Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ContacteczeemCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen met contacteczeem

Regionaal & Internationaal

Internationaal vergelijkbare cijfers ontbreken

Kosten

Zorguitgaven contacteczeem 112 miljoen euro

Preventie & Zorg

Relatief weinig klinische opnamen

Trend voorkomen contacteczeem in huisartsenpraktijk

Jaarprevalentie en aantal nieuwe gevallen contacteczeem 2011-2019

JaarNieuwe gevallen, mannenNieuwe gevallen, vrouwenPrevalentie, mannenPrevalentie, vrouwenNieuwe gevallen, mannen (absoluut)Nieuwe gevallen, vrouwen (absoluut)Prevalentie, mannen (absoluut)Prevalentie, vrouwen (absoluut)
2011100100100100232.200338.500406.200588.700
201299999898231.600337.900402.200581.400
2013101999797237.500337.600401.200577.200
2014991009798234.700343.000402.500586.800
201595939696227.000320.300403.500576.800
201693909392225.300314.400399.700560.800
201791909090224.300315.000391.300550.100
201888878887217.900306.400385.800539.200
201985838483210.900294.000365.900515.200

Aantal nieuwe diagnoses contacteczeem afgenomen

Het aantal door de huisarts nieuw gediagnosticeerde gevallen van contacteczeem was in de periode 2011-2014 vrijwel constant en is in de periode 2014-2019 met ongeveer 15% afgenomen, voor zowel mannen als vrouwen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van contacteczeem is voor mannen afgenomen van 232.200 in 2011 naar 210.900 in 2019, en voor vrouwen van 338.500 in 2011 naar 294.000 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie contacteczeem afgenomen

In de periode 2011-2019 is het aantal mensen met contacteczeem dat bekend was bij de huisarts (jaarprevalentie) voor zowel mannen als vrouwen met ruim 15% afgenomen. Deze trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie).
Het per jaar geschatte en ongecorrigeerde aantal mensen met contacteczeem dat bekend was bij de huisarts is voor mannen afgenomen van 406.200 in 2011 naar 365.900 in 2019. Voor vrouwen is dit aantal afgenomen van 588.700 in 2011 naar 515.200 in 2019 (absolute aantallen zichtbaar in de tabelweergave).

Prevalentie contacteczeem tussen 1991 en 2014 toegenomen

De gestandaardiseerde prevalentie van contacteczeem is in de periode 1991-2014 gestegen. De toename bedroeg bijna 60% voor mannen, de jaarprevalentie voor vrouwen is verdubbeld. In de periode 1991-2014 waren toe- en afnames van het gestandaardiseerde aantal nieuwe gevallen van contacteczeem te zien. Over de gehele periode is het aantal nieuwe gevallen van contacteczeem gedaald. Deze trends zijn gebaseerd op de huisartsenregistratie RNH-Limburg (zie: Trend jaarprevalentie en nieuwe gevallen contacteczeem 1991-2014 (PDF; 134 KB)).

Meer informatie

Trend prevalentie contacteczeem in huisartsenpraktijk naar opleiding

Jaarprevalentie contacteczeem naar opleiding 2011-2018

25 tot en met 54 jaar
JaarLaagMiddelbaarHoog
201169,360,952,6
201266,759,351,7
201367,658,052,3
201467,457,053,5
201564,755,852,9
201660,054,851,2
201759,353,549,9
201857,952,848,9
  • ICPC-code S88
  • Laag opleidingsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1).
  • Middelbaar opleidingsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog opleidingsniveau =  hbo of wo

Verschillen prevalentie contacteczeem tussen opleidingsniveaus iets kleiner geworden

De grafiek toont de trend in de jaarprevalentie van contacteczeem onder 25- tot en met 54-jarigen in de registratie van huisartsen. Hierbij is de groep ingeschreven patiënten opgedeeld in drie opleidingsniveaus. Contacteczeem komt relatief meer voor bij laagopgeleiden dan bij hoogopgeleiden. In de periode 2011-2018 zijn de verschillen in de jaarprevalentie tussen de verschillende opleidingsniveaus iets kleiner geworden. De jaarprevalentie onder 25- tot en met 54-jarigen is voor alle opleidingsniveaus licht gedaald.

Meer informatie

Datum publicatie

02-12-2020

Trend in aantal meldingen contacteczeem

Trend in meldingen van contacteczeem 2007-2019

Irritatief contacteczeemAllergisch contacteczeemCombinatie
200710958
20089363
20099863
20108645
20116856
201210131
201374498
2014964231
2015101606
2016713028
2017292820
2018102917
2019293918

Bron: NCvB, 2020

Contacteczeem meest gemelde arbeidsdermatose

In de periode 2007-2019 schommelde het aantal meldingen van contacteczeem door bedrijfsartsen aan het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB) tussen de 56 en 169 meldingen. Met name in 2018 is het aantal meldingen sterk afgenomen. In 2019 was het totaal aantal meldingen van beroepshuidaandoeningen (arbeidsdermatosen) bij het NCvB 122, hiervan betroffen 86 meldingen (71%) contacteczeem. Contacteczeem blijft hiermee de meest gemelde arbeidsdermatose. Over het algemeen komen er veel meldingen van arbeidsdermatosen uit de sectoren gezondheidszorg, industrie en de bouw. Bij meer dan de helft van alle meldingen van arbeidsdermatosen is sprake van tijdelijk verzuim en bij een klein deel (8%) resulteert de arbeidsdermatose in blijvende arbeidsongeschiktheid (meestal gedeeltelijk) (NCvB, 2020).

Meer informatie

Datum publicatie

16-12-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2020. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten; 2020. Bron
  2. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2014. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten; 2014. Bron

Toekomstige trend contacteczeem door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal mensen met contacteczeem door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal mensen met contacteczeem (jaarprevalentie) in de periode 2018-2040 naar verwachting met 15% stijgen. De verwachte stijging bedraagt 18% voor mannen en 12% voor vrouwen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van contacteczeem beïnvloeden. 

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Contacteczeem is ontsteking van de huid door bepaalde stoffen

    Contacteczeem (ICD-9-code 692; ICD-10-code L23-L25) is een ontsteking van de huid, die ontstaat wanneer de huid in aanraking komt met bepaalde stoffen. De klachten kunnen af en toe de kop opsteken, maar kunnen ook continu aanwezig zijn. Soms heeft iemand langere tijd slechts lichte klachten, waarna de klachten weer verergeren. Contacteczeem komt vooral voor op handen, voeten of in het gezicht.

    Er worden twee vormen van contacteczeem onderscheiden:

    1. Irritatie (ortho-ergisch) contacteczeem: hierbij overtreft de (duur van de) aanraking met irriterende stoffen de belastbaarheid en het herstelvermogen van de huid. Zo kan bijvoorbeeld langdurig contact met water, zeep, oplosmiddelen en zuren eczeem veroorzaken bij bijvoorbeeld kapsters, metaalbewerkers, verpleegkundigen en huisvrouwen.
    2. Allergisch contacteczeem: hierbij is de huid overgevoelig geworden voor een bepaalde stof of groep van structureel verwante stoffen (sensibilisatie) door voorafgaande blootstelling. Bij mensen met een dergelijke overgevoeligheid zal kortdurend contact met deze specifieke stof al voldoende zijn voor het optreden of instandhouden van het eczeem op de contactplaats. Het eczeem kan lange tijd blijven bestaan. Allergisch contacteczeem is soms moeilijk te onderscheiden van constitutioneel eczeem.

    Symptomen bij acuut en chronisch contacteczeem verschillen

    Contacteczeem kan in een acute vorm of in een chronische vorm voorkomen. Deze indeling heeft te maken met het klinische beeld en niet met het type eczeem (irritatie of allergisch contacteczeem). Bij acuut contacteczeem treden sterk jeukende, met vocht gevulde blaasjes met een diffuse, rode en vurige zwelling (oedeem) op. De blaasjes barsten op den duur open, waardoor er vochtige plekken op de huid ontstaan. Deze plekken kunnen door bacteriële besmetting gaan ontsteken (secundaire infectie). Een kenmerk van chronisch contacteczeem is extreem droge huid, rood en schilferig. Verder is de huid verdikt en stug (lichenificatie), wat soms samengaat met kloofjes. Chronisch eczeem komt meestal aan de handen voor. Iemand met chronisch eczeem heeft vaak meer last van kloofjes en pijn dan van jeuk.

    Contacteczeem komt vaak weer terug

    Bij veel patiënten keert het contacteczeem over een periode van enkele jaren regelmatig terug. Omdat de huid vaak is blootgesteld aan huidirriterende stoffen, zoals zeep en water, of incidentele contacten met alom tegenwoordige allergenen, komen contacteczemen frequent terug. Dit geldt vooral voor contacteczeem aan de handen, deze eczemen komen bij 60-80% van de patiënten regelmatig terug (Hogan et al., 1990).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hogan DJ, Dannaker CJ, Maibach HI. The prognosis of contact dermatitis. J Am Acad Dermatol. 1990;23(2 Pt 1):300-7. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over contacteczeem

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB)

    Aantal meldingen beroepsziekten

    Nederlandse beroepsbevolking

    NCvB, 2018

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met contacteczeem als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor contacteczeem

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2018. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten; 2018. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.