Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BorstkankerRegionaal & InternationaalInternationaal

Cijfers & Context

Borstkanker meest voorkomende kanker bij vrouwen

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte hoog in Nederland

Kosten

Kosten van zorg 843 miljoen euro in 2015

Preventie & Zorg

Screening heeft bijgedragen aan afname sterfte

Internationale vergelijking incidentie borstkanker

Incidentie borstkanker internationaal 2018

LandIncidentie
België199,8
Luxemburg189,5
NEDERLAND183
Frankrijk166,6
Verenigd Koninkrijk165,3
Zweden160,1
Italië159,9
Malta159,4
Zwitserland158,1
Finland157,9
Ierland156,9
Denemarken156,4
Noorwegen151,6
Duitsland150,4
Hongarije148,3
EU28144,9
Cyprus139,8
Tsjechië128,5
Spanje125,8
Oostenrijk123,6
Griekenland122,3
Kroatië120
Slovenië119,7
Portugal115,1
Letland107,3
Slowakije107,3
Estland105,2
Litouwen101,3
Bulgarije98,8
Polen98,7
Roemenië90

Bron: ECIS

Incidentie borstkanker relatief hoog in Nederland

De incidentie (aantal nieuwe gevallen) van borstkanker bij vrouwen in Nederland is hoog vergeleken met andere landen in de Europese Unie (EU). Andere landen met een hoge incidentie zijn België, Luxemburg, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. In de meeste nieuwe (vanaf 2004 toegetreden) EU-landen is de incidentie laag.

Sommige risicofactoren voor borstkanker komen in Nederland veel voor

De precieze oorzaak van de relatief hoge incidentie in Nederland is niet bekend. Opvallend is wel dat een aantal risicofactoren voor het krijgen van borstkanker in Nederland veel voorkomt vergeleken met andere Europese landen. Zo behoort Nederland sinds 1980 tot de landen waar vrouwen op relatief hoge leeftijd hun eerste kind krijgen. Verder geven relatief weinig vrouwen in Nederland borstvoeding in vergelijking met de rest van Europa (WHO-HFA, 2016).

Incidentie borstkanker in EU gestegen door bevolkingsonderzoeken

In Nederland en de meeste EU-landen is de incidentie van borstkanker de afgelopen decennia gestegen (Ferlay et al., 2007; Ferlay et al., 2010). In een aantal landen, waaronder Nederland, Zweden en Engeland/Wales, lijkt nu echter een plateau bereikt te zijn (Bray et al., 2004; Arnold et al., 2013). De stijging in incidentie komt voor een belangrijk deel doordat borstkanker eerder wordt gediagnosticeerd als gevolg van de invoering van bevolkingsonderzoeken (screening).

Meer informatie

Experts en redactie

Datum publicatie

26-07-2018

Bronnen en literatuur

Bronnen

  1. WHO-HFA, WHO European Health for All Database. zorggegevens.nl

Literatuur

  1. Ferlay J, Autier P, Boniol MM, Heanue M, Colombet M, Boyle PP. Estimates of the cancer incidence and mortality in Europe in 2006. Ann Oncol. 2007;18(3):581-92. Pubmed | DOI
  2. Ferlay J, Parkin DM, Steliarova-Foucher E. Estimates of cancer incidence and mortality in Europe in 2008. Eur J Cancer. 2010;46(4):765-81. Pubmed | DOI
  3. Bray FI, McCarron P, Parkin DM. The changing global patterns of female breast cancer incidence and mortality. Breast Cancer Res. 2004;6(6):229-39. Pubmed | DOI
  4. Arnold M, Karim-Kos HE, Coebergh JWW, Byrnes G, Antilla A, Ferlay J, et al. Recent trends in incidence of five common cancers in 26 European countries since 1988: Analysis of the European Cancer Observatory. Eur J Cancer. 2013. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking sterfte aan borstkanker

Sterfte aan borstkanker internationaal 2015

LandVrouwen
Kroatië43,1
Slowakije40,6
Hongarije39,3
NEDERLAND37,7
Luxemburg37,1
Ierland37,0
Slovenië36,6
Denemarken36,6
Malta36,1
Duitsland35,9
Letland35,2
België35,2
Verenigd Koninkrijk34,4
Frankrijk33,0
Roemenië32,7
EU32,7
Oostenrijk32,5
Zwitserland32,5
Polen32,1
Griekenland32,0
Bulgarije31,9
Litouwen31,6
Italië31,5
Cyprus31,0
Estland30,2
Tsjechië29,0
Zweden27,0
Portugal26,8
Finland26,1
Noorwegen23,8
Spanje23,4

Bron: Eurostat, 2018

Sterfte aan borstkanker hoog in Nederland

Vanuit Europees perspectief is het aantal vrouwen dat in Nederland overlijdt aan borstkanker hoog. De verschillen in borstkankersterfte in de Europese Unie nemen echter af. Dit komt doordat de Europese trends in borstkankersterfte zich de laatste twee decennia gunstig ontwikkelen (Amaro et al., 2013; Carioli et al., 2017). De daling was over het algemeen sterker en begon eerder in landen die in het begin een hogere sterfte hadden (Amaro et al., 2013; Autier et al., 2010).

Meer informatie

Datum publicatie

25-04-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Amaro J, Severo M, Vilela S, Fonseca S, Fontes F, LaVecchia C, et al. Patterns of breast cancer mortality trends in Europe. Breast. 2013;22(3):244-53. Pubmed | DOI
  2. Carioli G, Malvezzi M, Rodriguez T, Bertuccio P, Negri E, La Vecchia C. Trends and predictions to 2020 in breast cancer mortality in Europe. Breast. 2017;36:89-95. Pubmed | DOI
  3. Autier P, Boniol MM, LaVecchia C, LaVecchia C, Vatten L, Gavin A, et al. Disparities in breast cancer mortality trends between 30 European countries: retrospective trend analysis of WHO mortality database. BMJ. 2010;341:c3620. Pubmed | DOI

Internationale vergelijking overleving van borstkanker

Borstkanker 5-jaarsoverleving internationaal

[container]

Bron: CONCORD-3 (Allemani et al., 2018)

  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor verschillen in bevolkingsopbouw tussen landen door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2)
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.

Overleving borstkanker in Nederland gunstig

Nederland behoort tot de landen met een relatief hoge relatieve vijfjaarsoverleving. In de meeste Europese landen ligt de relatieve vijfjaarsoverleving tussen de 80% en 90%. Uitzondering hierop vormen de meeste Oost-Europese landen waar de relatieve vijfjaarsoverleving kleiner is dan 80%. De verschillen in overleving komen vooral door verschillen in tumorstadium bij diagnose (Sant et al., 2003; Sant et al., 2009). Dit kan komen door variatie in de uitvoering van screeningsprogramma’s (Rosso et al., 2010). Mogelijke oorzaken voor die stadiumverschillen zijn ook het kennisniveau van de bevolking over de vroege symptomen van borstkanker en de toegankelijkheid van de zorg. In sommige landen kan ook een achterblijvende kwaliteit van de medische zorg, zoals het minder vaak voorschrijven van chemotherapie en hormonale behandeling, bijdragen aan de slechtere overleving.

In meeste landen toename in overleving

Over het geheel genomen is in Europa de overleving van borstkanker toegenomen (Allemani et al., 2018). De toename in overleving kan het gevolg zijn van betere behandelingsmogelijkheden, maar ook van een effectievere behandeling bij een vroege diagnose (screening) (Sant et al., 2006).

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Sant M, Allemani C, Capocaccia R, Hakulinen T, Aareleid T, Coebergh JWW, et al. Stage at diagnosis is a key explanation of differences in breast cancer survival across Europe. Int J Cancer. 2003;106(3):416-22. Pubmed | DOI
  2. Sant M, Allemani C, Santaquilani M, Knijn A, Marchesi F, Capocaccia R. EUROCARE-4. Survival of cancer patients diagnosed in 1995-1999. Results and commentary. Eur J Cancer. 2009;45(6):931-91. Pubmed | DOI
  3. Rosso S, Gondos A, Zanetti R, Bray FI, Zakelj M, Zagar T, et al. Up-to-date estimates of breast cancer survival for the years 2000-2004 in 11 European countries: the role of screening and a comparison with data from the United States. Eur J Cancer. 2010;46(18):3351-7. Pubmed | DOI
  4. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  5. Sant M, Francisci S, Capocaccia R, Verdecchia A, Allemani C, Berrino F. Time trends of breast cancer survival in Europe in relation to incidence and mortality. Int J Cancer. 2006;119(10):2417-22. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Wat is borstkanker?

    Bij borstkanker is er sprake van kwaadaardige (maligne) tumoren van de borst. Borstkanker komt voornamelijk voor bij vrouwen, maar ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het hier beschreven ziektebeeld en het beloop van borstkanker beperkt zich tot vrouwen.

  • Histologische indeling

    Borstkanker is onder te verdelen in twee typen tumoren:

    • Niet-invasief of ‘in-situ’: tumoren die in eerste instantie begrensd blijven tot de klierstructuren van de borst.
    • Invasief: tumoren die doorgroeien in het omliggende (steun)weefsel.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over borstkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor borstkanker

    Nederlandse bevolking (vrouwen)
     

    Kosten van Ziekten database

    Landelijk Evaluatie Team voor bevolkingsonderzoek naar Borstkanker (LETB)

    Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek (tot verslagjaar 2015)

    Vrouwen van 50 t/m 75 jaar

    LETB

    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolingsonderzoek Vrouwen van 50 t/m 75 jaar Midden-WestNoordZuid-WestZuidOost
    Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek (vanaf verslagjaar 2015) Vrouwen van 50 t/m 75 jaar IKNL
    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.