Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BorstkankerCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Borstkanker meest voorkomende kanker bij vrouwen

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte hoog in Nederland

Kosten

Kosten van zorg 843 miljoen euro in 2015

Preventie & Zorg

Screening heeft bijgedragen aan afname sterfte

Trend nieuwe gevallen borstkanker

Aantal nieuwe gevallen van borstkanker 1990-2017

JaarVrouwen
1990100
1991104
1992111
1993114
1994116
1995110
1996112
1997112
1998113
1999120
2000120
2001123
2002121
2003121
2004122
2005121
2006124
2007126
2008126
2009127
2010125
2011131
2012131
2013130
2014130
2015129
2016125
2017129

Bron: NKR, cijfers gedownload 6 februari 2018

  • Gestandaardiseerd naar de Europese standaardbevolking
  • Geïndexeerd (1990 = 100)
  • De cijfers van 2017 zijn voorlopig
  • ICD-10-code C50

 

Aantal nieuwe gevallen van borstkanker gestegen in periode 1990-2011

Het jaarlijks aantal nieuwe gevallen van borstkanker is gestegen in de periode 1990-2011 en in de jaren na 2011 nagenoeg gelijk gebleven. De gepresenteerde trend is gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). Het aantal nieuwe gevallen nam in de periode 1990-2011 met ongeveer 30% toe. Deels is deze toename toe te schrijven aan de invoering van het bevolkingsonderzoek op borstkanker dat in 1988 van start is gegaan (Visscher et al., 2003). Het absoluut (niet-gestandaardiseerd) aantal nieuwe gevallen van borstkanker is over de gehele periode 1990-2017 toegenomen. 

Bevolkingsonderzoek beïnvloedt aantal geregistreerde nieuwe gevallen

In de periode 1994-1998 is het aantal nieuwe gevallen van borstkanker vrijwel constant gebleven. Vanaf 1999 lag het aantal nieuwe gevallen op een iets hoger niveau, waarna het opnieuw stabiliseerde. Er zijn twee belangrijke factoren die de trend vanaf 1994 beïnvloed hebben en die tegengesteld werken:

  • Een groot deel van de langzaam groeiende tumoren is al in de eerste ronde van het bevolkingsonderzoek op borstkanker, begin jaren negentig, aan het licht gekomen. In de vervolgronden is het detectiecijfer van deze tumoren dan lager. Het gevolg is dat het aantal nieuwe gevallen daalt.
  • In 1999 is de bovengrens van de leeftijd waarop vrouwen worden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek verhoogd naar 75 jaar (Visscher et al., 2003). Tot dan toe werden vrouwen van 50 tot en met 70 jaar uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Door deze uitbreiding van het bevolkingsonderzoek is het detectiecijfer van tumoren weer toegenomen en hiermee het aantal nieuw opgespoorde gevallen van borstkanker.

Meer informatie

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Visscher PM, Siesling S, van Dijk J, van de Kassteele J. Incidence of cancer in the Netherlands 1999/2000. Utrecht: Vereniging van Integrale Kankercentra; 2003. Bron

Trend sterfte borstkanker

Sterfte aan borstkanker 1980-2017

JaarVrouwenVrouwen (absoluut)
19801002.678
19811032.822
19821042.893
19831022.897
1984992.898
19851043.052
19861023.040
19871063.229
19881053.284
19891063.365
19901023.293
19911063.461
19921043.444
19931053.532
19941043.555
19951003.461
19961013.552
19971003.574
1998983.542
19991003.666
2000923.425
2001913.458
2002913.474
2003863.361
2004843.315
2005833.301
2006823.335
2007773.180
2008793.327
2009753.180
2010743.213
2011743.261
2012713.197
2013693.162
2014653.018
2015693.278
2016663.150
2017643.106

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2018)

  • ICD-10-code C50
  • Cijfers over 2017 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1980 is 100)
  • De absolute sterfte is zichtbaar in de tabelweergave
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Sterfte aan borstkanker vanaf 1995 afgenomen

De sterfte aan borstkanker is in de periode 1980-1994 nagenoeg gelijk gebleven. In de periode 1995-2017 is de sterfte met 36% afgenomen. De gepresenteerde trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). In de periode 1980-2017 was de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) aan borstkanker onder vrouwen het hoogst in 1999. In dat jaar stierven 3.666 vrouwen met borstkanker als onderliggende doodsoorzaak; in 2017 waren dat er 3.106.

Belangrijke bijdrage bevolkingsonderzoek aan afname sterfte

Aangenomen wordt dat de afname in sterfte  voor een aanzienlijk deel is toe te schrijven aan de invoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker (Otto et al., 2003Otten et al., 2008). Door het bevolkingsonderzoek wordt borstkanker in een eerder stadium ontdekt en kan de kanker eerder behandeld worden (de Munck et al., 2018). Maar ook de introductie en ruimere toepassing van effectievere behandelingen hebben grote invloed gehad op de sterftedaling, zowel binnen de gescreende als de niet-gescreende leeftijdsgroepen.

Meer informatie 

Datum publicatie

19-09-2018

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Otto SJ, Fracheboud J, Looman CWN, Broeders MJM, Boer R, Hendriks JHCL, et al. Initiation of population-based mammography screening in Dutch municipalities and effect on breast-cancer mortality: a systematic review. Lancet. 2003;361(9367):1411-7. Pubmed | DOI
  2. Otten JDM, Broeders MJM, Fracheboud J, Otto SJ, de Koning HJ, Verbeek ALM. Impressive time-related influence of the Dutch screening programme on breast cancer incidence and mortality, 1975-2006. Int J Cancer. 2008;123(8):1929-34. Pubmed | DOI
  3. de Munck L, Fracheboud J, de Bock GH, Heeten GJ den, Siesling S, Broeders MJM. Is the incidence of advanced-stage breast cancer affected by whether women attend a steady-state screening program? Int J Cancer. 2018. Pubmed | DOI

Trend sterfte borstkanker naar leeftijd

Sterfte aan borstkanker naar leeftijd, 1980-2015

Jaar25-4445-6465-7475+
19801031009496
1981103999497
19821051009398
1983961009397
1984921009596
1985931009596
19861001019798
19871021019799
198810110099103
198910110099100
1990100100100100
19911021009998
19921019998102
19931049997101
19941009697101
1995979696100
199696949399
1997959390100
1998969389100
199992898798
200087878597
200183848194
200279847892
200379827689
200478797288
200578777286
200674757183
200770747480
200864717279
200964707177
201064686976
201162676875
201261636875
201355586674
201454566774
  • In de figuur zijn de 3-jaars voortschrijdende gemiddelden weergegeven (periode 1979-2015)
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2010
  • Geïndexeerd (1990 = 100)
  • Cijfers over 2015 zijn voorlopig
  • ICD-10-code C50
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

 

Sterfte aan borstkanker vanaf 1995 afgenomen

De sterfte aan borstkanker is in de periode 1980-1994 in alle leeftijdsgroepen nagenoeg gelijk gebleven. Vanaf 1995 is de sterfte bij vrouwen jonger dan 75 jaar aanzienlijk afgenomen. Bij vrouwen van 75 jaar en ouder zette de daling in rond 2000 en was minder groot dan bij vrouwen jonger dan 75. De gepresenteerde trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie).

Meer informatie 

Trend overleving borstkanker

Supergrafiek; Borstkanker trend met BI

[container]

Bron: NKR

  • ICD-10-code C50
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
    Dit cijfer is ook onderdeel van

Relatieve vijfjaarsoverleving borstkanker gestegen

De relatieve vijfjaarsoverleving is gestegen van 78,1% voor vrouwen die in de periode 1991-1995 zijn gediagnosticeerd met borstkanker tot 88,3% voor patiënten die in de periode 2011-2015 zijn gediagnosticeerd. Overigens blijft bij vrouwen met borstkanker ook meer dan 15 jaar na de diagnose de sterftekans groter dan in de algemene bevolking en kan men dan nog niet van genezing spreken (Janssen-Heijnen et al., 2014).

Overleving borstkanker neemt al toe sinds halverwege vorige eeuw

De overleving bij borstkanker neemt al decennia lang toe. Zo is de relatieve tienjaarsoverleving toegenomen van ruim 30% in de periode 1955-1969 tot ruim 70% in de periode 2000-2002 (IKZ, 2005; Louwman et al., 2008). Uit landelijke cijfers blijkt dat de relatieve tienjaarsoverleving 77% bedroeg voor patiënten die in de periode 2004-2007 zijn gediagnosticeerd met borstkanker.

 Meer informatie 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Janssen-Heijnen MLG, van Steenbergen LN, Voogd AC, Tjan-Heijnen VCG, Nijhuis PH, Poortmans PM, et al. Small but significant excess mortality compared with the general population for long-term survivors of breast cancer in the Netherlands. Ann Oncol. 2014;25(1):64-8. Pubmed | DOI
  2. IKZ. Van meten naar weten; 50 jaar kankerregistratie. Eindhoven: Integraal Kankercentrum Zuid; 2005. Bron
  3. Louwman WJ, Voogd AC, van Dijck JJAAM, Nieuwenhuijzen GAP, Ribot J, Pruijt JFM, et al. On the rising trends of incidence and prognosis for breast cancer patients diagnosed 1975-2004: a long-term population-based study in southeastern Netherlands. Cancer Causes Control. 2008;19(1):97-106. Pubmed | DOI

Toekomstige trend borstkanker door demografische ontwikkelingen

Toekomstige stijging aantal nieuwe gevallen van borstkanker  door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografisch ontwikkelingen zal het absoluut aantal nieuwe gevallen van borstkanker bij vrouwen in de periode 2015-2040 naar verwachting met 15% stijgen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door veranderingen in factoren die de kans op het ontstaan van borstkanker beïnvloeden (epidemiologische ontwikkelingen). De toekomstige trend op basis van epidemiologische ontwikkelingen is niet gekwantificeerd.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Wat is borstkanker?

    Bij borstkanker is er sprake van kwaadaardige (maligne) tumoren van de borst. Borstkanker komt voornamelijk voor bij vrouwen, maar ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het hier beschreven ziektebeeld en het beloop van borstkanker beperkt zich tot vrouwen.

  • Histologische indeling

    Borstkanker is onder te verdelen in twee typen tumoren:

    • Niet-invasief of ‘in-situ’: tumoren die in eerste instantie begrensd blijven tot de klierstructuren van de borst.
    • Invasief: tumoren die doorgroeien in het omliggende (steun)weefsel.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over borstkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor borstkanker

    Nederlandse bevolking (vrouwen)
     

    Kosten van Ziekten database

    Landelijk Evaluatie Team voor bevolkingsonderzoek naar Borstkanker (LETB)

    Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek (tot verslagjaar 2015)

    Vrouwen van 50 t/m 75 jaar

    LETB

    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolingsonderzoek Vrouwen van 50 t/m 75 jaar Midden-WestNoordZuid-WestZuidOost
    Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek (vanaf verslagjaar 2015) Vrouwen van 50 t/m 75 jaar IKNL
    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.