Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BorstkankerCijfers & ContextTrends

Cijfers & Context

Borstkanker meest voorkomende kanker bij vrouwen

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte hoog in Nederland

Kosten

Zorguitgaven 870 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Bijna 9.900 ziekenhuisopnamen voor borstkanker

Trend nieuwe gevallen borstkanker

Aantal nieuwe gevallen van borstkanker 1990-2020

JaarVrouwenVrouwen (absoluut)
19901008.214
19911048.596
19921119.276
19931149.576
19941169.969
19951109.523
19961129.841
19971119.925
199811210.242
199912011.131
200012011.186
200112311.631
200212111.558
200312111.736
200412212.035
200512112.005
200612412.428
200712612.835
200812613.018
200912713.175
201012513.280
201113114.025
201213114.249
201313014.326
201413014.520
201512914.467
201612814.584
201713014.884
201812614.635
201912714.829
202011113.044

Bron: NKR, cijfers gedownload 4 februari 2021

 

Aantal nieuwe gevallen borstkanker gestabiliseerd

Het aantal nieuwe gevallen van borstkanker is in de periode 1990-2011 met ongeveer 30% toegenomen en in de jaren 2011-2019 nagenoeg gelijk gebleven (de cijfers voor 2019 en 2020 zijn voorlopig). De gepresenteerde trend is gecorrigeerd voor ontwikkelingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). De aanvankelijke toename is deels toe te schrijven aan de invoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker dat in 1988 van start is gegaan (Visser et al., 2003). Het absoluut (niet-gestandaardiseerd) aantal nieuwe gevallen van borstkanker is over de periode 1990-2019 toegenomen van 8.219 in 1990 tot 14.808 in 2019.

In 2020 minder diagnoses door COVID-19-uitbraak

Het aantal vrouwen bij wie borstkanker is vastgesteld, is in 2020 kleiner dan in voorgaande jaren (ongeveer 13.000; voorlopig cijfer). Het kleiner aantal diagnoses in 2020 wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een tijdelijke onderbreking van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in verband met de COVID-19-uitbraak. Daarnaast spelen uitgestelde huisartsbezoeken en doorverwijzingen naar het ziekenhuis tijdens de COVID-19-uitbraak een rol.

Bevolkingsonderzoek beïnvloedt aantal geregistreerde nieuwe gevallen

In de periode 1994-1998 is het aantal nieuwe gevallen van borstkanker vrijwel constant gebleven. Vanaf 1999 lag het aantal nieuwe gevallen op een iets hoger niveau, waarna het opnieuw stabiliseerde. Er zijn twee belangrijke factoren die de trend vanaf 1994 beïnvloed hebben en die tegengesteld werken:

  • Een groot deel van de langzaam groeiende tumoren is al in de eerste ronde van het bevolkingsonderzoek op borstkanker, begin jaren negentig, aan het licht gekomen. In de vervolgronden is het detectiecijfer van deze tumoren dan lager. Het gevolg is dat het aantal nieuwe gevallen daalt.
  • In 1999 is de bovengrens van de leeftijd waarop vrouwen worden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek verhoogd naar 75 jaar (Visser et al., 2003). Tot dan toe werden vrouwen van 50 tot en met 70 jaar uitgenodigd om deel te nemen aan het onderzoek. Door deze uitbreiding van het bevolkingsonderzoek is het detectiecijfer van tumoren weer toegenomen en hiermee het aantal nieuw opgespoorde gevallen van borstkanker.

Meer informatie

Datum publicatie

01-03-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Visser O, Siesling SS, van Dijk J, van de Kassteele J. Incidence of cancer in the Netherlands 1999/2000. Utrecht: Vereniging van Integrale Kankercentra; 2003. Bron

Trend sterfte borstkanker

Sterfte aan borstkanker 1980-2020

JaarMannenVrouwenTotaalMannen (absoluut)Vrouwen (absoluut)Totaal (absoluut)
19800,357,130,7122.6782.690
19810,758,431,7242.8222.846
19820,459,032,0152.8932.908
19830,557,931,5202.8972.917
19840,657,031,2242.8982.922
19850,459,232,2143.0523.066
19860,758,031,7283.0403.068
19870,460,533,1193.2293.248
19880,360,333,0143.2843.298
19890,460,733,3183.3653.383
19900,558,331,9203.2933.313
19910,460,633,1153.4613.476
19920,559,132,3213.4443.465
19930,559,932,8233.5323.555
19940,459,432,4173.5553.572
19950,557,231,2223.4613.483
19960,557,831,6253.5523.577
19970,757,131,2353.5743.609
19980,556,030,5263.5423.568
19990,857,031,1383.6663.704
20000,552,628,6273.4253.452
20010,352,328,2173.4583.475
20020,651,727,9313.4743.505
20030,649,426,6303.3613.391
20040,348,025,7183.3153.333
20050,447,125,2213.3013.322
20060,347,125,0153.3353.350
20070,344,223,4193.1803.199
20080,545,424,0303.3273.357
20090,442,922,6233.1803.203
20100,542,322,3323.2133.245
20110,342,322,1223.2613.283
20120,541,021,4333.1973.230
20130,339,920,7213.1623.183
20140,437,619,5273.0183.045
20150,340,220,7243.2783.302
20160,338,019,5253.1503.175
20170,337,018,9263.1073.133
20180,435,918,4293.0593.088
20190,235,317,9213.0563.077
20200,334,917,7223.0583.080

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in augustus 2021)

  • ICD-10-code C50
  • Cijfers over 2020 zijn voorlopig
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2020
  • De absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) en de sterfte onder mannen is zichtbaar in de tabelweergave.
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording).

Sterfte aan borstkanker vanaf 1999 afgenomen

De sterfte aan borstkanker is in de periode 1980-1999 nagenoeg gelijk gebleven. In de periode 1999-2020 is de sterfte met 39% afgenomen. De gepresenteerde trend is gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking (standaardisatie). In de periode 1980-2020 was de absolute sterfte (niet gestandaardiseerd) aan borstkanker onder vrouwen het hoogst in 1999. In dat jaar stierven 3.666 vrouwen met borstkanker als onderliggende doodsoorzaak; in 2020 waren dat er 3.058 (voorlopige cijfers).

Belangrijke bijdrage bevolkingsonderzoek aan afname sterfte

Aangenomen wordt dat de afname in sterfte  voor een aanzienlijk deel is toe te schrijven aan de invoering van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker (Otto et al., 2003Otten et al., 2008). Door het bevolkingsonderzoek wordt borstkanker in een eerder stadium ontdekt en kan de kanker eerder behandeld worden (de Munck et al., 2018). Maar ook de introductie en ruimere toepassing van effectievere behandelingen hebben grote invloed gehad op de sterftedaling, zowel binnen de gescreende als de niet-gescreende leeftijdsgroepen.

Meer informatie 

Experts en redactie

Datum publicatie

14-09-2021

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Otto SJ, Fracheboud J, Looman CWN, Broeders MJM, Boer R, Hendriks JHCL, et al. Initiation of population-based mammography screening in Dutch municipalities and effect on breast-cancer mortality: a systematic review. Lancet. 2003;361(9367):1411-7. Pubmed | DOI
  2. Otten JDM, Broeders MJM, Fracheboud J, Otto SJ, de Koning HJ, Verbeek ALM. Impressive time-related influence of the Dutch screening programme on breast cancer incidence and mortality, 1975-2006. Int J Cancer. 2008;123(8):1929-34. Pubmed | DOI
  3. de Munck L, Fracheboud J, de Bock GH, Heeten GJ den, Siesling SS, Broeders MJM. Is the incidence of advanced-stage breast cancer affected by whether women attend a steady-state screening program? Int J Cancer. 2018. Pubmed | DOI

Trend sterfte borstkanker naar leeftijd

Sterfte aan borstkanker naar leeftijd 1980-2018

Jaar25-4445-6465-7475+
1980911019491
1981921009494
1982961029394
1983891019494
1984861029594
1985881019694
1986961029796
1987991029897
198810010199102
198910110099100
1990100100100100
199110210010098
19921019898102
19931039797102
1994989497102
1995959396101
1996959194101
1997949191101
1998979090101
199993878899
200090858698
200187838196
200284837894
200385827690
200486787389
200586777287
200682747285
200778747482
200872717281
200971707180
201071686979
201169676878
201267636878
201360596677
201459576778
201557576576
201656576376
201754556074
201852525974

Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek (gedownload van CBS StatLine in juli 2020)

  • In de figuur zijn de 3-jaars voortschrijdende gemiddelden weergegeven (periode 1979-2019)
  • Gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2019
  • Geïndexeerd (1990 = 100)
  • Cijfers over 2019 zijn voorlopig
  • ICD-10-code C50
  • De sterftecijfers vanaf 2013 zijn minder goed vergelijkbaar met eerdere jaren omdat het CBS is overgestapt van handmatig naar automatisch coderen (zie Verantwoording)

Afname sterfte volgt op invoering bevolkingsonderzoek

De sterfte aan borstkanker is vanaf het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw aanzienlijk afgenomen bij vrouwen jonger dan 75 jaar. Bij vrouwen van 75 jaar en ouder zette de daling later in, rond het jaar 2000. De gepresenteerde trends zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdssamenstelling van de bevolking (standaardisatie). Een verklaring voor de latere inzet van de afname van de sterfte bij vrouwen van 75 jaar en ouder is dat het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in 1989 is gestart voor vrouwen in de leeftijd van 50 tot en met 70 jaar en tien jaar later is uitgebreid met vrouwen tot en met 75 jaar.

Meer informatie 

Trend overleving borstkanker

Supergrafiek; Borstkanker trend met BI

[container]

Bron: NKR

  • ICD-10-code C50
  • De cijfers zijn gecorrigeerd voor veranderingen in de omvang en leeftijdsopbouw van de bevolking door standaardisatie naar de 'International Cancer Survival Standard' (ICSS-2).
  • Naast het percentage overleving zijn ook de onder- en bovengrens van het 95%-betrouwbaarheidsinterval weergegeven.
    Dit cijfer is ook onderdeel van

Relatieve vijfjaarsoverleving borstkanker gestegen

De relatieve vijfjaarsoverleving is gestegen van 78,1% voor vrouwen die in de periode 1991-1995 zijn gediagnosticeerd met borstkanker tot 88,3% voor patiënten die in de periode 2011-2015 zijn gediagnosticeerd. Overigens blijft bij vrouwen met borstkanker ook meer dan 15 jaar na de diagnose de sterftekans groter dan in de algemene bevolking en kan men dan nog niet van genezing spreken (Janssen-Heijnen et al., 2014).

Overleving borstkanker neemt al toe sinds halverwege vorige eeuw

De overleving bij borstkanker neemt al decennia lang toe. Zo is de relatieve tienjaarsoverleving toegenomen van ruim 30% in de periode 1955-1969 tot ruim 70% in de periode 2000-2002 (IKZ, 2005; Louwman et al., 2008). Uit landelijke cijfers blijkt dat de relatieve tienjaarsoverleving 77% bedroeg voor patiënten die in de periode 2004-2007 zijn gediagnosticeerd met borstkanker.

 Meer informatie 

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Janssen-Heijnen MLG, van Steenbergen LN, Voogd AC, Tjan-Heijnen VCG, Nijhuis PH, Poortmans PM, et al. Small but significant excess mortality compared with the general population for long-term survivors of breast cancer in the Netherlands. Ann Oncol. 2014;25(1):64-8. Pubmed | DOI
  2. IKZ. Van meten naar weten; 50 jaar kankerregistratie. Eindhoven: Integraal Kankercentrum Zuid; 2005. Bron
  3. Louwman WJ, Voogd AC, van Dijck JJAAM, Nieuwenhuijzen GAP, Ribot J, Pruijt JFM, et al. On the rising trends of incidence and prognosis for breast cancer patients diagnosed 1975-2004: a long-term population-based study in southeastern Netherlands. Cancer Causes Control. 2008;19(1):97-106. Pubmed | DOI

Toekomstige trend borstkanker door demografische ontwikkelingen

Verwachte stijging aantal nieuwe gevallen borstkanker door alleen demografie

Op basis van uitsluitend demografische ontwikkelingen zal het absoluut aantal nieuwe gevallen van borstkanker bij vrouwen in de periode 2018-2040 naar verwachting met 15% stijgen. De toename zal groter of kleiner kunnen zijn door andere (niet-demografische) ontwikkelingen die de kans op het vóórkomen van borstkanker beïnvloeden.

Meer informatie

Datum publicatie

25-03-2021

Verantwoording

Definities
  • Wat is borstkanker?

    Bij borstkanker is er sprake van kwaadaardige (maligne) tumoren van de borst. Borstkanker komt voornamelijk voor bij vrouwen, maar ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het hier beschreven ziektebeeld en het beloop van borstkanker beperkt zich tot vrouwen.

  • Histologische indeling

    Borstkanker is onder te verdelen in twee typen tumoren:

    • Niet-invasief of ‘in-situ’: tumoren die in eerste instantie begrensd blijven tot de klierstructuren van de borst.
    • Invasief: tumoren die doorgroeien in het omliggende (steun)weefsel.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over borstkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor borstkanker

    Nederlandse bevolking (vrouwen)
     

    Kosten van Ziekten database

    Landelijke monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek borstkanker

    Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek

    Vrouwen van 50 t/m 75 jaar

    Monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek borstkanker

    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolkingsonderzoek Vrouwen van 50 t/m 75 jaar Midden-WestNoordZuid-WestZuidOost
    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2016-2019, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2016-2019 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2016-2019. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.