Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BorstkankerCijfers & ContextHuidige situatie

Cijfers & Context

Borstkanker meest voorkomende kanker bij vrouwen

Regionaal & Internationaal

Incidentie en sterfte hoog in Nederland

Kosten

Zorguitgaven 870 miljoen euro in 2017

Preventie & Zorg

Screening heeft bijgedragen aan afname sterfte

Het vóórkomen van borstkanker

Aantal nieuwe gevallen van borstkanker 2020

LeeftijdsklasseVrouwenVrouwen (absoluut)
0-40,000
5-90,000
10-140,000
15-190,002
20-240,0210
25-290,1481
30-340,44239
35-390,90469
40-441,34686
45-492,241.337
50-542,461.571
55-592,281.420
60-642,661.491
65-692,951.484
70-743,471.671
75-792,76924
80-843,53873
85+3,10786

Bron: NKR, cijfers gedownload 4 februari 2021

Borstkanker is meest voorkomende kanker bij vrouwen

Borstkanker is de meest voorkomende kanker bij vrouwen. In 2020 bedroeg het aantal nieuw gediagnosticeerde gevallen van een invasieve vorm van borstkanker 1,5 per 1.000 vrouwen. Dit komt overeen met ongeveer 13.000 nieuwe gevallen. Bij een invasieve vorm van borstkanker groeit de borsttumor door in omliggend weefsel en blijft deze niet begrensd tot de klierstructuren van de borst.

Kans op borstkanker neemt toe met leeftijd

Bij vrouwen jonger dan 25 jaar komt borstkanker vrijwel niet voor. Vanaf 25 jaar neemt het aantal nieuwe gevallen toe. Het aantal geregistreerde nieuwe gevallen is in de leeftijdsgroep 75-79 jaar relatief (per 1.000 vrouwen) kleiner dan in de daaraan voorafgaande jongere leeftijdsgroepen. Dit is het gevolg van het feit dat vrouwen vanaf de leeftijd van 75 jaar niet meer worden opgeroepen voor het bevolkingsonderzoek borstkanker. In de groep van gescreende vrouwen tot 75 jaar worden tumoren opgespoord die veelal nog niet duidelijk waarneembaar (klinisch manifest) zijn. Na beëindiging van deelname aan de screening duurt het even voor deze tumoren groot genoeg zijn om zich klinisch te manifesteren. Dit verklaart ook dat het relatief aantal diagnoses weer hoger ligt in de leeftijdsgroep 80-84 jaar.

Meeste borsttumoren groeien door in omliggend weefsel

Veruit de meeste borsttumoren zijn invasief en groeien door in omliggend weefsel. In 2020 werden ongeveer 1.800 vrouwen gediagnosticeerd met een niet-invasieve borsttumor: ductaal carcinoma in situ (DCIS). Een niet-invasieve borsttumor blijft begrensd tot de klierstructuren van de borst (Bron: NKR, 2020). Uit DCIS kan wel een invasieve tumor ontstaan en DCIS kan daardoor een voorloper van borstkanker zijn.

In 2020 minder diagnoses door COVID-19-uitbraak

Het aantal vrouwen bij wie borstkanker is vastgesteld, is in 2020 kleiner dan in voorgaande jaren. Dit wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een tijdelijke onderbreking van het bevolkingsonderzoek naar borstkanker in verband met de COVID-19-uitbraak. Daarnaast spelen uitgestelde huisartsbezoeken en doorverwijzingen naar het ziekenhuis tijdens de COVID-19-uitbraak een rol.

Ongeveer 119.900 vrouwen met borstkanker op 1 januari 2020

Op 1 januari 2020 waren er ongeveer 119.900 vrouwen met invasieve borstkanker (Bron: NKR, voorlopige cijfers gedownload op 4 februari 2021). Dit komt overeen met 13,7 per 1.000 vrouwen. Het betreft hier de tienjaarsprevalentie. Dit wil zeggen het aantal vrouwen dat in de loop van de tien jaar voorafgaand aan de peildatum (1 januari 2020) borstkanker heeft gekregen en op de peildatum nog in leven was.

Meer informatie

Datum publicatie

01-03-2021

Borstkanker bij mannen

Borstkanker komt ook voor bij mannen

Niet alleen vrouwen krijgen borstkanker. In 2020 kregen ongeveer 120 mannen de diagnose borstkanker, en op 1 januari 2020 waren er ongeveer 770 mannen met borstkanker (tienjaarsprevalentie) (Bron: NKR, voorlopige cijfers gedownload op 4 februari 2021). De tienjaarsprevalentie is het aantal mannen dat in de loop van de tien jaar voorafgaand aan de peildatum (1 januari 2020) borstkanker heeft gekregen en op de peildatum nog in leven was.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Wat is borstkanker?

    Bij borstkanker is er sprake van kwaadaardige (maligne) tumoren van de borst. Borstkanker komt voornamelijk voor bij vrouwen, maar ook mannen kunnen borstkanker krijgen. Het hier beschreven ziektebeeld en het beloop van borstkanker beperkt zich tot vrouwen.

  • Histologische indeling

    Borstkanker is onder te verdelen in twee typen tumoren:

    • Niet-invasief of ‘in-situ’: tumoren die in eerste instantie begrensd blijven tot de klierstructuren van de borst.
    • Invasief: tumoren die doorgroeien in het omliggende (steun)weefsel.
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over borstkanker

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Aantal nieuwe gevallen, Tienjaarsprevalentie

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    IKNLNKR

    Nederlandse Kanker Registratie (NKR)

    Overleving (percentage)

    Geregistreerd aantal vrouwen met baarmoederhalskanker

    IKNLNKR

    Landelijke Medische Registratie (LMR)

    Klinische opnamedagen, klinische opnamen, gemiddelde opnameduur, dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    LMR

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Aantal sterfgevallen

    Nederlandse bevolking (vrouwen)

    CBS Doodsoorzakenstatistiek

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor borstkanker

    Nederlandse bevolking (vrouwen)
     

    Kosten van Ziekten database

    Landelijke monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek borstkanker

    Deelname bevolkingsonderzoek, percentages gevonden afwijkingen in bevolkingsonderzoek

    Vrouwen van 50 t/m 75 jaar

    Monitoring en evaluatie bevolkingsonderzoek borstkanker

    Regionale screeningsorganisaties Deelname bevolkingsonderzoek Vrouwen van 50 t/m 75 jaar Midden-WestNoordZuid-WestZuidOost
    European Cancer Information System (ECIS)

    Aantal nieuwe gevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    ECIS

    Eurostat

    Aantal sterfgevallen

    Europese bevolking (vrouwen)

    Eurostat

    OECD Relatieve 5-jaarsoverleving Europese bevolking (vrouwen) OECD; Allemani et al., 2018

     

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Allemani C, Matsuda T, Di Carlo V, Harewood R, Matz M, Nikšić M, et al. Global surveillance of trends in cancer survival 2000-14 (CONCORD-3): analysis of individual records for 37 513 025 patients diagnosed with one of 18 cancers from 322 population-based registries in 71 countries. Lancet. 2018;391(10125):1023-1075. Pubmed | DOI
  • Automatisch coderen bij CBS-doodsoorzakenstatistiek

    Met ingang van het statistiekjaar 2013 codeert het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) doodsoorzakenformulieren automatisch met behulp van het softwarepakket IRIS. Dit is een verschil met voorgaande jaren waarin doodsoorzakenformulieren handmatig werden verwerkt. Automatische codering brengt een betere internationale vergelijkbaarheid en reproduceerbaarheid van de gegevens met zich mee. Het veroorzaakt echter ook verschuivingen in doodsoorzaken. Daardoor zijn de sterftecijfers vanaf het jaar 2013 niet altijd goed vergelijkbaar met sterftecijfers uit eerdere jaren. Voor meer informatie over het automatisch coderen verwijzen wij naar vier artikelen van het CBS:

    • Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek (Harteloh et al., 2014)
    • Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen (Harteloh, 2014)
    • Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study (Harteloh, 2015)
    • Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013 (Harteloh, 2016)

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Harteloh PPM, van Hilten O, Kardaun JWPF. Het automatisch coderen van doodsoorzaken. Een nieuwe werkwijze bij de doodsoorzakenstatistiek. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    2. Harteloh PPM. Verschuivingen in de doodsoorzakenstatistiek bij de introductie van het automatisch coderen. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2014. Bron
    3. Harteloh PPM. Van handmatig naar automatisch coderen van doodsoorzaken. Een bridge coding study. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2015. Bron
    4. Harteloh PPM. Veranderingen in de doodsoorzakenstatistiek 2012-2013. Den Haag: Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS); 2016. Bron
Methoden
  • Regionale vergelijkingen Nederlandse Kankerregistratie

    De regionale cijfers van verschillende types kanker zijn gebaseerd op data uit de Nederlandse Kankerregistratie. Voor deze analyse is uit de NKR het aantal registraties per tumorsoort geselecteerd in de periode 2016-2019, uitgesplitst naar leeftijd, geslacht en GGD-regio van de patiënt. De NKR houdt internationaal geaccordeerde indelingen aan, waarbij een combinatie van lokalisatie en morfologisch type kanker wordt toegepast. Ten behoeve van de standaardisatie van de regio's naar leeftijd en geslacht, hebben we als standaard populatie de middenjaarsschatting 2016-2019 van de bevolking gebruikt. Deze bevolkingscijfers zijn afkomstig van CBS. In zowel de NKR als de CBS-data is de leeftijd onderverdeeld in 18 leeftijdsklassen (0-4, 5-9, 10-14 .... 75-79, 80-84, 85+).

    Berekenen gestandaardiseerde registratie-aantallen

    Door verschillen tussen bevolkingsopbouw in regio's zijn de ruwe gegevens moeilijk te vergelijken. Daarom is een (directe) standaardisatie uitgevoerd door alle in de regio’s geregistreerde aantallen per leeftijd en geslacht te wegen met het aandeel van deze leeftijd en geslachtscategorie in de totale Nederlandse bevolking. Bij geslachtsspecifieke aandoeningen (borst- en prostaatkanker) is gerekend met de totale bevolking van het betreffende geslacht.

    Kaarten

    De NKR-gegevens zijn gestandaardiseerd naar leeftijd en geslacht en worden per GGD-regio in kaart gebracht:

    Aantal registraties per 10.000 inwoners
    De kaart toont het jaarlijks gestandaardiseerd aantal registraties per 10.000 inwoners, gemiddeld over de periode 2016-2019. Zowel onder als boven het Nederlands gemiddelde gebruiken we een indeling in twee gelijke klassen.

    Berekening van significantie van de afwijking van het Nederlands gemiddelde
    Voor iedere regio is een standaardafwijking berekend. Hiermee wordt vervolgens een betrouwbaarheidsinterval berekend dat vergeleken wordt met het Nederlands gemiddelde. Als het Nederlands gemiddelde buiten dit interval valt is er sprake van een significante afwijking van het gemiddelde. Er is gerekend met 95% respectievelijk 99% betrouwbaarheidsintervallen.

    Kanttekeningen

    Het patroon in de kaart is een indicatie van de verdeling van een ziekte over Nederland. Behalve verschillen in het optreden van een ziekte, kunnen verschillen in andere factoren van invloed zijn op dit patroon. Zo kunnen verschillen in zorgniveau en de mate van gebruik van diagnostische tests tussen regio's een rol spelen. Verschillen in de wijze van coderen hebben waarschijnlijk geen rol gespeeld omdat landelijk dezelfde codeerafspraken gelden.

  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.

    Toetsing trends

    Toetsing van de trend heeft plaatsgevonden op ongestandaardiseerde data door middel van een logistische regressie, waarbij is gecorrigeerd is voor leeftijd en geslacht. Daarbij wordt getoetst of er een statistisch significante toe- of afname is met een significantieniveau (p-waarde) van 0,05. Vaak is onderscheid gemaakt naar trends in verschillende subpopulaties: mannen, vrouwen en leeftijdsgroepen. Daarnaast is getoetst of de trend voor mannen en vrouwen statistisch significant verschilt.
    De kans op het vinden van een toevallige significante uitkomst neemt toe met het aantal uitgevoerde toetsen. Om hiervoor te corrigeren is een Benjamini‐Hochberg‐correctie op de p‐waardes uitgevoerd.