Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BorstkankerPreventie & ZorgZorg

Cijfers & Context

Borstkanker meest voorkomende kanker bij vrouwen

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte hoog in Nederland

Kosten

Kosten van zorg 843 miljoen euro in 2015

Preventie & Zorg

Screening heeft bijgedragen aan afname sterfte

Ziekenhuisopnamen naar geslacht

Ziekenhuisopnamen voor borstkanker in 2010

Aantal klinische opnamen en opnamedagen, gemiddelde opnameduur (in dagen) en aantal dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose
 
 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Klinische opnamen

7

14.563

14.570

Klinische opnamedagen

51

54.032

54.083

Gemiddelde opnameduur

7,3

3,7

3,7

Dagopnamen

0

22.914

22.914

 

  • ICD-9-codes: 174 (vrouwen) en 175 (mannen)

Ruim 14.500 ziekenhuisopnamen voor borstkanker in 2010

In 2010 waren er 14.570 ziekenhuisopnamen (exclusief dagopnamen) voor borstkanker, waarvan 7 voor mannen. Het aantal opnamen kan groter zijn dan het aantal opgenomen personen, omdat een persoon per jaar vaker opgenomen kan zijn. Het aantal ziekenhuisopnamen had betrekking op 54.083 opnamedagen. De gemiddelde opnameduur was voor mannen ongeveer 7 en voor vrouwen 4 dagen in 2010. In 2010 vonden 22.914 dagopnamen voor vrouwen plaats in verband met borstkanker en waren er geen dagopnamen voor mannen in verband met deze diagnose.

Meer infomatie

Experts en redactie

Trend in ziekenhuisopnamen

Ziekenhuisopnamen voor borstkanker, 1995-2010

Klinische opnamen, klinische opnamedagen en gemiddelde opnameduur met borstkanker als hoofdontslagdiagnose
JaarKlinische opnamenKlinische opnamedagenGemiddelde opnameduur
1995100100100
19961019494
1997968892
1998958185
1999967679
2000956872
2001966467
2002965961
2003945356
2004995353
2005964951
2006984747
20071024444
2008974041
2009973839
2010913437

Afname in klinische opnamedagen door een daling van de opnameduur

In de periode 1995-2010 is het gestandaardiseerd aantal ziekenhuisopnamen (gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking) voor borstkanker redelijk gelijk gebleven voor vrouwen. De gemiddelde klinische opnameduur is in deze periode met meer dan 60% afgenomen. Hierdoor is het gestandaardiseerd aantal klinische opnamedagen ook met ongeveer 65% gedaald. Het gestandaardiseerd aantal dagopnamen voor borstkanker is in de periode 1995-2010 toegenomen met een factor negen. Het absoluut aantal dagopnamen is in diezelfde periode gestegen van ruim 2.000 naar bijna 23.000. Met het oog op het kleine aantal ziekenhuis- en dagopnamen voor mannen met borstkanker, is de trend voor mannen niet weergegeven.

Meer infomatie

 

Experts en redactie

Verantwoording

Definities
  • Wat is borstkanker?

    Bij borstkanker is er sprake van kwaadaardige (maligne) tumoren van de borst. Borstkanker komt voornamelijk voor bij vrouwen, maar ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het hier beschreven ziektebeeld en het beloop van borstkanker beperkt zich tot vrouwen.

  • Histologische indeling

    Borstkanker is onder te verdelen in twee typen tumoren:

    • Niet-invasief of ‘in-situ’: tumoren die in eerste instantie begrensd blijven tot de klierstructuren van de borst.
    • Invasief: tumoren die doorgroeien in het omliggende (steun)weefsel.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over borstkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor borstkanker

    Nederlandse bevolking (vrouwen)
     

    Kosten van Ziekten database

    Landelijk Evaluatie Team voor bevolkingsonderzoek naar Borstkanker (LETB)

    Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek (tot verslagjaar 2015)

    Vrouwen van 50 t/m 75 jaar

    LETB

    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolingsonderzoek Vrouwen van 50 t/m 75 jaar Midden-WestNoordZuid-WestZuidOost
    Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek (vanaf verslagjaar 2015) Vrouwen van 50 t/m 75 jaar IKNL
    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.