Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

Chronische ziekten en multimorbiditeitCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Helft Nederlanders heeft chronische ziekte

Regionaal & Internationaal

Meeste langdurige aandoeningen in Zuid-Limburg

Kosten

Preventie & Zorg

Aantal mensen met chronische ziekte bekend bij de huisarts

8,8 miljoen mensen met een chronische ziekte

Op 1 januari 2016 hadden 8,8 miljoen mensen in Nederland één of meer chronische ziekten. Dit komt overeen met 52% van de Nederlandse bevolking. Een ‘chronische ziekte’ is hier gedefinieerd als een ziekte waarbij over het algemeen geen uitzicht is op volledig herstel. De schatting is gebaseerd op een selectie van 109 door de huisarts geregistreerde chronische ziekten. De diagnose kan gesteld zijn door de huisarts zelf of kan zijn overgenomen van een andere zorgverlener. Overigens hebben niet alle mensen met een chronische ziekte jaarlijks contact met de huisartsenpraktijk voor die ziekte. Voor het aantal mensen met een chronische ziekte dat hiervoor in 2016 contact heeft gehad met de huisartsenpraktijk, zie Aantal mensen met een chronische ziekte in zorg bij de huisarts.

Ruim 90% van de 75-plussers heeft een chronische ziekte

Chronische ziekten komen op alle leeftijden voor. Het percentage mensen met één of meer chronische ziekten neemt echter toe met de leeftijd. Ruim 90% van de mensen van 75 jaar en ouder heeft ten minste één chronische ziekte. Toch ligt de prevalentie onder personen jonger dan 40 jaar ook al rond de 35%.

Meer vrouwen dan mannen met een chronische ziekte

In de leeftijdsgroep van 0 tot 15 jaar zijn er relatief meer jongens dan meisjes met een chronische ziekte. In de leeftijdsgroep van 15 tot 65 jaar zijn er juist relatief meer vrouwen dan mannen met een chronische ziekte. In de leeftijdsgroep boven de 65 jaar is er nagenoeg geen verschil  in het aantal mannen en vrouwen met een chronische ziekte. In de totale bevolking zijn er, zowel absoluut als relatief, meer vrouwen dan mannen met een chronische ziekte: 4,1 miljoen mannen (49% van alle mannen) en 4,7 miljoen vrouwen (55% van alle vrouwen).

Meer informatie

Aantal mensen met chronische ziekte in zorg bij de huisarts

Contact met huisartsenpraktijk voor een chronische ziekte in 2016

LeeftijdMannenVrouwen
0-4173144
5-9121111
10-14107105
15-1986111
20-2480119
25-2987132
30-3498146
35-39120170
40-44161201
45-49216266
50-54297355
55-59399451
60-64514541
65-69608628
70-74693712
75-79760776
80-84813825
85+853853
  • Het aantal persoonsjaren in een kalenderjaar is gelijk aan de totale registratieduur (uitgedrukt in jaren) van alle patiënten in een huisartsenpraktijk.

5,1 miljoen mensen hadden in 2016 contact met de huisartsenpraktijk voor een chronische ziekte

In 2016 hadden 5,1 miljoen mensen minimaal eenmaal contact met de huisartsenpraktijk voor een chronische ziekte. Dit komt overeen met 30% van de Nederlandse bevolking. Een ‘chronische ziekte’ is hier gedefinieerd als een ziekte waarbij over het algemeen geen uitzicht is op volledig herstel. De schatting is gebaseerd op een selectie van 109 chronische ziekten. 

Ruim 80% van de mensen van 75 jaar en ouder had contact met de huisartsenpraktijk voor een chronische ziekte

Het percentage mensen dat contact heeft met de huisartsenpraktijk voor een chronische ziekte neemt sterk toe met de leeftijd. Ruim 80% van de mensen van 75 jaar en ouder heeft in 2016 minimaal eenmaal contact gehad met de huisartsenpraktijk voor een chronische ziekte. Voor personen jonger dan 40 jaar ligt dit percentage gemiddeld op 12%.

Meer informatie

Aantal mensen met multimorbiditeit bekend bij de huisarts

Ongeveer 4,6 miljoen mensen hebben meer dan één chronische ziekte

Ruim de helft (52%) van de mensen met een chronische ziekte in 2016 had meer dan één chronische ziekte. Dit komt neer op 4,6 miljoen mensen, ofwel 27% van de totale Nederlandse bevolking. Overigens hebben niet alle mensen met multimorbiditeit jaarlijks contact met de huisartsenpraktijk. Voor het aantal mensen dat in 2016 contact heeft gehad met de huisartsenpraktijk voor meer dan één chronische ziekte, zie Aantal mensen met multimorbiditeit in zorg bij de huisarts.

Aantal mensen met multimorbiditeit neemt sterk toe vanaf 40 jaar

Bij mensen die jonger zijn dan 40 jaar komt multimorbiditeit relatief minder voor, maar het percentage mensen met multimorbiditeit is ook in deze leeftijdsgroep nog altijd gemiddeld 9%. Vanaf de leeftijd van 40 jaar neemt de prevalentie sterk toe. Ruim tweederde van de mensen van 65 jaar en ouder heeft meer dan één chronische ziekte.

Meer vrouwen dan mannen met multimorbiditeit

Er zijn meer vrouwen met multimorbiditeit dan mannen, zowel relatief (30% van de vrouwen en 24% van de mannen) als absoluut (2,5 miljoen vrouwen en 2,0 miljoen mannen). In de leeftijdsgroep van 0 tot 15 jaar zijn er relatief meer jongens dan meisjes met multimorbiditeit. In de leeftijdsgroep van 15 tot 65 jaar zijn er juist relatief meer vrouwen dan mannen met multimorbiditeit. In de leeftijdsgroep boven de 65 jaar is er nog maar een klein verschil tussen beide geslachten (iets meer vrouwen dan mannen).

Meer informatie

 

Aantal mensen met multimorbiditeit in zorg bij de huisarts

Contact met huisartsenpraktijk voor twee of meer chronische ziekten in 2016

LeeftijdMannenVrouwen
0-41511
5-9108
10-1489
15-19710
20-24612
25-29714
30-34918
35-391524
40-442635
45-494560
50-547697
55-59124155
60-64196218
65-69267290
70-74345367
75-79419446
80-84488490
85+517517
  • Het aantal persoonsjaren in een kalenderjaar is gelijk aan de totale registratieduur (uitgedrukt in jaren) van alle patiënten in een huisartsenpraktijk.

1,9 miljoen mensen hadden in 2016 contact met de huisartsenpraktijk voor meer dan één chronische ziekte

In 2016 hadden 1,9 miljoen mensen contact met de huisartsenpraktijk voor meer dan één chronische ziekte. Dit komt overeen met 11% van de Nederlandse bevolking. Een ‘chronische ziekte’ is hier gedefinieerd als een ziekte waarbij over het algemeen geen uitzicht is op volledig herstel. De schatting is gebaseerd op een selectie van 109 door chronische ziekten.

Bijna helft van de mensen van 75 jaar en ouder had contact met de huisartsenpraktijk voor meer dan één chronische ziekte

Het percentage mensen dat contact heeft met de huisartsenpraktijk voor meer dan één chronische ziekte neemt sterk toe met de leeftijd. Bijna de helft (47%) van de mensen van 75 jaar en ouder heeft in 2016 minimaal eenmaal contact gehad met de huisartsenpraktijk voor meer dan één chronische ziekte. Voor personen jonger dan 40 jaar ligt dit percentage gemiddeld op 1,2%.

Meer informatie

Prevalentie multimorbiditeit naar aantal chronische ziekten

Verdeling naar aantal chronische ziekten 1 januari 2016

Leeftijd012345678910+
0-2463,3827,417,61,320,220,050,010,01000
25-5459,5625,949,653,191,080,370,140,050,010,010
55-6430,227,5920,3211,515,762,651,160,510,180,080,05
65-7415,7220,7822,8517,2211,026,223,231,60,750,330,27
75+6,7211,2419,0519,2215,9911,137,464,262,361,251,32
Totaal48,1924,9212,556,433,632,021,120,580,290,140,14

14% van de mensen heeft drie of meer chronische ziekten

Van alle mensen heeft 25% één chronische ziekte, 13% heeft twee chronische ziekten en 14% heeft drie of meer chronische ziekten. Deze verdeling varieert sterk tussen leeftijdsgroepen. Van de mensen van 75 jaar en ouder heeft bijna tweederde drie of meer chronische ziekten.

Meer informatie

 

 

Verantwoording

Definities
  • Wat is een chronische ziekte?

    Een ‘chronische ziekte’ is gedefinieerd als een ziekte waarbij over het algemeen geen uitzicht is op volledig herstel. Een chronische ziekte gaat doorgaans gepaard met pijn, geestelijk lijden, beperkingen in functioneren of andere klachten. De mate waarin mensen hinder ondervinden verschilt per ziekte en per individu.

  • Wat is multimorbiditeit?

    Multimorbiditeit is de algemene term voor het optreden van meer dan één (chronische) ziekte in één individu tijdens een bepaalde periode.

  • Contact met huisartsenpraktijk

    Het gaat om mensen die contact hebben gehad met de huisartsenpraktijk (zowel huisarts als POH), waarbij een diagnose in het medisch dossier is geregistreerd. Onder contact met de huisartsenpraktijk vallen:

    • bezoeken aan de praktijk,
    • telefonische consulten,
    • e-mailconsulten, en
    • huisbezoeken.

    De aanvraag van een herhaalrecept valt niet onder contact met de huisartsenpraktijk.

Bronverantwoording
  • NIVEL Zorgregistraties eerste lijn: chronische ziekten en multimorbiditeit

    Selectie van 109 chronische ziekten

    De prevalentie van chronische ziekten en multimorbiditeit is berekend op basis van de registraties van huisartspraktijken die deelnemen aan de NIVEL Zorgregistraties eerste lijn. Hierbij is een selectie gemaakt van 109 chronische ziekten met ieder een eigen ICPC-1-code (zie tabel).

    Voor een toelichting op de berekening van de prevalentie van ziekten verwijzen wij naar de website van het NIVELNIVEL Zorgregistraties eerste lijn - Methoden - Incidentie/prevalentie

     

    Selectie van 109 chronische ziekten, inclusief ICPC-1-codes

    ICPC-1-code

    Omschrijving

    A28

    Functiebeperking/handicap

    A79

    Maligniteit met onbekende primaire lokalisatie

    A90

    Multiple aangeboren afwijkingen

    B28

    Functiebeperking/handicap bloed/lymfestelsel

    B72

    Ziekte van Hodgkin

    B73

    Leukemie

    B74

    Andere maligniteit bloed/lymfestelsel

    B78

    Erfelijke hemolytische anemie

    B79

    Andere aangeboren afwijking bloed/lymfestel

    B83

    Purpura/stollingsstoornis/afwijkende trombocyten

    B90

    HIV-infectie (AIDS/ARC)

    D28

    Functiebeperking/handicap spijsverteringsorganen

    D74

    Maligniteit maag

    D75

    Maligniteit colon/rectum

    D76

    Maligniteit pancreas

    D77

    Andere/niet-gespecif. maligniteit spijsverteringsorganen

    D81

    Aangeboren afwijking(en) spijsverteringsorganen

    D92

    Diverticulose/diverticulitis

    D94

    Colitis ulcerosa/chronische enteritis (regionalis)

    D97

    Cirrose/andere leverziekte

    F28

    Functiebeperking/handicap oog/adnexen

    F81

    Andere aangeboren afwijking(en) oog/adnexen

    F83

    Retinopathie

    F84

    Maculadegeneratie

    F91

    Refractie afwijking(en)

    F93

    Glaucoom/verhoogde oogdruk

    F94

    Blindheid (elke graad/vorm)

    H28

    Functiebeperking/handicap oor

    H80

    Aangeboren afwijking(en) oor

    H83

    Otosclerose

    H84

    Presbyacusis

    H85

    Akoestisch letsel/lawaaidoofheid

    H86

    Doofheid/slechthorendheid

    K28

    Functiebeperking/handicap hartvaatstelsel

    K73

    Aangeboren afwijking(en) hartvaatstelsel

    K74

    Angina pectoris

    K76

    Andere/chronische ischemische hartziekte

    K77

    Decompensatio cordis

    K82

    Cor pulmonale

    K86

    Essentiële hypertensie zonder orgaanbeschadiging

    K87

    Hypertensie met orgaanbeschadiging/secundaire hypertensie

    K90

    Cerebrovasculair accident (CVA)

    K91

    Atherosclerose [ex. K76,K90]

    K92

    Andere ziekte(n) perifere arteriën

    L28

    Functiebeperking/handicap bewegingsapparaat

    L82

    Aangeboren afwijking(en) bewegingsapparaat

    L84

    Artrose/spondylose wervelkolom

    L85

    Verworven afwijking(en) wervelkolom

    L88

    Reumatoïde arthritis/verwante aandoening(en)

    L89

    Coxartrose

    L90

    Gonartrose

    L91

    Andere artrose/verwante aandoening(en)

    L95

    Osteoporose

    L98

    Verworven afwijking(en) extremiteiten

    N28

    Functiebeperking/handicap zenuwstelsel

    N70

    Poliomyelitis/andere enterovirus infectie

    N74

    Maligniteit zenuwstelsel

    N85

    Aangeboren afwijking(en) zenuwstelsel

    N86

    Multiple sclerose

    N87

    Parkinsonisme, ziekte van Parkinson

    N88

    Epilepsie (alle vormen)

    P28

    Functiebeperking/handicap psychische ziekte

    P70

    Seniele dementie/Alzheimer

    P72

    Schizofrenie

    P80

    Persoonlijkheids-/karakterstoornis

    P85

    Mentale retardatie/intellectuele achterstand

    R28

    Functiebeperking/handicap luchtwegen

    R84

    Maligniteit bronchus/long

    R85

    Andere maligniteit luchtwegen

    R89

    Aangeboren afwijking(en) luchtwegen

    R91

    Chronische bronchitis/bronchiëctasieën

    R95

    Emfyseem/COPD

    R96

    Astma

    S28

    Functiebeperking/handicap huid/subcutis

    S77

    Maligniteit huid/subcutis

    S81

    Hemangioom/lymfangioom

    S83

    Andere aangeboren afwijking(en) huid/subcutis

    S87

    Constitutioneel eczeem

    S91

    Psoriasis (met of zonder artropathie)

    T28

    Funct.beperking/handicap endocr. klieren/metabolisme/voeding

    T71

    Maligniteit schildklier

    T78

    Persisterende ductus thyreoglossus/cyste

    T80

    Andere aangeboren afwijking endocriene klieren/metabolisme

    T81

    Struma/noduli [ex. T85,T86]

    T86

    Hypothyreoïdie/myxoedeem

    T90

    Diabetes mellitus

    T92

    Jicht

    T93

    Vetstofwisselingsstoornis(sen)

    U28

    Functiebeperking/handicap urinewegen

    U75

    Maligniteit nier

    U76

    Maligniteit blaas

    U77

    Andere maligniteit urinewegen

    U85

    Aangeboren afwijking(en) urinewegen

    U88

    Glomerulonephritis/nefrose

    W28

    Functiebeperking/handicap ten gevolge van zwangerschap

    W72

    Maligniteit in verband met zwangerschap

    W76

    Zwangerschap complicerende aangeboren afwijking moeder

    X28

    Functiebeperking/handicap geslachtsorganen vrouw

    X75

    Maligniteit cervix uteri

    X76

    Maligniteit borst vrouw

    X77

    Andere maligniteit geslachtsorganen vrouw

    X83

    Aangeboren afwijking(en) geslachtsorganen vrouw

    X88

    Fibroadenoom/polycystische afwijking borsten

    Y28

    Functiebeperking/handicap geslachtsorganen man

    Y77

    Maligniteit prostaat

    Y78

    Andere maligniteit geslachtsorganen/borsten man

    Y82

    Hypospadie

    Y84

    Andere aangeboren afwijking(en) geslachtsorganen/borsten man

    Z28

    Sociale functiebeperking/handicap

     

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. NIVEL Zorgregistraties eerste lijn, NIVEL Zorgregistraties. zorggegevens.nl
  • Gezondheidsmonitor Volwassenen: chronische ziekten en multimorbiteit

    Cijfers over chronische ziekten zijn van 2012 en 2016 niet met elkaar te vergelijken vanwege wijziging in vraagstelling tussen 2012 en 2016. In 2012 werden ziekten gevraagd doormiddel van onderstaande lijst. 

    • een beroerte, hersenbloeding of herseninfarct
    • een hartinfarct;
    • een andere ernstige hartaandoening zoals hartfalen of angina pectoris;
    • kanker;
    • migraine of regelmatig ernstige hoofdpijn;
    • hoge bloeddruk;
    • vernauwing van de bloedvaten in de buik of de benen;
    • astma of COPD;
    • psoriasis;
    • chronisch eczeem;
    • duizeligheid met vallen;
    • ernstige of hardnekkige darmstoornis, langer dan 3 maanden;
    • onvrijwillig urineverlies;
    • gewrichtsslijtage van heupen of knieën;
    • chronische gewrichtsontsteking;
    • ernstige of hardnekkige aandoening van de rug;
    • een ernstige of hardnekkige aandoening van nek of schouder;
    • een andere ernstige of hardnekkige aandoening van elleboog, pols of hand;
    • of suikerziekte. Bij suikerziekte is niet aan de periode van 12 maanden gerefereerd, bij de andere ziekten wel.

    De vraag in 2016 is beperkter dan in 2012. In 2016 is gevraagd “Heeft u één of meer langdurige ziekten of aandoeningen?” Langdurig is (naar verwachting) 6 maanden of langer. Er worden geen ziekten of aandoeningen gevraagd. 

  • Aanvragen data voor wetenschappelijk onderzoek

    De Gezondheidsmonitor (doelgroep Volwassenen en Ouderen) is voor het eerst uitgevoerd in 2012. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 bevatten informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van de Nederlandse bevolking van negentien jaar en ouder. De Gezondheidsmonitor Volwassenen 2012 en de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 zijn uitgevoerd door de GGD’en, CBS en RIVM. In 2012 en 2016 deden respectievelijk ruim 387.000 personen en 457.000 personen mee aan het grootschalige vragenlijstonderzoek. De Gezondheidsmonitor Jeugd 2015 bevat informatie over de gezondheid, sociale situatie en leefstijl van leerlingen in klas 2 en klas 4 van het voortgezet onderwijs. De Gezondheidsmonitor Jeugd is uitgevoerd door de GGD’en en RIVM. In totaal hebben bijna 97.000 leerlingen en 377 scholen deelgenomen aan deze monitor.

    Meer informatie over de Gezondheidsmonitors vind u hier. Bij het digitale loket Gezondheidsmonitors kunt u data of cijfers aanvragen uit de Gezondheidsmonitors voor onderzoek en beleid op zowel lokaal als landelijk niveau. Momenteel zijn de data en cijfers beschikbaar uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2012, Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen 2016 en uit de Gezondheidsmonitor Jeugd 2015. Heeft u vragen of wilt u graag meer informatie over de aanvraag van cijfers of data uit de Gezondheidsmonitors? Stuur dan een e-mail.

Methoden
  • Regionale verschillen: verschil in wijkcijfers

    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden.

    Hieronder vindt u een lijstje van GGD'en met eigen wijkcijfers:

  • Regionale verschillen: Schattingen per wijk

    Aanleiding
    Vanwege de decentralisaties in het sociaal domein is steeds meer informatie nodig over gezondheid gerelateerde indicatoren op kleinere geografische niveaus. Daarom heeft het RIVM een model ontwikkeld om cijfers te kunnen berekenen op wijk- en buurtniveau op basis van de Gezondheidsmonitor Volwassenen en Ouderen van GGD’en, CBS en RIVM. Ondanks dat de Gezondheidsmonitor een enorm databestand is, bevat het onvoldoende respondenten om met behulp van weegmethoden cijfers te berekenen voor alle wijken en buurten in Nederland. In 2012 zijn de eerste wijk- en buurtcijfers gepresenteerd. Op basis van de Gezondheidsmonitor 2016 zijn nieuwe cijfers berekend.

    Methode
    In het kader van de Gezondheidsmonitor zijn via vragenlijsten gegevens over gezondheid en leefstijl verzameld over volwassenen van 19 jaar en ouder. De ruim 457.000 deelnemers aan de Gezondheidsmonitor zijn anoniem in een beveiligde omgeving gekoppeld aan registratiebestanden van het CBS. Deze bestanden bevatten informatie over een reeks achtergrondkenmerken, zoals leeftijd, geslacht, herkomst, huishoudsamenstelling, opleidingsniveau, inkomen en woningtype. Er is een statistisch model gebruikt om de gezondheid en leefstijl te relateren aan deze achtergrondkenmerken. Ook wordt informatie uit de naastgelegen gebieden meegenomen. Door middel van deze relatie is het daarna mogelijk om voor alle volwassenen hun verwachte gezondheid en leefstijl te berekenen. De uitkomsten worden vervolgens gemiddeld over de betreffende wijk of buurt.

    Schattingen
    De cijfers op wijk- en buurtniveau moeten met voorzichtigheid worden gebruikt. Met het model wordt de werkelijkheid zo goed mogelijk benaderd, maar de cijfers blijven schattingen van de werkelijkheid. Daarom worden de uitkomsten ook als hele cijfers (dus zonder decimalen) gepresenteerd. 
    De cijfers uit de Gezondheidsmonitor die zijn verkregen met behulp van weegmethoden zijn echter ook een benadering van de werkelijkheid. De weging is nodig vanwege o.a. selectieve non-respons. Net zoals bij de berekeningen van de wijk- en buurtcijfers zijn de weegfactoren van het CBS ook gebaseerd op achtergrondkenmerken van de respondenten. 

    Verschil tussen cijfers
    Verschillende GGD’en hebben voor de Gezondheidsmonitor 2016 de steekproef opgehoogd om voldoende respondenten te hebben om cijfers op wijkniveau te kunnen presenteren. Omdat deze cijfers op een andere manier zijn berekend, kunnen ze afwijken van de cijfers die hier worden gepresenteerd. Niet alleen het onderliggende model is anders, ook het aantal achtergrondkenmerken dat wordt gebruikt verschilt; bij de RIVM schattingen wordt meer informatie over de bevolking gebruikt. Over het algemeen leiden de RIVM schattingen tot kleinere verschillen tussen gebieden dan de cijfers die verkregen zijn door middel van weegmethoden. 

    Let op: de gepresenteerde gemeentecijfers zijn berekend via de weegmethode van het CBS. De gepresenteerde wijk- en buurtcijfers zijn daardoor niet direct vergelijkbaar met deze gemeentecijfers.

    Grote aantallen nodig

    Voor het doen van dit soort schattingen zijn grote aantallen respondenten nodig. Het is dus niet zo dat het ontwikkelde model de Gezondheidsmonitors kan vervangen. Hoe meer respondenten er zijn, hoe minder er geschat hoeft te worden en hoe beter de cijfers zijn.

    Samenwerking
    De cijfers zijn berekend in het kader van het Strategisch Programma RIVM (SPR), een programma voor onderzoek, innovatie en kennisontwikkeling. Een werkgroep van epidemiologen van GGD’en en GGD GHOR NL is er bij betrokken. 

    Meer weten?
    Een uitgebreide toelichting op de gebruikte methode is beschreven in een artikel (van de Kassteele et al., 2017). Voor de cijfers van 2016 zijn enkele aanpassingen gedaan aan het model.

    Voor vragen kunt u contact opnemen met carolien.van.den.brink@rivm.nl.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. van de Kassteele J, Zwakhals L, Breugelmans O, Ameling C, van den Brink C. Estimating the prevalence of 26 health-related indicators at neighbourhood level in the Netherlands using structured additive regression. International Journal of Health Geographics. 2017;(1). Bron | DOI

Andere websites over Chronische ziekten en multimorbiditeit