Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Chronische ziekten en multimorbiditeitCijfers & ContextPrevalentie

Cijfers & Context

Helft Nederlanders heeft chronische ziekte

Regionaal & Internationaal

Meeste langdurige aandoeningen in Zuid-Limburg

Kosten

Preventie & Zorg

5,3 miljoen chronisch zieken in zorg bij huisarts

Prevalentie chronische ziekte naar leeftijd en geslacht

Aantal personen met één of meer chronische ziekten op 1 januari 2014

LeeftijdMannenVrouwen
0-4308,1261,6
5-9375,1339,4
10-14357,1342,3
15-19322,1339,1
20-24281,1332,7
25-29246,6324,0
30-34251,1335,8
35-39282,4370,2
40-44336,1416,2
45-49404,6481,8
50-54492,6570,1
55-59592,9667,6
60-64701,2750,6
65-69781,1817,4
70-74852,8874,9
75-79901,6917,5
80-84934,6942,1
85+943,1954,5

8,2 miljoen mensen met een chronische ziekte

Op 1 januari 2014 hadden 8,2 miljoen mensen in Nederland één of meer chronische ziekten. Dit komt overeen met de helft van de Nederlandse bevolking. Een ‘chronische ziekte’ is hier gedefinieerd als een ziekte waarbij over het algemeen geen uitzicht is op volledig herstel. De schatting is gebaseerd op een selectie van 109 door de huisarts geregistreerde chronische ziekten. De diagnose kan gesteld zijn door de huisarts zelf of kan zijn overgenomen van een andere zorgverlener. Overigens komen niet alle mensen met een chronische ziekte jaarlijks voor die ziekte bij de huisarts. Voor het aantal mensen met een chronische ziekte dat hiervoor in 2014 de huisarts bezocht, zie Aantal mensen met een chronische ziekte in zorg bij de huisarts.

Ruim negentig procent van de 75-plussers heeft een chronische ziekte

Chronische ziekten komen op alle leeftijden voor. Het percentage mensen met één of meer chronische ziekten neemt echter toe met de leeftijd. Ruim 90% van de mensen van 75 jaar en ouder heeft ten minste één chronische ziekte. Toch ligt de prevalentie onder personen jonger dan 40 jaar ook al rond de 30%.

Meer vrouwen dan mannen met een chronische ziekte

In de leeftijdsgroep van 0 tot 15 jaar zijn er relatief meer jongens dan meisjes met een chronische ziekte. In de leeftijdsgroep van 15 tot 65 jaar zijn er juist relatief meer vrouwen dan mannen met een chronische ziekte. In de leeftijdsgroep boven de 65 jaar is er nagenoeg geen verschil  in het aantal mannen en vrouwen met een chronische ziekte. In de totale bevolking zijn er, zowel absoluut als relatief, meer vrouwen dan mannen met een chronische ziekte: 3,8 miljoen mannen (45,8% van alle mannen) en 4,4 miljoen vrouwen (51,9% van alle vrouwen).

 

Meer informatie

Prevalentie multimorbiditeit naar leeftijd en geslacht

Aantal mensen met multimorbiditeit op 1 januari 2014

LeeftijdMannenVrouwen
0-453,037,4
5-990,668,3
10-1489,179,8
15-1980,683,8
20-2463,082,7
25-2951,884,0
30-3455,091,7
35-3969,8109,1
40-44100,1137,6
45-49146,4189,8
50-54213,5266,0
55-59310,8369,8
60-64426,2477,3
65-69533,0579,8
70-74638,3678,4
75-79730,0763,9
80-84793,3817,5
85+822,0844,6

Ruim 4 miljoen mensen hebben meer dan één chronische ziekte

De helft (50%) van de mensen met een chronische ziekte in 2014 had meer dan één chronische ziekte. Dit komt neer op 4,1 miljoen mensen, ofwel een kwart van de totale Nederlandse bevolking. Overigens komen niet alle mensen met multimorbiditeit jaarlijks bij de huisarts. Voor het aantal mensen dat in 2014 de huisarts bezocht voor meer dan één chronische ziekte, zie Aantal mensen met multimorbiditeit in zorg bij de huisarts.

Aantal mensen met multimorbiditeit neemt sterk toe vanaf 40 jaar

Bij mensen die jonger zijn dan 40 jaar komt multimorbiditeit relatief weinig voor, maar het percentage mensen met multimorbiditeit is ook in deze leeftijdsgroep nog altijd bijna 8% . Vanaf de leeftijd van 40 jaar neemt de prevalentie sterk toe. Ruim twee derde van de mensen van 65 jaar en ouder heeft meer dan één chronische ziekte.

Meer vrouwen dan mannen met multimorbiditeit

Er zijn meer vrouwen met multimorbiditeit dan mannen, zowel relatief als absoluut. In de leeftijdsgroep van 0 tot 15 jaar zijn er relatief meer jongens dan meisjes met multimorbiditeit. In de leeftijdsgroep van 15 tot 65 jaar zijn er juist relatief meer vrouwen dan mannen met multimorbiditeit. In de leeftijdsgroep boven de 65 jaar is er nagenoeg geen verschil tussen beide geslachten.

Meer informatie

 

Prevalentie multimorbiditeit naar aantal chronische ziekten

Verdeling aantal chronische ziekten onder patiënten met ten minste één chronische ziekte op 1 januari 2014

Leeftijd12345678910+
0-2477,318,83,20,50,100000
25-5465,5237,62,60,90,30,1000
55-6441,82815,97,93,61,60,70,20,10,1
65-7427,526,119,712,67,13,71,80,90,40,3
75+1519,82016,611,67,74,42,41,31,2
Totaal49,423,212,27,03,92,21,10,60,30,2

27% van de mensen met een chronische ziekte heeft drie of meer ziekten

Van de mensen met een chronische ziekte, heeft bijna de helft (49%) één chronische ziekte, 23% heeft twee chronische ziekten en 27% heeft drie of meer chronische ziekten. Deze verdeling varieert sterk tussen leeftijdsgroepen. Van de mensen van 75 jaar en ouder met een chronische ziekte, heeft 65% drie of meer chronische ziekten.

Meer informatie

 

 

Verantwoording

Definities
  • Wat is een chronische ziekte?

    Een ‘chronische ziekte’ is gedefinieerd als een ziekte waarbij over het algemeen geen uitzicht is op volledig herstel. Een chronische ziekte gaat doorgaans gepaard met pijn, geestelijk lijden, beperkingen in functioneren of andere klachten. De mate waarin mensen hinder ondervinden verschilt per ziekte en per individu.

  • Wat is multimorbiditeit?

    Multimorbiditeit is de algemene term voor het optreden van meer dan één (chronische) ziekte in één individu tijdens een bepaalde periode.

  • Contact met huisartsenpraktijk

    Het gaat om mensen die contact hebben gehad met de huisartsenpraktijk (zowel huisarts als POH), waarbij een diagnose in het medisch dossier is geregistreerd. Onder contact met de huisartsenpraktijk vallen:

    • bezoeken aan de praktijk,
    • telefonische consulten,
    • e-mailconsulten, en
    • huisbezoeken.

    De aanvraag van een herhaalrecept valt niet onder contact met de huisartsenpraktijk.

Bronverantwoording
  • NIVEL Zorgregistraties eerste lijn: chronische ziekten en multimorbiditeit

    Selectie van 109 chronische ziekten

    De prevalentie van chronische ziekten en multimorbiditeit is berekend op basis van de registraties van huisartspraktijken die deelnemen aan de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Hierbij is een selectie gemaakt van 109 chronische ziekten met ieder een eigen ICPC-1-code (zie tabel).

    Voor een toelichting op de berekening van de prevalentie van ziekten verwijzen wij naar de website van het NIVELNIVEL Zorgregistraties eerste lijn - Methoden - Incidentie/prevalentie

     

    Selectie van 109 chronische ziekten, inclusief ICPC-1-codes

    ICPC-1-code

    Omschrijving

    A28

    Functiebeperking/handicap

    A79

    Maligniteit met onbekende primaire lokalisatie

    A90

    Multiple aangeboren afwijkingen

    B28

    Functiebeperking/handicap bloed/lymfestelsel

    B72

    Ziekte van Hodgkin

    B73

    Leukemie

    B74

    Andere maligniteit bloed/lymfestelsel

    B78

    Erfelijke hemolytische anemie

    B79

    Andere aangeboren afwijking bloed/lymfestel

    B83

    Purpura/stollingsstoornis/afwijkende trombocyten

    B90

    HIV-infectie (AIDS/ARC)

    D28

    Functiebeperking/handicap spijsverteringsorganen

    D74

    Maligniteit maag

    D75

    Maligniteit colon/rectum

    D76

    Maligniteit pancreas

    D77

    Andere/niet-gespecif. maligniteit spijsverteringsorganen

    D81

    Aangeboren afwijking(en) spijsverteringsorganen

    D92

    Diverticulose/diverticulitis

    D94

    Colitis ulcerosa/chronische enteritis (regionalis)

    D97

    Cirrose/andere leverziekte

    F28

    Functiebeperking/handicap oog/adnexen

    F81

    Andere aangeboren afwijking(en) oog/adnexen

    F83

    Retinopathie

    F84

    Maculadegeneratie

    F91

    Refractie afwijking(en)

    F93

    Glaucoom/verhoogde oogdruk

    F94

    Blindheid (elke graad/vorm)

    H28

    Functiebeperking/handicap oor

    H80

    Aangeboren afwijking(en) oor

    H83

    Otosclerose

    H84

    Presbyacusis

    H85

    Akoestisch letsel/lawaaidoofheid

    H86

    Doofheid/slechthorendheid

    K28

    Functiebeperking/handicap hartvaatstelsel

    K73

    Aangeboren afwijking(en) hartvaatstelsel

    K74

    Angina pectoris

    K76

    Andere/chronische ischemische hartziekte

    K77

    Decompensatio cordis

    K82

    Cor pulmonale

    K86

    Essentiële hypertensie zonder orgaanbeschadiging

    K87

    Hypertensie met orgaanbeschadiging/secundaire hypertensie

    K90

    Cerebrovasculair accident (CVA)

    K91

    Atherosclerose [ex. K76,K90]

    K92

    Andere ziekte(n) perifere arteriën

    L28

    Functiebeperking/handicap bewegingsapparaat

    L82

    Aangeboren afwijking(en) bewegingsapparaat

    L84

    Artrose/spondylose wervelkolom

    L85

    Verworven afwijking(en) wervelkolom

    L88

    Reumatoïde arthritis/verwante aandoening(en)

    L89

    Coxartrose

    L90

    Gonartrose

    L91

    Andere artrose/verwante aandoening(en)

    L95

    Osteoporose

    L98

    Verworven afwijking(en) extremiteiten

    N28

    Functiebeperking/handicap zenuwstelsel

    N70

    Poliomyelitis/andere enterovirus infectie

    N74

    Maligniteit zenuwstelsel

    N85

    Aangeboren afwijking(en) zenuwstelsel

    N86

    Multiple sclerose

    N87

    Parkinsonisme, ziekte van Parkinson

    N88

    Epilepsie (alle vormen)

    P28

    Functiebeperking/handicap psychische ziekte

    P70

    Seniele dementie/Alzheimer

    P72

    Schizofrenie

    P80

    Persoonlijkheids-/karakterstoornis

    P85

    Mentale retardatie/intellectuele achterstand

    R28

    Functiebeperking/handicap luchtwegen

    R84

    Maligniteit bronchus/long

    R85

    Andere maligniteit luchtwegen

    R89

    Aangeboren afwijking(en) luchtwegen

    R91

    Chronische bronchitis/bronchiëctasieën

    R95

    Emfyseem/COPD

    R96

    Astma

    S28

    Functiebeperking/handicap huid/subcutis

    S77

    Maligniteit huid/subcutis

    S81

    Hemangioom/lymfangioom

    S83

    Andere aangeboren afwijking(en) huid/subcutis

    S87

    Constitutioneel eczeem

    S91

    Psoriasis (met of zonder artropathie)

    T28

    Funct.beperking/handicap endocr. klieren/metabolisme/voeding

    T71

    Maligniteit schildklier

    T78

    Persisterende ductus thyreoglossus/cyste

    T80

    Andere aangeboren afwijking endocriene klieren/metabolisme

    T81

    Struma/noduli [ex. T85,T86]

    T86

    Hypothyreoïdie/myxoedeem

    T90

    Diabetes mellitus

    T92

    Jicht

    T93

    Vetstofwisselingsstoornis(sen)

    U28

    Functiebeperking/handicap urinewegen

    U75

    Maligniteit nier

    U76

    Maligniteit blaas

    U77

    Andere maligniteit urinewegen

    U85

    Aangeboren afwijking(en) urinewegen

    U88

    Glomerulonephritis/nefrose

    W28

    Functiebeperking/handicap ten gevolge van zwangerschap

    W72

    Maligniteit in verband met zwangerschap

    W76

    Zwangerschap complicerende aangeboren afwijking moeder

    X28

    Functiebeperking/handicap geslachtsorganen vrouw

    X75

    Maligniteit cervix uteri

    X76

    Maligniteit borst vrouw

    X77

    Andere maligniteit geslachtsorganen vrouw

    X83

    Aangeboren afwijking(en) geslachtsorganen vrouw

    X88

    Fibroadenoom/polycystische afwijking borsten

    Y28

    Functiebeperking/handicap geslachtsorganen man

    Y77

    Maligniteit prostaat

    Y78

    Andere maligniteit geslachtsorganen/borsten man

    Y82

    Hypospadie

    Y84

    Andere aangeboren afwijking(en) geslachtsorganen/borsten man

    Z28

    Sociale functiebeperking/handicap

     

     

     

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Gezondheidsmonitor Volwassenen: chronische ziekten en multimorbiteit

    Cijfers over chronische ziekten zijn van 2012 en 2016 niet met elkaar te vergelijken vanwege wijziging in vraagstelling tussen 2012 en 2016. In 2012 werden ziekten gevraagd doormiddel van onderstaande lijst. 

    • een beroerte, hersenbloeding of herseninfarct
    • een hartinfarct;
    • een andere ernstige hartaandoening zoals hartfalen of angina pectoris;
    • kanker;
    • migraine of regelmatig ernstige hoofdpijn;
    • hoge bloeddruk;
    • vernauwing van de bloedvaten in de buik of de benen;
    • astma of COPD;
    • psoriasis;
    • chronisch eczeem;
    • duizeligheid met vallen;
    • ernstige of hardnekkige darmstoornis, langer dan 3 maanden;
    • onvrijwillig urineverlies;
    • gewrichtsslijtage van heupen of knieën;
    • chronische gewrichtsontsteking;
    • ernstige of hardnekkige aandoening van de rug;
    • een ernstige of hardnekkige aandoening van nek of schouder;
    • een andere ernstige of hardnekkige aandoening van elleboog, pols of hand;
    • of suikerziekte. Bij suikerziekte is niet aan de periode van 12 maanden gerefereerd, bij de andere ziekten wel.

    De vraag in 2016 is beperkter dan in 2012. In 2016 is gevraagd “Heeft u één of meer langdurige ziekten of aandoeningen?” Langdurig is (naar verwachting) 6 maanden of langer. Er worden geen ziekten of aandoeningen gevraagd. 

  • EU-SILC survey

    De internationale cijfers van Eurostat zijn afkomstig van de European Statistics of Income and Living Conditions (EU-SILC) survey. De vraagstelling in de CBS-Gezondheidsenquête en de EU-SILC vragenlijsten is gelijk, maar beide vragenlijsten zijn afgenomen bij een andere steekproef (Gezondheidsenquête: personen van 12 jaar en ouder in particuliere huishoudens; EU-SILC: personen van 16 jaar en ouder in particuliere huishoudens).

    Bij de EU-SILC survey wordt gestreefd naar eenvormige methoden van dataverzameling tussen landen (Eurostat, 2013). In de praktijk blijven er als gevolg van vertaling toch verschillen in vraagstelling en antwoordcategorieën waardoor verschillen tussen landen in ervaren gezondheid voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd (Eurostat, 2008). Bovendien is zelfrapportage van de gezondheid gevoelig voor verschillen in cultuur. Zo kunnen bijvoorbeeld verschillen in referentiekader leiden tot over- of onderschatting van de gezondheid (Sen, 2002). Ook kunnen antwoordcategorieën in verschillende talen een andere gevoelswaarde hebben.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Eurostat. Eurostat metadata: Health status: indicators from the SILC survey (from 2004 onwards). Last update: 23 October 2013.; 2013. Bron
    2. Eurostat. Eurostat. Note on the harmonisation of SILC and EHIS questions on health. Luxemburg: Eurostat; 2008. Bron
    3. Sen A. Health: perception versus observation. BMJ. 2002;324(7342):860-1. Pubmed

Andere websites over Chronische ziekten en multimorbiditeit