Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

ContacteczeemCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Meer vrouwen dan mannen met contacteczeem

Regionaal & Internationaal

Internationaal vergelijkbare cijfers ontbreken

Kosten

Zorguitgaven contacteczeem 112 miljoen euro

Preventie & Zorg

Relatief weinig klinische opnamen

Prevalentie contacteczeem in huisartsenpraktijk

881.200 mensen met contacteczeem

In 2019 waren er naar schatting 881.200 mensen bij de huisarts bekend met de diagnose contacteczeem: 365.900 mannen en 515.200  vrouwen. Dit komt overeen met 42,5 per 1.000 mannen en 59,0 per 1.000 vrouwen. Tot de leeftijd van ongeveer 75 jaar komt contacteczeem meer voor bij vrouwen dan bij mannen. In de leeftijd van ongeveer 20 tot 75 jaar is het percentage vrouwen met contacteczeem nagenoeg constant. Het percentage mannen  met contacteczeem neemt daarentegen toe met de leeftijd. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2019 bekend waren bij de huisarts met contacteczeem. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2019 contact te hebben gehad met de huisarts voor contacteczeem.

Meer informatie

Nieuwe gevallen contacteczeem in huisartsenpraktijk

505.000 nieuwe patiënten met contacteczeem in 2019

In 2019 zijn naar schatting 505.000 nieuwe patiënten met contacteczeem gediagnosticeerd door de huisarts: 210.900 mannen en 294.000 vrouwen. Dit komt overeen met 24,5 per 1.000 mannen en 33,7 per 1.000 vrouwen. Tot de leeftijd van ongeveer 75 jaar is het aantal nieuwe gevallen van contacteczeem groter bij vrouwen dan bij mannen. In de leeftijd van ongeveer 20 tot 75 jaar is het percentage vrouwen dat contacteczeem krijgt nagenoeg constant. Het aantal nieuwe gevallen van contacteczeem neemt bij mannen daarentegen toe met de leeftijd.

Meer informatie

Prevalentie contacteczeem in huisartsenpraktijk naar opleiding

Jaarprevalentie contacteczeem naar opleiding 2018

25 tot en met 54 jaar
LaagMiddelbaarHoog
Toaal57,952,848,9
Mannen42,939,339,8
Vrouwen73,366,956,5
25-3452,151,147,1
35-445753,450,6
45-5463,254,549
  • ICPC-code S88
  • Laag opleidingsniveau = basisonderwijs, vmbo, eerste 3 leerjaren van havo/ vwo of de assistentenopleiding (mbo-1)
  • Middelbaar opleidingsniveau = bovenbouw van havo/ vwo, basisberoepsopleiding (mbo-2), vakopleiding (mbo-3) en middenkader- en specialistenopleidingen (mbo-4)
  • Hoog opleidingsniveau = hbo of wo

Vooral bij vrouwen verschillen contacteczeem naar opleiding

De grafiek geeft over 2018 de jaarprevalentie van contacteczeem naar opleiding in de registratie van huisartsen weer. In deze registratie zijn er geen grote verschillen naar opleiding in het voorkomen van contacteczeem. De verschillen naar opleiding zijn het grootst bij vrouwen en nemen toe met de leeftijd. De jaarprevalentie betreft alle mensen die ergens in het jaar 2018 bekend waren bij de huisarts met contacteczeem. Deze mensen hoeven niet allemaal in 2018 contact te hebben gehad met de huisarts voor contacteczeem. 

Meer informatie

Datum publicatie

16-11-2020

Interpretatie van cijfers

Eczemen lastig te classificeren

Contacteczeem is een ontsteking van de huid, die ontstaat wanneer de huid in aanraking komt met bepaalde stoffen. De klachten kunnen af en toe de kop opsteken, maar kunnen ook continu aanwezig zijn. Eczemen zijn lastig te classificeren. Het is vooral lastig voor de huisarts, die niet altijd de juiste kennis en diagnostische mogelijkheden heeft. Ook zijn bepaalde vormen van eczeem moeilijk van elkaar of van andere dermatologische aandoeningen te onderscheiden. Met deze omstandigheden moet rekening worden gehouden bij de interpretatie van de cijfers.

Onderschatting cijfers contacteczeem

Waarschijnlijk liggen de cijfers in werkelijkheid hoger dan op grond van huisartsenregistraties wordt geschat. Huisartsenregistraties bevatten slechts de relatief ernstige patiënten en niet alle mensen met contacteczeem schakelen medische hulp in. Voor mensen met beroepsgebonden contacteczeem is het bijvoorbeeld voorstelbaar dat zij denken dat het eczeem ‘nu eenmaal bij het werk hoort’.

Verantwoording

Definities
  • Contacteczeem is ontsteking van de huid door bepaalde stoffen

    Contacteczeem (ICD-9-code 692; ICD-10-code L23-L25) is een ontsteking van de huid, die ontstaat wanneer de huid in aanraking komt met bepaalde stoffen. De klachten kunnen af en toe de kop opsteken, maar kunnen ook continu aanwezig zijn. Soms heeft iemand langere tijd slechts lichte klachten, waarna de klachten weer verergeren. Contacteczeem komt vooral voor op handen, voeten of in het gezicht.

    Er worden twee vormen van contacteczeem onderscheiden:

    1. Irritatie (ortho-ergisch) contacteczeem: hierbij overtreft de (duur van de) aanraking met irriterende stoffen de belastbaarheid en het herstelvermogen van de huid. Zo kan bijvoorbeeld langdurig contact met water, zeep, oplosmiddelen en zuren eczeem veroorzaken bij bijvoorbeeld kapsters, metaalbewerkers, verpleegkundigen en huisvrouwen.
    2. Allergisch contacteczeem: hierbij is de huid overgevoelig geworden voor een bepaalde stof of groep van structureel verwante stoffen (sensibilisatie) door voorafgaande blootstelling. Bij mensen met een dergelijke overgevoeligheid zal kortdurend contact met deze specifieke stof al voldoende zijn voor het optreden of instandhouden van het eczeem op de contactplaats. Het eczeem kan lange tijd blijven bestaan. Allergisch contacteczeem is soms moeilijk te onderscheiden van constitutioneel eczeem.

    Symptomen bij acuut en chronisch contacteczeem verschillen

    Contacteczeem kan in een acute vorm of in een chronische vorm voorkomen. Deze indeling heeft te maken met het klinische beeld en niet met het type eczeem (irritatie of allergisch contacteczeem). Bij acuut contacteczeem treden sterk jeukende, met vocht gevulde blaasjes met een diffuse, rode en vurige zwelling (oedeem) op. De blaasjes barsten op den duur open, waardoor er vochtige plekken op de huid ontstaan. Deze plekken kunnen door bacteriële besmetting gaan ontsteken (secundaire infectie). Een kenmerk van chronisch contacteczeem is extreem droge huid, rood en schilferig. Verder is de huid verdikt en stug (lichenificatie), wat soms samengaat met kloofjes. Chronisch eczeem komt meestal aan de handen voor. Iemand met chronisch eczeem heeft vaak meer last van kloofjes en pijn dan van jeuk.

    Contacteczeem komt vaak weer terug

    Bij veel patiënten keert het contacteczeem over een periode van enkele jaren regelmatig terug. Omdat de huid vaak is blootgesteld aan huidirriterende stoffen, zoals zeep en water, of incidentele contacten met alom tegenwoordige allergenen, komen contacteczemen frequent terug. Dit geldt vooral voor contacteczeem aan de handen, deze eczemen komen bij 60-80% van de patiënten regelmatig terug (Hogan et al., 1990).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Hogan DJ, Dannaker CJ, Maibach HI. The prognosis of contact dermatitis. J Am Acad Dermatol. 1990;23(2 Pt 1):300-7. Pubmed
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over contacteczeem

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    NIVEL Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie, aantal nieuwe gevallen

    Nederlandse bevolking

    NZR

    Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB)

    Aantal meldingen beroepsziekten

    Nederlandse beroepsbevolking

    NCvB, 2018

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur met contacteczeem als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking

    LMR

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor contacteczeem

    Nederlandse bevolking

    Kosten van Ziekten

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NCvB. Beroepsziekten in Cijfers 2018. Amsterdam: Nederlands Centrum voor Beroepsziekten; 2018. Bron
Methoden
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.