Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BorstkankerPreventie & ZorgZorg

Cijfers & Context

Borstkanker meest voorkomende kanker bij vrouwen

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte hoog in Nederland

Kosten

Zorguitgaven 870 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Bijna 9.900 ziekenhuisopnamen voor borstkanker

Ziekenhuisopnamen borstkanker

Ziekenhuisopnamen voor borstkanker 2019

 

Mannen

Vrouwen

Totaal

Aantal klinische opnamen

105

9.785

9.890

  • Aantal verpleegdagen

370

29.355

29.725

  • Gemiddelde opnameduur (dagen)

3,5

3

3

Aantal dagopnamen

290

68.255

68.540

Aantal observaties

0

20

20

Totaal opnamen

395

78.060

78.455

Bron: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (gedownload van CBS Statline in mei 2021)

  • ICD-10-code: C50
  • Aantal opnamen en verpleegdagen zijn afgerond op vijftallen
  • Cijfers zijn voorlopig

Bijna 9.900 ziekenhuisopnamen voor borstkanker in 2019

In 2019 waren er 9.890 klinische ziekenhuisopnamen voor borstkanker, waarvan 105 voor mannen. Het totaal aantal klinische ziekenhuisopnamen had betrekking op 29.725 opnamedagen, waarmee de gemiddelde opnameduur 3 dagen bedroeg. Het aantal opnamen kan groter zijn dan het aantal opgenomen personen, omdat een persoon meerdere keren per jaar opgenomen kan zijn.

Meer infomatie

Datum publicatie

21-10-2021

Ziekenhuisopnamen borstkanker naar leeftijd

Ziekenhuisopnamen voor borstkanker 2019

LeeftijdVrouwen Vrouwen (absoluut)
0-400
5-900
10-1400
15-1900
20-240,210
25-291,160
30-343,2170
35-395,4280
40-4410,9560
45-4915,1920
50-5418,61185
55-59171055
60-6419,61090
65-6923,31170
70-7428,31345
75-7925,8850
80-8427,3665
85-8920320
90-9412,690
95+7,315

Bron: Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (gedownload van CBS StatLine in mei 2021)

  • ICD-10-code: C50
  • Cijfers zijn voorlopig
  • Het absolute aantal ziekenhuisopnamen is zichtbaar in de tabelweergave.

Aantal ziekenhuisopnamen borstkanker neemt toe met leeftijd 

In 2019 waren er 9.890 ziekenhuisopnamen voor borstkanker in Nederland, waarvan 9.785 voor vrouwen. Dit aantal komt overeen met 11,2 opnamen per 10.000 vrouwen. Het aantal opnamen neemt toe met de leeftijd, maar op hoge leeftijd (85 jaar en ouder) neemt het aantal opnamen weer af. 

Meer infomatie

Datum publicatie

21-10-2021

Trend ziekenhuisopnamen borstkanker

Ziekenhuisopnamen borstkanker 1981-2019

JaarVrouwen Vrouwen (absoluut)
198113,49651
198214,210261
198313,810046
198413,910155
198513,910217
198614,110402
198714,710891
198814,711008
198915,311490
199015,811974
19911511406
199216,412616
199316,913087
199417,613677
199516,713028
199616,913291
199717,113463
199816,413023
199916,713332
200016,513257
200116,813624
20021713825
200316,913822
200417,914730
200517,514443
200618,114997
200718,815580
200818,215131
200918,315247
201017,614770
201116,914258
201216,413861
201316,313830
201414,512360
201513,211275
201613,211335
201712,110450
201811,59965
201911,29785

Bron: Landelijke Medische Registratie (1981-2012) en Landelijke Basisregistratie Ziekenhuiszorg (2013-2019). De cijfers zijn gedownload van CBS StatLine in mei 2021 en bewerkt door het RIVM.

  • ICD-9-code: 174 (1981-2012); ICD-10-code: C50 (2013-2019)
  • Cijfers over 2019 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2019
  • De absolute cijfers (niet gestandaardiseerd) zijn zichtbaar in de tabelweergave.

Vanaf 2007 afname in ziekenhuisopnamen borstkanker

In 2019 waren er 9.890 klinische ziekenhuisopnamen voor borstkanker in Nederland (11,2 per 10.000 vrouwen). In de periode 1981-2007 is het aantal klinische opnamen voor vrouwen toegenomen. Sinds 2007 neemt het aantal opnamen af. De weergegeven trends zijn gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). Ook het absoluut aantal ziekenhuisopnamen voor vrouwen (niet gestandaardiseerd) is in de periode 2007-2019 afgenomen: van ruim 15.000 in 2007 naar 9.785 in 2019.

Meer infomatie

Datum publicatie

21-10-2021

Verantwoording

Definities
  • Wat is borstkanker?

    Bij borstkanker is er sprake van kwaadaardige (maligne) tumoren van de borst. Borstkanker komt voornamelijk voor bij vrouwen, maar ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het hier beschreven ziektebeeld en het beloop van borstkanker beperkt zich tot vrouwen.

  • Histologische indeling

    Borstkanker is onder te verdelen in twee typen tumoren:

    • Niet-invasief of ‘in-situ’: tumoren die in eerste instantie begrensd blijven tot de klierstructuren van de borst.
    • Invasief: tumoren die doorgroeien in het omliggende (steun)weefsel.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over borstkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor borstkanker

    Nederlandse bevolking (vrouwen)
     

    Kosten van Ziekten database

    Landelijke monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek borstkanker

    Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek

    Vrouwen van 50 t/m 75 jaar

    Monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek borstkanker

    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolkingsonderzoek Vrouwen van 50 t/m 75 jaar Midden-WestNoordZuid-WestZuidOost
    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2016-2019, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2016-2019 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2016-2019. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.