Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

COPDCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Afname sterfte bij mannen

Regionaal & Internationaal

Sterfte aan COPD in Nederland relatief hoog

Kosten

Zorguitgaven COPD 912 miljoen euro

Preventie & Zorg

Bijna 34.000 ziekenhuisopnamen voor COPD

Trend prevalentie COPD in huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie COPD in huisartsenpraktijk 2011-2019

JaarMannenVrouwenMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)
2011100100301.600293.400
20129999305.600295.500
20139698304.400294.800
20149597306.900298.100
20159497312.200304.300
20169193307.500299.800
20178793304.400305.200
20188593304.800309.000
20198188291.400293.200
  • ICPC-code R91 en R95
  • ​Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2011
  • Geïndexeerd (2011 is 100)
  • De absolute cijfers (niet-gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Prevalentie COPD afgenomen

In de periode 2011-2019 is het aantal mensen met COPD dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) afgenomen. Voor mannen was de afname (19%) groter dan voor vrouwen (12%). Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met COPD dat bekend was bij de huisarts is voor mannen iets afgenomen, van 301.600 in 2011 naar 291.400 in 2019. Voor vrouwen is het aantal nagenoeg gelijk gebleven, van 293.400 in 2011 naar 293.200 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie COPD voor vrouwen tussen 2000 en 2010 bijna verdubbeld

De gestandaardiseerde jaarprevalentie van COPD is in de periode 2000-2010 bijna verdubbeld voor vrouwen. Voor mannen was geen duidelijke trend zichtbaar. Deze trend is gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen COPD 1991-2014 (PDF; 127 KB)).

Meer informatie

Trend in sterfte COPD

Sterfte aan COPD 1980-2020

JaarMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
198075,617,642,92.6657073.372
198174,318,242,52.6407443.384
198278,719,044,62.8228013.623
198383,419,746,73.0038533.856
198486,521,348,73.1649644.128
198592,923,652,43.4331.0994.532
198699,227,256,83.7021.2814.983
198794,924,953,53.5771.2154.792
198898,327,556,13.7551.3805.135
1989108,631,162,34.1951.5995.794
1990103,332,260,54.0411.6865.727
1991103,632,060,44.1001.7225.822
199292,830,054,73.7231.6545.377
1993107,237,064,54.3452.0536.398
199492,031,955,53.7811.8135.594
199599,935,860,84.1732.0656.238
1996101,336,761,94.3012.1486.449
199794,137,359,44.0732.2146.287
1998100,640,564,14.4292.4366.865
199993,141,061,14.1532.4926.645
200091,340,560,34.1672.4996.666
200183,138,155,83.9032.3806.283
200280,937,454,53.8522.3596.211
200379,240,655,63.8392.5946.433
200467,835,548,23.3862.2935.679
200572,240,352,93.7002.6606.360
200668,438,950,53.6102.6146.224
200767,439,150,53.6842.6886.372
200861,639,248,13.4912.7446.235
200959,938,046,93.5042.7226.226
201054,237,244,13.2972.7086.005
201155,139,245,73.4762.9076.383
201256,842,048,13.7223.1816.903
201353,538,544,93.6292.9686.597
201443,534,638,43.0672.7185.785
201550,041,345,03.6533.3006.953
201645,038,941,53.4053.1566.561
201744,240,742,23.4753.3816.856
201842,540,941,53.4573.4576.914
201940,838,839,83.4373.3496.786
202033,531,032,32.9042.7235.627

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10-codes J40-J44
  • Cijfers over 2020 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2020
  • De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren, omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording).

Sterfte aan COPD voor mannen gedaald

De sterfte aan COPD is voor mannen vanaf eind jaren negentig gedaald. Voor vrouwen is de sterfte in de periode 1980-1999 gestegen, waarna een periode van stabilisatie volgde. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). Het betreft hier sterfte waarbij COPD als onderliggende doodsoorzaak is geregistreerd. Daarnaast overlijden mensen ook aan complicaties van COPD, zoals hartstilstand of plotse dood (deze sterfte is niet meegenomen). De sterfte lag in 2020 voor zowel mannen als vrouwen op een beduidend lager niveau dan in de voorgaande jaren. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat een deel van de mensen met COPD in 2020 is overleden als gevolg van COVID-19, een ziekte veroorzaakt door het coronavirus.
De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) is voor mannen gestegen van 2.665 in 1980 naar een maximum van 4.429 in 1998. Daarna nam de sterfte voor mannen af, tot 3.437 in 2019 en 2.904 in 2020 (voorlopig cijfer). Bij vrouwen is de absolute sterfte gestegen van 707 in 1980 naar 3.349 in 2019. In 2020 overleden 2.723 vrouwen aan COPD (voorlopig cijfer).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

14-09-2021

Trend prevalentie COPD in huisartsenpraktijk naar opleiding

Jaarprevalentie COPD naar opleiding 2011-2018

25 tot en met 54 jaar
JaarLaagMiddelbaarHoog
201129,710,95,3
201228,511,65,5
201328,113,15,9
201428,712,86,2
201529,112,96,2
201627,512,65,8
201725,412,05,9
201824,412,16,0
  • ICPC-codes R91, R95
  • Laag opleidingsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar opleidingsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog opleidingsniveau =  hbo of wo

Verschillen prevalentie COPD tussen opleidingsniveaus kleiner geworden

De grafiek toont de trend in de jaarprevalentie van COPD onder 25- tot en met 54-jarigen in de registratie van huisartsen. Hierbij is de groep ingeschreven patiënten opgedeeld in drie opleidingsniveaus. COPD komt relatief meer voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden. In de periode 2011-2018 zijn de verschillen in de jaarprevalentie tussen de verschillende opleidingsniveaus kleiner geworden. De jaarprevalentie onder 25- tot en met 54-jarigen is voor laagopgeleiden gedaald. Voor de andere twee opleidingsniveaus is de jaarprevalentie over deze periode gelijk gebleven.

Meer informatie

Datum publicatie

02-12-2020

Toekomstige trend COPD door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met COPD door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met COPD (jaarprevalentie) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 31% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 37% voor mannen en 26% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van COPD beïnvloeden.

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Kenmerken van COPD

    COPD is een chronische vernauwing van de luchtwegen en/of aantasting van het elastische longweefsel

    COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease of chronisch obstructieve longziekte) is een chronische vernauwing van de luchtwegen en/of aantasting van het elastische longweefsel. De luchtwegvernauwing is permanent aanwezig en grotendeels onomkeerbaar. COPD omvat chronische bronchitis, chronische vernauwing van de kleine luchtwegen, en emfyseem. Belangrijke klachten bij COPD zijn chronisch hoesten, opgeven van slijm en (chronische) kortademigheid. De klachten kunnen verergeren door onder meer blootstelling aan tabaksrook, dampen en gassen, bak- en braadlucht, chloordamp, koude lucht en temperatuurovergangen.

    COPD heeft aantal gemeenschappelijke kenmerken met astma

    COPD behoort samen met astma tot de obstructieve longziekten. Vóór 1991 gebruikte men voor COPD en astma de gemeenschappelijke term CARA, Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen. De reden daarvoor was dat de aandoeningen gedeeltelijk overlap vertonen voor wat betreft symptomen, ontstaan en beloop. Tegenwoordig legt men op grond van nieuwere inzichten meer nadruk op de pathofysiologie van de luchtwegobstructie tijdens uitademing, en worden COPD en astma als aparte ziekten beschouwd.

  • Ontstaan en verloop van COPD

    COPD ontstaat door vernauwing van de luchtwegen en/of beschadiging longweefsel

    COPD ontstaat onder andere door een vernauwing van de luchtwegen (luchtwegobstructie). Deze luchtwegvernauwing ontstaat geleidelijk door regelmatige of chronische ontstekingsreacties in de luchtwegen en longweefsel na inademing van schadelijke deeltjes, zoals rook. In de beginfase is er vaak sprake van een toename van slijmvorming en hoesten. In de loop van de tijd neemt de luchtwegvernauwing langzaam toe. Daarnaast kan de structuur van de longen beschadigd raken en uiteindelijk kan het zuurstoftransport beperkt worden. Luchtwegvernauwing en longweefselbeschadiging komen in wisselende combinaties voor bij mensen met COPD. Bij ernstig COPD kan de longfunctie met meer dan de helft verminderen.

    Complicaties verergeren het ziektebeeld

    COPD-patiënten hebben naast klachten ook vaak bijkomende complicaties, die het ziektebeeld verergeren. Veel voorkomende complicaties zijn bacteriële en/of virale luchtweginfecties en bijwerkingen van medicijnen. Een complicatie die weinig voorkomt, maar wel ernstig is, is cor pulmonale. Cor pulmonale is een hartziekte die bestaat uit verwijding van de rechterharthelft door overbelasting. Door gebrek aan zuurstof is men dan niet meer in staat om normale lichamelijke inspanning te verrichten. Ten slotte komen hart- en vaataandoeningen, hoge bloeddruk, diabetes en depressie vaker voor bij mensen met COPD dan in de normale bevolking (zogenaamde comorbiditeit).

    Verergering klachten door aspecifieke hyperreactiviteit of allergische reacties

    De klachten van hoesten en kortademigheid bij COPD kunnen verergeren door prikkels van buitenaf. Er kan sprake zijn van aspecifieke hyperreactiviteit en/of een allergische reactie. Bij een patiënt met COPD kunnen beide vormen van gevoeligheid aanwezig zijn, maar meestal is sprake van aspecifieke hyperreactiviteit. Allergie komt minder vaak voor, maar leidt ook tot meer klachten van hoesten en kortademigheid (Fattahi et al., 2013, Jamieson et al., 2013).

    • Bij een aspecifieke hyperreactiviteit bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor allerlei (niet-allergene) prikkelende stoffen en/of fysische prikkels die de luchtwegen binnendringen zoals koude lucht, mist, rook, baklucht of parfum.
    • Bij een allergie bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor exogene prikkels, zoals huisstofmijt, haren, schimmels of graspollen (allergenen). Het immuunsysteem van personen met een allergie-neiging kan overmatig reageren op deze stoffen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Fattahi F, ten Hacken NHT, Fattahi F, Hylkema MN, Timens W, Postma D, et al. Atopy is a risk factor for respiratory symptoms in COPD patients: results from the EUROSCOP study. Respiratory Research. 2013;14(1):10. Bron | DOI
    2. Jamieson DB, Matsui EC, Belli A, McCormack MC, Peng E, Pierre-Louis S, et al. Effects of allergic phenotype on respiratory symptoms and exacerbations in patients with chronic obstructive pulmonary disease. Am J Respir Crit Care Med. 2013;188(2):187-92. Pubmed | DOI
  • Behandeling van COPD

    Behandeling gericht op voorkómen van klachten en verminderen ernst klachten

    De behandeling van COPD-patiënten is primair gericht op het zo veel mogelijk voorkómen van perioden met klachten en het verminderen van de ernst van de klachten die tóch ontstaan. Herstel van de normale longfunctie is niet mogelijk. 

    Diverse medicijnen beschikbaar

    Afhankelijk van de klachten en de onderliggende mechanismen, moet een COPD-patiënt medicijnen gebruiken. De belangrijkste zijn luchtwegverwijders en ontstekingsremmers. In de praktijk werkt men vaak met een combinatie van meer medicamenten.

    • Luchtwegverwijders zorgen dat de luchtwegen ruimer worden. Tegenwoordig zijn behalve kortwerkende, ook langwerkende luchtwegverwijders beschikbaar.
    • Ontstekingsremmers beschermen de luchtwegen tegen een nieuwe ontsteking en lossen de ontstekingen op die er al zijn.
  • Classificatie van COPD

    ICD-9 en ICD-10-codes voor COPD.

    Omschrijving

    ICD-9 code

    Omschrijving

    ICD-10 code

    Bronchitis, niet gespecificeerd als acuut of chronisch

    490

    Bronchitis, niet gespecificeerd als acuut of chronisch

    J40

    Chronische bronchitis

    491

    Eenvoudige en mucopurulente chronische bronchitis

    J41

       

    Niet gespecificeerde chronische bronchitis

    J42

    Emfyseem

    492

    Emfyseem

    J43

    Chronische luchtwegobstructie, niet elders geclassificeerd

    496

    Overige chronische obstructieve longaandoeningen

    J44

     

    Classificatie van COPD volgens ICD-codes en ICPC

    Binnen de ICD-9 valt COPD onder de chronische obstructieve longziekten en aanverwante aandoeningen (codes 490-492, 496) en binnen de ICD-10 onder de chronische aandoeningen van onderste luchtwegen (codes J40-J44) (zie tabel).
    In huisartsenregistraties wordt gebruik gemaakt van een indeling op grond van ICPC-code. Hierbij staat ICPC-code R91 voor Chronische bronchitis / bronchiëctasieën en R95 voor emfyseem/COPD.

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over COPD

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Prevalentie; Aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking NZR
    Nivel Zorgregistraties eerste lijn Prevalentie naar opleiding Nederlandse bevolking van 25 tm 54 jaar NZR
    Gezondheidsenquête, voorheen POLS, gezondheid en welzijn

    Prevalentie (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking Gezondheidsenquête
    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking CBS Doodsoorzakenstatistiek
    Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg Registratie (LBZ)

    Klinische opnamedagen; Klinische opnamen; Gemiddelde opnameduur
    met COPD als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking LBZ
    Kosten van Ziektenstudie Kosten van zorg voor COPD Nederlandse bevolking Kosten van Ziekten database
    GIP-databank Gebruikers astma- en COPD-middelen Nederlandse verzekerden volgens de Zorgverzekringswet GIP-databank
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.

Andere websites over COPD