Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BorstvoedingCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

69% van de moeders start met borstvoeding

Regionaal & Internationaal

Hongaarse baby's krijgen het langst borstvoeding

Kosten

Preventie & Zorg

Begeleiding eerstelijnszorg van belang voor succes

Positieve gezondheidsgevolgen van borstvoeding

Beschermende effecten van borstvoeding op ziekten en aandoeningen

Mate van bewijs

Kind

Moeder

Overtuigend

  • Maagdarminfecties
  • Middenoorontsteking
  • Luchtweginfecties

 

Waarschijnlijk

  • Obesitas
  • Borstkanker
  • Diabetes II
  • Reumatoïde artritis
  • Verhoogde bloeddruk

Mogelijk

  • Astma
  • Diabetes I en II
  • Inflammatoire darmziekten
  • Kinderkanker
  • Leukemie
  • Motorische en geestelijke ontwikkeling
  • Piepen op de borst
  • Ulceratieve colitis
  • Wiegendood
  • Ziekte van Crohn
  • Gewichtsbehoud na zwangerschap
  • Heupfractuur
  • Ovariumkanker

Positieve effecten voor moeder en kind

Borstvoeding heeft verschillende positieve effecten op de gezondheid van zowel zuigeling als moeder. Zo is overtuigend aangetoond dat borstgevoede zuigelingen minder kans op maagdarminfecties en middenoorontsteking hebben. Het gunstige effect werkt bovendien door nadat met borstvoeding is gestopt. Borstgevoede kinderen hebben waarschijnlijk een lager risico op overgewicht, luchtweginfecties, astma en een piepende ademhaling, en hun moeders op diabetes type II, reumatoide artritis en een hoge bloeddruk (Buijssen et al., 2015). In een grote systematische review werd enig bewijs gevonden dat borstvoeding het risico op astma bij jeugdigen in de leeftijd van 5-18 jaar vermindert, maar het grootste beschermende effect werd aangetoond in lage-inkomenslanden (Lodge et al., 2015). In andere studies is bewijs gevonden voor het beschermende effect van borstvoeding op het ontwikkelen van borstkanker, en ook aanwijzingen voor een beschermend effect op eierstokkanker (Victora et al., 2016).

Positieve effecten door samenstelling moedermelk

De positieve effecten voor het kind kunnen voortkomen uit de samenstelling van de moedermelk (essentiële vetzuren, sodium en andere componenten), het huid op huid contact en de specifieke aandacht van de moeder voor het kind tijdens het voeden. De samenstelling van de moedermelk werkt direct op de darmflora van het kind en kan het immuunsysteem versterken en infecties voorkomen (Horta et al., 2007; Monasta et al., 2010). De relatie tussen borstvoeding en hechting is omstreden. De kwaliteit van de interactie tussen moeder en kind tijdens het voeden lijkt het meest bepalend voor de gehechtheidsrelatie, los van het soort voeding (Linde et al., 2020).

Meer informatie

Datum publicatie

05-02-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Buijssen M, Jajou R, van Kessel FGB, Vonk Noordegraaf-Schouten MJM, Zeilmaker MJ, Wijga AH, et al. Health effects of breastfeeding: an update. Systematic literature review. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2015. Bron
  2. Lodge CJ, Tan DJ, Lau MXZ, Dai X, Tham R, Lowe AJ, et al. Breastfeeding and asthma and allergies: a systematic review and meta-analysis. Acta Paediatr. 2015;104(467):38-53. Pubmed | DOI
  3. Victora CG, Bahl, iv R, Barros AJD, França GVA, Horton S, Krasevec J, et al. Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. Lancet. 2016;387(10017):475-90. Pubmed | DOI
  4. Horta BL, Bahl R, Martines JC, Victora CG. Evidence on the long-term effects of breastfeeding: systematic review and meta-analyses. Geneva: WHO; 2007. Bron
  5. Monasta L, Batty GD, Cattaneo A, Lutje V, Ronfani L, van Lenthe FJ, et al. Early-life determinants of overweight and obesity: a review of systematic reviews. Obes Rev. 2010;11(10):695-708. Pubmed | DOI
  6. Linde K, Lehnig F, Nagl M, Kersting A. The association between breastfeeding and attachment: A systematic review. Midwifery. 2020;81:102592. Pubmed | DOI

Negatieve gezondheidsgevolgen van borstvoeding

Milieucontaminanten in moedermelk nadelig voor zuigeling

Met het geven van borstvoeding kan een moeder enkele verontreinigende stoffen, zoals vetoplosbare dioxinen en pcb's overbrengen op haar kind. Blootstelling aan relatief hoge concentraties dioxinen en pcb's hangt samen met een slechtere score in tests voor neurologische en cognitieve ontwikkeling. De effecten zijn echter niet groot en worden klinisch als weinig relevant beschouwd (Zeilmaker et al., 2020). In Nederland nemen de concentraties dioxinen in moedermelk de laatste jaren af (Zeilmaker et al., 2020). Het nadelige effect van mogelijk aanwezige milieucontaminanten in moedermelk weegt niet op tegen de gezondheidsvoordelen van borstvoeding (Zeilmaker et al., 2020).

Verhoogd risico op tandbederf bij borstvoeding langer dan 12 maanden

Baby's die langer dan 12 maanden borstvoeding krijgen hebben een verhoogd risico op tandbederf. In het licht van de vele voordelen van borstvoeding zou dit echter niet moeten leiden tot het ontmoedigen van borstvoeding, maar veeleer tot het benadrukken van het belang van een goede mondhygiëne (Victora et al., 2016).

Moedermelk voorziet niet in voldoende vitamine K

Borstvoeding bevat minder vitamine K (1 à 2 µg/l) dan flesvoeding (ongeveer 60 µg/l). Alle zuigelingen krijgen vitamine K toegediend na de geboorte. Dat is nodig, omdat een tekort aan deze vitamine kan leiden tot bloedingen, die ernstige, soms levenslange, gevolgen kunnen hebben. Toediening gebeurt nu oraal. De Gezondheidsraad heeft in 2017 de minister van VWS geadviseerd om zuigelingen die borstvoeding gaan krijgen voortaan de vitamine K toe te dienen via een intramusculaire injectie (Gezondheidsraad, 2017). Daarmee zijn ze beter beschermd tegen het optreden van bloedingen. Het ministerie van VWS heeft om aanvullende informatie gevraagd om een afgewogen besluit te kunnen nemen. Het RIVM heeft deze informatie over bijvoorbeeld kosten, de uitvoerbaarheid en draagvlak onder professionals bij elkaar gezet (Verkaik-Kloosterman & de Jong, 2020).

Afweging borstvoeding bij medicijngebruik of infectieziekte

Via de borstvoeding kunnen ook virussen en medicijnen via de moedermelk bij het kind terechtkomen. Een individuele afweging van de positieve en negatieve effecten is dan noodzakelijk. Dit kan het geval zijn wanneer er bij de moeder sprake is van bepaalde infectieziekten zoals aids en hiv-infectie, medicijngebruik (bijvoorbeeld antidepressiva) of extreme blootstelling aan milieucontaminanten (van Harskamp et al., 2005). In Nederland wordt hiv-geïnfecteerde vrouwen geadviseerd geen borstvoeding te geven, maar wordt flesvoeding aanbevolen.

Datum publicatie

05-02-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Zeilmaker M.J., Moermond C.T.A., Brandon E., Hoogerhuis P., Razenberg L., Janssen M.P.M. Persistent organic pollutants in human milk in the Netherlands. Bilthoven: RIVM; 2020. Bron
  2. Victora CG, Bahl, iv R, Barros AJD, França GVA, Horton S, Krasevec J, et al. Breastfeeding in the 21st century: epidemiology, mechanisms, and lifelong effect. Lancet. 2016;387(10017):475-90. Pubmed | DOI
  3. Verkaik-Kloosterman J., de Jong M.H. Vitamine K-profylaxe bij pasgeborenen - Beleidvormingsanalyse. Bilthoven: RIVM; 2020. Bron
  4. van Harskamp F, Buchner FL, Hoekstra J. Quantification of health effects of breastfeeding - Review of the literature and model simulation. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2005. Bron

Verantwoording

Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over borstvoeding

    Bron Indicator in VZinfo Gepresenteerde populatie VZinfo Meer informatie
    Peiling melkvoeding 2018 Zuigelingen die borst- of kunstvoeding krijgen Zuigelingen tot en met 12 maanden Engelse & Van Dommelen, 2020
    TNO Peiling melkvoeding van zuigelingen Zuigelingen die borst- of kunstvoeding krijgen Zuigelingen tot en met 6 maanden Peeters et al., 2015
    WHO European Health for All Database (WHO-HFA) Zuigelingen die borstvoeding krijgen bij 6 maanden Zuigelingen van 6 maanden WHO-HFA

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Engelse O, Van Dommelen P. Peiling Melkvoeding 2018. NCJ/TNO; 2020. Bron
    2. Peeters D, Lanting CI, van Wouwe JP. Peiling melkvoeding van zuigelingen 2015. Leiden: TNO; 2015. Bron