Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BorstkankerCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Borstkanker meest voorkomende kanker bij vrouwen

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte hoog in Nederland

Kosten

Zorguitgaven 870 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Screening heeft bijgedragen aan afname sterfte

Risicofactoren borstkanker

Biologische en leefstijlfactoren beïnvloeden kans op borstkanker

Er is een aantal biologische en leefstijlfactoren bekend die het risico op borstkanker kunnen verhogen. De verschillende risicofactoren worden hieronder beschreven (Sun et al., 2017).

Biologische factoren

  • Leeftijd: Het risico op het ontwikkelen van borstkanker neemt toe met de leeftijd.
  • Familiegeschiedenis: Bijna een kwart van alle gevallen van borstkanker kan verklaard worden door de familiegeschiedenis. Vrouwen met een eerstegraads familielid met borstkanker lopen bijna twee keer zoveel risico om borstkanker te ontwikkelen, vergeleken met vrouwen zonder eerstegraads familieleden met borstkanker.
  • Genmutaties: Een vrouw met een erfelijke BRCA1 of BRCA2 mutatie heeft een sterk verhoogd risico om in haar leven borstkanker te krijgen.
  • Reproductieve factoren: Factoren zoals vroege menstruatie, late menopauze, late leeftijd bij de eerste zwangerschap en een klein aantal bevallingen kunnen het risico op borstkanker verhogen. Het niet of slechts kort geven van borstvoeding verhoogt ook het risico op borstkanker (Fortner et al., 2019; Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer, 2002)
  • Oestrogeen en progestageen: Hormonale substitutietherapie (voor behandeling van overgangsklachten) verhoogt het risico op het ontwikkelen van borstkanker. Dit komt door de verhoogde concentratie van exogene oestrogenen en progestagenen in het bloed. Vrouwen die hormonale substitutietherapie ondergaan, lopen ruim anderhalf keer meer risico op het ontwikkelen van borstkanker vergeleken met vrouwen die deze therapie niet ondergaan. Dit risico neemt verder toe bij langdurig gebruik, tot een verdubbeling bij gebruik langer dan 5 jaar (Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer, 2019). In mindere mate verhoogt ook het gebruik van orale anticonceptiva het risico op borstkanker vanwege de concentraties oestrogeen en progestageen (progesteron) die zij bevatten (Mørch et al., 2017).
  • Dicht borstklierweefsel: Borstweefsel bestaat uit vetweefsel en melkklieren. Als een vrouw in verhouding meer melkklieren heeft en minder vetweefsel is er sprake van dicht borstklierweefsel. Vrouwen met zeer dicht borstklierweefsel hebben een hoger risico op het ontwikkelen van borstkanker (Rice et al., 2016). Het onderliggende mechanisme dat verklaart hoe dicht borstklierweefsel kan leiden tot borstkanker is echter nog onbekend (Nazari & Mukherjee, 2018).

Leefstijl

  • Alcoholgebruik: Het nuttigen van drie of meer glazen alcohol per dag kan het risico op borstkanker met ongeveer een derde verhogen. 
  • Overgewicht: Als er sprake is van overgewicht of obesitas na de menopauze, neemt het risico op het ontwikkelen van borstkanker toe (Picon-Ruiz et al., 2017).

Datum publicatie

22-07-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Sun Y-S, Zhao Z, Yang Z-N, Xu F, Lu H-J, Zhu Z-Y, et al. Risk Factors and Preventions of Breast Cancer. Int J Biol Sci. 2017;13(11):1387-1397. Pubmed | DOI
  2. Fortner RT, Sisti J, Chai B, Collins LC, Rosner B, Hankinson SE, et al. Parity, breastfeeding, and breast cancer risk by hormone receptor status and molecular phenotype: results from the Nurses' Health Studies. Breast Cancer Res. 2019;21(1):40. Pubmed | DOI
  3. Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer. Breast cancer and breastfeeding: collaborative reanalysis of individual data from 47 epidemiological studies in 30 countries, including 50302 women with breast cancer and 96973 women without the disease. Lancet. 2002;360(9328):187-95. Pubmed | DOI
  4. Collaborative Group on Hormonal Factors in Breast Cancer. Type and timing of menopausal hormone therapy and breast cancer risk: individual participant meta-analysis of the worldwide epidemiological evidence. The Lancet. 2019;394(10204):1159-1168. Bron | DOI
  5. Mørch LS, Skovlund CW, Hannaford PC, Iversen L, Fielding S, Lidegaard Ø. Contemporary Hormonal Contraception and the Risk of Breast Cancer. N Engl J Med. 2017;377(23):2228-2239. Pubmed | DOI
  6. Rice MS, Bertrand KA, VanderWeele TJ, Rosner BA, Liao X, Adami H-O, et al. Mammographic density and breast cancer risk: a mediation analysis. Breast Cancer Res. 2016;18(1):94. Pubmed | DOI
  7. Nazari SShagh, Mukherjee P. An overview of mammographic density and its association with breast cancer. Breast Cancer. 2018;25(3):259-267. Pubmed | DOI
  8. Picon-Ruiz M, Morata-Tarifa C, Valle-Goffin JJ, Friedman ER, Slingerland JM. Obesity and adverse breast cancer risk and outcome: Mechanistic insights and strategies for intervention. CA Cancer J Clin. 2017;67(5):378-397. Pubmed | DOI

Gevolgen borstkanker

Deel van overlevers heeft last van blijvende gevolgen

Overlevers van borstkanker hebben doorgaans een goede kwaliteit van leven. Een deel van hen heeft wel te maken met blijvende gevolgen van borstkanker en de behandeling daarvan (Hsu et al., 2013). De kans op blijvende gevolgen en de mate waarin klachten optreden hangt nauw samen met de uitgebreidheid van de behandeling (uitsluitend operatie of ook bestraling en/of systeemtherapie. Systeemtherapie behandelt het hele lijf en kan bestaan uit chemotherapie, anti-hormonale therapie of immunotherapie. De gevolgen van (de behandeling van) borstkanker kunnen zowel lichamelijk, emotioneel als sociaal van aard zijn.

Emotionele en sociale gevolgen

De emotionele en sociale gevolgen van de diagnose en behandeling van borstkanker zijn onder andere (de Ligt et al., 2019):

  • verwerking van de ziekte;
  • angst voor terugkeer van kanker;
  • somberheid;
  • zorgen en onzekerheid over de toekomst (onder meer over de positie op de arbeidsmarkt).

Het verliezen van één of beide borsten kan voor vrouwen het verlies van de vrouwelijke identiteit betekenen (Ataollahi et al., 2015).

Lichamelijke gevolgen

Lichamelijke gevolgen van (de behandeling van) borstkanker zijn onder andere (de Ligt et al., 2019):

  • beperkingen in het bewegen van arm en schouder;
  • vervroegde menopauze;
  • pijn;
  • neuropathie (zenuwschade);
  • botverlies;
  • cardiotoxische effecten (schade aan het hart);
  • vermoeidheid.

Ook kan lymfoedeem optreden, een (abnormale ophoging van eiwitten en vocht), maar door okselsparende behandelingen komt dit steeds minder voor.
De meerderheid van de vrouwen ervaart gewichtstoename tijdens de behandeling van borstkanker. Dit komt vaker voor bij vrouwen die adjuvante chemotherapie krijgen (Vance et al., 2011). Daarnaast geven vrouwen aan dat zij na de behandeling last hebben van misselijkheid, vaginale problemen (droogheid, pijn bij geslachtsgemeenschap), blaasproblemen en opvliegers (Ganz et al., 2011). Een deel van de vrouwen kan ook jaren na de diagnose nog pijn en  lichamelijke klachten als pijn en slaapproblemen ondervinden (Wu & Harden, 2015) .

Zowel mentale als lichamelijke gevolgen van (de behandeling van) borstkanker kunnen een negatieve invloed hebben op het seksleven van de vrouw (Ussher et al., 2012).

Datum publicatie

22-07-2020

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Hsu T, Ennis M, Hood N, Graham M, Goodwin PJ. Quality of life in long-term breast cancer survivors. J Clin Oncol. 2013;31(28):3540-8. Pubmed | DOI
  2. de Ligt KM, Heins M, Verloop J, Ezendam NPM, Smorenburg CH, Korevaar JC, et al. The impact of health symptoms on health-related quality of life in early-stage breast cancer survivors. Breast Cancer Res Treat. 2019;178(3):703-711. Pubmed | DOI
  3. Ataollahi MR, Sharifi J, Paknahad MR, Paknahad A. Breast cancer and associated factors: a review. J Med Life. 2015;8(Spec Iss 4):6-11. Pubmed
  4. Vance V, Mourtzakis M, McCargar L, Hanning R. Weight gain in breast cancer survivors: prevalence, pattern and health consequences. Obes Rev. 2011;12(4):282-94. Pubmed | DOI
  5. Ganz PA, Kwan L, Stanton AL, Bower JE, Belin TR. Physical and psychosocial recovery in the year after primary treatment of breast cancer. J Clin Oncol. 2011;29(9):1101-9. Pubmed | DOI
  6. Wu H-S, Harden JK. Symptom burden and quality of life in survivorship: a review of the literature. Cancer Nurs. 2015;38(1):E29-54. Pubmed | DOI
  7. Ussher JM, Perz J, Gilbert E. Changes to sexual well-being and intimacy after breast cancer. Cancer Nurs. 2012;35(6):456-65. Pubmed | DOI

Verantwoording

Definities
  • Wat is borstkanker?

    Bij borstkanker is er sprake van kwaadaardige (maligne) tumoren van de borst. Borstkanker komt voornamelijk voor bij vrouwen, maar ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het hier beschreven ziektebeeld en het beloop van borstkanker beperkt zich tot vrouwen.

  • Histologische indeling

    Borstkanker is onder te verdelen in twee typen tumoren:

    • Niet-invasief of ‘in-situ’: tumoren die in eerste instantie begrensd blijven tot de klierstructuren van de borst.
    • Invasief: tumoren die doorgroeien in het omliggende (steun)weefsel.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over borstkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor borstkanker

    Nederlandse bevolking (vrouwen)
     

    Kosten van Ziekten database

    Landelijke monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek borstkanker

    Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek

    Vrouwen van 50 t/m 75 jaar

    Monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek borstkanker

    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolkingsonderzoek Vrouwen van 50 t/m 75 jaar Midden-WestNoordZuid-WestZuidOost
    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2012-2015, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2012-2015 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2012-2015. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.