beschikbaar.
    • Ontstekingsremmers beschermen de luchtwegen tegen een nieuwe ontsteking en lossen de ontstekingen op die er al zijn.
  • Classificatie van COPD

    ICD-9 en ICD-10-codes voor COPD.

    Omschrijving

    ICD-9 code

    Omschrijving

    ICD-10 code

    Bronchitis, niet gespecificeerd als acuut of chronisch

    490

    Bronchitis, niet gespecificeerd als acuut of chronisch

    J40

    Chronische bronchitis

    491

    Eenvoudige en mucopurulente chronische bronchitis

    J41

       

    Niet gespecificeerde chronische bronchitis

    J42

    Emfyseem

    492

    Emfyseem

    J43

    Chronische luchtwegobstructie, niet elders geclassificeerd

    496

    Overige chronische obstructieve longaandoeningen

    J44

     

    Classificatie van COPD volgens ICD-codes en ICPC

    Binnen de ICD-9 valt COPD onder de chronische obstructieve longziekten en aanverwante aandoeningen (codes 490-492, 496) en binnen de ICD-10 onder de chronische aandoeningen van onderste luchtwegen (codes J40-J44) (zie tabel).
    In huisartsenregistraties wordt gebruik gemaakt van een indeling op grond van ICPC-code. Hierbij staat ICPC-code R91 voor Chronische bronchitis / bronchiëctasieën en R95 voor emfyseem/COPD.

Bronverantwoording
  • Zorgregistraties

    Huisartsenregistraties

    Voor bepaling van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van COPD zijn gegevens gebruikt van de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Voor de beschrijving van de trend in prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van COPD is gebruik gemaakt van twee andere huisartsenregistraties: FaMe-net en RNH-Limburg. Deze twee registraties registreren al meer dan 20 jaar het voorkomen van ziekten in de huisartsenpraktijk. Omdat NIVEL Zorgregistratie eerste lijn over een kortere periode gegevens heeft wordt deze niet gebruikt voor de beschrijving van de trends.

    De gebruikte ICPC-codes zijn R91 (chronische bronchitis) en R95 (emfyseem, COPD). De gebruikte code uit de FaMe-net is E-code 2480.

    Kenmerken van COPD in de huisartspraktijk

    COPD is een chronische aandoening. Meestal heeft de patiënt hiervoor regelmatig contact met de huisarts, echter soms wordt de zorg geheel overgenomen door de longarts. Soms wordt alleen de diagnostiek gedaan door de longarts. Hoewel het een chronisch probleem is, komen sommige patiënten voor hun COPD lange tijd (een of meer jaren) niet bij de huisarts. Ze hebben dan bijvoorbeeld alleen slijm en kortademigheid bij het opstaan maar voelen geen noodzaak tot medicatie. Het maken van een onderscheid tussen astma en COPD is vaak lastig. Sommige huisartsen zijn mogelijk meer geneigd een klachtcode als hoesten, piepende ademhaling en benauwdheid te registreren in plaats van de ziektediagnose COPD. Het benoemen van een ziekte-episode op een bepaald moment óf als nieuw óf als bekend (prevalent) kan lastig zijn omdat de precieze diagnose pas in de loop van een aantal contacten uitkristalliseert en het dan onduidelijk is op welke datum de aandoening nieuw was.

    De prevalentie- en het aantal nieuwe gevallen op basis van verschillende huisartsenregistraties kunnen aanzienlijk variëren. De oorzaak kan zijn dat het voorkomen van ziekten in de praktijkpopulaties verschilt, maar het kan ook het gevolg zijn van verschillen in de algemene werkwijze van de registraties en de wijze waarop prevalentie- en het aantal nieuwe gevallen worden berekend. Bovendien kunnen registraties voor bepaalde ziekten specifieke (al dan niet vastgelegde) regels hanteren. 

    FaMe-net

    Elk jaar wordt overwogen of de diagnose COPD nog steeds geldig is.Voor meer informatie zie FaMe-net op Zorggegevens.

    LINH

    Geen specifieke opmerkingen. Het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) is met ingang van 01-01-2014 opgegaan in NIVEL Zorgregistraties Eerste Lijn.

    RNH-Limburg

    Het RNH gaat uit van probleemlijsten. Over het algemeen worden daarop alleen langdurige problemen geregistreerd. Voor meer informatie zie RNH op Zorggegevens.

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Een deel van de personen die COPD hebben, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Voor de ziekenhuisregistraties worden de ICD-9-codes 490-492 gebruikt. Het laatste meetjaar LMR was 2013, met ingang van 1 januari 2014 is de LMR registratie definitief vervangen door de LBZ.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
    2. FaMe-net, Family Medicine Network. zorggegevens.nl
    3. RNH, Registratienet Huisartspraktijken Limburg / Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht. zorggegevens.nl
    4. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
  • Kostenstudies

    Kosten van Ziektenstudie

    In de Kosten van Ziektenstudie (Slobbe et al., 2011) zijn de totale kosten van de gezondheidszorg voor het peiljaar 2007 via verdeelsleutels toegewezen aan sectoren en diagnosegroepen. De studie is een generieke kostenstudie die gebruik maakt van een 'top-down'-benadering om de kosten te verdelen. De kosten voor astma en COPD zijn samengenomen in één diagnosegroep.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Slobbe LCJ, Smit JM, Groen J, Poos MJJC, Kommer GJ. Kosten van ziekten in Nederland 2007. Trends in de Nederlandse zorguitgaven 1999-2010. Bilthoven / Den Haag: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM / Centraal Bureau voor de Statistiek CBS; 2011. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over COPD