Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

COPDCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Bijna 600.000 personen met COPD

Regionaal & Internationaal

Sterfte aan COPD in Nederland relatief hoog

Kosten

Kosten van zorg 1 miljard euro in 2015

Preventie & Zorg

Ruim 22.000 ziekenhuisopnamen voor COPD

Oorzaken van COPD

Risicofactoren voor het optreden van COPD

Gezondheidstoestand

Hyperreactiviteit

 

Persoonsgebonden factoren

Erfelijke eigenschappen

  • Alfa-1-antitrypsine
  • Genetische variaties in ADAM33 gen

Leefstijlfactoren

Roken

  • Hoe meer en hoe langer iemand heeft gerookt, des te groter de kans op COPD

Omgevingsfactoren

Binnenmilieu

  • Passief roken
  • Luchtverontreiniging in het binnenmilieu

Luchtverontreiniging

  • Met name diesel en ultrafijne partikels

Roken is de belangrijkste risicofactor voor COPD

COPD ontstaat in de meeste gevallen na jarenlang roken. Hoe meer en hoe langer iemand heeft gerookt, des te groter de kans dat hij of zij COPD krijgt. Ook passief roken, dus het inhaleren van andermans uitgeademde rook, is een risicofactor voor het ontstaan van COPD. De kans dat iemand COPD ontwikkelt, is voor mensen die meeroken met anderen meer dan anderhalf keer groter dan bij mensen die niet aan passief roken worden blootgesteld (Eisner et al., 2010). Er is geen reden om aan te nemen dat vrouwen gevoeliger zijn voor passief roken, maar door een hogere frequentie van blootstelling vooral in het verleden, neemt men aan dat vrouwen vaker dan mannen luchtwegklachten en COPD ontwikkelen door passief roken (Boezen & Mannino, 2013).

Erfelijke aanleg speelt waarschijnlijk een rol bij COPD

Niet alle mensen die jarenlang roken krijgen COPD. Het is daarom waarschijnlijk dat erfelijke aanleg een rol speelt bij het ontstaan van COPD. Een bekende genetische afwijking die leidt tot COPD is alfa-1-antitrypsinedeficiëntie. Iemand met alfa-1-antitrypsinedeficiëntie kan COPD ontwikkelen zonder ooit te hebben gerookt en roken versnelt de achteruitgang van de longfunctie sterk. Alfa-1-antitrypsinedeficiëntie komt maar weinig voor en kan dus ook maar een klein deel van de gevallen van COPD verklaren. Afwijkingen in de genen die ervoor zorgen dat beschadigd longweefsel weer wordt gerepareerd of afwijkingen in genen die de long moeten beschermen tegen schadelijke stoffen van buitenaf, kunnen ook leiden tot COPD. Zo bleken bijvoorbeeld genetische variaties in het ADAM33 gen voorspellend te zijn voor versnelde achteruitgang in de longfunctie in de algemene bevolking en de kans op het krijgen van COPD te vergroten (van Diemen et al., 2005).

Luchtverontreiniging is ook risicofactor

Luchtverontreiniging in het buitenmilieu, in woningen (met name passief roken) en op de werkplek door veelvuldige blootstelling aan kleine stofdeeltjes, chloor, asbest of ammoniak speelt mogelijk een rol bij het ontstaan van COPD (Samet, 1988; Heederik et al., 1989). Blootstelling tijdens het werk aan dampen, gassen, stof en rook geeft een twee tot vijf keer zo grote kans op het ontwikkelen van COPD, vergeleken met geen blootstelling (Mehta et al., 2012; de Jong et al., 2014).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Eisner MD, Anthonisen N, Coultas D, Kuenzli N, Perez-Padilla R, Postma D, et al. An official American Thoracic Society public policy statement: Novel risk factors and the global burden of chronic obstructive pulmonary disease. Am J Respir Crit Care Med. 2010;182(5):693-718. Pubmed | DOI
  2. Boezen HM, Mannino DM. The Future of Nature versus Nurture in Understanding Chronic Obstructive Pulmonary Disease. American Journal of Respiratory and Critical Care Medicine. 2013;188(8):891-892. Bron | DOI
  3. van Diemen CC, Postma D, Vonk JM, Bruinenberg M., Schouten JP, Boezen HM. A disintegrin and metalloprotease 33 polymorphisms and lung function decline in the general population. Am J Respir Crit Care Med. 2005;172(3):329-33. Pubmed | DOI
  4. Samet JM. Involuntary exposure to tobacco smoke: special review. Annals of Sports Medicine. 1988;4((1)): 1-15. Bron
  5. Heederik D, Pouwels H, Kromhout H, Kromhout D. Chronic non-specific lung disease and occupational exposures estimated by means of a job exposure matrix: the Zutphen Study. Int J Epidemiol. 1989;18(2):382-9. Pubmed
  6. Mehta AJ, Miedinger D, Keidel D, Bettschart R, Bircher A, Bridevaux P-O, et al. Occupational exposure to dusts, gases, and fumes and incidence of chronic obstructive pulmonary disease in the Swiss Cohort Study on Air Pollution and Lung and Heart Diseases in Adults. Am J Respir Crit Care Med. 2012;185(12):1292-300. Pubmed | DOI
  7. de Jong K., Boezen HM, Kromhout H, Vermeulen R, Postma D, Vonk J.M, et al. Pesticides and other occupational exposures are associated with airway obstruction: the LifeLines cohort study. Occupational and Environmental Medicine. 2014;71(2):88-96. Bron | DOI

Gevolgen van COPD

Kwaliteit van leven duidelijk verminderd bij COPD-patiënten

Mensen met COPD hebben een duidelijk verminderde kwaliteit van leven, zowel op fysiek, sociaal als emotioneel terrein:

  • Ze ondervinden met name problemen bij fysiek inspannende activiteiten (lichamelijk functioneren) zoals traplopen en boodschappen dragen, maar ook bij dagelijkse activiteiten (rolfunctioneren) als wassen, aankleden en eten en bij deelname aan het sociale leven (de Haes et al., 1997;Tabak & Smit, 2002; Rijken, 1999). 
  • Oudere mensen met COPD ervaren hun gezondheid als slechter dan jong volwassenen en personen van middelbare leeftijd. 
  • COPD beïnvloedt ook het psychosociaal functioneren en gaat vaak samen met depressiviteit, angst en eenzaamheid (Maillé & Kaptein, 1991). 
  • Hoe ernstiger de COPD hoe groter de impact op de kwaliteit van leven. De impact van COPD op de kwaliteit van leven is groter dan de effecten van de ziektes die vaak gepaard gaan met COPD, zoals hartaandoeningen, hoge bloeddruk en diabetes (comorbiditeit) (Janson et al., 2013).

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. de Haes JCJM, Sprangers A, de Regt HB. Adaptieve opgaven bij chronische ziekte. Den Haag: NWO, Gebied Medische Wetenschappen; 1997. Bron
  2. Tabak C, Smit HA. De morbiditeit van astma en COPD in Nederland; leemtes in kennis gevuld door aanvullende analyses en actualisering van beschikbare gegevensbronnen. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2002. Bron
  3. Rijken PM. Patiëntenpanel Chronisch Zieken: kerngegevens 1998. Utrecht: NIVEL Patiëntenpanel Chronisch Zieken; 1999. Bron
  4. Maillé AR, Kaptein AA. Omgaan met CARA : sociaal-wetenschappelijk CARA-onderzoek: op weg naar de toekomst. Leusden: Astma Fonds; 1991. Bron
  5. Janson C, Marks G, Buist S, Gnatiuc L, Gislason T, McBurnie MAnn, et al. The impact of COPD on health status: findings from the BOLD study. Eur Respir J. 2013;42(6):1472-83. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Kenmerken van COPD

    COPD is een chronische vernauwing van de luchtwegen en/of aantasting van het elastische longweefsel

    COPD (Chronic Obstructive Pulmonary Disease of chronisch obstructieve longziekte) is een chronische vernauwing van de luchtwegen en/of aantasting van het elastische longweefsel. De luchtwegvernauwing is permanent aanwezig en grotendeels onomkeerbaar. COPD omvat chronische bronchitis, chronische vernauwing van de kleine luchtwegen, en emfyseem. Belangrijke klachten bij COPD zijn chronisch hoesten, opgeven van slijm en (chronische) kortademigheid. De klachten kunnen verergeren door onder meer blootstelling aan tabaksrook, dampen en gassen, bak- en braadlucht, chloordamp, koude lucht en temperatuurovergangen.

    COPD heeft aantal gemeenschappelijke kenmerken met astma

    COPD behoort samen met astma tot de obstructieve longziekten. Vóór 1991 gebruikte men voor COPD en astma de gemeenschappelijke term CARA, Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen. De reden daarvoor was dat de aandoeningen gedeeltelijk overlap vertonen voor wat betreft symptomen, ontstaan en beloop. Tegenwoordig legt men op grond van nieuwere inzichten meer nadruk op de pathofysiologie van de luchtwegobstructie tijdens uitademing, en worden COPD en astma als aparte ziekten beschouwd.

  • Ontstaan en verloop van COPD

    COPD ontstaat door vernauwing van de luchtwegen en/of beschadiging longweefsel

    COPD ontstaat onder andere door een vernauwing van de luchtwegen (luchtwegobstructie). Deze luchtwegvernauwing ontstaat geleidelijk door regelmatige of chronische ontstekingsreacties in de luchtwegen en longweefsel na inademing van schadelijke deeltjes, zoals rook. In de beginfase is er vaak sprake van een toename van slijmvorming en hoesten. In de loop van de tijd neemt de luchtwegvernauwing langzaam toe. Daarnaast kan de structuur van de longen beschadigd raken en uiteindelijk kan het zuurstoftransport beperkt worden. Luchtwegvernauwing en longweefselbeschadiging komen in wisselende combinaties voor bij mensen met COPD. Bij ernstig COPD kan de longfunctie met meer dan de helft verminderen.

    Complicaties verergeren het ziektebeeld

    COPD-patiënten hebben naast klachten ook vaak bijkomende complicaties, die het ziektebeeld verergeren. Veel voorkomende complicaties zijn bacteriële en/of virale luchtweginfecties en bijwerkingen van medicijnen. Een complicatie die weinig voorkomt, maar wel ernstig is, is cor pulmonale. Cor pulmonale is een hartziekte die bestaat uit verwijding van de rechterharthelft door overbelasting. Door gebrek aan zuurstof is men dan niet meer in staat om normale lichamelijke inspanning te verrichten. Ten slotte komen hart- en vaataandoeningen, hoge bloeddruk, diabetes en depressie vaker voor bij mensen met COPD dan in de normale bevolking (zogenaamde comorbiditeit).

    Verergering klachten door aspecifieke hyperreactiviteit of allergische reacties

    De klachten van hoesten en kortademigheid bij COPD kunnen verergeren door prikkels van buitenaf. Er kan sprake zijn van aspecifieke hyperreactiviteit en/of een allergische reactie. Bij een patiënt met COPD kunnen beide vormen van gevoeligheid aanwezig zijn, maar meestal is sprake van aspecifieke hyperreactiviteit. Allergie komt minder vaak voor, maar leidt ook tot meer klachten van hoesten en kortademigheid (Fattahi et al., 2013, Jamieson et al., 2013).

    • Bij een aspecifieke hyperreactiviteit bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor allerlei (niet-allergene) prikkelende stoffen en/of fysische prikkels die de luchtwegen binnendringen zoals koude lucht, mist, rook, baklucht of parfum.
    • Bij een allergie bestaat een gevoeligheid van de luchtwegen voor exogene prikkels, zoals huisstofmijt, haren, schimmels of graspollen (allergenen). Het immuunsysteem van personen met een allergie-neiging kan overmatig reageren op deze stoffen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Fattahi F, ten Hacken NHT, Fattahi F, Hylkema MN, Timens W, Postma D, et al. Atopy is a risk factor for respiratory symptoms in COPD patients: results from the EUROSCOP study. Respiratory Research. 2013;14(1):10. Bron | DOI
    2. Jamieson DB, Matsui EC, Belli A, McCormack MC, Peng E, Pierre-Louis S, et al. Effects of allergic phenotype on respiratory symptoms and exacerbations in patients with chronic obstructive pulmonary disease. Am J Respir Crit Care Med. 2013;188(2):187-92. Pubmed | DOI
  • Behandeling van COPD

    Behandeling gericht op voorkómen van klachten en verminderen ernst klachten

    De behandeling van COPD-patiënten is primair gericht op het zo veel mogelijk voorkómen van perioden met klachten en het verminderen van de ernst van de klachten die tóch ontstaan. Herstel van de normale longfunctie is niet mogelijk. 

    Diverse medicijnen beschikbaar

    Afhankelijk van de klachten en de onderliggende mechanismen, moet een COPD-patiënt medicijnen gebruiken. De belangrijkste zijn luchtwegverwijders en ontstekingsremmers. In de praktijk werkt men vaak met een combinatie van meer medicamenten.

    • Luchtwegverwijders zorgen dat de luchtwegen ruimer worden. Tegenwoordig zijn behalve kortwerkende, ook langwerkende luchtwegverwijders beschikbaar.
    • Ontstekingsremmers beschermen de luchtwegen tegen een nieuwe ontsteking en lossen de ontstekingen op die er al zijn.
  • Classificatie van COPD

    ICD-9 en ICD-10-codes voor COPD.

    Omschrijving

    ICD-9 code

    Omschrijving

    ICD-10 code

    Bronchitis, niet gespecificeerd als acuut of chronisch

    490

    Bronchitis, niet gespecificeerd als acuut of chronisch

    J40

    Chronische bronchitis

    491

    Eenvoudige en mucopurulente chronische bronchitis

    J41

       

    Niet gespecificeerde chronische bronchitis

    J42

    Emfyseem

    492

    Emfyseem

    J43

    Chronische luchtwegobstructie, niet elders geclassificeerd

    496

    Overige chronische obstructieve longaandoeningen

    J44

     

    Classificatie van COPD volgens ICD-codes en ICPC

    Binnen de ICD-9 valt COPD onder de chronische obstructieve longziekten en aanverwante aandoeningen (codes 490-492, 496) en binnen de ICD-10 onder de chronische aandoeningen van onderste luchtwegen (codes J40-J44) (zie tabel).
    In huisartsenregistraties wordt gebruik gemaakt van een indeling op grond van ICPC-code. Hierbij staat ICPC-code R91 voor Chronische bronchitis / bronchiëctasieën en R95 voor emfyseem/COPD.

Bronverantwoording
  • Zorgregistraties

    Huisartsenregistraties

    Voor bepaling van de prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van COPD zijn gegevens gebruikt van de Nivel Zorgregistraties eerste lijn. Voor de beschrijving van de trend in prevalentie en het aantal nieuwe gevallen van COPD is gebruik gemaakt van twee andere huisartsenregistraties: FaMe-net en RNH-Limburg. Deze twee registraties registreren al meer dan 20 jaar het voorkomen van ziekten in de huisartsenpraktijk. Omdat NIVEL Zorgregistratie eerste lijn over een kortere periode gegevens heeft wordt deze niet gebruikt voor de beschrijving van de trends.

    De gebruikte ICPC-codes zijn R91 (chronische bronchitis) en R95 (emfyseem, COPD). De gebruikte code uit de FaMe-net is E-code 2480.

    Kenmerken van COPD in de huisartspraktijk

    COPD is een chronische aandoening. Meestal heeft de patiënt hiervoor regelmatig contact met de huisarts, echter soms wordt de zorg geheel overgenomen door de longarts. Soms wordt alleen de diagnostiek gedaan door de longarts. Hoewel het een chronisch probleem is, komen sommige patiënten voor hun COPD lange tijd (een of meer jaren) niet bij de huisarts. Ze hebben dan bijvoorbeeld alleen slijm en kortademigheid bij het opstaan maar voelen geen noodzaak tot medicatie. Het maken van een onderscheid tussen astma en COPD is vaak lastig. Sommige huisartsen zijn mogelijk meer geneigd een klachtcode als hoesten, piepende ademhaling en benauwdheid te registreren in plaats van de ziektediagnose COPD. Het benoemen van een ziekte-episode op een bepaald moment óf als nieuw óf als bekend (prevalent) kan lastig zijn omdat de precieze diagnose pas in de loop van een aantal contacten uitkristalliseert en het dan onduidelijk is op welke datum de aandoening nieuw was.

    De prevalentie- en het aantal nieuwe gevallen op basis van verschillende huisartsenregistraties kunnen aanzienlijk variëren. De oorzaak kan zijn dat het voorkomen van ziekten in de praktijkpopulaties verschilt, maar het kan ook het gevolg zijn van verschillen in de algemene werkwijze van de registraties en de wijze waarop prevalentie- en het aantal nieuwe gevallen worden berekend. Bovendien kunnen registraties voor bepaalde ziekten specifieke (al dan niet vastgelegde) regels hanteren. 

    FaMe-net

    Elk jaar wordt overwogen of de diagnose COPD nog steeds geldig is.Voor meer informatie zie FaMe-net op Zorggegevens.

    LINH

    Geen specifieke opmerkingen. Het Landelijk Informatie Netwerk Huisartsenzorg (LINH) is met ingang van 01-01-2014 opgegaan in NIVEL Zorgregistraties Eerste Lijn.

    RNH-Limburg

    Het RNH gaat uit van probleemlijsten. Over het algemeen worden daarop alleen langdurige problemen geregistreerd. Voor meer informatie zie RNFM, voorheen RNH-Limburg op Zorggegevens.

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Een deel van de personen die COPD hebben, wordt opgenomen in een ziekenhuis. Voor de ziekenhuisregistraties worden de ICD-9-codes 490-492 gebruikt. Het laatste meetjaar LMR was 2013, met ingang van 1 januari 2014 is de LMR registratie definitief vervangen door de LBZ.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. Nivel Zorgregistraties eerste lijn, Nivel Zorgregistraties. zorggegevens.nl
    2. FaMe-net, Family Medicine Network. zorggegevens.nl
    3. RNFM, voorheen RNH-Limburg, Research Network Family Medicine (RNFM) Maastricht voorheen: Registratienet Huisartspraktijken Limburg. zorggegevens.nl
    4. LBZ, Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg . zorggegevens.nl
  • Kostenstudies

    Kosten van Ziektenstudie

    In de Kosten van Ziektenstudie (Slobbe et al., 2011) zijn de totale kosten van de gezondheidszorg voor het peiljaar 2007 via verdeelsleutels toegewezen aan sectoren en diagnosegroepen. De studie is een generieke kostenstudie die gebruik maakt van een 'top-down'-benadering om de kosten te verdelen. De kosten voor astma en COPD zijn samengenomen in één diagnosegroep.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Slobbe LCJ, Smit JM, Groen J, Poos MJJC, Kommer GJ. Kosten van ziekten in Nederland 2007. Trends in de Nederlandse zorguitgaven 1999-2010. Bilthoven / Den Haag: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM / Centraal Bureau voor de Statistiek CBS; 2011. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

Andere websites over COPD