Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BloeddrukKostenZorguitgaven

Cijfers & Context

Prevalentie vrijwel constant

Regionaal & Internationaal

Minste verhoogde bloeddruk in Utrecht en Amsterdam

Kosten

Zorguitgaven voor hoge bloeddruk ruim 651 miljoen

Preventie & Zorg

Zorguitgaven bloeddruk naar sector

Zorguitgaven hoge bloeddruk 2017

ZorgsectorMannenVrouwen
Genees- en hulpmiddelen138,6182,5
Ziekenhuiszorg75,378,7
Eerstelijnszorg54,466,6
Beheer13,716,8
Openbare zorg en preventie5,87,3
Overig5,66,2
  • Geraamde cijfers
  • ICD-10 codes I10-I13, I15 (hypertensie)

Zorguitgaven voor hoge bloeddruk ruim 651 miljoen in 2017

De zorguitgaven voor hoge bloeddruk (hypertensie) waren 651,4 miljoen euro in 2017. Dit komt overeen met 6,4% van de totale zorguitgaven voor ziekten van het hart- en vaatstelsel en 0,74% van de totale uitgaven voor de gezondheidszorg in Nederland. Van de zorguitgaven voor hoge bloeddruk werd bijna de helft besteed aan genees- en hulpmiddelen (49%). Daarnaast werd 24% besteed aan ziekenhuiszorg en 19% aan eerstelijnszorg. 

Meer informatie

Zorguitgaven bloeddruk naar leeftijd en geslacht

Zorguitgaven hoge bloeddruk 2017

LeeftijdMannenVrouwen
00,10
1-40,40,3
5-90,30,2
10-140,40,2
15-190,60,9
20-240,60,7
25-2911,4
30-341,82,5
35-393,23,5
40-446,46,9
45-4914,514,5
50-5422,922,9
55-593229,9
60-644036
65-6946,645,7
70-7446,453,8
75-7934,146,9
80-842443,2
85-8913,530,9
90-944,315,1
95+0,42,4
  • Geraamde cijfers
  • ICD-10 codes I10-I13, I15 (hypertensie)

Meeste zorguitgaven voor hoge bloeddruk op hogere leeftijd

De meeste zorguitgaven voor hoge bloeddruk (hypertensie) worden gemaakt op hogere leeftijd, omdat de aandoening vooral bij ouderen voorkomt. Voor personen jonger dan 45 jaar worden er nauwelijks zorguitgaven gemaakt voor hoge bloeddruk. De hoogste zorguitgaven worden gemaakt in de leeftijdsgroep 65 tot 75 jaar. De zorguitgaven zijn iets hoger voor vrouwen (55%) dan voor mannen (45%). In 2017 bedroegen de uitgaven aan zorg voor hoge bloeddruk 651,4 miljoen euro. 

Meer informatie

 

Verantwoording

Definities
  • Hypertensie in huisartsenregistratie

    In VZinfo wordt het aantal mensen met hypertensie weergegeven dat bekend is bij de huisarts. Het gaat hierbij om hypertensie met of zonder orgaanbeschadiging (ICPC-codes K86 en K87). Verhoogde bloeddruk (voorbijgaande hypertensie, schommelende bloeddruk; ICPC-code K85) is hierbij niet inbegrepen.

    De bij de diagnose door de huisarts gehanteerde criteria zijn:

    • ofwel twee of meer metingen per contact bij tenminste twee contacten met een gemiddelde bloeddruk diastolisch boven de 95 mmHg of systolisch boven de 160 mmHg (voor volwassenen);
    • of twee of meer metingen tijdens één contact met een gemiddelde bloeddruk diastolisch van 120 mmHg en hoger.
  • Wat is bloeddruk?

    Het hart pompt het bloed door de bloedvaten van het lichaam. De druk in de slagaders neemt toe als het hart samenknijpt en het bloed de bloedvaten in pompt. Dit is de systolische druk ofwel bovendruk. Als het hart zich ontspant neemt de druk in de slagaders af. Dit is de diastolische druk ofwel de onderdruk. Een optimale systolische bloeddruk is 120 mmHg of lager en een normale bloeddruk is 130 mmHg of lager. Een optimale diastolische bloeddruk is 80 mmHg of lager en een normale bloeddruk is 85 mmHg of lager. Dit wordt genoteerd als <120/80 mmHg en <130/85 mmHg respectievelijk (Williams et al., 2018).

    Wanneer is er sprake van een verhoogde bloeddruk?

    Voor volwassenen is sprake van een verhoogde bloeddruk ofwel hypertensie bij een bloeddruk (bovendruk) van >140/90 mmHg. Bij een bloeddruk van >180/110 mmHg is sprake van een ernstig verhoogde bloeddruk. Bij een systolische bloeddruk van >200/120 mmHg spreekt men van een zeer sterk verhoogde bloeddruk en kan er sprake zijn van een hypertensief noodgeval, waarvoor ziekenhuisopname noodzakelijk is ('NHG' et al., 2019). Volgens de definitie wordt er nog steeds gesproken van ‘hypertensie’ indien de bloeddruk na start van medicatie succesvol is verlaagd tot onder de streefwaarde.

    Wat is de streefwaarde voor behandeling van verhoogde bloeddruk?

    De streefwaarde voor behandeling van verhoogde bloeddruk is afhankelijk van leeftijd, bijkomende risicofactoren voor het krijgen van hart- en vaatziekten en bijkomende ziekten. Voor de meeste personen is de streefwaarde een bloeddruk van 140/90 mmHg of lager ('NHG' et al., 2019).
    Voor mensen met chronische nierschade geldt een lagere streefwaarde (<130/80 mmHg). Voor ouderen (boven de 70 jaar) geldt juist een hogere streefwaarde (<150/90 mmHg) ('NHG' et al., 2019).

    Een verhoogde systolische bloeddruk met een normale diastolische bloeddruk: kan dat?

    Meestal zijn beide waarden verhoogd. Een geïsoleerde verhoogde systolische bloeddruk komt wel regelmatig voor, vooral bij ouderen. Het ontstaat vooral door een toename van de stijfheid van de vaten. Hierdoor stijgt de bovendruk relatief sterk en zal deze eerder de bovengrens overschrijden dan de diastolische bloeddruk.

    Wat is belangrijker: de systolische of de diastolische bloeddruk?

    Systolische bloeddruk is de beste voorspeller van hart- en vaatziekten ('NHG' et al., 2019). Diastolische bloeddruk is echter ook belangrijk, maar de betekenis ervan is minder eenduidig. Een te hoge diastolische bloeddruk komt vooral op jonge leeftijd voor en draagt dan net als hoge systolische bloeddruk bij aan het ontstaan van hart- en vaatziekten. Op latere leeftijd neemt de diastolische bloeddruk vaak weer af, maar dit is niet altijd een goed teken, aangezien dit ten koste gaat van de doorbloeding van de hartspier.

    Het bepalen van de bloeddruk

    Er zijn verschillende manieren om de bloeddruk te meten. De meest gebruikte zijn spreekkamer metingen en thuismetingen.

    - In de spreekkamer

    Een arts, doktersassistente, verpleegkundige of praktijkondersteuner meet de bloeddruk van een patiënt (spreekkamerbloeddrukmeting), nadat hij/zij vijf minuten heeft gezeten in een rustige omgeving. De zorgverlener meet de bloeddruk twee keer achter elkaar met een tussenpoos van 1-2 minuten aan de arm die de hoogste waarde geeft. Als de bloeddruk slechts licht verhoogd is, wordt geadviseerd meerdere metingen te doen over verschillende weken of maanden.
    Bij een automatische bloeddrukmeting zit de patiënt in een rustige ruimte en wordt gedurende een vooraf vastgestelde periode herhaaldelijk de bloeddruk automatisch gemeten.

    - Thuis

    De laatste jaren wordt steeds vaker geadviseerd om de bloeddrukthuis te meten (thuisbloeddrukmeting of ambulante meting). De gemeten bloeddrukwaarden zijn thuis meestal lager dan in de spreekkamer en geven een betere afspiegeling van de werkelijke bloeddruk van een patiënt. Soms is het verschil tussen de spreekkamermeting en de thuismeting zo groot dat er gesproken wordt van ‘wittejassen’ verhoogde bloeddruk. Omdat de bloeddruk ook bij mensen zonder ‘wittejassen’-effect thuis gemiddeld lager is, gelden voor de thuisbloeddrukmeting andere normaalwaarden. Als de systolische bloeddruk thuis gemiddeld hoger is dan 135/85 mmHg, is er reeds sprake van een verhoogde bloeddruk.
    Bij een geprotocolleerde thuismeting meet de patiënt een week lang, twee keer achter elkaar de bloeddruk. Meestal voor het ontbijt en 2 uur na het avondeten.
    Bij 24-uurs bloeddrukmetingen wordt gedurende 24 uur de bloeddruk gemeten met intervallen van 15-30 minuten en ’s nachts 30-60 minuten met een draagbare bloeddrukmeter die bevestigd kan worden aan de broekriem ('NHG' et al., 2019).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Williams B, Mancia G, Spiering W, Rosei EAgabi, Azizi M, Burnier M, et al. 2018 ESC/ESH Guidelines for the management of arterial hypertension. European Heart Journal. 2018;39(33):3021-3104. Bron | DOI
    2. 'NHG', 'NIV', 'NVvC'. Multidisciplinaire Richtlijn Cardiovasculair Risicomanagement (CVRM). Derde herziening. Utrecht: Nederlands Huisartsen Genootschap, Nederlandse Internisten Vereniging, Nederlandse Vereniging voor Cardiologie; 2019. Bron
Bronverantwoording
  • Tabel: Bronnen bij de cijfers over bloeddruk

    Bron

    Indicator in VZinfo

    Gepresenteerde populatie VZinfo

    Meer informatie

    Nivel Zorgregistraties eerste lijn

    Jaarprevalentie hypertensie

    Nederlandse bevolking

    NZR

    ECHIM

    Percentage mensen met verhoogde bloeddruk/hypertensie (zelfgerapporteerd)

    Europese bevolking vanaf 25 jaar

    ECHIM pilot data collection

    CBS Gezondheidsenquête

    Percentage mensen met verhoogde bloeddruk (zelfgerapporteerd)

    Nederlandse bevolking vanaf 25 jaar

    Gezondheidsenquête

    Kosten van Ziektenstudie

    Kosten van zorg voor hoge bloeddruk

    Nederlandse bevolking
     

    Kosten van Ziekten (open data)

  • ECHIM pilot data collection

    In het kader van het Europese Joint Action for ECHIM project (2009-2012) is er een 'pilot data colllection' uitgevoerd. Het project ging over een Europese set van volksgezondheidsindicatoren, de European Community Health Indicators (ECHI). Voor veel van deze ECHI indicatoren zijn data te vinden in Europese databases zoals Eurostat en WHO-HFA. Een aantal indicatoren is echter nog niet opgenomen in reguliere internationale dataverzamelingen. Voor deze indicatoren zijn in de ECHIM pilot data collection data verzameld in zoveel mogelijk EU lidstaten en EFTA-landen. Eén van de indicatoren in de pilot was hoge bloeddruk. Hiervoor zijn in de pilot zelfgerapporteerde gegevens verzameld. Een deel van de landen had deze gegevens al verzameld in het kader van een Europese gezondheidsenquête, de European Health Interview Survey (EHIS). In de pilot zijn deze aangevuld met gegevens uit nationale gezondheidsenquêtes voor die landen die nog niet aan EHIS hadden deelgenomen. Overigens heeft ECHI een voorkeur voor gemeten gegevens over hoge bloeddruk, maar deze zijn momenteel niet beschikbaar op Europees niveau.

Methoden
  • Verschillen tussen zelfgerapporteerde en gemeten gegevens

    De zelf gerapporteerde CBS-gegevens over medicatiegebruik zijn niet specifiek genoeg om te zien of iemand bloeddrukverlagende medicijnen gebruikt. Hierdoor is het niet mogelijk om met behulp van deze gegevens aan te geven of iemand een verhoogde bloeddruk heeft en/of bloeddrukverlagende medicatie gebruikt. Bovendien is er bij deze vraag sprake van onderrapportage. Dit bleek uit een vergelijking tussen gemeten gegevens uit het Regenboogproject en zelfgerapporteerde gegevens die het CBS verzamelde bij de deelnemers aan dat project. Ruim 1 op de 10 mensen die volgens de meting een verhoogde bloeddruk had, rapporteerde dit niet in de CBS-vragenlijst. Deze onderrapportage komt vooral voor bij deelnemers boven de veertig jaar (Viet et al., 2003).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Viet AL, van den Hof S, Elvers LH, Ocké MC, Vossenaar M. Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een onderzoek op GGD'en (Regenboogproject). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2003. Bron
  • Gepresenteerde gegevens bij omvang

    Vanwege de hierboven genoemde kanttekeningen bij de zelfgerapporteerde gegevens is in VZinfo.nl zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gemeten gegevens voor het beschrijven van de omvang van het probleem. De gegevens van het CBS (Gezondheidsenqûete) zijn alleen gebruikt als deze gegevens recentere informatie kunnen bieden vergeleken met de andere bronnen.

  • Internationale data van EHIS

    Het percentage van de bevolking dat rapporteert een hoge bloeddruk te hebben (Bron: Thelen et al., 2012) zijn gebaseerd op de European Health Interview Survey (EHIS). Voor de overige landen zijn de gegevens uit nationale gezondheidsenquêtes afkomstig. De onderliggende methoden kunnen verschillen tussen deze landen, wat de vergelijkbaarheid van de gegevens kan verminderen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Thelen J, Kirsch NH, Finger J, von der Lippe E, Ryl L. ECHIM Pilot Data Collection, Analyses and Dissemination. Berlin: Robert Koch Institute; 2012. Bron
  • Methoden en technieken

    Standaardisatie

    De omvang en de leeftijdsverdeling van de bevolking verschillen per regio en land. Daarnaast treden in de loop van de tijd veranderingen op in de omvang en leeftijdsverdeling. Om ziekte- en sterftecijfers van verschillende regio’s en landen, of van opeenvolgende jaren met elkaar te kunnen vergelijken, wordt hier rekening mee gehouden. Daarbij worden de cijfers gecorrigeerd voor deze verschillen of veranderingen in de bevolking. Hierbij wordt uitgegaan van de omvang en de leeftijdsverdeling van een gekozen standaardpopulatie. Dit wordt standaardisatie genoemd.

    Indexatie

    Vooral bij de weergave van trends in de tijd zijn de trendcijfers vaak geïndexeerd. Een geïndexeerde trend laat ontwikkelingen in de tijd zien ten opzichte van een gekozen basisjaar. Dit gebeurt door de cijfers van alle jaren weer te geven als percentage van het cijfer in een gekozen basisjaar. Het cijfer in het basisjaar is gelijk gesteld aan 100(%). Indexatie maakt zichtbaar hoe groot de percentuele toe- of afname is ten opzichte van dat basisjaar. Door als basisjaar het eerste jaar in de grafiek te kiezen, kun je snel zien wat de verandering over de hele weergegeven periode is en ook of er grote verschillen zijn voor de onderscheiden groepen (mannen en vrouwen bijvoorbeeld).

    Indexatie kan ook gebruikt worden voor het weergeven van regionale verschillen. Hierbij wordt het landelijke cijfer bijvoorbeeld gelijk gesteld aan 100(%). Een regionaal cijfer boven of onder de 100 duidt erop dat het respectievelijk hoger of lager is dan het landelijke cijfer. Voorafgaand aan indexatie worden de cijfers vaak gecorrigeerd voor verschillen in samenstelling van de populaties.