Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BorstvoedingRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Meer moeders geven langer borstvoeding

Regionaal & Internationaal

Hongaarse baby's krijgen het langst borstvoeding

Kosten

Preventie & Zorg

Begeleiding eerstelijnszorg van belang voor succes

Internationale vergelijking van borstvoeding bij zes maanden

Zuigelingen die borstvoeding krijgen bij zes maanden internationaal 2009-2014

Percentage zuigelingen dat met zes maanden borstvoeding krijgt (zowel uitsluitend borstvoeding als in combinatie met flesvoeding)Percentage
Hongarije (2014)95,7
Noorwegen (2013)71,0
Zweden (2013)63,2
Finland (2010)58,0
Letland (2014)57,0
Portugal (2012)53,9
Slowakije (2014)53,4
Spanje (2011)47,0
Litouwen (2014)44,9
Tsjechië (2013)38,5
NEDERLAND (2009)35,3
Estland (2014)34,8
Verenigd Koninkrijk (2010)34,0
EU (2013)32,5
België (2012)31,0
Frankrijk (2013)18,0
Kroatië (2014)12,3

Bron: WHO-HFA, 2016

  • Borstvoeding: zowel volledige borstvoeding als in combinatie met flesvoeding
  • Meest recente cijfers uit de periode 2009-2014

Percentage dat borstvoeding krijgt rond het EU-gemiddelde

Het percentage zuigelingen in Nederland dat na drie en na zes maanden nog (gedeeltelijk) borstvoeding krijgt ligt rond het EU-gemiddelde. Het percentage dat borstvoeding krijgt kan afwijken van het percentage bij Huidige situatie, vanwege andere meetmethoden en andere meetmomenten dan bij de Nederlandse cijfers.

In Scandinavische landen geven meer vrouwen langer borstvoeding

Met name in Noorwegen, Zweden en Finland geven meer vrouwen gedurende een langere periode borstvoeding dan in Nederland. In Zweden krijgt ongeveer 80% van de zuigelingen van drie maanden (gedeeltelijk) borstvoeding (WHO-HFA, 2016). Na zes maanden is dit nog zo’n 63%. Ook in Hongarije geven meer moeders de borst dan in Nederland, en ook gedurende een langere periode. De verschillen tussen landen zijn deels te verklaren door methodologische verschillen, maar een deel is mogelijk ook te verklaren door verschillen in verlofregelingen. Zo is het in Hongarije gebruikelijk dat moeders drie jaar ouderschapsverlof opnemen, deels met behoud van salaris (Kamerman & Moss, 2009).

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Kamerman SB, Moss P. The politics of parental leave policies. Children, parenting, gender and the labour market. Bristol: The Policy Press, North American Office; 2009. Bron

Borstvoeding tijdens eerste 48 uur in EU-landen

Zuigelingen die volledig borstvoeding krijgen internationaal 2010

Gedurende de eerste 48 uur na de geboorte
Land2010
Polen86,6
Tsjechië85,6
Slovenië83,5
Verenigd Koninkrijk81,0
Luxemburg80,8
NEDERLAND74,5
Spanje 68,1
Portugal65,2
Frankrijk60,2
Zwitserland57,6
Ierland45,9

Bron: Euro-Peristat, 2013

  • Verenigd Koninkrijk: inclusief kinderen met aanvullende flesvoeding
  • Portugal & Zwitserland: alleen voldragen kinderen

In Nederland krijgt 80% van de zuigelingen borstvoeding 

Het percentage moeders dat volledige borstvoeding geeft in de eerste 48 uur na de geboorte, is in Nederland hoger dan in veel andere West-Europese landen, maar lager dan in Midden-Europese landen. De internationale vergelijking toont verschillen in het geven van volledige borstvoeding gedurende de eerste 48 uur na de geboorte. Voor Nederland waren de gegevens afkomstig van het CBS (CBS Statline, 2014). Data voor België, Duitsland, Italië, Denemarken, Noorwegen, Zweden en Finland waren niet beschikbaar.

Experts en redactie

Internationale vergelijking trend in borstvoeding

Trend in borstvoeding internationaal 1980-2014

Borstvoeding bij zes maanden
NEDERLANDBelgiëDuitslandEstlandFinlandFrankrijkHongarijeItaliëKroatiëLetlandLitouwenLuxemburgMaltaNoorwegenOostenrijkPortugalRoemeniëSlowakijeSpanjeTsjechiëVerenigd KoninkrijkZwedenEUMinMax
198012,7
1981502,312,712,7
198225,92,350
19834,525,925,9
19846564,54,5
198517,9801722665
198618,718,750,81780
1987151910,350,618,750,8
198812,235,348,710,350,6
19894,516,86018,449,812,248,7
19902716,860,518,23042,22152,64,560
19912617,619,316,54124,654,916,860,5
1992281914,820,115,831,83825,32158,716,554,9
19932619,915,92315,930,837,7963,414,858,7
19942421,520,827,615,323,941,210,567,3963,4
19952724,125,85231,718,540,333,210,72170,610,567,3
19962925,529,835,714,719,434,139,610,672,910,770,6
1997211225,932,572,314,821,362,238,535,313,673,810,672,9
1998242934,472,915,623,28040,717,673,41273,8
19992432,535,773,514,927,534,340,12172,915,680
20002531,438,85174,137,818,729,238,930,923,82172,22814,973,5
20012529,339,175,317,53334,832,444,928,472,427,818,774,1
20022729,342,175,737,817,136,826,641,936,831,772,628,617,575,3
2003301644,876,718,339,228,637,735,172,429,217,175,7
20043318,347,873,921,841,53139,735,87229,41676,7
20053222,649,86084,640,421,144,332,940,438,32570,430,918,373,9
200628,418,349,887,420,646,334,8806542,538,840,969,231,521,184,6
20073316,752,788,921,245,832,237,743,938,467,631,218,387,4
200835,220,651,19422,748,935,941,24836,866,531,616,788,9
200935,32653,496,720,150,83545,437,464,831,420,694
201054,8582096,818,452,54049,338,63462,531,620,196,7
201155,31996,51652,94152,850,94740,1633218,496,8
20123155,31896,653,643,753,952,639,662,71696,5
201344,71896,51955,244,27153,638,563,232,51896,6
201434,995,712,35744,953,41896,5

Bron: WHO-HFA, 2016

In veel EU-landen is een stijgende trend in geven van borstvoeding

In Nederland en veel andere landen is een stijgende trend zichtbaar in het geven van borstvoeding.

Meer informatie

Experts en redactie

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. WHO-HFA, WHO European Health for All Database. zorggegevens.nl

Verantwoording

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over borstvoeding

    Bron Indicator in VZinfo Doelgroep in VZinfo Meer informatie
    TNO Peiling melkvoeding van zuigelingen Zuigelingen die borst- of kunstvoeding krijgen Zuigelingen tot en met 6 maanden Peeters et al., 2015
    WHO-HFA Zuigelingen die borstvoeding krijgen bij 6 maanden Zuigelingen van 6 maanden  

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Peeters D, Lanting CI, van Wouwe JP. Peiling melkvoeding van zuigelingen 2015. Leiden: TNO; 2015. Bron