Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BloeddrukRegionaal & InternationaalRegionaal

Cijfers & Context

Prevalentie vrijwel constant

Regionaal & Internationaal

Laagste percentages verhoogde bloeddruk in Brabant

Kosten

Zorguitgaven voor hoge bloeddruk ruim 651 miljoen

Preventie & Zorg

Verhoogde bloeddruk per GGD-regio

Verhoogde bloeddruk 2014-2016

Bevolking 12 jaar en ouder, per GGD-regio
Verhoogde bloeddruk per GGD-regio 2014-2016
Verhoogde bloeddruk 2014-2016
GGD-regioPercentageSignificantiePercentage (gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht)Significantie (gecorrigeerd percentage)
GGD Amsterdam13,4Onder (99% zeker)13,2Onder (99% zeker)
GGD Brabant-Zuidoost16,3Wijkt niet significant af14,0Onder (95% zeker)
GGD Drenthe16,0Wijkt niet significant af13,6Onder (95% zeker)
GGD Flevoland13,5Wijkt niet significant af13,9Wijkt niet significant af
GGD Fryslân18,3Boven (95% zeker)14,9Wijkt niet significant af
GGD Gelderland-Midden15,7Wijkt niet significant af13,7Onder (95% zeker)
GGD Gelderland-Zuid15,6Wijkt niet significant af14,3Wijkt niet significant af
GGD Gooi en Vechtstreek17,0Wijkt niet significant af13,4Wijkt niet significant af
GGD Groningen16,7Wijkt niet significant af15,0Wijkt niet significant af
GGD Haaglanden17,8Wijkt niet significant af16,2Wijkt niet significant af
GGD Hart voor Brabant15,2Wijkt niet significant af12,8Onder (99% zeker)
GGD Hollands Midden14,8Wijkt niet significant af14,0Wijkt niet significant af
GGD Hollands Noorden17,6Wijkt niet significant af14,6Wijkt niet significant af
GGD IJsselland16,5Wijkt niet significant af15,8Wijkt niet significant af
GGD Kennemerland17,3Wijkt niet significant af14,1Wijkt niet significant af
GGD Limburg-Noord16,8Wijkt niet significant af13,5Onder (95% zeker)
GGD Noord- en Oost-Gelderland16,5Wijkt niet significant af12,8Onder (99% zeker)
GGD regio Utrecht12,9Onder (99% zeker)12,6Onder (99% zeker)
GGD Rotterdam-Rijnmond16,5Wijkt niet significant af15,0Wijkt niet significant af
GGD Twente15,1Wijkt niet significant af13,4Onder (95% zeker)
GGD West-Brabant17,7Wijkt niet significant af15,9Wijkt niet significant af
GGD Zaanstreek-Waterland14,4Wijkt niet significant af13,4Wijkt niet significant af
GGD Zeeland16,1Wijkt niet significant af12,8Onder (95% zeker)
GGD Zuid-Holland Zuid14,0Wijkt niet significant af12,7Onder (99% zeker)
GGD Zuid-Limburg18,9Boven (95% zeker)15,4Wijkt niet significant af
View all detail data

In het midden van het land de minste mensen met een verhoogde bloeddruk

De meeste regio's met een hoog percentage mensen die zelf aangeven verhoogde bloeddruk te hebben, zijn te vinden in het noorden en zuiden van Nederland. De regio's Zuid-Limburg en Fryslân hebben de hoogste percentages van meer dan 18%. Deze regio's scoren ook significant hoger dan het landelijk gemiddelde (15,9%). De regio's Utrecht, Amsterdam en Flevoland hebben de laagste percentages mensen met een verhoogde bloeddruk (onder 13,5%). Daarvan scoren Utrecht en Amsterdam ook onder het landelijk gemiddelde.

Toelichting regionale verschillen

Informatie over significantie is beschikbaar via de kaart. Significantie geeft een nadere verklaring van de waarde die we mogen hechten aan de gepresenteerde verschillen. De verschillen zouden onder andere verklaard kunnen worden door regionale variaties in leeftijd en geslacht. Deze gestandaardiseerde cijfers zijn ook via de kaart op te vragen.

Meer informatie

Verantwoording

Definities
  • Hypertensie in huisartsenregistratie

    In VZinfo wordt het aantal mensen met hypertensie weergegeven dat bekend is bij de huisarts. Het gaat hierbij om hypertensie met of zonder orgaanbeschadiging (ICPC-codes K86 en K87). Verhoogde bloeddruk (voorbijgaande hypertensie, schommelende bloeddruk; ICPC-code K85) is hierbij niet inbegrepen.

    De bij de diagnose door de huisarts gehanteerde criteria zijn:

    • ofwel twee of meer metingen per contact bij tenminste twee contacten met een gemiddelde bloeddruk diastolisch boven de 95 mmHg of systolisch boven de 160 mmHg (voor volwassenen);
    • of twee of meer metingen tijdens één contact met een gemiddelde bloeddruk diastolisch van 120 mmHg en hoger.
  • Wanneer is er sprake van hypertensie?

    Voor volwassenen is sprake van een verhoogde bloeddruk ofwel hypertensie (NHG, 2011) bij:

    • een bovendruk (systolische bloeddruk, SBD) van 140 mmHg of hoger, en/of
    • een onderdruk (diastolische bloeddruk, DBD) van 90 mmHg of hoger, en/of
    • het gebruik van bloeddrukverlagende medicatie (antihypertensiva).

    Volgens deze internationale definitie behoren mensen, die dankzij bloeddrukverlagende medicatie een genormaliseerde bloeddruk hebben, zowel in de gezondheidszorg als bij grootschalig onderzoek tot de groep hypertensiepatiënten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement 2011. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
  • Afwijkende streefwaarden voor ouderen en diabeten

    Voor mensen met diabetes mellitus geldt een lagere streefwaarde van 130 mmHg. Voor 80-plussers is de streefwaarde van de bloeddruk 150-160 mmHg (NHG, 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement 2011. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
  • Het bloeddrukniveau schommelt gedurende de dag

    Het bloeddrukniveau schommelt gedurende de dag rond een gemiddelde waarde. Veel factoren als inspanning, stress en medicatie zijn sterk gerelateerd aan die schommelingen en kunnen leiden tot verhoogde bloeddrukwaarden. De bloeddruk wordt daarom altijd meerdere keren gemeten op meerdere dagen. Pas wanneer iemand gedurende langere tijd een bloeddruk heeft boven de grenswaarde, spreekt men van een verhoogde bloeddruk (hypertensie).

  • Geïsoleerde verhoogde bovendruk komt vooral bij ouderen voor

    Van een geïsoleerde verhoogde bovendruk, ofwel geïsoleerde systolische hypertensie, is sprake wanneer iemand gemiddeld genomen een bovendruk heeft boven de grenswaarde terwijl de onderdruk niet verhoogd is (NHG, 2011). Voor volwassenen is dat het geval bij:

    • een bovendruk (systolische bloeddruk) van 140 mmHg of hoger en
    • een onderdruk (diastolische bloeddruk) lager dan 90 mmHg.

    Een geïsoleerde verhoogde bovendruk komt regelmatig voor, vooral bij ouderen. Het ontstaat vooral door een toename van de stijfheid van de vaten. Hierdoor stijgt de bovendruk relatief sterk en zal deze eerder de bovengrens overschrijden dan de onderdruk. Een geïsoleerde verhoogde onderdruk (bij een normale bovendruk) komt zelden voor.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement 2011. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
  • Het bepalen van de bloeddruk

    In de spreekkamer

    Een arts, doktersassistente, verpleegkundige of praktijkondersteuner meet de bloeddruk van een patiënt (spreekkamerbloeddrukmeting). Hij/zij stelt de diagnose 'verhoogde bloeddruk' na herhaalde metingen van de bloeddruk (boven- en onderdruk) met een bloeddrukmeter. De metingen vinden plaats tijdens achtereenvolgende consulten, om een zo nauwkeurig mogelijk beeld van de bloeddruk te krijgen (NHG, 2011). De verschillende bloeddrukmetingen zijn verspreid over een periode van:

    • maanden voor patiënten met een licht verhoogde bloeddruk (140-160 mmHg)
    • weken of dagen voor patiënten met een sterk verhoogde bloeddruk (180-200 mmHg)
    • een dag voor patiënten met een zeer ernstig verhoogde bloeddruk (200 mmHg of hoger).

    Thuis en ambulant

    Patiënten kunnen ook zelf thuis hun bloeddruk meten (thuisbloeddrukmeting). De gemeten waarden thuis liggen vaak lager dan de gemeten waarden in de spreekkamer. Het afkappunt voor thuisbloeddrukmetingen ligt op 135 mmHg.

    Ambulante bloeddrukmetingen zijn een derde variant om de bloeddruk te bepalen. Men spreekt van ambulante bloeddrukmetingen bij automatische herhaaldelijke metingen (bijvoorbeeld elk halfuur) over een bepaalde periode (bijvoorbeeld 24 uur) (NHG, 2011).

    In grootschalige onderzoeken

    Bij grootschalige onderzoeken worden om praktische redenen de metingen niet gedurende een bepaalde tijdsperiode herhaald, maar vinden ze op één dag plaats. Daarbij worden wel vaak duplometingen uitgevoerd, bestaande uit twee metingen met een tussenpauze van vijf minuten. Door deze meetmethode is er vaak sprake van een overschatting van het percentage mensen met verhoogde bloeddruk (prevalentie).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement 2011. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
  • Risicoprofiel hart- en vaatziekten

    Voor patiënten met een verhoogde bloeddruk (SBD 140 mmHg of hoger) brengt de arts een risicoprofiel in kaart. Hierin staan de risicofactoren voor hart- en vaatziekten:

    • leeftijd
    • geslacht
    • roken
    • familie-anamnese
    • lichamelijke activiteit
    • body-mass index
    • lipidenspectrum
    • glucosegehalte
    • geschatte glomerulaire filtratiesnelheid

    Met het totale risicoprofiel maakt een arts een inschatting van de hoogte van het risico op ziekte of sterfte door hart- en vaatziekten in de komende 10 jaar (NHG, 2011).

    De risicotabel is opgenomen op pagina 29 in de Multidisciplinaire Richtlijn Cardiovasculair Risicomanagement 2011 (NHG, 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement 2011. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over bloeddruk

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie hypertensie

    Nederlandse bevolking

    NZR

    ECHIM

    Percentage mensen met verhoogde bloeddruk/hypertensie (zelfgerapporteerd)

    Europese bevolking vanaf 25 jaar

    ECHIM pilot data collection

    CBS Gezondheidsenquête

    Percentage mensen met verhoogde bloeddruk (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar

    Gezondheidsenquête

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor hoge bloeddruk

    Nederlandse bevolking
     

    Kosten van Ziekten (open data)

  • ECHIM pilot data collection

    In het kader van het Europese Joint Action for ECHIM project (2009-2012) is er een 'pilot data colllection' uitgevoerd. Het project ging over een Europese set van volksgezondheidsindicatoren, de European Community Health Indicators (ECHI). Voor veel van deze ECHI indicatoren zijn data te vinden in Europese databases zoals Eurostat en WHO-HFA. Een aantal indicatoren is echter nog niet opgenomen in reguliere internationale dataverzamelingen. Voor deze indicatoren zijn in de ECHIM pilot data collection data verzameld in zoveel mogelijk EU lidstaten en EFTA-landen. Eén van de indicatoren in de pilot was hoge bloeddruk. Hiervoor zijn in de pilot zelfgerapporteerde gegevens verzameld. Een deel van de landen had deze gegevens al verzameld in het kader van een Europese gezondheidsenquête, de European Health Interview Survey (EHIS). In de pilot zijn deze aangevuld met gegevens uit nationale gezondheidsenquêtes voor die landen die nog niet aan EHIS hadden deelgenomen. Overigens heeft ECHI een voorkeur voor gemeten gegevens over hoge bloeddruk, maar deze zijn momenteel niet beschikbaar op Europees niveau.

Methoden
  • Verschillen tussen zelfgerapporteerde en gemeten gegevens

    De zelf gerapporteerde CBS-gegevens over medicatiegebruik zijn niet specifiek genoeg om te zien of iemand bloeddrukverlagende medicijnen gebruikt. Hierdoor is het niet mogelijk om met behulp van deze gegevens aan te geven of iemand een verhoogde bloeddruk heeft en/of bloeddrukverlagende medicatie gebruikt. Bovendien is er bij deze vraag sprake van onderrapportage. Dit bleek uit een vergelijking tussen gemeten gegevens uit het Regenboogproject en zelfgerapporteerde gegevens die het CBS verzamelde bij de deelnemers aan dat project. Ruim 1 op de 10 mensen die volgens de meting een verhoogde bloeddruk had, rapporteerde dit niet in de CBS-vragenlijst. Deze onderrapportage komt vooral voor bij deelnemers boven de veertig jaar (Viet et al., 2003).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Viet AL, van den Hof S, Elvers LH, Ocké MC, Vossenaar M. Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een onderzoek op GGD'en (Regenboogproject). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2003. Bron
  • Gepresenteerde gegevens bij omvang

    Vanwege de hierboven genoemde kanttekeningen bij de zelfgerapporteerde gegevens is in VZinfo.nl zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gemeten gegevens voor het beschrijven van de omvang van het probleem. De gegevens van het CBS (Gezondheidsenqûete) zijn alleen gebruikt als deze gegevens recentere informatie kunnen bieden vergeleken met de andere bronnen.

  • Internationale data van EHIS

    Het percentage van de bevolking dat rapporteert een hoge bloeddruk te hebben (Bron: Thelen et al., 2012) zijn gebaseerd op de European Health Interview Survey (EHIS). Voor de overige landen zijn de gegevens uit nationale gezondheidsenquêtes afkomstig. De onderliggende methoden kunnen verschillen tussen deze landen, wat de vergelijkbaarheid van de gegevens kan verminderen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Thelen J, Kirsch NH, Finger J, von der Lippe E, Ryl L. ECHIM Pilot Data Collection, Analyses and Dissemination. Berlin: Robert Koch Institute; 2012. Bron
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.