Volksgezondheidenzorg.info

Zoekveld

BloeddrukCijfers & ContextOorzaken en gevolgen

Cijfers & Context

Een derde van de Nederlanders heeft hypertensie

Regionaal & Internationaal

Laagste percentages verhoogde bloeddruk in Brabant

Kosten

Zorguitgaven voor hoge bloeddruk ruim 651 miljoen

Preventie & Zorg

Verhoogde bloeddruk en hart- en vaatziekten

De relatie tussen verhoogde bloeddruk en hart- en vaatziekten

 

Ziekten waarvoor
verhoogde
bloeddruk
een risicofactor is

Ziektekans (RR)

Opmerkingen

 

Mannen

Vrouwen

 

Beroerte

1,1 - 4,3

1,1 - 4,2

RR hoger bij hogere bloeddruk. RR het hoogst in de leeftijdsklassen 35-39 tot en met 45-49 jaar, afhankelijk van bloeddrukniveau

Coronaire hartziekten

1,2 - 3,5

1,2 - 3,7

RR hoger bij hogere bloeddruk. RR het hoogst tussen 35 en 50 jaar, daarna afnemend met de leeftijd

Hartfalen

1,1 - 3,0

1,1 - 2,9

RR hoger bij hogere bloeddruk en afnemend met de leeftijd

De RR-schatting varieert met de leeftijd tussen de aangegeven ranges. Een relatief risico van 4,3 wil zeggen dat voor mensen met hypertensie de kans op de ziekte circa 4,3 keer zo groot is als de kans voor mensen met een normale bloeddruk.

Helft van coronaire hartziekten en beroertes door hypertensie

Een verhoogde bloeddruk (hypertensie) verhoogt het risico op het krijgen van en sterfte aan een beroerte, coronaire hartziekten, hartfalen en nieraandoeningen. De kans op een hart- en vaatziekte, vooral beroerte, neemt exponentieel toe bij toenemende bloeddruk (Lewington et al., 2002; CBO&NHS, 2000). Wereldwijd is hypertensie verantwoordelijk voor de helft van het aantal gevallen van coronaire hartziekten en beroertes (Lawes et al., 2008).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Lewington S, Clarke R, Qizilbash N, Peto RR, Collins R. Age-specific relevance of usual blood pressure to vascular mortality: a meta-analysis of individual data for one million adults in 61 prospective studies. Lancet. 2002;360(9349):1903-13. Pubmed
  2. CBO&NHS. Herziening Richtlijn Hoge Bloeddruk. Utrecht & Den Haag: Kwaliteitsinstituut voor de gezondheidszorg & Nederlandse Hartstichting; 2000. Bron
  3. Lawes CMM, van der Hoorn S, Rodgers A. Global burden of blood-pressure-related disease, 2001. Lancet. 2008;371(9623):1513-8. Pubmed | DOI

Verhoogde bloeddruk en andere aandoeningen

Hypertensie verhoogt risico op meerdere aandoeningen

Een verhoogde bloeddruk hangt ook samen met het risico op een aantal andere aandoeningen zoals:

Ook kan een verhoogde bloeddruk de complicaties van een ziekte verergeren, zoals van diabetische retinopathie bij diabetes mellitus. Dementie en andere psychische stoornissen zijn overigens ook in verband gebracht met een verlaagde bloeddruk.

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Nordon IM, Hinchliffe RJ, Loftus IM, Thompson MM. Pathophysiology and epidemiology of abdominal aortic aneurysms. Nat Rev Cardiol. 2011;8(2):92-102. Pubmed | DOI
  2. Barnes DE, Yaffe K. The projected effect of risk factor reduction on Alzheimer's disease prevalence. Lancet Neurol. 2011;10(9):819-28. Pubmed | DOI
  3. Lindeman RD. Hypertension and kidney protection in the elderly: what is the evidence in 2007? Int Urol Nephrol. 2007;39(2):669-78. Pubmed | DOI
  4. Barri YM. Hypertension and kidney disease: a deadly connection. Curr Cardiol Rep. 2006;8(6):411-7. Pubmed
  5. Bidani AK, Griffin KA. Pathophysiology of hypertensive renal damage: implications for therapy. Hypertension. 2004;44(5):595-601. Pubmed | DOI
  6. Starr JM. Blood pressure and cognitive decline in the elderly. Curr Opin Nephrol Hypertens. 1999;8(3):347-51. Pubmed
  7. PJEHM Kitslaar. Consensus diagnostiek en behandeling van arteriële claudicatio intermittens. Ned Tijdschr Geneeskd. . 1997;141:2396-400. Bron
  8. MacMahon S, Peto RR, Cutler J, Collins R, Sorlie P, Neaton J, et al. Blood pressure, stroke, and coronary heart disease. Part 1, Prolonged differences in blood pressure: prospective observational studies corrected for the regression dilution bias. Lancet. 1990;335(8692):765-74. Pubmed
  9. Launer LJ, Masaki K, Petrovitch H, Foley D, Havlik RJ. The association between midlife blood pressure levels and late-life cognitive function. The Honolulu-Asia Aging Study. JAMA. 1995;274(23):1846-51. Pubmed
  10. Skoog I, Lernfelt B, Landahl S, Palmertz B, Andreasson LA, Nilsson L, et al. 15-year longitudinal study of blood pressure and dementia. Lancet. 1996;347(9009):1141-5. Pubmed

Verhoogde bloeddruk en sterfte

Sterfte aan hypertensie

Bij volwassenen van twintig jaar en ouder
 

Mannen (%)

Vrouwen (%)

Beroerte (CVA)

32

32

Coronaire hartziekten

31

27

Hartfalen

24

20

Hypertensie veroorzaakt 32% van alle sterfte aan beroerte

Bij zowel mannen als vrouwen is 32% van de totale ziekte of sterfte aan een beroerte toe te schrijven aan een verhoogde (systolische) bloeddruk. Voor de totale ziekte of sterfte aan hartfalen bedragen deze percentages respectievelijk circa 24% (mannen) en 20% (vrouwen). Een verhoogde bloeddruk is verantwoordelijk voor 20 tot 30% van de totale sterfte aan beroerte, coronaire hartziekten en hartfalen (Polder et al., 2002).

Bloeddrukverlaging verlaagt direct de sterftekans aan een beroerte

Een bloeddrukverlaging betekent een directe daling van het risico op hart- en vaatziekten. Een systolische bloeddrukverlaging van 20 mmHg op 40-49-jarige leeftijd verlaagt de kans op sterfte aan een beroerte met 64%. Op 80-89 jarige leeftijd is dat 33%. Een diastolische bloeddrukverlaging van 10 mmHg levert een vergelijkbaar resultaat (Lewington et al., 2002).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Polder JJ, Takken J, Meerding WJ, Kommer GJ, Stokx LJ. Kosten van ziekten in Nederland. De zorgeuro ontrafeld. Themarapport van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2002. Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM; 2002. Bron
  2. Lewington S, Clarke R, Qizilbash N, Peto RR, Collins R. Age-specific relevance of usual blood pressure to vascular mortality: a meta-analysis of individual data for one million adults in 61 prospective studies. Lancet. 2002;360(9349):1903-13. Pubmed

Verschillende oorzaken voor verhoogde bloeddruk

In 95% van de gevallen van hypertensie geen duidelijke oorzaak

Bij 5% van de mensen is een verhoogde bloeddruk (hypertensie) een gevolg van een ziekte, zoals nierfunctiestoornissen (Kaplan, 2006). Er is sprake van secundaire hypertensie. Bij 95% van de mensen met hypertensie is meestal niet één duidelijke oorzaak bekend; bij een deel van hen zal de verhoogde bloeddruk mede te wijten zijn aan leefstijlfactoren. Maar ook genetische factoren en blootstelling aan geluid of andere stressfactoren kunnen een rol spelen. In deze groep is sprake van primaire, of essentiële, hypertensie.

Sterk verband overgewicht en hypertensie

Er is een sterk verband tussen overgewicht en verhoogde bloeddruk. Op het moment dat mensen met overgewicht gaan afvallen, daalt de bloeddruk. Het behouden van een gezond gewicht (BMI<25) is een preventieve maatregel om hoge bloeddruk te voorkomen (Appel et al., 2006). Ook is er een verband met een hoge consumptie van zout (Geleijnse, 2011). Daarnaast is verhoogde bloeddruk relatief vaak te wijten aan een onvoldoende lichamelijke activiteit (Appel et al., 2006).

Gezonde voeding verlaagt bloeddruk

Overstappen op een voedingspatroon dat rijk is aan groenten en fruit, vis, noten en magere zuivelproducten, maar arm aan zout (natrium) en totaal en verzadigd (dierlijk) vet verlaagt ook de bloeddruk. Het bewijs hiervoor is net zo sterk als voor overgewicht. In interventieonderzoeken verlaagde dit voedingspatroon (het DASH-dieet) bij alle deelnemers de bovendruk met gemiddeld 5,5 mmHg en de onderdruk met gemiddeld 3,0 mmHg (Appel et al., 2006).

Ook een lagere inname van zout kan zorgen voor een daling van de bloeddruk en zo het risico op hypertensie verkleinen (Gezondheidsraad, 2000). In de Richtlijnen Goede Voeding staat het advies niet meer dan 6 gram zout per dag te gebruiken. Uit een meta-analyse uitgevoerd op trials leverde een zoutreductie van 3 gram per dag lagere bloeddrukwaarden op. Zowel bij mensen met hypertensie als bij mensen met een normale bloeddruk. De resultaten waren het grootst bij de hypertensieven: een 3,6-5,6 mmHg lagere systolische bloeddruk en een 1,9-3,2 mmHg lagere diastolische bloeddruk (He & MacGregor, 2003; Geleijnse, 2011).

Daarnaast kan voldoende bewegen, onafhankelijk van andere determinanten, de systolische bloeddruk verlagen (Whelton et al., 2002).

Alcoholgebruik ook van invloed op de bloeddruk

Alcoholgebruik verhoogt de bloeddruk en verhoogt het risico op hypertensie lineair. Beperking van alcoholgebruik is een effectieve manier om de bloeddruk te verlagen (Elmadfa et al., 2009; Appel et al., 2006; Whelton et al., 2002).

Relatie met roken onduidelijk

Over de relatie tussen roken en het ontwikkelen van verhoogde bloeddruk bestaat nog veel discussie. Er is vooral onduidelijkheid over het chronische effect van roken. Ondanks enkele onderzoeken waarin roken een voorspeller lijkt te zijn voor het ontwikkelen van verhoogde bloeddruk, vinden diverse epidemiologische onderzoeken geen bewijs voor een onafhankelijk verband tussen roken en het ontwikkelen van verhoogde bloeddruk. Daarom wordt roken vooralsnog niet beschouwd als een risicofactor voor verhoogde bloeddruk (Missault et al., 1991; Narkiewicz et al., 2005). Roken is wel een risicofactor voor atherosclerose dat op den duur stijve vaten veroorzaakt. Een gevolg van hiervan is een stijging van met name de systolische bloeddruk.

Mogelijke relatie met chronische stress

De aanwijzingen nemen toe dat een verhoogde bloeddruk vaker voorkomt bij mensen met chronische stress. De relatie tussen stress en een verhoogde bloeddruk is echter complex. Meer onderzoek is nodig om na te gaan of stress een oorzaak is van verhoogde bloeddruk of een achterliggende factor in de relatie tussen ongunstige leefstijlfactoren en een verhoogde bloeddruk (Kaplan & Nunes, 2003). Ditzelfde geldt voor de relatie tussen de blootstelling aan geluid, een zogenaamde fysieke stressoor, en een verhoogde bloeddruk (van Kamp et al., 2004).

Bronnen en literatuur

Literatuur

  1. Appel LJ, Brands MW, Daniels SR, Karanja N, Elmer PJ, Sacks FM. Dietary approaches to prevent and treat hypertension: a scientific statement from the American Heart Association. Hypertension. 2006;47(2):296-308. Pubmed | DOI
  2. Geleijnse JM. Zout, bloeddruk en hart- en vaatziekten. Hart- en vaatziekten in Nederland 2011, cijfers over leefstijl- en risicofactoren, ziekte en sterfte. 2011. Bron
  3. Gezondheidsraad. Keukenzout en bloeddruk. Den Haag: Gezondheidsraad; 2000. Bron
  4. He FJ, MacGregor GA. How far should salt intake be reduced? Hypertension. 2003;42(6):1093-9. Pubmed | DOI
  5. Whelton SP, Chin A, Xin X, He J. Effect of aerobic exercise on blood pressure: a meta-analysis of randomized, controlled trials. Ann Intern Med. 2002;136(7):493-503. Pubmed
  6. Elmadfa I, Meyer A, Nowak V, Hasenegger V, Putz P, Verstraeten R, et al. European Nutrition and Health Report 2009. Ann Nutr Metab. 2009;55 Suppl 2:1-40. Pubmed | DOI
  7. Missault L, Duprez D, Clement DL. The effect of acute and chronic smoking on arterial blood pressure and on the effects of antihypertensive agents. Ned Tijdschr Geneeskd. 1991;135(6):211-5. Pubmed
  8. Narkiewicz K, Kjeldsen SE, Hedner T. Is smoking a causative factor of hypertension? Blood Press. 2005;14(2):69-71. Pubmed | DOI
  9. Kaplan MS, Nunes A. The psychosocial determinants of hypertension. Nutr Metab Cardiovasc Dis. 2003;13(1):52-9. Pubmed
  10. van Kamp I, Staatsen BAM, Kempen EEMM. Geluid en gezondheid. Den Haag: Kluwer Uitgevers; 2004. GoogleScholar

Verantwoording

Definities
  • Wanneer is er sprake van hypertensie?

    Voor volwassenen is sprake van een verhoogde bloeddruk ofwel hypertensie (NHG, 2011) bij:

    • een bovendruk (systolische bloeddruk, SBD) van 140 mmHg of hoger, en/of
    • een onderdruk (diastolische bloeddruk, DBD) van 90 mmHg of hoger, en/of
    • het gebruik van bloeddrukverlagende medicatie (antihypertensiva).

    Volgens deze internationale definitie behoren mensen, die dankzij bloeddrukverlagende medicatie een genormaliseerde bloeddruk hebben, zowel in de gezondheidszorg als bij grootschalig onderzoek tot de groep hypertensiepatiënten.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
  • Afwijkende streefwaarden voor ouderen en diabeten

    Voor mensen met diabetes mellitus geldt een lagere streefwaarde van 130 mmHg. Voor 80-plussers is de streefwaarde van de bloeddruk 150-160 mmHg (NHG, 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
  • Het bloeddrukniveau schommelt gedurende de dag

    Het bloeddrukniveau schommelt gedurende de dag rond een gemiddelde waarde. Veel factoren als inspanning, stress en medicatie zijn sterk gerelateerd aan die schommelingen en kunnen leiden tot verhoogde bloeddrukwaarden. De bloeddruk wordt daarom altijd meerdere keren gemeten op meerdere dagen. Pas wanneer iemand gedurende langere tijd een bloeddruk heeft boven de grenswaarde, spreekt men van een verhoogde bloeddruk (hypertensie).

  • Geïsoleerde verhoogde bovendruk komt vooral bij ouderen voor

    Van een geïsoleerde verhoogde bovendruk, ofwel geïsoleerde systolische hypertensie, is sprake wanneer iemand gemiddeld genomen een bovendruk heeft boven de grenswaarde terwijl de onderdruk niet verhoogd is (NHG, 2011). Voor volwassenen is dat het geval bij:

    • een bovendruk (systolische bloeddruk) van 140 mmHg of hoger en
    • een onderdruk (diastolische bloeddruk) lager dan 90 mmHg.

    Een geïsoleerde verhoogde bovendruk komt regelmatig voor, vooral bij ouderen. Het ontstaat vooral door een toename van de stijfheid van de vaten. Hierdoor stijgt de bovendruk relatief sterk en zal deze eerder de bovengrens overschrijden dan de onderdruk. Een geïsoleerde verhoogde onderdruk (bij een normale bovendruk) komt zelden voor.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
  • Het bepalen van de bloeddruk

    In de spreekkamer

    Een arts, doktersassistente, verpleegkundige of praktijkondersteuner meet de bloeddruk van een patiënt (spreekkamerbloeddrukmeting). Hij/zij stelt de diagnose 'verhoogde bloeddruk' na herhaalde metingen van de bloeddruk (boven- en onderdruk) met een bloeddrukmeter. De metingen vinden plaats tijdens achtereenvolgende consulten, om een zo nauwkeurig mogelijk beeld van de bloeddruk te krijgen (NHG, 2011). De verschillende bloeddrukmetingen zijn verspreid over een periode van:

    • maanden voor patiënten met een licht verhoogde bloeddruk (140-160 mmHg)
    • weken of dagen voor patiënten met een sterk verhoogde bloeddruk (180-200 mmHg)
    • een dag voor patiënten met een zeer ernstig verhoogde bloeddruk (200 mmHg of hoger).

    Thuis en ambulant

    Patiënten kunnen ook zelf thuis hun bloeddruk meten (thuisbloeddrukmeting). De gemeten waarden thuis liggen vaak lager dan de gemeten waarden in de spreekkamer. Het afkappunt voor thuisbloeddrukmetingen ligt op 135 mmHg.

    Ambulante bloeddrukmetingen zijn een derde variant om de bloeddruk te bepalen. Men spreekt van ambulante bloeddrukmetingen bij automatische herhaaldelijke metingen (bijvoorbeeld elk halfuur) over een bepaalde periode (bijvoorbeeld 24 uur) (NHG, 2011).

    In grootschalige onderzoeken

    Bij grootschalige onderzoeken worden om praktische redenen de metingen niet gedurende een bepaalde tijdsperiode herhaald, maar vinden ze op één dag plaats. Daarbij worden wel vaak duplometingen uitgevoerd, bestaande uit twee metingen met een tussenpauze van vijf minuten. Door deze meetmethode is er vaak sprake van een overschatting van het percentage mensen met verhoogde bloeddruk (prevalentie).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
  • Risicoprofiel hart- en vaatziekten

    Voor patiënten met een verhoogde bloeddruk (SBD 140 mmHg of hoger) brengt de arts een risicoprofiel in kaart. Hierin staan de risicofactoren voor hart- en vaatziekten:

    • leeftijd
    • geslacht
    • roken
    • familie-anamnese
    • lichamelijke activiteit
    • body-mass index
    • lipidenspectrum
    • glucosegehalte
    • geschatte glomerulaire filtratiesnelheid

    Met het totale risicoprofiel maakt een arts een inschatting van de hoogte van het risico op ziekte of sterfte door hart- en vaatziekten in de komende 10 jaar (NHG, 2011).

    De risicotabel is opgenomen op pagina 29 in de Multidisciplinaire Richtlijn Cardiovasculair Risicomanagement 2011 (NHG, 2011).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. NHG. Multidisciplinaire richtlijn Cardiovasculair risicomanagement. Houten: Bohn Stafleu van Loghum; 2011. Bron
Bronverantwoording
  • Bloeddruk: Nederland de Maat Genomen

    In de periode 2009-2010 is door het RIVM de monitoringstudie Nederland de Maat Genomen (kortweg NL de Maat) uitgevoerd, waarbij onderzoek is gedaan naar de prevalentie van (abdominaal) overgewicht en obesitas, (onderdelen) van het metabool syndroom en ongediagnosticeerde diabetes in de algemene bevolking van 18-70 jaar. In totaal hebben ongeveer 4.500 personen uit zeven gemeenten deelgenomen, waarbij bij de meesten ook de bloeddruk is gemeten. De bloeddruk is in drievoud gemeten met een automatische bloeddrukmeter. De gepresenteerde gegevens zijn het gemiddelde van de tweede en de derde bloeddrukmeting. De eerste meting is niet meegenomen. Gegevens over het gebruik van bloeddrukverlagende medicatie komt uit vragenlijsten. Zie ook: Nederland de Maat Genomen.

  • LASA

    De Longitudinal Aging Study Amsterdam (LASA) is een longitudinale studie, uitgevoerd door de Vrije Universiteit, waarbij onderzoek wordt gedaan naar determinanten en gevolgen van veroudering. Het onderzoek is gestart in 1992 bij ruim 3.000 mannen en vrouwen van 55 jaar en ouder. In 2002 is deze groep aangevuld met een steekproef van circa 1.000 personen. In het Kompas is gebruikt gemaakt van gegevens van de 6e meting in 2008-2009 (circa 1.500 personen), waarbij de leeftijd van de respondenten 60-100 jaar was. In deze groep had circa 33% van de mannen en 24% van de vrouwen een hart- of vaatziekte. 15% van de mannen en 13% van de vrouwen had diabetes. Gegevens over het gebruik van bloeddrukverlagende medicatie komt uit vragenlijsten. Voor meer informatie zie: LASA op de website Zorggegevens.nl.

    Bronnen en literatuur

    Bronnen

    1. LASA, Longitudinal Aging Study Amsterdam. zorggegevens.nl
  • Bloeddruk: MORGEN-project (1993-1997)

    In het MORGEN-project, MOnitoring van Risicofactoren en GEzondheid in Nederland, is het vóórkomen van verhoogde bloeddruk en andere risicofactoren gemeten tussen 1993 en 1997. In deze periode zijn circa 23.000 mannen en vrouwen uit Amsterdam, Doetinchem en Maastricht onderzocht (Blokstra et al., 2005).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Blokstra A, Smit HA, Bueno-de-Mesquita HB, Seidell JC, Verschuren WMM. Monitoring van Risicofactoren en Gezondheid in Nederland (MORGEN-project) 1993-1997. Leefstijl- en risicofactoren: prevalenties en trends . Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2005. Bron
  • ECHIM pilot data collection

    In het kader van het Europese Joint Action for ECHIM project (2009-2012) is er een 'pilot data colllection' uitgevoerd. Het project ging over een Europese set van volksgezondheidsindicatoren, de European Community Health Indicators (ECHI). Voor veel van deze ECHI indicatoren zijn data te vinden in Europese databases zoals Eurostat en WHO-HFA. Een aantal indicatoren is echter nog niet opgenomen in reguliere internationale dataverzamelingen. Voor deze indicatoren zijn in de ECHIM pilot data collection data verzameld in zoveel mogelijk EU lidstaten en EFTA-landen. Eén van de indicatoren in de pilot was hoge bloeddruk. Hiervoor zijn in de pilot zelfgerapporteerde gegevens verzameld. Een deel van de landen had deze gegevens al verzameld in het kader van een Europese gezondheidsenquête, de European Health Interview Survey (EHIS). In de pilot zijn deze aangevuld met gegevens uit nationale gezondheidsenquêtes voor die landen die nog niet aan EHIS hadden deelgenomen. Overigens heeft ECHI een voorkeur voor gemeten gegevens over hoge bloeddruk, maar deze zijn momenteel niet beschikbaar op Europees niveau.

  • MONICA (1980-1990)

    Het WHO-project MONICA (multinational MONitoring of trends en determinants in CArdiovascular disease) is een internationaal cohort onderzoek. Tussen 1980 en 1990 zijn tien miljoen mannen en vrouwen van 25 tot 64 jaar onderzocht. Er is nagegaan welke veranderingen er in deze periode optraden bij deze mensen in het vóórkomen van cardiovasculaire aandoeningen, verhoogde bloeddruk en andere risicofactoren voor deze aandoeningen. Er is momenteel geen internationale studie waarin de bloeddruk gemeten wordt. Zie ook: The WHO Monica-project.

Methoden
  • Verschillen tussen zelfgerapporteerde en gemeten gegevens

    De zelf gerapporteerde CBS-gegevens over medicatiegebruik zijn niet specifiek genoeg om te zien of iemand bloeddrukverlagende medicijnen gebruikt. Hierdoor is het niet mogelijk om met behulp van deze gegevens aan te geven of iemand een verhoogde bloeddruk heeft en/of bloeddrukverlagende medicatie gebruikt. Bovendien is er bij deze vraag sprake van onderrapportage. Dit bleek uit een vergelijking tussen gemeten gegevens uit het Regenboogproject en zelfgerapporteerde gegevens die het CBS verzamelde bij de deelnemers aan dat project. Ruim 1 op de 10 mensen die volgens de meting een verhoogde bloeddruk had, rapporteerde dit niet in de CBS-vragenlijst. Deze onderrapportage komt vooral voor bij deelnemers boven de veertig jaar (Viet et al., 2003).

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Viet AL, van den Hof S, Elvers LH, Ocké MC, Vossenaar M. Risicofactoren En GezondheidsEvaluatie Nederlandse Bevolking, een onderzoek op GGD'en (Regenboogproject). Bilthoven: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM); 2003. Bron
  • Gepresenteerde gegevens bij omvang

    Vanwege de hierboven genoemde kanttekeningen bij de zelfgerapporteerde gegevens is in VZinfo.nl zoveel mogelijk gebruik gemaakt van gemeten gegevens voor het beschrijven van de omvang van het probleem. De gegevens van het CBS (Gezondheidsenqûete) zijn alleen gebruikt als deze gegevens recentere informatie kunnen bieden vergeleken met de andere bronnen.

  • Internationale data van EHIS

    Het percentage van de bevolking dat rapporteert een hoge bloeddruk te hebben (Bron: Thelen et al., 2012) zijn gebaseerd op de European Health Interview Survey (EHIS). Voor de overige landen zijn de gegevens uit nationale gezondheidsenquêtes afkomstig. De onderliggende methoden kunnen verschillen tussen deze landen, wat de vergelijkbaarheid van de gegevens kan verminderen.

    Bronnen en literatuur

    Literatuur

    1. Thelen J, Kirsch NH, Finger J, von der Lippe E, Ryl L. ECHIM Pilot Data Collection, Analyses and Dissemination. Berlin: Robert Koch Institute; 2012. Bron